Archief 2021

zon 07/02/2021 10u * Riemst Winterjogging * 10,1 km * 00:53:45 * 11,3 * 

De gemeente Riemst zorgt voor een aangename verrassing in deze barre coronatijden. Een jogging. En dat, voor zover ik weet, voor het eerst in de geschiedenis. Heeft het te maken met de pandemie? Wil men de (sportieve) mens een hart onder de riem steken? Ongetwijfeld. En de geste wordt in dank aanvaard door de talrijke wandelaars en joggers die de oproep hebben beantwoord. Ondanks het miezerige weer zie ik hier alleen tevreden gezichten. Voor het overige verloopt alles volgens de geldende covid-normen. We vertrekken individueel of in kleine groepjes. Ik ben als eerste aanwezig van de zondagse Mergellopersgroep van Kanne met wie ik heb afgesproken om 10 uur. Vandaar dat mijn naam genoteerd wordt voor de contacttracing. Overigens blijft mijn contact met de Mergelloprs beperkt tot enkele minuten voor en na de loop, niet geheel onafhankelijk van mijn wil. Op het ogenblik dat Marie-Paule mij in de buurt van het Sportcentrum Hirtheren in Herderen aflevert, is er al volop beweging. Ik bots al meteen op een bekende, Peter Beirens, die alleen op pad gaat. Enkele meters verder word ik haast van de sokken gelopen door een trio, aangevoerd door een schepen. Die gaan er geen gezondheidswandeling van maken. Er zijn er nog anderen die vandaag eens voluit willen gaan. Ze hebben zich lang genoeg moeten inhouden. Zoals Andy Meyers die om 10 uur al staat te hijgen als een postpaard en Christophe Stevens die nog aan het nadampen is. 

Ik heb even opgewarmd om al niet vanaf het begin door de Mergellopers achtergelaten te worden. De start uit gefingeerde startblokken helpt me meteen aan een tempo dat een stuk hoger ligt dan wat ik op training uit mijn oude kuiten kan knijpen. Dat leidt niet alleen tot jolijt van de Mergellopers maar ook tot een kleine voorsprong op genoemde Mergellopers. Ik jaag meteen op enkele tragere loopsters die ik snel inhaal. Die eerste strook op de ruilverkaveling gaat in dalende lijn en helpt me om mijn begintempo aan te houden. Maar de eerste van vele hellingen (zo blijkt later) ligt al te wachten. Ik probeer het tempo vast te houden en met de hulp van het licht dalende deel voorbij de Heiligenstraat haal ik 5'15". Op de vlakke Vogelzangstraat kan ik daar nog enkele seconden onder. Niet ik dat een duidelijk idee heb van mijn tempo. Garmin zal me straks wel inlichten. Mijn maag heeft het ontbijt overigens nog niet verteerd en maant me aan tot enige reserve. Ik heb geen wedstrijdambities en heb dus niet mijn competitieroutine gevolgd, dat wil zeggen 4 uur op voorhand eten. Voor alle duidelijkheid, het is ook geen wedstrijd. Ik ben dus op de Vogelzangstraat. Deze scherpe draai naar rechts leidt naar Softfruit Meyers. Daar moeten we ook niet zijn. Maar ik vraag me wel af waar Wim uithangt. Zijn broer Andy wist het niet. Strava wel. Wim ligt nu in zijn zetel (dit bericht is niet naar waarheidsgehalte gecheckt) na een training om vijf uur vanmorgen, dus vannacht. Het valt mij op hoe netjes de ruilverkavelingswegen erbij liggen. Theo Huls heeft hoge en waterdichte trailschoenen aangetrokken, beducht als hij was voor de nattigheid in het veld. Niet nodig, zo blijkt. Is het parcours speciaal schoongemaakt voor de loop? De bepijling is alleszins state of the art. In de achtergrond hoor ik het luide gelach van de Mergellopers. Die hebben adem op overschot. Ik ga ervan uit dat ze die energie straks in snelheid omzetten en me zullen bijbenen. Dan kan ik nadien bij hen aansluiten of althans een poging doen tot. Voorlopig ben ik vooral in de weer om een ander groepje van de Mergellopers met Marijke Meyers, Tine Timmermans, Ilse Simons en Jo Ruyters bij te halen. Tine Timmermans is de dochter van Josette Pirlot die in de eerste jaren van Groetum veelvuldig mijn verhalen kleurde. Ik informeer even naar haar gezondheidstoestand (die is OK) en zet mijn weg verder. Stel u overigens niet te veel voor van die inhaaljacht op mijn collega's Mergellopers. Dat mag u wel over het tempo van Kevin Beusen die daarnet kwam voorbijgestoomd. We zijn intussen voorbij de groene kabine gelopen, een landmark in deze open vlakte... voor wie er oog voor heeft. Tussen km 3,5 en 4,5 is het genieten van de afdaling in het winterse landschap. Rechts de kale wijnranken, links in de verte de donkergroene vlek van het Grootbos. Er valt nu geen neerslag meer uit de lucht. Voor de start waren ze er in de troposfeer nog niet uit of ze het zouden laten sneeuwen of regenen. Ze kozen dan maar voor een tussenoplossing, een sneeuwachtige regen of een regenachtige sneeuw. Ik heb nu zo'n 120 meter voorsprong op de Mergellopers. Te ver voor Daniël om nog een aanmoedigingskreet te slaken. Zo is hij wel, Daniël. Altijd eerst aan de anderen denken. Vanuit het dal van Membruggen worden we naar links gestuurd, een volgend knobbeltje op. Maar 300 meter verder worden we weer beloond met een afdaling met uitzicht op het Grootbos en rechts het wijnkasteel. Ik heb twee loopsters in de smiezen gekregen die ik voor het dal wil bijbenen. Kwestie van de motivatie levendig te houden. Gelukkig werken mijn benen goed mee vandaag. Na een korte hobbelige afdaling naar het kasteel volgen we even de vlakke Kasteelstraat in Genoelselderen. Een jonge juffrouw van ADD en wat later een oudere man lopen me voorbij. Die oudere man zal overigens wel een stuk jonger zijn dan ik. Ik zal hier wel weer de oudste gek zijn in het gezelschap. We worden langs een zijstraat door Genoelselderen gestuurd. Het begint hier meteen te klimmen maar vooral te bekoren. Ik bedoel het parcours. Een echte ontdekking, die asfaltweggetjes tussen het groen (of het bruin, maar dat is de schuld van het seizoen). Op die twee kilometer moet ik uiteraard enkele seconden prijsgeven maar het blijft redelijk ronddraaien. Boven komen we uit in de buurt van de rotondes aan de snelweg. In de bocht naar links kijk ik nog even achterom op zoek naar een groepje van ... (ik kan het precieze aantal niet zeggen om de lopers in kwestie een coronaboete te besparen.) Het groepje is nog altijd niet te zien. Kijk, het is allemaal een stuk minder geworden met de ouderdom: de snelheid, de souplesse, het reactievermogen, de potentie. Maar het karakter is nog onaangetast. Ik bedoel het slechte karakter. Dat van mij dus. Als ze, de Mergellopers, me nu nog willen inhalen, zullen ze moeite moeten doen. Ik probeer mijn tempo vast te houden. En dat is hier een stuk moeilijker met de wind op kop. Er blijven nog 3 kilometer af te leggen. Dat zal dus 3 km vechten worden. De achtste kilometer wordt zelfs de snelste, met dank aan het licht dalend profiel. Een wandelaar bekijkt me met een zure grijns als ik voorbijloop. Het is geen pretje hier te wandelen. Isabelle is heel wat vriendelijker. Zij knikt naar me als ze me met een forse trad voorbijgaat, op enkele meters gevolgd door een jonge snaak. Oh ja, ik heb het over Isabelle Sluysmans, een vroegere regionale topper die bijzonder actief blijft in de Limburgse en Luikse lopen. Ze zal ook blij zijn nu ze even de platgetreden paden in Voeren kan verlaten. Ik verbaas mezelf met mijn kilometertijd in km 9. Wat Lodewijk XIV al wist, moet ik hier ook ervaren: Herderen ligt op een heuvel. De de la Brassinestraat (sorry voor de twee "de's"), eerst de aanloop, dan de weg tussen de vervallen en gerestaureerde hoeven, hakt er flink op in. Het is weer aan het sneeuwregenen gegaan, meen ik me te herinneren. Ik sleur me tot op het kruispuntje met de Tolstraat en de Daalstraat. Daarna is het genieten tot aan de finish op de hoogte van de Sint-Jansstraat. Moet dat niet de Sint-Janstraat zijn, zonder de "s" achter Sint-Jan? Soit, het heeft geen belang. Ook terzijde, maar misschien nuttig voor een volgende editie, deze parcourssuggestie. Voor de hoeve Vrindts links de Haaghofstraat inslaan en dan een van de weinige resterende aarden paden nemen naar de aankomst. Te meer, omdat die goed beloopbaar is. Hoe dan ook, ik ben niet de enige die de "officials" feliciteert met het mooie parcours. Zou deze eerste (winter)jogging de prelude kunnen zijn van een competitiewedstrijd in de coronavrije toekomst? Herderen met zijn reliëf en zijn smalle en kronkelige paadjes lijkt sowieso op de kaart gelegd als locatie van een corrida. En voorts, grijpen mijn clubgenoten meteen naar de koffiekoeken. 

De epiloog, mijn uitlooptripje terug naar Heukelom, is getekend door rugpijn. Ik sukkel dan toch tot thuis. En verbaas me verder over het feit dat er op het fietspad van de Tongersesteenweg meer water staat dan op de ruilverkavelingswegen. En daarmee heb ik na lange maanden nog eens een verslag geschreven. Hoognodig om deze vaardigheid in de vingers te houden. 


zon 21/02/2021 11u * Embourg E-jogging (CJPL) * 10,2 km * 00:55:34 * 11 * 60/91 * 2/3 * ♥♥♥


Ik krijg de ritssluitingen van mijn sporttas niet meer open, te lang niet meer gebruikt. Die anekdote herinnert mij er op deze zondagochtend aan dat ik al bijna een jaar mijn spullen niet meer heb ingepakt voor een loopwedstrijd. Vandaag is het dan onverwachts weer zo ver. Na een mailtje van Servais Halders om eens een e-jogging te proberen. In Embourg waar de eerste manche van het CJPL-seizoen op het programma stond. En nog staat, maar dan in de vorm van een virtuele loop, individueel en met zelf gescande tijdsopnames. Geen samengetroepte massa aan de start, geen signaalgevers op het parcours, geen aankomstboog, geen speaker, geen douches ... en vooral geen kantine. Je zou voor minder twijfelen. Ik heb ook vragen over het te lopen parcours. Ik bewaar niet echt goede herinneringen aan een passage in het bos van Embourg, een aantal jaren geleden. Maar als ik zie dat het voorgestelde parcours voornamelijk door woonwijken loopt, besluit ik het erop te wagen. Na een tussenstop in Moelingen, waar ik Servais oppik, een door de GPS geleide doortocht door Luik, een supersteile en smalle weg naar het plateau boven de Maasvallei, vinden we verder zonder problemen de Rue des Coquelicots en de Ferme de Mehagne, daterend uit de tijd dat hier nog landbouw werd bedreven. Hier vinden de feestelijkheden plaats. Ook al hangt er ongewild een begrafenisstemming. Tussen de enkele aanwezigen zie ik Michel Jeukens en Jean-Yves Culot. Dan toch twee gezichten die me herinneren aan betere tijden. 

Nadat Servais zijn mummie-uitrusting heeft aangetrokken, gaan we op pad voor een verkenning. Op mijn vraag een verkenning van de laatste kilometers om een idee te hebben van de ondergrond in het bos. Dat loopt overigens met een sisser af. Ik vind het bos niet en dat van die laatste kilometers klopt ook niet. We vertrekken dan maar zonder verdere voorbereiding. Rond 11 uur. En daarmee zitten we ongeveer in het precorona-stramien. Ik vertrek een minuutje voor Servais. Dan zien we elkaar toch even tijdens de wedstrijd... We volgen overigens een verschillende startprocedure. Daarover meer op het einde van dit verhaal.  

Hoe zullen de benen en de longen reageren op deze eerste wedstrijd na de gedwongen pauze van 2020? Ik ben wel actief gebleven tijdens de voorbije maanden en heb geregeld het lichaam op de proef gesteld met een zwaardere belasting. Maar de voorbije week heb ik maar wat aangemodderd. Te veel pijntjes links en rechts en vooral een onhandelbare rug. Hopelijk hebben mijn hersteltrainingen effectief tot een herstel geleid. De eerste 500 meter zijn licht dalend. Je hebt zo vanzelf een prettiger ritme te pakken maar ook daarna op de lange stijgende strook naar km 3 loopt het beter dan ik vooraf gevreesd had. Servais is me al lang voorbij. Ik hoorde zijn zware tred al snel achter me. Een halve kilometer verder is hij ook voorbij de man in het zwarte trainingspak die enkele seconden voor mij gestart is. Servais stoomt verder met een gemiddelde van 4'30". Hij zal op het einde van mijn verslag nog even opduiken. De supporters van Servais kunnen de volgende alinea's dus gewoon overslaan. Ik heb intussen al ruim kennis kunnen maken met het parcours. Dat kronkelt van links naar rechts, de ene straat uit, het andere steegje in, voortdurend op en af. Die hellingen zijn net kort genoeg om de vaart erin te houden. Tenminste in dit eerste deel van de loop. Ik kan me handhaven op zo'n 80 meter van mijn voorganger. Dat komt me goed uit want zo heb ik een leidsman in het voorstadslabyrint waar we in ronddraaien. Die moet het toch wel warm hebben, bedenk ik, op deze zonnige "lente"dag met een graad of veertien. Ik loop in T-shirt in wat als perfect loopweer kan worden omschreven. Aan de vierde kilometer krijgen we dan het eerste onverharde maar goed beloopbare pad langs de bebouwing. Daarna gaat het weer stevig omhoog op een smal pad. Daarnet zag ik een oudere vrouw met haar zoon (?) een wandelingetje maken in de zon. Het is hier nog zo stil op deze zondagvoormiddag dat ik mij de weinige mensen op mijn weg nog herinner. Er is zo goed als geen verkeer en dat maakt het nemen van de bochten en het oversteken van de wegen net iets leuker. De richting wordt aangegeven met dikke zwarte pijlen (zwart voor de 10 km-loop) op een wit plaatje dat meestal aan een verlichtingspaal of verkeersbord is bevestigd. En ze zijn er nog allemaal. Of toch niet. Ik had het daarnet al gehoord van twee lopers die zich afvroegen of ze niet een lus van het parcours gemist hadden want de afstand op hun track lag gevoelig onder de officiële afstand. Er was een pijl afgerukt. Dat moet hier zijn, op het einde van een steegje aan km 5,4. En nu? Ik kijk naar rechts een zie daar een pijl naar beneden. Ik volg die dan maar, ook al omdat de weg hier daalt. Driehonderd meter verder kom ik aan een rotonde die ik herken van bij het inlopen. Maar ik ben hier nog niet aan km 6 en dit is ten hoogste 2 km van de finish. Zit ik verkeerd? De man in het zwart voor me is intussen uit mijn gezichtsveld verdwenen. Toch maar verder. De kilometers beginnen stilaan te wegen en ik troost me met de gedachte dat ik er dan met 8 km vanaf ben. Niet in de uitslag, dan is het zo maar. Nog 300 meter verder ben ik al op weg naar de finish - op de Avenue François Bovesse waar ik daarstraks heb ingelopen - als ik in mijn rechterooghoek nog net een zwarte pijl opmerk. We moeten rechtsaf en zo kom ik dan misschien toch aan voldoende kilometers en ben ik toch op de juiste weg. Heel in de verte ontwaar ik dan nog even het silhouet van mijn voorganger en ben ik (voorlopig) weer gerustgesteld. We krijgen nog eens een langere strook voorgeschoteld met onder meer een haarspeldbocht. De dalende zevende kilometer levert me mijn snelste kilometertijd op. Nog een tweehonderd meter tussen de huizen en dan begint het weer te klimmen. Nu op het onverhard in of aan de rand van het bos. Daar is het bos waar ik daarstraks tevergeefs naar gezocht heb! De zwaarste kilometers komen eraan. Dat hebben we kunnen afleiden uit de tijden in het voorlopige klassement. Ik moet hier al even stapvoets verder en kom slechts met de grootste moeite weer op gang in een parkje. Nu gaat het echt het bos in. Rotspunten, boomwortels, ze liggen er. Maar ik loop hier alleen en heb de tijd en de ruimte om de valkuilen te ontwijken. We worden langs een smal hellend paadje gestuurd. Achter een bocht doemt plots een aarden muur op. Hier is geen ontwijken meer aan. Zelfs Servais moet hier zijn loopritme onderbreken. Boven zijn we snel weer tussen de huizen en kunnen we op zoek naar de finish.

Dat blijkt geen sinecure. Ik lees op mijn Garmin af dat ik al dicht tegen de 9 km zit. De officiële afstand zit tegen de 10 km aan. Uit mijn onderzoek op de Garmin-track van enkele deelnemers leid ik af dat ik rechtdoor had moeten lopen op de Rue des Cerisiers. Merkwaardig genoeg heeft Servais dezelfde fout gemaakt. Maar hij bereikte wel de finish langs de juiste weg. Ik neem in de buurt van de aankomst een afslag om niet nog meer overbodige meters te lopen. De fut en de snelheid is er nu toch al uit. Benieuwd of ik in de uitslag zal worden opgenomen. Ook omdat ik heb gekozen voor het doorgeven van mijn uitslag aan de hand van mijn Strava-track. Dat was de tweede mogelijkheid die het reglement voorzag. Het gros van de deelnemers, neem ik aan, heeft start en finish geregistreerd met de smartphone. Dan lijkt mijn systeem wel wat handiger. In elk geval Servais verliest aan de streep nog een minuut, foute toets ingedrukt... 

En zo heb ik het in dit verslag meer dan me lief was over organisatorische randverschijnselen gehad. Toch blijft de globale indruk, ook van mijn conditie, gematigd positief. En dat zou dus kunnen betekenen dat ik de volgende maanden nog vaker in e-lopen zal van start gaan.

Oef, ik ben officieel opgenomen in de uitslag... En Servais kan ook tevreden, hij klopt me voor het eerst bij de veteranen 4.


zon 28/02/2021 10u * Bilzen * 11,85 km * 01:03:57 * 11,1 * ==/== * ==/== * ♥♥♥

Zoek niet naar de Bilzen Mixed Road Race op de wedstrijdkalender. Die loop bestaat niet... maar een verslag is er wel. Van de officiële lopen gisteren in Bilzen blijft er misschien niets meer over dan de naakte uitslagen. Naar die uitslagen zoek ik overigens ook nog op de officiële site. Dan ben ik wel wat sneller. En alsof ik nog niet genoeg pretentie heb, vind ik mijn parcours ook beter... Dat parcours is al doende (al lopende in dit geval) tot stand gekomen. Maar laten we bij het begin beginnen. Vorig jaar - nog net voor corona de macht overnam - heb ik de officiële Bilzen Off Road gelopen, de lange versie. Geholpen door de overvloedige regen van de voorgaande weken verdiende het parcours de benaming "trail" met grote onderscheiding. Ik ben sowieso geen trailliefhebber en wist dus al dat mijn eerste deelname ook mijn laatste zou zijn. Maar een stevige trainingsloop rond Alden Biesen op deze zonnige voormiddag en met wat sportief volk in de omgeving en op veilige afstand, zag ik wel zitten. Om halftien dus niet oostwaarts, naar Kanne of Maastricht, maar noordwaarts, naar Bilzen. Grote borden wijzen de weg naar ...het vaccinatiecentrum aan de Kimpel. Voor de vaccinatie is het nog xxx weken te vroeg. Vandaag krijgen we een shot frisse lucht en daar willen veel sportievelingen van genieten. Het wemelt hier al van lopers, wandelaars en MTB-ers (die mij gelukkig niet te veel in de weg zullen rijden straks). Deze organisatie is een schot in de roos. 

Ik begin er maar meteen aan. Het is even voor tienen. Ik passeer eerst aan de officiële startplaats waar een aantal Mergellopers zich klaar maken voor hun start en mij met enige verbazing zien voorbijsjezen. Ik loop meteen in tegenovergestelde richting van het parcours en vermijd daarmee de onzalige trappenafdaling aan de Borreberg. Ik wil onderaan de Letenberg beginnen en moet dan even langs het al drukke verkeer op Vrankrijk. Eens onder de ringweg door op de Eikaert ben ik snel op het officiële parcours. De drie dames voor me komen uit het zompige pad achter de vijvers en hebben er al enkele kilometers op zitten. Ik ben na 1,4 km op de eerste van vier stekelige hellingen, Leten dus. Dat het er vier zullen zijn weet ik op dat ogenblik nog niet. Ik laat me vandaag leiden door de ingeving van het moment. Zo ook na 2 km. Ik heb me toch op het onverhard gewaagd dat er overigens heel beloopbaar bijligt maar beslis toch maar de eerste afslag naar de geasfalteerde Letenstraat te nemen om niet gevangen te zitten in de lange aarden weg door de beemden naar Alden Biesen. Hier heerst stilte, ik krijg een vriendelijke groet van een man met een hond en een snor. De snor slaat op de man. Maar nu ik erover nadenk kan dat evengoed op de hond slaan. Aan km 2,5 kom ik weer andere lopers tegen die een weg rechts inslaan. Ik volg nu de snelste weg naar Alden Biesen. Eerst even omhoog - een tegenligger bekijkt me met enige argwaan - en dan een heerlijk stukje bergaf voorbij de rentmeesterhoeve. Dit is nu eens een voetpad waarop het aangenaam lopen is. Dat is uitzonderlijk genoeg om het te vermelden. Vorige zondag in Embourg (maar dat is een voorbeeld tussen vele andere) verkoos ik de weg en liet de schots en scheef liggende tegels rechts liggen. Links zie ik de beemden liggen. Nu het pad er toch droog bijligt, besluit ik een lus te maken langs de vlonder die in het dalletje ligt. Ik kan dan ook voorbij het voetbalveld van Rijkhoven komen en zo het officiële parcours een tijdje volgen. Er staat één auto aan het voetbalterrein met een inzittende. Ik kan de man (?) niet herkennen, het is alleszins niet Ronald Hacken die hier vorig jaar in de regen en onder de achterklep van zijn auto (mooie) foto's stond te maken. Ronald kan hier maar moeilijk drie dagen de wacht houden. Want zoveel dagen hebben de inschrijvers om hun prestatie te leveren. Dan maar zonder foto's. Maar wel een verslag. Is dat laatste niet een beetje overbodig? Volstrekt! Het beton van de ruilverkavelingsweg loopt licht maar vervelend omhoog, de Reekstraat over en vandaar langs de Engelse tuin weer naar beneden. Ik sta zo goed als stil in het eerste deel van het bos. Daar is de tweede neerwaartse piek van mijn Garmin-track. Weer beneden heb ik mogelijkheden zat om mijn weg te vervolgen. Na een kleine aarzeling kies ik voor het graspad rechts en verder voor de afslag naar links om op de Keiberg uit te komen. Ik besef dat ik de titel van mijn verslag die ik in mijn hoofd had, Bilzen on road, zal moeten wijzigen. Ik doe uiteindelijk meer onverhard dan aanvankelijk gedacht. De Keiberg dus, kuitenbijter nummer drie. Hier en daar is er gelukkig nog een wandelaar en ben ik niet de traagste van het lot. Boven aan de Apostelhoeve is er opnieuw keuze te over. Ik opteer voor de afdaling op de Bosselaar, dus naar links. Terwijl ik mijn weg zoek tussen een klad verpozende mountainbikers merk ik een oud-collega op. Zij herkent mij gelukkig nog. Van mijn tempo zal ze wel geen hoge pet op hebben. Haar neefje is drievoudig Belgisch kampioen veldlopen Jeroen D'hoedt. Ik kan nu even wat tempo maken in de afdaling en op de aansluitende vlakke strook tussen de weide achter Alden Biesen. Ik ben met allerlei dingen bezig in mijn hoofd en mis zo de kronkelende passage op de vlonder. Aan km 7,5 wacht de Maastrichter Allee, helaas in de verkeerde richting. Alleen snuffelende honden zijn hier nog langzamer. Na de kasseien onder de poort van het Apostelhuis draai ik naar links en meteen opnieuw naar links voor een lange strook op het gras, of wat daarvan overblijft. Hoera, voor het eerst onder de 5' op de negende kilometer. Nog een korte modderige passage en daar ben ik weer op de Reekstraat in Rijkhoven. Het parcours loopt nu naar rechts. Ik neem dezelfde richting maar sla op tijd rechtsaf om een van de vervelendste stukken van de offroad-versie te ontwijken. Ik neem de korte stijging vrij vlot. Zo verloopt de hele voormiddag trouwens al, de steilste hellingen niet te na gesproken. Ik blijf bewust onder mijn wedstrijdtempo, in de genotszone. Dat is een term die ik voor de gelegenheid even verzin, zoals de titel. Mee nog, de rechtervoet die me in het laatste deel van Embourg parten speelde, houdt zich vandaag koest. Hoe loop ik nu terug naar de Kimpel? Misschien de lopers volgen die in tegenovergestelde richting komen en rechts afslaan. Zo gedacht, zo gedaan. Mijn tempo ligt hoger dan dat van de 6km-lopers in de buurt. Ik ga zelfs voorbij Isabelle Sluysmans maar die is deze keer aan het wandelen. Om haar echtgenoot te plezieren? In Herderen was de Voerense wel actief als loopster en was de inhaalbeweging omgekeerd. Ik geef haar even mee dat ik hier eigenlijk illegaal meeloop. Ik blijk overigens niet de enige te zijn. Vanaf nu gaat het lekker bergaf en besluit ik mijn geïmproviseerde loop in een mooi ritme. Ik laat het rondje in het park van Haffmans achterwege. Dit zou misschien een beter alternatief geweest zijn voor mijn eerste kilometer langs Vrankrijk. Hoe dan ook, iedereen blij: de drie Mergelloopsters Sabine, Marijke en Tine die ik net voor de finish kruis, uw verslaggever en de organisator. 


zon 07/03/2021 11u * Luik Sart-Tilman E-jogging (CJPL) * 10,94 km * 01:08:49 * 9,5 * 59/81 * 2/3 * ♥♥

De challenge van de provincie Luik, de "doyenne" van de challenges, houdt vol en blijft wedstrijden organiseren, zij het in virtuele vorm. Wij grijpen de strohalm van de e-joggings aan om toch in competitiemodus te blijven. Wij, dat zijn Servais Halders en uw nederige dienaar. Daarmee zijn we (voorlopig) ook de enige Limburgers die de weg hebben gevonden naar de Luikse joggingoorden. Het dient gezegd: voor de Jogging du Blanc Gravier ging het initiatief uit van mijn Voerense kompaan die nog de benen en de grinta heeft om elk parcours de baas te kunnen. Ik heb veel meer reserves maar besluit toch het erop te wagen. En wacht met enige berusting af wat de parcourstekenaars voor ons in petto houden. Daar zitten alleszins smalle, kronkelende bospaden in, heb ik gemerkt tijdens de opwarming. Tijdens de verkennende gesprekken vooraf is er ook sprake van een zware helling en van modder. Over een uur zal ik er meer over weten. 

Na een week wachten op de bevestiging van mijn inschrijving zijn we dan toch op weg naar het plateau ten zuiden van Luik. Servais heeft hier twee jaar geleden nog een reguliere wedstrijd gelopen. Ikzelf ben hier in mijn vorig beroepsleven een vijftiental keren geweest. Ik herken de gebouwen van de Universiteit van Luik en van een aantal wetenschappelijke spin-offs die hier in de bossen uitgezaaid zijn. Het is ook prettig meteen al enkele bekenden te ontmoeten. Michel Mancini moet ik van ver groeten. Philippe Fourny en Claudia Tonnachella zijn blij dat ze weer tussen (enkele) mensen zijn op zondagochtend. In de uitslag vind ik hen wel niet terug. We warmen op in het spoor van een topper... die verder nog in mijn verhaal zal opduiken. Michel Jeukens is al bezig aan de laatste kilometers van zijn opdracht. De start- en finishprocedure is ons bekend van veertien dagen geleden in Embourg, hier niet ver vandaan. Ik kies deze keer ook voor de smartphoneregistratie, om het de organisator gemakkelijker te maken... en zal het me achteraf beklagen. 

Ik bespaar u het verhaal van mijn geklungel met de smartphone en start maar meteen met mijn wedstrijdverhaal. Dat wordt weer een eenzame tocht. Na twee bochten is Servais al uit mijn gezichtsveld verdwenen. Er volgt al snel een "technische" passage op een smal, dalend pad. Ik moet al meteen inhouden. Na een kilometer is het bospad perfect beloopbaar, ik vind zonder moeite de zwarte pijlen en heb zowaar een aangenaam ritme te pakken. Maar aan km 2,6 komt er plots een kink in de kabel. Voor me ligt het kasteel van Colonster... en wijst de pijl omhoog. Is het nu naar links of naar rechts? Ik probeer eerst rechts maar als ik na de bocht geen nieuwe bordjes waarneem, keer ik op mijn stappen terug. Daar komt Patrick Philippe aangestoven. Die staat voor hetzelfde dilemma, kiest ook eerst voor rechts maar neemt dan toch de andere richting. Ik volg dan maar. Het pad wordt hobbeliger en natter maar het gaat flink bergaf en ik kom voor het eerst (en het laatst) onder de 5 minuten. Patrick Philippe heeft zich als een havik in de diepte gegooid en heeft zelfs de fietser achtergelaten die ons daarnet ook niet kon helpen met het juiste parcours. 3,4 km achter de rug met een verdienstelijk tempo, twee rechtse bochten en dan ...de smurrie. Had Alain Guissart het niet gezegd, Servais? Er wachten ons 800 vlakke en glibberige meter op een veldweg die ook druk door mountainbikers wordt bereden. Het modderpad, de omgeving (met links de Ourthe en de snelweg) komt me bekend voor. Ik heb hier nog gelopen maar dan in tegenovergestelde richting. Toen was het overigens nog erger. Een duik in mijn archieven leert me dat de feiten zich (het laatst) afspeelden in 2014, in de Belle Hivernoise. In het gezelschap van Johan Jorissen. Waren mijn benen nog maar zo goed als mijn geheugen... Aan de bocht naar links zijn we er vanaf... en staan we voor een steile muur, terug door het bos. Zo ver het oog reikt, gaat de weg meedogenloos omhoog. Ik kan vandaag de moed niet opbrengen om een poging tot lopen te ondernemen. Ik krabbel in wandelpas naar boven, en kijk met afgunst naar een jonge trailer die me voorbijloopt. De tweede deelnemer (na Patrick Philippe) die ik op mijn tocht ontmoet. Meteen ook de laatste. 

FOTO

Ik heb mijn trainingsjack en broek aangehouden en heb alleszins geen last van de gure temperatuur die er heerst ondanks de zonneschijn.  We worden nog door een groezelig tunneltje gestuurd. Daarachter is er licht maar het blijft klimmen. Aan de vijfde kilometer kruisen we de brede Boulevard du Rectorat. Maar het duurt nog een kilometer, tot aan de Boulevard de Colonster, voor we min of meer boven zijn en ik weer definitief op looppas overga. Stel u daar overigens niet te veel van voor. De fut is eruit. Met kilometertijden ver boven de 8' is mijn gemiddelde toch naar de vaantjes. Nu alleen nog uitlopen en Servais niet te lang laten wachten, is de beperkte opdracht die ik mezelf meegeef. Het tweede deel van het parcours is volgens ervaringsdeskundige Servais redelijk vlak. En volgens mijn eigen bevindingen hopeloos ingewikkeld met vele kronkels en wegovergangen. Ideaal om verloren te lopen. Wat mij ook overkomt aan km 9. Pijlen zie ik niet meer. Ik loop hier enkele keren heen en weer, beland uiteindelijk aan een kruispuntje dat ik herken van bij de opwarming, doe nog een poging rechtdoor maar keer weer op mijn stappen terug omdat ik op die manier ver boven de officiële afstand ga uitkomen. Dan maar richting finish. Ik herken mijn reisgezel Servais niet dadelijk op de Chemin de la Vallée. Hij ijsbeert hier al een tijdje in trainingspak en maakt dan maar een fotootje als ik voorbijslof. Zo bewaar ik toch een visueel spoor van deze loop, ondanks de afwezigheid van pre-corona-fotograaf Marie-Paule. Aan de aankomst verlies ik nog drie minuten bij het inscannen van de QR-finishcode. Te weinig licht voor mijn tanende ogen, kuren van mijn smartphone, enzovoorts... Haha, en wie nu denkt dat ik de enige kluns ben, vergist zich. De gesprekken achteraf gaan voornamelijk over parcoursvergissingen van Patrick Philippe, Daniel Debra en... Servais Halders. Die laatste twee zitten nog verder van de officiële afstand dan uw verslaggever. Servais is ook verkeerd gelopen aan het kasteel van Colonster, heeft wel het pad rechts gevolgd en heeft zo de hele modderstrook overgeslagen. Maar ik zal het niet verklappen... 

Ondanks al deze beslommeringen hebben we toch maar weer een afspraak gemaakt voor volgende week. Blijf gezond en tot het volgende verslag...


zon 14/03/2021 10u30 * Hermée E-jogging (CJPL) * 11,86 km * 01:01:20 * 11,6 * 14/23 (Voorlopig) * 2/2 (Voorlopig) * ♥♥♥♥

Admiraal Beaufort is ons genadig. Hij heeft vanmorgen zijn windmachine ingesteld op stand 4. De storm was voor gisteren geprogrammeerd. En dat is een meevaller op de Haspengouwse hoogten, in en rond Hermée. Want daar heeft de onder coronadruk herwerkte joggingkalender ons naartoe geleid. Het is voor het eerst dat ik een wedstrijdverslag breng over Les Boucles du Djale in Hermée. Nochtans een CJPL-klassieker. Ik heb de wedstrijd wel al drie keer gelopen maar dat was in de tijd dat ik nog de benen van een jong veulen had, nog geen Garmin-horloges bestonden en Groetum nog niet was uitgevonden. In 1995, 1996 en 2000. Nog niet zo lang geleden, in 2015, ben ik er nog eens geweest maar als toeschouwer-filmer. Na een korte onderbreking is de loop er terug, ditmaal in coronaversie, en misschien juist vanwege de coronabeperkingen voor bestaande traditionele organisaties. 

Het is even voor tien. Ik ben bij de eerste aanwezigen op de parking van de lagere school waar de start- en finish-QR-codes zijn aangebracht. Maar de kleine parking loopt snel vol. Mijn maat en eeuwige concurrent Servais Halders is intussen ook ter plekke. We beginnen meteen met onze opwarming en de onmisbare parcoursverkenning in de nabije omgeving. We stellen vast dat de eerste kilometer(s) afwijkt/en van het oude parcours. En vooral dat er weer geknoeid is met de bordjes met pijlen. Als we uitgevogeld hebben hoe het eerste en laatste deel van het parcours in elkaar zitten, is het tijd om onze smartphone uit te halen en de startprocedure in gang te zetten. 

"Lancer la course" verschijnt op mijn mobieltje. ik schiet uit mijn sloffen maar moet enkele meter verder al inhouden om de GSM in mijn heupbandje te kunnen wegsteken. De tijd hierboven heb ik aangepast aan mijn werkelijke looptijd. Want na afloop was ik ook weer vergeten mijn Garmin te stoppen. Door de vele wegvergissingen van heel wat deelnemers in de vorige manches, onder andere Embourg en Sart-Tilman, heeft de wedstrijdjury ook bepaalde tijden moeten aanpassen. Het overslaan van een lus in het bos van Sart-Tilman kostte Servais een "straftijd" van 10 minuten. De Voerenaar legde zich gewillig neer bij de beslissing. Hij bleef trouwens hoog in de uitslag staan en behield een straat voorsprong op de tweede in zijn categorie, die van dit verslag. Ik ben al vertrokken voor Servais - ik bedoel zijn sporthorloge - contact heeft met de satellieten. Zo zien we elkaar toch even tijdens de wedstrijd. Dit genoegen is mij in een reguliere loop nooit te beurt gevallen. Na 30 seconden ben ik dan eindelijk op gang en kan ik de benen al een eerste deugddoende massage geven in de dalende aanvangshectometers. Maar het is al snel oppassen voor gaten en hobbels op een weg in aanleg. Even door een wijkje (voor mooie architectuur moet je niet in Hermée zijn) en dan een smal aarden pad op tussen hoog struikgewas. Ik schuur langs een dennenhaag, even verder langs een laurierhaag en tenslotte langs een stelling aan een huis. Na een kilometer komen we uit op verharde wegen tussen de huizen. Niet voor lang want aan een rechtse bocht worden we een van de hier overvloedig uitgestrooide ruilverkavelingswegen opgestuurd. We zijn dus in open veld tussen weiden en plantages. Het loopt lekker op deze tweede kilometer. Alleszins veel beter dan op training. En daar hoor ik nu, met mijn stijve spieren en krakende gewrichten, tevreden mee te zijn. Ik heb de indruk dat Servais lang achter blijft maar rond km 3, weer tussen de huizen van het gehucht Broux, is hij daar. Nu ik het er toch over heb, Broux hoort bij Oupeye. Hermée trouwens ook. Ik wissel enkele woorden met Servais. Terwijl hij mij voorbijloopt probeer ik mij een idee te vormen van het verschil tussen een gemiddelde van 4'15" en 5'15" (dat van hem en dat van mij) door te letten op zijn tred en zijn schouderbewegingen. Ik zie zijn oranje shirt nog lang voor me. Nog Zo'n 2 kilometer op de lange rechte stukken. De oranje streep wordt hoe langer hoe smaller en uiteindelijk nog een stipje. Boven op de top van een helling op km 5 lijkt het stipje verdampt in de onderste luchtlagen. Maar nu sla ik een deel van het verhaal over. Ik keer terug naar de doorkomst van Broux van daarnet. Eerst een mooie passage door een brede, gebetonneerde holle weg. Holle wegen maken me gelukkig. Als je dan nog kan genieten van je tempo, ziet de wereld er mooi uit. Maar het kan snel verkeren. Want aan km 3,5 komen we op een brede rijweg uit, een betonnen streep tussen de kale velden, oplopend en met tegenwind. Moeten we recht naar het dorp voor ons (Houtain-Saint-Siméon, zie ik later op de kaart)? Het oranje merkteken draait naar links. Ik volg blindelings, op zo'n 150 meter. Alles wat er net was, is hier ook, maar in een krachtiger versie: steiler en met meer wind. We zijn bezig aan de moeilijkste strook van het parcours, daar bestaat geen twijfel over. Al heb ik geen herinnering aan dit deel. Onophoudelijk golvende ruilverkavelingswegen in de wind, dat is het DNA van de Boucles du Djale in Hermée. De lussen van de duivel, in het Nederlands. Het is maar dat je het weet. Ik haal 10 km per uur in die loodzware vijfde kilometer en dat vind ik helemaal niet slecht. Stel je voor dat we hier gisteren hadden moeten lopen. Ik had de takelwegen moeten bellen om vooruit te geraken. 

We krijgen even een adempauze op het plateau en dadelijk de afdaling naar rechts waarschijnlijk. Maar de pijl op de rijweg wijst naar links en we moeten weer klimmen. De percentages zijn nog net behapbaar maar het blijft knokken tegen de wind. Ik zie een gestalte rechts boven. Zou dat Servais zijn? Maar snel schijnt hij niet vooruit te gaan. Opnieuw verkeerd gegokt, we moeten naar links. De nieuwe afdaling levert me een kilometertijd onder de 5 minuten op. Op de volgende splitsing wijst de pijl weer een andere richting uit dan verwacht. Gelukkig kan ik mijn tempo handhaven en geniet ik van de mooie weg langs een plantage. Links aan de einder ligt het industriële randgebied van Luik. Ik ontwaar ook de contouren van een terril in de nevel. Het is opnieuw duwen in een klim. Gelukkig heb ik nog genoeg jus in de benen. Ik groet een ouder wandelend koppel, ook vertrokken aan de school in Hermée. In deze tijden ben je blij dat je een levend wezen ziet, laat staan twee levende wezens. Even verder loop ik voorbij de fluo-juffrouw die ik kilometers geleden ook al ben gepasseerd. Zij heeft het opnieuw te druk met haar telefoon en gunt me geen blik. Pas sympa! Na 8,2 km verlaten we het plateau en nemen we een bocht naar de eerste huizen. Verdorie, hebben we even geluk zeg, dat we de Chemin des Pins in dalende richting mogen nemen. Met 7% is die een stuk steiler dan de vorige hellingen die we klimmend moesten bedwingen. We hebben intussen 9 km achter de hielen. Tijd om de richting aankomst in te slaan, hoop ik. Maar het eerste gebod van de duivel van Hermée is "Gij zult 11,5 lopen" en we worden rechtdoor gestuurd, de Rue de Fexhe-Slins over. Weer verder van de dorpskern weg en opnieuw op ruilverkavelingsbeton. Nog maar even doorbijten. Er gebeurt niets wereldschokkends hier, tenzij je de ontmoeting met drie baasjes en hun honden/hondjes zo wilt noemen. Tussen een weide en een laagstamaanplanting kruipt de weg weer omhoog. Dit zal toch wel het laatste klimmetje zijn, denk ik en hoop ik. Dat klopt ook en ik maak me klaar om met een tevreden gevoel de laatste kilometer aan te vatten op weg naar de Rue Vinave. Km 11,1: bocht naar ... links of rechts? Geen pijl te zien. Ik moet in een oogwenk beslissen. Toen ik hier aan het filmen was in 2015 stoof Jo Vrancken de rechterkant op. Ik kies voor die richting maar moet aan het kruispuntje even verder vaststellen dat ik het parcours kwijt ben. Jammer, weer een wegvergissing, voor de derde wedstrijd op rij. Mijn Garmin wijst al bijna 11,5 km aan. Qua afstand zit ik veilig. Niemand te zien op straat, dan maar op goed geluk het schooltje zoeken. Oei, hier ben ik weer op de opengebroken weg van de eerste kilometer. Ik moet terug, rechts in. Daar staat een man in trainingspak. Ik moet dichterbij komen om Servais te herkennen. Mijn GSM heb ik al in mijn handen, de tijdsregistratie verloopt al wat vlotter dan vorige week. Maar dat moet ook nog veel beter. 

Enfin, ik ben binnen. Servais is tevreden over zijn loop. En voor mij hetzelfde. Droge kleren aantrekken, een slokje drinken en even bijpraten met Richard Mathot, anderhalve maand geleden geopereerd aan de knie. Het is twaalf uur. Tijd voor de noen, we vetrekken. En Richard begint aan zijn ronde, gegangmaakt door zijn vrouwtje op een blitse elektrische vouwfiets.  

Volgende zondag afspraak tussen de boomgaarden van Aubel. 


zon 21/03/2021 10u30 * Aubel Jogging Connect (Challenge L'Avenir) * 9,8 km * 00:48:56 * 12 * 193/378 (Voorlopig) * 3/4 (Voorlopig) * ♥♥♥♥

Ik heb nu de smaak te pakken en ben weer op weg naar een e-jogging, of zoals die van de Challenge L'Avenir zeggen, een jogging connect. Marie-Paule is er voor het eerst dit jaar ook bij. De  markt van Aubel is een prima aanleiding om wat frisse lucht te happen. Voor mij is Aubel vooral synoniem van een aantrekkelijk parcours op mijn maat gesneden. Als ik de sleutel van mijn wagentje uit het contact haal, wacht ons een verrassing. Een man in een warme jas en met de pet strak over het hoofd getrokken, komt in onze richting. Is dat toch niet Servais Halders? Ik had hier met mijn kompaan afgesproken om zoals de vorige zondagen de loop "samen" te betwisten. Maar een shot AstraZeneca heeft Servais klein gekregen. Tijdelijk, mag ik hopen. Maar de Voerenaar heeft zijn voorzorgen genomen en onder het mom van een verkenning vorige donderdag, de afstand afgelegd en die netjes op de startapp opgeslagen. Zijn putsch was wel heel goed voorbereid, hij had zelfs zijn gemeentegenoot Kris Pipeleers als haas ingehuurd. In elk geval, bij een vergelijking van onze tijden kom ik er weer bekaaid vanaf. Hij is met flanellen benen en rillend lijf toch maar naar het buurstadje van Voeren gekomen om mij moreel te steunen... en inkopen te doen op de markt. En om me assistentie te verlenen bij de startprocedure die lichtjes verschilt van die in de Challenge van de provincie. (Zie foto) Tijdens mijn opwarming verken ik deze keer vooral de eerste kilometer. De laatste kilometers houden geen geheim meer in voor me. Ik sta hier trouwens al voor de vierde keer op de startlijst. 


FOTO

Terwijl ik aan het inlopen ben kruis ik Ronny Vanhay van Mal die al aan zijn inspanning bezig is en er zo te zien voluit wil voor gaan. Achteraf verneem ik dat hij wat blij is dat hij de Waalse virtuele lopen ontdekt heeft via mijn Strava-account. En zo kun je een goede daad verrichten zonder het zelf te weten. 

Ik begin eraan om halfelf. Vanop de markt waar de vorige jaren ook de start was. Het is hier druk en ik moet uitwijken om voldoende afstand te houden van de bezoekers, allen met mondkapje. Ik ben meteen op kruissnelheid. Ik heb geen reden om hier de kat uit de boom te kijken in de eerste kilometers. Dit parcours ligt me. Nu is het alleen afwachten hoe de benen reageren op een hoger ritme dan tijdens mijn  trainingen. Dat voelt prima aan, stel ik al vast na 1 kilometer. Nu dat nog 8 kilometer volhouden. Ik ben bezig aan het eerste luik van de ronde, de lussen door een woonwijk. Een heel verschil met de troosteloze woonblokken in Hermée, vorige week. Met mooi asfalt en zonder verkeer op deze zondagochtend. De richtingpijlen zijn duidelijk aangebracht en nog allemaal intact. Hier wonen geen hooligans... En een gevoel van eenzaamheid dat vorige week op de loer lag in de weidse Haspengouwse vlakten, moet je hier niet vrezen. Ee zijn nogal wat wandelaars op pad en andere deelnemers. Aubel is altijd al een publiekstrekker geweest en kan ook in dit bijzondere jaar prat gaan op een indrukwekkend vertrekkersaantal. Ligt dat alleen aan het parcours? Iemand een idee? Ik ben al snel enkele (veel) tragere deelnemers voorbijgegaan. Nog een opsteker! Wat me wel bezighoudt is de vraag of dit het parcours is waar we vorige jaren in groep werden opgestuurd. Een onbelangrijke vraag, maar nu er geen concurrenten in de buurt lopen, moet mijn rusteloze geest toch actief blijven.

Na 3km beginnen we aan deel twee van het parcours: een ronde tussen de weiden en boerenhoven. Zoek niet verder op de kalender: mooier dan dit, vind je niet. Ik heb deze omgeving al bezongen in vorige verslagen. Nu kan ik er nog meer van genieten... in de stilte. Aan km 3,5 groet ik enkele ezeltjes in een weide. Even later hoor ik getrappel in de achtergrond. Niet van paardjes (die ben ik daarnet voorbijgegaan) maar van een loper met een zware tred en een hoog tempo die een gezel op sleeptouw neemt. Enkele meter achter hen probeert een derde man aan te klampen. Dat is een bijter, zie ik anderhalve kilometer verder, als hij nog steeds op dezelfde afstand achter het duo aanzit. We nemen een bocht voor een afdaling. Het hogere tempo geeft mogelijk een antwoord op de vraag of mijn knieën de grotere belasting zullen verdragen. Geen probleem, blijkt. Ik maak me de laatste week zorgen over pijn in beide knieën. Overigens zijn dat niet dezelfde  klachten voor beide gewrichten. In de linkerknie is er sprake van "gewone" slijtage. In de rechterknie voel ik waarschijnlijk de gevolgen van enkele valpartijen op dat lichaamsdeel, ook al is dat al enkele jaren geleden. Voorlopig kan ik nog verder, maar hoelang nog? Ik heb in elk geval de reconversie al aangezet... als wedstrijdorganisator. Lees meer in de rechterkolom naast dit verslag. 

Enkele langere afdalingen in km 4 en 5 helpen mij aan tijden rond de 4'45", het beste wat ik nog vermag. Ik heb intussen wel het vertrouwde parcours teruggevonden. Alleen de doortocht door de woonwijk (deel 1) is blijkbaar van mijn harde schijf gewist. Tussen de afdalingen zitten er ook klimmetjes, of wat had je gedacht. Die zijn net niet lang en steil genoeg om mij in ademnood te brengen. Ik blijf in de buurt van de vijf minuten per kilometer. Niet dat ik na elk gezoem en getril (kilometer voorbij op de Garmin) naar mijn horloge lonk. Dat is voor na de loop, nu geeft het gevoel het tempo aan. Daar is die kuitenbijter naar de hoeve op de heuvel en nog wat verder. Ik heb een duo voor me opgemerkt. Ideaal die mikpunten. Ze gaan net snel genoeg om me nog een volle kilometer bezig te houden. We nemen de bocht aan km 7, waar we daarstraks na km 3,8 vanuit de andere richting zijn voorbijgekomen. En waar in andere tijden, vorig jaar nog, de bevoorrading was. De Jogging des Vergers was vorig jaar een van de laatste lopen die nog nipt aan het wedstrijdverbod zijn ontsnapt. Nu naar rechts, nog even een mooi stukje op het plateau, dan de steile afdaling naar de Route d'Aubel. Hier echt halt houden en opletten voor het verkeer in beide richtingen, heeft de organisatie ons op het hart gedrukt in haar communicatie. Geen overbodige waarschuwing. 

Aan de overkant is er nog een korte bocht naar de Ravel. Hier begint deel 3. Die indeling heb ik zelf bedacht. Spreek de challenge daar niet over aan... En dat betekent nog twee kilometer licht stijgend naar het voetbalveld van Aubel. De eerste honderden meters zijn het moeilijkst, vertellen de benen. Het pad is dit jaar volledig geasfalteerd, merk ik op. Dat komt me vandaag goed uit met mijn nieuwe schoenen. In droge omstandigheden zou ik nochtans het oude assen pad verkiezen. De weg mag een lange rechte streep zijn, er is heel wat afwisseling door de groepjes lopers en wandelaars die onderweg zijn. Ik schiet ze voorbij aan de rechterkant waar nog een lichte onverharde strook ligt, vandaag met net te veel plassen om erop te blijven lopen. Ik schiet ze voorbij, las je daarnet. Dat betekent dat mijn tempo heel wat hoger ligt, maar voor het overige in het volledige veld aan de lage kant ligt.

FOTO

 

Het mooie stukje onder het brugje door (ik val in herhaling met mijn beschrijving van het parcours, maar ik word meegesleept door de charme van de omgeving) en dan op weg naar de tweede kruising met een rijweg. Hier steekt plots een windvlaagje op. Was dat niet gebeurd, had ik zelfs niet over dat natuurverschijnsel hoeven te schrijven. De rijweg over dus. Een bestuurder in een machtige SUV stopt om mij vrije doorgang te verlenen. Deze vriendelijke man moet een kenner zijn die beseft dat ik hier aan een betere prestatie bezig ben. Voorbij het steenkoolwagentje (links) en de monumentale pot siroop (rechts in de hoogte). Lees mijn vorige verslagen om helemaal mee te zijn. In de verte zie ik het rood-witte hekken waar ik de bocht naar links moet nemen. Daar zijn ook Marie-Paule en Servais. Zij hebben er een klein uurtje markt van Aubel op zitten. Nog een afdaling op een smal pad en dan vijftig meter rechtdoor naar het aankomstbord. Deze rechttoe-rechtaan-finish lijkt me beter dan het traditionele laatste rondje achter de staantribune en de doelpalen. Dat is voor de toekomst. Het heden leert me dat ik onder de 50 minuten ben gebleven. Die tijd leek me vooraf nochtans te hoog gegrepen toen Servais mij die doelstelling voorhield. Opdracht met succes afgewerkt. Tussen haakjes, de hierboven aangegeven tijd is voor mij de enige echte. Degene die ik zelf heb geklokt. Toch een twee minuten minder dan wat in de officiële rangschikking wordt aangegeven. Of dat de reden is waarom ik achter nummer 2 in mijn categorie, Raymond Jungbluth, eindig? We zullen het nooit weten. Ik gun het Raymond wel, al jaren trouw op de afspraak in de Challenge L'Avenir.  

Euh, en vergeet je niet in te schrijven voor de Virtuele Vredesloop in Vroenhoven. 

Foto's: Marie-Paule


zat 03/04/2021 10u30 * Bolland Jogging Connect (Challenge L'Avenir) * 9 km * 00:48:40 * 11,1 * 95/206 * 2/5 * ♥♥♥♥

Het is best fris als we uitstappen achter de bescheiden tribune van CS Bolland. Ik heb mijn maat Servais Halders kunnen overhalen om de Jogging du Foot in de buurt van Herve te betwisten. Na een uitgebreide opwarming en een eerste kennismaking met de stekelige hellingen en steile afdalingen van de eerste anderhalve kilometer, ga ik als eerste van start. Dat wil zeggen na weer veel geprul met mijn smartphone. Mijn kompaan is niet alleen veel sneller - dat is niets nieuws- hij is ook beter voorbereid op de startprocedure dan ik. Het startnummer (verschillend per loop in deze challenge) netjes in het hoesje van zijn GSM genoteerd en de leesbril in aanslag. Zijn tempo kan ik niet volgen, zijn praktische voorbereidingsstrategie moet ik me wel kunnen eigen maken. 

Het vertrek is op dezelfde plaats als de reguliere loop, aan het voetbalveld midden tussen de weiden. De dorpskern zelf krijgen we helemaal niet te zien. We kunnen onmiddellijk de grote molen ronddraaien in de eerste sterk dalende kilometer. Die is ook meteen goed voor mijn snelste kilometertijd. Aan dat gejaag komt abrupt een eind als we in een bosje steil omhoog moeten, en dan nog op een hobbelig paadje waar alleen de buitenste stroken enig houvast bieden voor de benen. Het blijft stevig klimmen op het asfalt tussen enkele huizen en boerderijen. Mijn benen blokkeren meteen. Hier gaat Servais me met korte maar soepele pasjes voorbij. Dan volgen 600 meter steil bergaf, ongetwijfeld op weg naar de tweede helling op het parcours. In het dalletje zie ik Servais voor het laatst. Daarna is hij onstuitbaar op weg naar een tijd onder de 40'. De 25 seconden meer in de uitslag zijn het gevolg van de smartphone-registratie aan de finish. Je zult zien, mijn system voor de Vredesloop is handiger en eerlijker. Mijn benen hebben de eerste klim nog niet verteerd of de tweede langere helling ligt al op me te wachten. Een leuke wandelroute in het bos voor wie een goede conditie heeft, een martelgang voor wie - zoals ik - nog naar het goede loopritme zoek. Zwaar hijgend klauter ik omhoog, troost zoekend in de gedachte dat boven het moeilijkste voorbij is. Dat is aan een bocht naar rechts waar een familie wandelaars op een bank probeert te bekomen van de inspanningen. Die rustpauze kan ik me niet veroorloven. Als het bos achter me ligt, heb ik een mooi uitzicht op de weiden en de vallei rechts. Dit is een bijzonder fraaie weg met zo te zien gloednieuw asfalt. Op de Mur du Couvent (de kloostermuur) - zo heet de weg - haal ik net niet de 5', daarvoor werken de stijgende stroken te veel tegen. Ik moet even opzij voor een brede SUV die de hele breedte van de weg voor zich opeist. Voor het overige kan ik hier in alle rust genieten van het landschap. Ik begin langzaam in mijn ritme te komen. Het wordt ook stilaan tijd, ik ben bijna halfweg. In de verte zie ik een loper op een volgende helling, de derde en de laatste. Daar moet ik ook nog boven geraken. Dat lukt al een stuk beter dan daarnet. De stijgingsgraad is hier ook heel wat milder. We komen even tussen de huizen. Een zwarte pijl op roze achtergrond wijst naar rechts. Voorlopig (let op het woord) vind ik het parcours zonder problemen. Mijn aandacht wordt ook getrokken door een waarschuwing in het Frans en het Nederlands " Attention, passage dangereux, gevaarlijke oversteek". Is dat voor ons? Er komt straks een gevaarlijke passage in Herve aan, maar dan worden we toch wel heel lang vooraf gewaarschuwd.

Na een korte afdaling lopen we links een veldweg in voor een boerderij. Ik herken deze passage. Ik was hier ook in de zomer van 2018. Toen had ik overigens 2 minuten minder nodig dan vandaag. Dat bewijst twee dingen. Een: in een loop tegen de tijd heb je net dat tikje minder grinta dan in een wedstrijd met concurrentie. Twee: de leeftijd, zeg maar de ouderdom, vergeeft niet. De veldweg buigt af naar links. Het is hier spitsroeden lopen tussen puntige stenen. Op het gras even verder is het lekkerder lopen en ik haal nu snel de loper in die ik daarnet in het vizier heb gekregen. Hij is, buiten Servais, de enige deelnemer die ik vandaag tijdens mijn loop tegenkom. Een groepje babbelende dames in looptenue verspert nog even de weg. Ik vind nog een klein gaatje en kom nu in de bebouwing van Herve. Over een rijweg. Niet ongevaarlijk, na een scherpe bocht. Dat moet de oversteek zijn die een kilometer voordien is aangekondigd. 

Vanaf km 6,6, voor de grote donkere maalderij aan de Rue des Meuneries, worden we de Ravel opgestuurd. Het gaat heel lichtjes bergaf en strak rechtdoor. Tijd om snelheid te maken. Bij mij is dat nu onder de 5'. Met mijn excuses aan wie die dit een slakkengangetje vindt. Hier zullen we ergens rechtsaf moeten slaan naar het voetbalveld en aankomstlijn. Aan km 7,6 zie ik rechts wel een bordje staan... maar ik zoek tevergeefs naar een weg. Dan maar verder. Misschien moeten we even verder rechts in, denk ik. Maar ik zie geen weg meer naar rechts. Toch maar verder tot ik in de verte het stationnetje van Melen ontwaar. Dit is zeker te ver. Ik druk mijn Garmin in, maak rechtsomkeer en jog terug richting Herve. Daar zie ik dan toch de pijl waar ik naar zocht. Een U-pijl om langs een parallelle weg terug in Bolland uit te komen. Waarschijnlijk net achter een van de dikke keien langs de weg verborgen toen ik er voorbijkwam. Dan maar mijn Garmin opnieuw ingedrukt en op snelheid naar de finish. Na een korte aanpassing ben ik weer snel op snee voor de laatste anderhalve kilometer die grotendeels vlak is. Ik heb Servais wel heel lang laten wachten vandaag. Hij heeft al ruim de tijd gehad om uit te lopen. Ontgoocheld door de wegvergissing en de bijkomende minuten verlaat ik Bolland. De rijstevlaai en Leffe tijdens mijn tussenstop in Voeren zijn wel balsem op de wonde. Maar een dag later komt alles toch goed. In de eerste versie van de uitslag bengelde ik nog ergens achteraan. Maar de organisatie verhoort mijn bede om mijn echte tijd in de tabellen op te nemen. Bedankt. 


zon 11/04/2021 10u30 * Cointe E-jogging (CJPL) * 9,6 km * 00:53:02 * 10,2 * 68/100 * 2/4 * ♥♥♥♥

Servais moet vaak naar zijn GPS kijken als we de weg zoeken naar het sportpark aan de Boulevard Gustave Kleyer in Cointe. Hij zag nochtans het levenslicht in de buurt, in het ziekenhuis Sainte Rosalie. Maar ja, dat is ook al weer bijna 71 jaar geleden. Het is ongezellig koud en nat op het westelijke plateau van Luik. We beginnen maar meteen aan onze opwarming, annex verkenning van deze E-jogging. De vijfde al dit jaar die we samen aanpakken. We hebben de reguliere jogging al vaker betwist, Servais zelfs vijfmaal. Maar een nauwkeurige prospectie van de begin- en eindkilometer in het park is geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd of ik er ditmaal wel in slaag het parcours af te leggen zonder wegvergissingen. Want er zitten nogal wat lussen en kronkels in dit stedelijk parcours. 

Aan de start worden we begroet door de grote manitou van de oudste Luikse challenge, Pascal Julin. Ik vertrek ook weer als eerste. Het scannen van de code en het ingeven van mijn nummer verlopen zonder problemen maar ik verlies toch weer tijd in de eerste honderd meter. Eerst door twijfels of de smartphone mijn vertrek wel heeft geregistreerd en vervolgens bij het opbergen van de telefoon in mijn heupbandje. Enfin, ik ben daarna snel in mijn ritme. En begin even voorbij de rotonde in wat het centrum van Cointe moet zijn aan een lus in een statige villawijk. Het is fijn lopen op de Avenue des Platanes en de Avenue des Ormes. Mooi asfalt, een licht wiegend reliêf en zondagse rust. Wat wil een mens nog meer? Ik kruis nogal wat zondagslopers die een gezondheidsloopje doen en niet behept zijn met tijden en klassementen, zoals de figuren die de revue passeren in mijn verslagen. Servais heeft me al snel ingehaald. Ik krijg nog even de tijd om de imposante reclame van sponsor MJ te bewonderen op zijn zwart trainingsvest. Dan is hij ribbedebie. Na 2,8 km kom ik terug aan de rotonde. Ik zie wel Le Mémorial, Le Plateau Gourmand, Le Kleyer, het kantoor van Belfius maar niet de pijl die mij de weg moet wijzen. Lap, 15 seconden aan mijn been. Ha, toch, links. Ik trek me weer op gang op de stijgende Rue du Batty. Een linkse bocht naar de Rue Professeur Mahaim. Leuk, weer een afdaling. Tot ik plots uitkom bij een hekken. Van een ziekenhuis, zo te zien. Moet ik hier verder op dit privédomein? Ik hoor een stem. Een dame roept me iets toe vanuit een gebouwtje. "Vous ne pouvez pas entrer ici, Monsieur", herhaalt de dame als ik de deur heb geopend om haar duidelijker te verstaan. "Ik ben aan de wedstrijd bezig en heb me blijkbaar vergist", antwoord ik. "La" course, bedenk ik meteen. Die juffrouw zal zeker niet weten waarover ik het heb. Maar ze wenst me nog een prettige dag. Terug vanwaar ik kom. Na 150 meter merk ik de pijl op. Maar die hangt achter een muur aan de kant vanwaar ik kwam. Ja, jongens. 250 meter te veel gelopen en 1'30" verloren. Maar het had nog erger gekund. Als ik enkele uren later mijn Garmintrack afspeur en Google Streetview te voorschijn haal, merk ik dat ik op het punt stond een Hôpital Psychiatrique  binnen te lopen. Als de dame nu eens gezegd: "Blijft u maar hier, mijnheer"?! 


FOTO

Na dit akkefietje zet ik mijn weg verder, nog steeds in een aangenaam tempo. Dat wordt bruusk verstoord door een bult tot 17% (zie foto). Ik schakel meteen over op lijfsbehoud en ga stapvoets naar boven. Gelukkig zijn we er snel vanaf en gaat het op en af verder langs een groene zone. Dat blijkt de achterkant van het sportpark te zijn. Na 4,5 km duikt er een nieuw parcoursprobleem op. De pijl wijst duidelijk naar een pad door een parkje. Moet ik hier in? Toch maar links ingeslagen. Net op dat ogenblik word ik ingehaald door een snellere loper achter me. Ik schrik even wanneer hij me groet maar weet nu tenminste dat ik goed zit. Aan km 4,8 sta ik opnieuw met de handen in het haar (bij manier van schrijven). Er zit weer een kink in mijn Garmintrack. Nog eens 10 seconden weggegooid. Even later als ik weer op het juiste pad ben, verlaten we de dichte bebouwing. De afdaling leidt onherroepelijk naar een nieuwe klim, zo gaat dat in deze contreien. Een bocht naar rechts aan km 5,6 markeert het begin van de langste klim van het parcours. Ik herken deze strook aan de rand van de stad. Rechts een bakstenen muur en verder zelfs een akker. Ik probeer uit de rode zone te blijven zonder te veel aan tempo in te boeten. In elk geval ben ik snel bij de loper die ik bij de voet van de klim in de verte heb gezien. Op de stijging van 800 meter moet ik slechts een kleine 100 meter op wandelmodus overschakelen. En kan ik boven op de kasseitjes van de Rue des Grands Champs weer mijn snelle benen boven halen. Disclaimer: snel voor de tweede oudste van het deelnemersveld. Dadelijk meer over de oudste. De geur van verse croissants prikkelt mijn neusgaten. Ik snor voorbij de wachtenden aan de bakkerij L'Alliance du Pain. Dat heb ik dan weer opgemerkt. Nu maar hopen dat ik de volgende pijl niet mis. En dat scheelt niet veel! Het witte karton hangt achter de bocht die we moeten nemen. 

FOTO

Het lijkt wel opzet om de deelnemers op het verkeerde been te zetten. Hier overdrijf ik, maar snugger is het alvast niet. Nu, ik heb de pijl op tijd opgemerkt en neem de Rue du Bel Horizon om de afdaling van de Boulevard Gustave Kleyer aan te vatten. Overigens is de horizon vandaag miezerig. Het is weer licht aan het regenen gegaan. Maar mij hindert het aprils grilletje niet. Ik heb nu maar één doel meer voor ogen: zo snel mogelijk de doorweekte piste van Cointe bereiken... en Michel Mancini van de tweede plaats bij de veteranen 4 verdringen. De oudste van deze loop staat al in de uitslag met een tijd rond het uur. Ik mag hem de tweede plaats toch niet in de schoot werpen door mijn parcoursfouten. Ik ga voluit langs de boulevard, nu eens op de keitjes van het geïmproviseerde voetpad, dan weer op het asfalt van de fietsstrook langs de rijweg. Voor geparkeerde auto's door, tussen geparkeerde auto's en hagen, rakelings langs een Luikenaar die net met zijn boodschappen van de winkel komt... We moeten nu scherp linksop. Omhoog het park van Cointe in. Het tempo is er volledig uit maar ik wil ook geen risico's nemen op de glibberige en smalle bospaden. Nog even naar beneden op de hobbelige steentjes tot ik weer tempo kan maken op de brede, zij het verzopen wandelpaden in het park. Ik werp een blik op mijn Garmin en zie dat het snor zit. Ik zit ruim onder de tijd van Michel. Nog een rondje op de afgeleefde piste en de trapjes op naar de QR-code. En raad eens wat? Het ingeven van mijn gegevens lukt zonder haperingen. Oefening baart dan toch kunst. 

Ik dribbel tevreden terug naar de auto en een verkleumde Servais die alweer veel geduld heeft moeten oefenen. Hij nam daarnet nog een fotootje van me. Jammer dat ik hem nooit kan kieken wegens altijd achter. Ondanks het matige gemiddelde ben ik erg te spreken over mijn wedstrijdgevoel. Dat hoop ik in elk geval vast te houden in de volgende dagen en weken met verschillende uitdagingen op het programma, onder andere de Vredesloop in Vroenhoven. Tot een volgend verslag, bij leven en welzijn heel binnenkort.


don 15/04/2021 10u30 * Montzen Jogging Connect (Challenge L'Avenir) * 8,2 km * 00:43:02 * 11,4 * 69/156 * 1/3 * ♥♥♥♥

"Ce que femme veut, Dieu le veut" zeggen ze bij onze zuiderburen. En dus staat Servais Halders vandaag ter beschikking van zijn schoondochter. En moet hij verstek laten gaan voor de Jogging Connect in Montzen die ik in mijn programma heb opgenomen. Waarom op een donderdag? Dat heeft te maken met de Covid-19 vaccinatie die mij straks te beurt valt. Om eventuele bijwerkingen voor te zijn, heb ik de Jogging van Montzen vandaag ingepland. Ik dus in mijn eentje naar het oostelijke Land van Herve. En in het charmante dorpje zelf verwacht ik ook een eenzame ervaring. Maar dat blijkt hoegenaamd niet het geval te zijn. Zowel voor als na mijn loop is er beweging van andere deelnemers op het dorpspleintje. 

Ik ben er al voor tienen. Want ik wil deze keer elke wegvergissing uitsluiten met een uitgebreide verkenning. Het eerste deel is me voldoende bekend van mijn vorige twee deelnames. Maar ik wil vooral mijn kennis van de laatste lus opfrissen. Bij mijn verkenning loop ik dan toch weer een dikke kilometer te ver. Dat komt ervan als je tegen de richting inloopt. Maar uiteindelijk zie ik alles wat ik wil zien. Ik herken het offroad gedeelte maar had vooraf niet de link gelegd met deze loop. Toch maar mijn eigen verslagen nalezen voor ik naar de wedstrijd vertrek. Goed, op het ogenblik dat ik de QR-code scan, heb ik er voldoende vertrouwen in dat ik deze keer de ronde wel zal kunnen afleggen zonder haperingen. Om het verhaal over het "spoorzoeken" maar meteen af te sluiten, meld ik dat ik deze keer niet verkeerd loop. Uiteindelijk is er maar één hapering en dat is in het begin van de loop. In de eerste 200 meter loopt er weer van alles verkeerd. Ik vergeet mijn Garmin in groene, dus ready modus, te zetten. Gelukkig is hij meteen klaar omdat ik tijdens de verkenning al verbinding met de satellieten had gemaakt. "Le départ est pris" meldt de app. Eerst uitkijken naar het verkeer want we moeten al meteen oversteken aan een kruispuntje in het centrum van het dorp. Dan de smartphone in mijn heupbandje zien te wringen. Dat lukt maar na meer dan 100 meter en nadat het kleinood bijna door mijn stretchbroek naar het asfalt van de Rue Hubert Denis was gegleden. Mijn sportbril heeft dat bewuste asfalt wel gekust. Snel opgeraapt en verder. Mijn leesbril - nodig om de startcode in te geven - bengelt aan mijn nek. Ik heb nog enkele tientallen meter nodig om het onmisbare accessoire een plaatsje te geven achter de elastiek van mijn broek. En mijn sportbril houd ik dan maar in mijn hand. Die heb ik meegenomen om voldoende te zien in het bosje waar we straks door moeten.

Voilà, nu ben ik echt vertrokken. Ik leg er meteen de pees op om de verloren tijd in te halen. De weg stijgt lichtjes tussen de bebouwing en hier en daar moet ik de "pechstrook" opzoeken om me uit het passerend verkeer te houden. Daarna wordt het vlak en stil tussen de weiden. Even voorbij het waterkasteel De Graaf (en wat nu een visvijver geworden is) moeten we links op. Ik houd goed stand in de eerste klim. De steilste meters wachten op het einde tussen hoge bermen. Na 2,2 km ben ik op het hoogste punt van het parcours waar ik kort van een mooi panorama kan genieten. Daarna gaat het in gestrekte vaart naar beneden. Eerst tussen de weiden en voorbij een loslopende maar brave hond en een boerderij met koeienstal. ( Weet je wat ik denk? Dat die hond en die boerderij bij elkaar horen. ) De dalende weg weet van geen ophouden, ook niet tussen de huizen. Ik laat het tempo niet verslappen, wetende dat ik maximaal voordeel moet zien te halen uit het eerste deel van deze 8km-loop. Na 3,9 km  komt er tijdelijk een einde aan het dalende profiel. De lopers die ik daarnet voor me zag en graag als mikpunt had willen inschakelen, zijn plots verdwenen. Waarschijnlijk zijn het deelnemers aan de korte loop en zijn ze links afgeslagen. Ik dus naar rechts onder een viaduct door. Ik probeer de bocht zo scherp mogelijk te nemen om geen overbodige centimeters af te leggen en ook om een kleine dreumes met roze fietshelmpje voor te zijn. Maar dat meisje heeft ook een willetje en peddelt vastberaden naar de rechterkant. Enfin, ik kan een botsing en een kindermoord nog net vermijden en rep me dan maar naar de overkant om verder onheil te voorkomen. Rechts wacht een juf met een sliert gele vestjes op fietsjes op het achterblijvertje. Daarom was ze zo gehaast. Nu, dat ben ik ook en ik blijf het ritme vasthouden op een korte stijging. Na een stukje afdaling verlaten we de rijweg weer om links de Ravel in te slaan. Die is onverhard maar licht dalend en perfect beloopbaar. Ik loop nog altijd op de grote plaat en kan na een bocht naar een asfaltweggetje het gashendel nog verder opendraaien. Ik heb nu enkele mooie kilometertijden neergezet. Maar bij het oversteken van het beekje is de pret voorbij. 

Het steilste stuk van het parcours komt eraan. Een gedeelte van de lus door het bos heet Sherwood Ring. Dat blijkt de titel te zijn van een Engelse roman voor jonge volwassenen. Het verband kan ik niet verklaren. Overigens heb ik op die Sherwood Ring wel iets anders aan mijn hoofd. De asfaltweg schiet dus plots steil omhoog. Twee oudere wandelaars kunnen mijn gehijg van ver horen en maken plaats als ik een smal en nog steiler bospad indraai. Ik spaar mijn energie een honderdtal meter om op het vlakke gedeelte in het bos weer soepel rond te draaien. De wandelaars zullen meer kunnen genieten van het tapijt van witte voorjaarsbloempjes tussen de bomen. Het parcours houdt na mijn verkenning van daarnet geen geheimen meer in en ik kan dus met gerust gemoed aan de afdaling beginnen, nog steeds in het bos dus. De volgende 500 meter tussen km 5,7 en 6,2 zijn bezaaid met natuurlijke en kunstmatige obstakels. Ik vat samen: een bijwijlen glibberige afdaling op het gras, over twee krakkemikkige bruggetjes, een mini-chicane met draaipoortje, een modderige passage op het diepste punt, vijf dikke schijven boomstammen (je springt van de ene naar de andere om niet in de modder weg te zakken), een steil en hobbelig klimmetje bezaaid met boomwortels en tenslotte een afdaling van een gladde berm waar je je aan een reling bestaande uit smalle boomstammen moet vastgrijpen om niet naar beneden te rollen. En het sterkste is dat ik er zonder ongelukken door geraak. Ik heb intussen een achtervolger horen aankomen. Aan het geluid te horen springt hij zonder aarzeling van de ene (liggende en in de breedte afgezaagde) boomstam naar de andere. Hij gaat me voorbij op de Ravel die we nu weer hebben bereikt. Sébastien Hansez wenst me nog "courage". Courage heb ik wel maar ik weet van mijn vorige wedstrijdpassages hier dat deze strook wel uitnodigt tot een versnelling maar dat de benen intussen al een flinke knauw gekregen hebben na de off-roadlus. Ik begin nu aan het laatste deel van het parcours. Door een mooi stukje Land van Herve, bovendien in dalende lijn, kan ik me opmaken voor de laatste moeilijke klim van de dag. Die duurt langer dan verwacht maar ja die 500 meter met de auto (ik was hier mijn verkenning gestart) gaat net dat tikkeltje makkelijker dan op twee benen. Een jonge moeder en dochter zien mij afzien in de laatste meters voor ik links weer onder de spoorwegbrug doorloop. Daarstraks bij mijn wegvergissing tijdens de verkenning was ik in de buurt van het indrukwekkende spoorwegviaduct dat trots poseert in alle toeristische gidsen van de streek. Maar laat ik bij de loop blijven. Ik vind snel mijn "vlaktebenen" terug op de Rue Gustave Demoulin en kan weer wat verloren klimseconden goedmaken. Boven op de laatste glooiing haal ik de smartphone uit mijn heupbandje. Dat gaat heel wat makkelijker dan de tegenovergestelde handeling in het begin van de loop. Ter hoogte van Patisserie Otten ('s donderdags gesloten) grijp ik naar mijn leesbril. Ha kijk, een "raccourci" in het reguliere parcours. Ik ben nu meteen aan het bord met de QR-code. Alles loopt gesmeerd. De jongen die me daarstraks is voorbijgegaan verliest wel heel wat tijd. Denk dus niet dat ik de enige kluns ben. Nog wat nagebabbeld en naar de auto. En daarmee ben ik aan het einde van dit verhaal en van een geslaagde dubbele opdracht. Nu ga ik het enkele dagen kalm aan doen...


woe 21/04/2021 11u30 * Virtuele Vredesloop Vroenhoven * 10,1 km * 00:52:11 * 11,5 * 41/68 * 2/3 * ♥♥♥

Ik heb deze woensdagochtend geprikt voor de Vredesloop, een nieuwe virtuele loop in Vroenhoven. Met individuele start, zoals dat past in coronatijden. Dat is een klein weekje na Montzen en na enkele rustige trainingsdagen. Door de opeenvolging van competitielopen in de voorbije weken heb ik het wedstrijdritme weer te pakken. Meer nog, ik heb een goed gevoel overgehouden aan de laatste lopen. Maar een goede nachtrust krijg je niet op bestelling. De laatste dagen heb ik een zwaar slaaptekort opgestapeld. Niet de ideale uitgangspositie voor een parcours als dat rond, onder en over de brug van Vroenhoven en met de lange klim naar het plateau tussen Vroenhoven en Kanne. Ik heb nog wel een uitweg: mijn loop een of twee dagen uitstellen. Maar dat is geen garantie voor een betere fysieke paraatheid. Trouwens, bij reguliere wedstrijden moet je het ook doen op die dag en op dat uur. De tweede mogelijkheid, er bij een tegenvaller een tweede of derde poging aan vastplakken, heb ik al bij voorbaat uitgesloten. Daarvoor vind ik het parcours te zwaar. Je doet het je zelf aan, hoor ik een nuchtere lezer zeggen. Klopt, helemaal. En dubbel zelfs. Want ik heb het parcours zelf uitgetekend. (Hoe het zo ver is kunnen komen, zal ik later wel eens uit de doeken doen.) 

Enfin, ik vertrek alsof mijn lijf boordevol energie zit. Het is zonnig maar er staat een fris noordoostenwindje, zo goed als ideaal loopweer dus. Wil ik een goede eindtijd neerzetten, moet ik meteen naar een hoger ritme schakelen in de eerste afdaling en op het biljartvlakke jaagpad langs het Albertkanaal. Onder de intussen bekende en intens gepromote "Brug van Vroenhoven" door, naar de eerste stevige klim, het talud naar de "begane grond" en de brug. Aan de overzijde, waar de grenspalen van 1843 wijzen op de onmiddellijke nabijheid van Nederland, nodigt de afdaling naar het kanaal weer uit tot een tempoverhoging. Met 4'48" op km 3, laat ik alleszins geen tijd verloren gaan. Maar in de vierde kilometer, op de volgende strook op het jaagpad, nu in zuidelijke richting, heb ik al meer moeite en geraak ik niet meer onder de 5'. In de eenzame strijd tegen mezelf krijg ik even morele steun van een supporter, Frans Paulissen. Ik ontmoet hem hier vaak tijdens mijn trainingsloopjes en zijn wandelingen in het gezelschap van zijn Entlebucher Sennenhond, Blue. Ik begin aan talud nummer 2, terug naar de brug. Ik weet vooraf dat dit een zware dobber zal worden en houd het bij dribbelpasjes om niet te veel energie te verspillen. Voorovergebogen hang ik met mijn neus boven het kladwerk van de Roy Jans- basher(s). (Wat voor irritante kerels zijn dat! / Wat voor een irritante kerel is dat!) Mijn hoop om weer op dreef te komen op het fietspad langs de rijweg naar Kanne wordt evenwel snel de kop ingedrukt. Ik moet blijven vechten om het knikje op het fietspad te overwinnen. Zoals ook in de afdalingen van en naar het kanaal, snijd ik de twee bochten in het begin en op het einde van de brug zo scherp mogelijk aan. Als ik een verklaring zoek voor de kortere afstand dan bij de andere deelnemers (en bij mijn eigen trainingen vooraf) kom ik alleen bij mijn snellere bochten uit. Kwatongen die zouden beweren dat ik een stukje heb afgeslagen, verwijs ik naar de Garmin-of Strava-track. Voor de keer dat ik het parcours perfect ken, wil ik ook de perfecte lijnen lopen.  

Voor de tweede keer over de brug. Het is altijd even gokken welke kant te nemen op het fietspad: links of rechts. Dat hangt af van de tegenliggers. Zijn het voetgangers, fietsers op spierkracht of aangezwengeld door een elektrische motor, bromfietsers? Ik kies dan voor de andere strook. De architecten van de nieuwe brug, geopend in 2010, hadden vooral oog voor de esthetiek van bogen en materialen. En laten de fietsers/wandelaars het maar onder elkaar uitmaken. Aanduidingen zijn er niet. 

FOTO

Ik kom opnieuw voorbij de startlijn. Het is hier stil. De deelnemers en begeleiders die ik daarnet voor de start zag, zijn vertrokken. Isabella Sluijsmans had haar zus Judith gezelschap gehouden tijdens de loop. Willy Hertogen speelde chauffeur voor kleinzoon Robbe. De eerste 5 km liggen achter me. Ik hoor de horloge trillen maar kan de verleiding weerstaan om naar mijn tijd te kijken. Halfwedstrijd dus. De hevigste stijgingen hebben we gehad. Het gevoel van opluchting wordt echter fel getemperd door de onzekerheid over wat volgt, vooral de lange klim op het onverhard. Ik heb al diep in mijn energiebuidel moeten tasten. Dat blijkt uit de zesde kilometer waar ik weer boven de 5' blijf hangen. Ik heb intussen de beklimming op het bospad aangevat. Die begint zacht maar wordt steiler naargelang de hectometers vorderen. Het is harken tot ik boven even kan bekomen op het smalle pad dat leidt naar het tweede deel op een veldweg in de open vlakte. Ik kies hier in het begin voor de bovenste grasstrook die wat makkelijker loopt dan de weg waarop tractoren brede groeven hebben uitgeslepen. De twee bordjes met de oranje pijlen staan er nog. Toch mijn functie als organisator niet uit het oog verliezen... Ik speur de horizon af op zoek naar het schriele boompje dat de afdaling aankondigt. Het doet tijdelijk dienst als seingever. De vermoeidheid heeft zich nu in mijn maag genesteld. Maar ik blijf krampachtig vechten om niet helemaal stil te vallen. Dat helpt alleen maar om onder de 6' te blijven. Ik zal in de lange afdaling naar de Kip moeten trachten de meubelen te redden. Maar een echte versnelling zit er niet meer in. De oostenwind werkt ook nog wat tegen. Langs de Kip blijkt het een noordoostenwind te zijn. Moet ik toch niet naar het noorden zeker! Oei, de klim langs de varkensboerderij, die voel ik zelfs. Op de Hageveldstraat naar het dorp toe houdt alleen mijn ervaring en karakter me overeind. Km 9. Ik kijk al vooruit naar de laatste kronkels achter de kerk. De trapjes brengen me helemaal tot stilstand. Dat is de ironie van het lot. Stapvoets op de trapjes die ik absoluut in het parcours wilde! Ja, nostalgie zeker... In mijn jeugd waren de "trepkes" een landmark in het dorp. Toen was de brug over het Albertkanaal nog gewoon een brug, geen belevingscentrum met museum, en was de Wereldvredesvlam nog lang niet ontstoken. Hoe dan ook, ik had op de Hageveldstraat al mijn strategie in gedachten. De trapjes te voet op en er dan nog eens alles uitpersen op de Bloesemstraat en op de Kanaalstraat naar de finish. Ik heb mijn Garmin even geraadpleegd en zie dat ik mijn richttijd van 52-53 minuten toch nog kan halen. De ervaring heeft me geleerd dat een slecht gevoel niet altijd een slechte tijd moet betekenen. Dat wordt vandaag nogmaals bevestigd. Ik puf naar de fictieve aankomstlijn voor de Vlam en sleep 52'11" uit de brand. Het vierde hartje mag ik dan wel ergens tussen de Brug en de Dodendraad verloren hebben, de tijd pakken ze me niet meer af. Daarmee beëindig ik mijn eerste loop als organisator. Niet mijn eerste loop in Vroenhoven. Dat was in het Jaar des Heren 1997. De organisator van toen was wijlen Harry Vrijens die later pastoor is geworden. Die ambitie heb ik niet...

Ik ben dus terug aan de Wereldvredesvlam, het monumentje waaraan deze loop zijn naam dankt. En kijk, wie zit me daar op te wachten? Frans Paulissen, bekend van zijn Entlebucher Sennenhond. Frans speelt onverwacht een rol in dit verhaal. Hij heeft zelfs een deelnemer aangebracht. De enige van Vroenhoven. Die zal de eer van ons grensdorp moeten hooghouden. Zelf loop ik nu in de kleuren van Heukelom. De trotse watertoren van mijn adoptiedorp was te zien vanaf het hoogste deel van het parcours, maar vandaag had ik daar echt geen oog voor...  

De laatste maand schieten de loopevenementen als paddenstoelen uit de grond. In verschillende gemeenten in Zuid-Limburg organiseren sportdiensten en aanverwanten joggings, vaak gecombineerd met wandelingen. Alles in coronastijl. Het verschijnsel hangt uiteraard samen met de beperking in de ontspanningsmogelijkheden van jong en oud. En dus moet ik plots vaststellen dat mijn eigen organisatie gedeeltelijk samenvalt met het loop/wandelweekend in Hees. De waarheid zal wel zijn dat die organisaties al langer aangekondigd waren. Maar gefocust als ik ben op competitielopen, heb ik de "vrijetijdslopen" (als deze benaming al zin heeft) uit het oog verloren. Om hier en daar ook een Limburgs initiatief mee te pikken - ter afwisseling van  de Luikse uitdagingen - heb ik een tijdje geleden deelgenomen aan de Winterjogging in Herderen. En in het Bilzerse aanbod kies ik dit weekend voor de loop/wandeling in Hees. De kortste loopafstand, 8km, is meteen de ideale gelegenheid om het melkzuur van de Vredesloop woensdag uit mijn benen te schudden. En om een nieuw parcours te ontdekken. 

Vanochtend om 10u sta ik dus op het dorpsplein in Hees. Daar staat ook een moderne kerk, een parochiaal centrum, een foodtruck en een tentje van Bilzen Gasgeven. Die laatste twee hebben te maken met het evenement waarvoor ik hier ben. De uitbater van de foodtruck staat te ijsberen. Het is nog vroeg op de dag en de enkele mensen die er wel zijn, hebben nog geen honger of dorst. Onder het tentje bevindt zich een apparaat om een QR-code te scannen. Wie ingeschreven heeft, scant zijn persoonlijke QR-code en weet dan, als hij een luide beep hoort, dat hij verzekerd op pad kan. 

Zo ook uw verslaggever die de roze pijlen volgt, voorlopig in westelijke richting. Het is zonnig in het open veld maar de frisse wind, nu nog in de rug, eist zijn deel op in het loopgevoel. Het begin van het parcours, richting Rosmeer, dompelt mij meteen in een nostalgische sfeer. Dit is de route van de Intercity Maastricht-Bilzen. Een mijlpaal in de joggingwereld van de jaren '80 tot voorbij de eeuwwisseling en een van de topafspraken van het jaar in de beginjaren van mijn glansrijke carrière. Het ruilverkavelingsbeton is nog altijd even korrelig als in die jaren, de schoenzolen kleven nog altijd irritant vast aan het vals plat op het einde van de Daalstraat. Na 2,5 km ben ik dan eindelijk op het nieuwe parcours dat ik wilde ontdekken. De Bosstraat loopt het broek in. Ik volg een kronkelend paadje langs een beekje. Bucolisch en ontspannend, ook door mijn gezapig tempo dat nog verder terugzakt als het reliëf stijgt. Ik kom weer op een ruilverkavelingsweg uit die even verder naar rechts draait. Ik herken de Bandstraat van de helaas teloorgegane Oversteekrun. Dit moet in de buurt van de watertoren zijn. Ik kijk achterom en zie het kunstwerk (ik bedoel dus de watertoren) boven de bomen uitsteken. Ik ben er blijkbaar net langs gelopen zonder hem te zien. Geen wonder dat ik dadelijk een pijl zal missen als ik dat gevaarte zelfs niet opmerk... De monumentale trechter laat zich ook bewonderen aan de horizon op verscheidene van mijn trainingsparcoursen. Hoewel na veertig jaar de bakstenen watertoren van Heukelom me nauwer aan het hart ligt. Hier en daar zie ik wat mensen langs de weg. Zuurpruimen, maar toch ook enkele vriendelijke mensen. Café bij Guske heeft peperkoek klaargelegd op een tafeltje voor de passerende lopers en wandelaars. Bedankt, ook al sla ik het aanbod af. Geen nood aan op deze korte afstand. Tot dan toe zijn de grote roze pijlen, vaak per twee, een onfeilbare gids geweest op de mij zo goed als onbekende wegen. Opnieuw twee pijlen naar rechts. Ik twijfel, moeten we een privé-inrit indraaien? Ik keer even op mijn stappen terug maar besluit dan toch maar door te lopen. De klinkers van de inrit gaan over in een smal graspad even verder. Het blijkt een erfdienstbaarheidsweg te zijn, hoor ik later. Euh, ik heb lang gestudeerd, maar dat wist ik niet. Opnieuw een mooie passage door Monnikenhof. Op de splitsing van de Kerkstraat, de Hoogstraat en de Groenstraat - het Piccadilly Circus van Rosmeer, zonder lichtreclame evenwel - gaat het naar rechts. Ik loop de Groenstraat af, eindig inderdaad in een groene zone (op de kaart) en moet vaststellen dat er geen pijlen meer te zien zijn en dat ik voor de ende keer dit jaar het spoor bijster ben. Terug naar boven gesjokt - vandaag ga ik het echt niet over mijn tempo hebben - en gezocht naar de gemiste pijl. Die bevond - meervoud: die bevonden - zich rechts van de weg. En er zou zelfs een derde pijl gestaan hebben. Ook niet gezien. Vlak achter een huis is er een smalle doorgang, een "gats", het Pastoorssteegje. Dit is gelukkig geen wedstrijd of die pastoor zou nogal wat vloeken gehoord hebben. In elk geval, ik kom uit bij Café bij Guske. Vandaag gesloten, dus verder. Nog steeds op het paadje dat uitmondt in de Steegstraat. Een straat, maar geen steeg meer. Het loopt zachtjes bergaf. Altijd mooi meegenomen. Ik ben intussen weer op een ruilverkavelingsweg uitgekomen, een rechte streep door de open vlakte waar de kille wind nu nadrukkelijker aanwezig is. Ik zie op de Garmin-kaart dat de route in Rosmeer een langwerpige lus vormt. Nu gaat het een tijd linea recta in oostelijke richting. Dat moet wel, wil ik opnieuw in Hees uitkomen. De weg is saai maar de parcoursbouwer heeft weinig keus als Hees de plaats van vertrek en aankomst moet zijn. De ruilverkaveling heeft hier, zoals in de omliggende dorpen, keihard toegeslagen. Ik ben blij met de twee bochten, de enige afwisseling op weg naar de Tombestraat. Ik nader downtown Hees. Toch nog even de natuur in. Ik passeer en groet enkele wandelaarsters op de Omkeer. Waar we omkeren richting aankomst. In Hees zijn de straatnamen niet lukraak gekozen. Voor de bocht naar de laatste rechte lijn op de Heesstraat snap ik waarom de markeerder met dienst (ik vermoed de parcoursbouwer zelf) gekozen heeft voor dezelfde kleur voor de 8 en de 15 km. Geen verwarring mogelijk. Hier scheiden de wegen, rechts voor de laatste hectometers van de 8km, links voor de 15km, richting Kip van Kesselt. Ik bereik weer het dorpsplein met nog steeds de kerk, het parochiaal centrum, enzovoorts (zie begin) en twee mensen. De foodtrucker en ...François Nelissen. De man die zijn volk leerde joggen (of sneller) in de jaren tachtig. Intercity, In the City, Bilzen Run, you name it en de voormalige schepen heeft het uit de grond gestampt en met vaste hand geleid. Stilzitten kan hij nog niet. François moet "bougeren" en blijft zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor straten- of natuurlopen in de streek. Binnenkort organiseert hij de K-Tour in Kanne. Intussen verdedigt hij met hand en tand de afpijling van zijn parcours...     

Ik neem afscheid, tijd om weer het vertrouwde Heukelom op te zoeken. Oh ja, en voor de vertrekkers na mij: gasgeven nondedju.   


zon 02/05/2021 10u30 * Beyne-Heusay E-jogging (CJPL) * 9 km * 00:41:51 * 11,4 * 52/87 * 2/3 * ♥♥♥♥

Leest iemand de gegevens in de databalk boven mijn wedstrijdverslagen? Zo ja, weet dan dat ik de cijfers gemanipuleerd heb. Dit is niet de officiële uitslag zoals je die op de CJPL-site vindt. Maar wel een eerlijke weergave van mijn prestatie op deze frisse voormiddag begin mei. Naar het waarom zal je niet lang moeten gissen. Weer eens verkeerd gelopen! Meer verderop in dit verslag. EDIT 4 mei : Uitslag is aangepast. Met dank aan de organisatie!

Het parcours van Beyne-Heusay is aangepast voor deze E-jogging. Mijn onvolmaakte herinnering van het reguliere rondje in 2019 zal me niet veel baat brengen. En het natrekken van de Openrunner-track levert ook nauwelijks bruikbare informatie op. We zullen het moeten doen met de verkenning van de eerste en de laatste kilometer. Wie de andere persoon van dit meervoud is, weet de trouwe lezer inmiddels. Ik begin er traditiegetrouw als eerste aan. Na een dikke honderd meter - de eerste bocht ligt al achter me - kan ik pas op kruissnelheid overschakelen. Eerst de leesbril en vooral de smartphone op een veilige plaats opbergen. Niets nieuws dus. De opwarming had me al gerustgesteld, de dalende eerste kilometer bevestigt mijn indruk dat de benen er vandaag zin in hebben. Na een doortocht door een sociale wijk - die in gewone omstandigheden in de finale ligt - wordt de afdaling almaar steiler. In deze zwaar golvende omgeving volgt na een beloning steevast een straf. Dat betekent vandaag 300 meter steil omhoog. Geen bochten, rechtdoor. Dit wordt mijn beste beklimming van het jaar tot nog toe. Die ik bovendien niet moet bekopen in de wijde lussen verderop, deels in het groen, deels tussen de huizen. Na 2,3 km zie ik net op tijd de pijl naar een smal pad links, vlak voor de inrit naar een huis. Servais Halders brengt de mensen een blitzbezoek, vertelt hij me later, maar vindt meteen daarna de juiste richting. Hobbels, groeven en een stevig stijgingspercentage koelen mijn ritme flink af. Een takje op de grond brengt me zelfs even aan het wankelen.

FOTO

Gelukkig kan ik me nog net staande houden en moet ik me niet vastgrijpen aan de prikkeldraad rechts van me. Kort daarna zal een jonge dame die Servais op het punt staat in te halen wel met de harde ondergrond kennis maken. En mijn generatiegenoot is bijna hetzelfde lot beschoren. Op het einde van de 400 meter onverhard sta ik zo goed als stil als we een nieuwbouwwijk inlopen. Maar ik ben snel weer in mijn ritme, geniet van mijn vlot tempo en van het kronkelende parcours dat ik dank zij een dubbel pijlensysteem (op de grond en op bordjes) feilloos terugvind. Alles blijft voortreffelijk verlopen in de beste der werelden. Maar perfectie bestaat niet, tenminste toch niet als ik mijn weg zoek in een Luikse virtuele loop. Via de Rue Grand'Fontaine naar de Rue de l'Epine, tussen de voorstedelijke huizenrijen. We moeten hier de brede rijweg tussen Beyne en Fléron over. De pijlen leiden ons naar het zebrapad waar we "in theorie" voorrang hebben. Er is net even geen verkeer en ik kan veilig de weg over. Aan de overkant geeft een nieuwe pijl de richting aan. De aankomst en het tweede deel van de loop liggen links, dit is me bekend. De gebogen pijl wijst naar rechts. Maar mijn geest is geprogrammeerd op links naar boven en overrulet de officiële wegwijzer. Bij de eerstvolgende kruiselingse straat, zonder bord of pijl, bekruipt me de onzekerheid. Maar als het nog rechtdoor is, staat er misschien geen aanwijzing, bedenk ik. Maar ik denk verkeerd en zal uiteindelijk 900 meter verder mijn vergissing moeten inzien. Geen borden op een rotonde, weer verkeerd. Ik twijfel even tussen opgeven en doorzetten. En kies er dan toch maar voor om mijn weg op snelheid verder te zetten. In tegenovergestelde richting, nu licht bergaf. Na 11'39" ben ik weer terug on track. De pijl laat geen ruimte voor interpretatie. De fout ligt bij mij. Dit wordt dus een E-jogging extra large. 

FOTO

Uiteindelijk zal ik pas na 10,1 km terug aan de sporthal van Beyne zijn. Dat is meer dan 2km boven de officiële afstand. Ik zal weer de pen (het klavier) ter hand moeten nemen om de organisatie om clementie te vragen. Langs smalle straatjes met werkmanshuizen bereik ik de Ravel. In de richting waarin we lopen, deze keer de juiste, is dit een snelheidspiste. Ik haal met rasse schreden een loopster in. Of ze nu in competitiemodus is, of gewoon haar zondagse jogging doet, het geeft wel een kick om haar meteen ter plaatse te laten. Ik ben nu 8km onderweg. We verlaten de Ravel via een trapje, annex geasfalteerd bermpje. Na 200 meter op het brede voetpad naast de grote weg worden we rechts een kasseistraat ingestuurd. Noch de ondergrond, noch de stijging kunnen me verrassen, want verkend. Ik blijf er goed het tempo inhouden op de kinderkopjes terwijl twee uitzonderlijk brave fox terriers links op de uitkijk staan, euh zitten. Ik verzwak evenmin op de terugweg, parallel met de Ravel van daarnet, in de richting van de finish. Op de laatste klim van de dag haal ik met gemak Leslie Vignery in. Dat is de jonge dame die een half uur geleden in de buurt van Servais liep.

HIj zal intussen wel doorhebben dat ik voor de zoveelste keer het spoor bijster ben. In de laatste kilometer moeten we opnieuw de grote weg over. Ik verlies even tijd voor het zebrapad, onzeker als ik ben of de aankomende autobestuurder me voorrang zal verlenen. Dat gebeurt gelukkig wel en ik kan nu de laatste hectometers aansnijden in het armtierige centrum van Heusay. En zo beëindig ik dan toch de ronde, zij het met een retourtje rotonde van 2,3 km. Servais zal me vandaag niet ingehaald hebben. Maar daar koop ik niets voor. Integendeel, mijn lot ligt weer in handen van de wedstrijdjury. Dat doet overigens niets af van het uitstekende gevoel dat ik overhoud van deze loop. 

Mijn reisgezel heeft intussen kennisgemaakt met een lapjeskat die zich zonder schroom in zijn koffer installeert. Servais is een echte dierenvriend. Onlangs deelde zijn Haflinger hem uit puur enthousiasme een tik op de bil uit en hield zijn baas zo een week lang weg van de Voerense looppaden. We nemen afscheid van Minou, Leslie en Vincent. Servais kiest deze keer voor de autoweg naar Moelingen. En zo kunnen we weer een streepje trekken op de eeuwige lijst van gelopen wedstrijden.

(Foto 1: Servais Halders in de Vredesloop in Vroenhoven. Uit mijn archief. Foto 2 van Servais: De laatste meters met het leesbrilletje en de smartphone in de hand.)


zon 16/05/2021 10u * Bilzen Run Virtueel * 21,2 km * 01:54:13 * 11,1 * === * === * ♥♥

In mijn virtuele Luikse joggingkalender zit nog een gaatje op deze meizondag. Het programma van dit weekend spreekt mij om diverse redenen niet aan en ik maak dan maar van de gelegenheid gebruik om nog eens een lange training in groep af te werken. De Mergellopers nemen deel aan de traditierijke Bilzen Run, dit jaar uiteraard in corona-versie. Ik sluit me aan in de hoop de streep te halen in iets minder dan 2 uur. Op het heuvelachtige parcours rond Bilzen betekent dit wel dat ik sneller moet ronddraaien dan mijn gemiddelde trainingsritme. Of ik het spoor van mijn gangmakers zal kunnen volgen, moet dan maar blijken. 

Windvestje aan, drankje mee? Het weer is wisselvallig en 20 km zonder drank is misschien wat nipt. Ik kies voor zekerheid. Mijn keuze zal me later nog het nodige ongemak bezorgen. Vanaf de Markt zijn we in geen tijd aan de Katteberg, meteen de eerste van een reeks hellingen. Een reeks van tien. Dit cijfer is vatbaar voor discussie, afhankelijk van je voorkeur of aanleg voor  heuveltjes. Boven, aan het viaduct over de ringweg, stokt het tempo. Een sanitaire stop dwingt een van ons de berm met hoog gras op te zoeken. Ik wacht liever helemaal dan mijn cadans te verminderen. Ik moet daarna wel met mijn "verlichte" collega in achtervolging op de anderen. Ik blijf mijn eigen tempo aanhouden en neem solo de klimmende Reekstraat in Rijkhoven en even verder de Maastrichter Allee door Alden Biesen. Ik mag dan wel een 50 meter achterstand hebben op mijn kompanen, ik voel me alleszins een stuk beter dan bij mijn laatste passage hier tijdens mijn eigen versie van Bilzen offroad. Ik reken op de afdaling op de Notendreef om dichterbij te sluipen. Dat gaat minder snel dan verwacht maar de Linnerveldstraat- na een rechts bocht op weg naar Spouwen - komt me ter hulp. De landbouwers hebben een vettige smurrie achtergelaten op die ruilverkavelingsweg die mijn clubgenoten met allerlei uitwijkmaneuvers proberen te vermijden. Ik kies voor efficiëntie in plaats van schone schoenen en ploeg recht door de modder. En kan zo op een goedkope manier (en straks wat poetswerk aan mijn schoenen) weer aansluiten. Het is hier wat drukker. We halen enkele wandelaars en groepjes lopers in. We zijn net een groepje van drie mannen voorbijgegaan. Ik loop nu in het spoor en de schaduw van twee punksters. Die even verder verdwenen zijn. De drie mannen gaan me weer voorbij op de steilste 200 meter van de ronde, de Biestert. Op de vlakke Sapstraat sluit ik zonder moeite weer aan. Een van de drie mannen informeert naar mijn leeftijd. 70-plussers zijn een zeldzaamheid in Limburgse lopen. Of zelfs een rariteit. Ik loop snel door. Misschien zetten ze me wel op sterk water... 

We zijn nu 7,5 km ver. Ik kan het tempo van mijn gezellen nu goed volgen en waag me zelfs al een keer op kop. We nemen de bocht aan de stier van Spouwen voor de afdaling door Grote-Spouwen. De ondergrond is hard, korrelig beton, de omgeving is saai. Alleen in het veld van Spouwen naar Vlijtingen biedt het panorama rechts wat afwisseling. Mijn gezellen verheugen zich over het aangename loopweer. En ze halen pijnlijke herinneringen op over de onbarmhartige hitte in vroegere edities. Tegen wie zeggen jullie het... Was het in 1996 of 1997, in wat toen In the City heette, dat de koperen ploert me in zijn greep had? Dat belette me overigens niet om tijden neer te zetten die me nu haast surrealistisch voorkomen. Maar terug naar het heden. Waar niet het tempo van mijn loopmakkers, het parcours, het weer, mijn benen mij hinderen... maar mijn regenvestje. De gangmakers lijken niet van plan het tempo te laten zakken, ondanks de aanmaningen van een van ons om een tandje terug te schakelen. Ik zit nu goed en wel in het ritme. Stoppen om het vestje stevig rond mijn middel te binden zou me weer op achterstand zetten. En lopend lukt het niet want ik heb nog een drankje vast te houden. En zo sukkel ik nog kilometers verder. Intussen hebben we er zowaar een supporter bijgekregen, of toch alleszins Marc. We zien Jos L. voor het eerst in Vlijtingen in de bocht naar Rosmeer. Dan duikt hij opnieuw op aan het hoogste punt van Rosmeer en geeft ons een laatste aanmoediging aan het kruispunt in Mopertingen. In Rosmeer maken we een voor mij onverwachte lus over de Daalstraat en de Rosmeerstraat. Om de 21,1 km vol te maken?  Hoe dan ook, gelukkig hebben we de Daalstraat in de goede richting. Dit was in de andere richting een sluipmoordenaar in de Intercity. De Mergellopers komen in de Diepestraat op bekend terrein. De klim ligt op een van hun avondlijke winterroutes. 

We hebben er nu 12 km opzitten. Tijd om mijn drankvoorraadje aan te spreken. Ik wacht tot we de volgende helling op de Kerkstraat (of is het dezelfde als de Diepstraat?) op de Kerkstraat in Rosmeer achter de rug hebben om aan het sprietje te nippen. Dat lukt zonder me te verslikken. Nu het kartonnetje nog milieuvriendelijk kwijtraken. Maar daar zal ik nog 3 km geduld voor moeten hebben, tot in downtown Eigenbilzen. Aan Café De Lantaarn springt het licht niet op groen als we de N2 willen oversteken. Hallo, organisatie? (Flauw grapje). Het is vrij druk op de Mopertingenstraat in ...Mopertingen. Lopers en autoverkeer dat je aandacht opeist. Voor een leuk parcours moet je hier niet zijn. Dan richten we onze blik maar op de jonge blondine met staartje die we zo'n honderdvijftig meter voor ons ontwaren. Maar het zal nog duren tot we de dichtste bebouwing van Eigenbilzen achter ons hebben gelaten voor we de dame hebben bijgehaald. "Goed bezig" moedigt Ludo haar aan bij het passeren. Dat is kernachtig samengevat wat ik misschien wel in een hele alinea zou proberen te beschrijven. We zijn nu aan een lange dalende strook bezig. En dan nog wel in een groene omgeving. Het leuke intermezzo duurt tot even voor km 17. We kennen het parcours - mijn maten van de Bilzen Run van het laatste decennium, ik van de historische Intercity of In the City - en we weten dus dat er nog een irritante klim wacht in Hoelbeek. Eerst onder het spoorwegviaductje door, getagd "Roy Jans" door de grootste idioot/idioten van de omgeving. Dan 500 meter omhoog met een lichte tegenwind en met een stijgingsgraad van hoogstens 2%. Het lijkt peanuts maar de kilometers hebben in een reguliere wedstrijd dan al de jus uit de benen gehaald. Hier heb ik een van de meest memorabele inzinkingen uit mijn carrière gekend. Dit is vandaag gelukkig niet het geval. Ik moet wel een dertigtal meter afstand laten met mijn gezellen maar kan boven weer zonder problemen aansluiten. Overigens voorzie ik nog wel problemen. Francis kan zijn (opgespaarde?) energie niet meer in bedwang houden en begint langzaam maar zeker het tempo op te trekken. Ludo gaat graag op de uitnodiging in. En Marc heeft er ook zin in. Deze jongen hier zal straks het gelag betalen. Ik kan in het spoor blijven tot we voor Munsterbilzen links de Asdreef worden ingestuurd. Dat blijkt een mooie asfaltweg zijn tussen de bomen. Ook boven verschilt het parcours tot we weer in Meershoven uitkomen. Deze parcourswijziging kan ik wel smaken. Helaas luidt ze ook mijn zwanenzang in. Op de laatste klim van de dag ontbindt Francis zijn duivels. Ludo en Marc volgen. Het gaat nu in gestrekte draf naar het stadscentrum aan de Demer. Ik schakel ook enkele tandjes groter. Verdienstelijk maar onvoldoende om het koptrio bij te benen. De aankomst op de Markt tussen de gevulde terrassen plaatst het orgelpunt van een geslaagde sportzondag. 

Even later zijn we met zijn vijven binnen. Tijd voor de après-course. Theo spijst de hongerigen en laaft de dorstigen. Daniel onderhoudt de ambiance. 


zon 24/05/2021 10u30 * Manaihant Jogging Connect (Challenge L'Avenir) * 8,5 km * 00:43:19 * 11,7 * 66/137 * 2/3 (Voorlopig) * ♥♥♥♥

Wat is er te zien in Manaihant op een Pinkstermaandag in coronatijd? Niet echt veel. Tenzij vandaag een rij mensen in een processie, enkele wandelaars en hier en daar een loper, bezig aan de Jogging Connect van de Avenir. En dat laatste is nu precies de reden waarom uitgerekend vandaag het dorp, ten zuiden van Battice in de buurt van de verkeerswisselaar op de E42-autoweg, een vermelding krijgt in een overigens vrij obscure website. De lopers, waarvan sprake, zijn bezig aan of bereiden zich voor op een kort maar heftig rondje in het weidelandschap rond het dorp. 


FOTO

Marie-Paule heeft al een korte rondleiding in de kerk achter de rug als wij - Servais Halders en ik, of wie dacht u - ons op gang trekken voor onze negende virtuele run in het Luikse. Dat zijn er al meer dan wij onszelf achteraf herinnerden. Wij weten in elk geval waarvoor we trainen. Stellen al die Strava-lopers zich nooit die vraag? Hoe dan ook, laten we maar eerst proberen het er vandaag goed vanaf te brengen. 

Ik vertrek traditiegetrouw als eerste en moet meteen flink aan de bak. De eerste kilometer zou wel eens de moeilijkste kunnen worden. Er waait een flinke tegenwind en het gaat na de start  600 meter omhoog. Ik verbijt de pijn in de benen en haal nog een redelijk tempo. In de volgende kilometer wacht een moeilijke evenwichtsoefening: herstellen van de bruuske inspanning in het begin en het tempo verhogen in de afdaling die zich hier aankondigt. Ik blijf ruim onder de 5 minuten en kan dat ritme ook volhouden in de volgende nu stevig dalende kilometers tussen het fluitenkruid en de hagen. En even verder tussen de bomen van het Bois de Herve. Van dat Bois blijven overigens alleen de bomen langs het smalle asfaltweggetje over. Het zijn hoe dan ook heel aangename looppaden die - in deze richting tenminste - snelle kilometertijden mogelijk maken. Mijn Garmin zal wel verbaasd zijn als hij plots 4'33" en in de zesde kilometer zelfs 4'28" mag noteren. De wegen komen me bekend voor van mijn vorige deelname en van mijn verkenning van de afgelaste Semi van Herve eind vorig jaar. De samenhang van al deze weggetjes is mij minder duidelijk. Gelukkig zie ik de pijlen tijdig, en zijn de bordjes oordeelkundig geplaatst. Ik meld dan ook met grote trots dat ik de loop zal afleggen zonder haperingen  en zonder overbodige meters. Op weg naar En Wez stuif ik tussen de processiegangers van het begin van het verhaal door. Ik nader kilometerpaal 4 en bereid me voor op de tweede en zwaarste klim van de ronde. 700 meter, met bochtjes tot tegen de 10%. Ik kruip naar boven, nu en dan het hoofd optillend en speurend naar het einde van de beproeving. Er klinkt muziek vanuit de stal aan de rechterkant van de weg. Maar wat mij echt helpt is dat de stijgingsgraad hier wat afzwakt. Ik kan de benen al wat soepeler ronddraaien en wil op de zo goed als vlakke meters voor het viaduct over de autoweg zo snel mogelijk weer in mijn ritme komen.


FOTO

Ik kijk even om en zie een zwarte gestalte naderen. Daar is Servais. Mijn eerste doelstelling was hem voor te blijven tot aan het begin van de de klim. Dat is me toch al gelukt. Enfin, op de lange afdaling in km 6 ben ik er toch aan voor de moeite. Dan maar proberen hem zo lang mogelijk in het vizier te houden. Maar hij verdwijnt al snel achter de bochten. We komen nu in het valleitje van de Hac. Dat is de naam van het beekje. Toch nog iets nieuws geleerd vandaag. Op de open Rue d'Elvaux zie ik hem voor het laatst, tot waar hij het Kattengat induikt. De Trou du Chat is een steegje op flarden asfalt en gaat aan km 6,7 aan een linkerbocht over in onverhard. Maar het is vooral die 800 meter klimmen die er flink inhakt. Ik loop hier mijn zwakste kilometer. Dat leid ik af uit de vergelijking met de tijd van Servais. Ik moet hier een 1'10" toestaan waar ik het verschil in de andere kilometer kan beperken tot zo'n 50 seconden. Ik hoor een loper achter me... die ik op het dalende onverharde stuk van een paar honderd meter - uitkijken voor losse keien en puntige stenen - nog even achter me kan houden. Wie weet helpt dat weer voor mijn eindtijd. Servais heeft Jonathan De Cecco, zo heet hij, in elk geval een hele tijd als mikpunt voor zich gehad. De nieuwe klim vanuit de vallei van de Manaihant - en dan bedoel ik het beekje - is op papier de makkelijkste maar dat valt in het zware tweede deel van de loop ook flink tegen. Voorbij de Chocolaterie Demaret (links, voor wie eens wil gaan proeven) ligt de laatste rechte lijn, 900 meter op de rijweg van Manaihant naar Herve. Maar er is nauwelijks verkeer en voorts is de man rechts nog altijd zijn gazon aan het maaien. Eerst even bergaf, dan weer klimmen op de Thier Martin. Ik ben weer enigszins hersteld van de inspanningen op drie voorgaande hellingen, genoeg om een degelijke eindtijd neer te zetten. 

De tijdsregistratie haspel ik af binnen de dertig seconden. Daarna kunnen we snel naar de auto waar de afgekoelde Servais zich kan gaan opwarmen. Na de donkere Leffe in Voeren voelt hij zich al snel weer de oude. De gouden oude...

(Foto's Marie-Paule. Foto 1: De processiegangers die ik later zal kruisen op het parcours. Foto 2: de u bekende hoofdrolspelers van dit kortverhaal. Links de opwarming, rechts de laatste meters.)


zon 30/05/2021 10u30 * Lantin E-Jogging (CJPL) * 9,9 km * 00:47:41 * 12,5 * 17/43 * 2/2 * ♥♥♥♥

Eindelijk is de lente daar. We kunnen weer in t-shirt op pad... maar nog niet in groep. Niet getreurd, ik ben intussen mentaal helemaal ingesteld op de individuele lopen die elkaar opvolgen in het Waalse landsgedeelte. Vandaag is het historische Fort van Lantin, in de buurt van Luik, de ontmoetingsplaats van de virtuele joggingfanaten.

Servais vertrekt voor de verandering als eerste. Ik heb enkele minuten langer opwarming nodig en bovendien eisen mijn darmen ook nog enkele minuten op, de derde keer al vanochtend. In elk geval zal ik de loop aanvatten zonder overbodige ballast. Op de Rue du Fort is het al meteen zoeken naar een goede loopstrook. Rechts is het asfalt opgebroken, links helt de weg naar beneden. Dus in het midden. Ook daarvoor is een verkenning geschikt, zoals ook voor het nemen van de eerste bocht naar rechts. Ik snij die zo scherp mogelijk aan, door de malse kiezeltjes en over een kasseistrook ...en haal daarom misschien net niet de 10 kilometer. 

FOTO

Het parcours mag dan als relatief snel te boek staan, de klimmetjes zijn niet te tellen. Nu komt in elk geval al het eerste. Eenmaal langs het kapelletje en over de Rue du Fays ligt het dorp achter me en ben ik alleen met mezelf, het beton van de ruilverkaveling en de akkers links en rechts van me. Ik ben al meteen met een stevig tempo vertrokken en probeer op de nu licht dalende strook mijn ademhaling weer onder controle te krijgen. Veel tijd wordt me daarvoor niet gegund want ik zie het volgende knikje al liggen. Het parcours loopt hier zo'n 4 kilometer rechtdoor. Je weet al meteen wat je mag verwachten. Een wandelaar met een hond zijn de enige levende wezens die ik hier tegenkom. Jonge bietenvelden en hier en daar een gerstveld houden me gezelschap maar zijn niet echt spraakzaam. De mesthopen langs de weg evenmin. Dan maar genieten van de staalblauwe lucht boven het Haspengouwse plateau. De Rue de Juprelle over, langs de graansilo's rechts. Dit herkenningspunt herinner ik me nog van mijn vorige deelname in 2018, toen ik hier midden in een lange sliert lopers voorbijkwam. Kijk, links een nieuwe stal. Na 3,8 km buigt de weg links af en 600 meter verder naar rechts. Met die afwisseling moet ik het voorlopig stellen. Ik nader stilaan de helft van het rondje. Dat is ook het laagste punt. Hier hebben een bomenrij en verder een bosje de kaalslag van de moderne landbouw overleefd. Ik hoor mijn Garmin enkele keren zoemen maar bekijk mijn tijden verder niet. Ik heb geen idee van mijn snelheid. Afgaand op mijn gevoel op training zal ik ergens rond de 5 - 5'15" per km uitkomen. Groot is dan ook mijn verbazing en mijn blijdschap als ik veel later de tijden zie. Rond de 4'30". Als Garmin het niet zwart op wit liet zien, zou ik het niet geloven. De vierde kilometer blijkt in het eerste deel de langzaamste te zijn. Ongetwijfeld door de puist tot 4-5% in het begin. Geen idee van de tijden dus, maar wel van de steken in de linker hamstring. Kramp verdorie. Inhouden, reageer ik onmiddellijk, om hier niet plots door een zweepslag in de berm links te belanden of tussen de bomen rechts. Dit is toch niet het einde van de loop (en dit verslag)? En 5 kilometer moeten terugsukkelen naar de finish? Als ik achter de bomenrij en weer in de zon uitkom lijkt het linkerbovenbeen zich te herstellen.

FOTO

Ik weet dat de weg terug naar het Fort grotendeels stijgend verloopt. Hier is het eerder zaak voldoende weerstand over te houden en moet ik de spieren niet overbelasten. Nu, de pijn blijft nog wat zeuren maar zal me niet verhinderen ook het tweede deel met goed gevolg af te leggen. 

Aan de grote gele vlek, zijnde een koolzaadveld, begin ik aan de terugweg naar Lantin. Eerst anderhalve kilometer in oostelijke richting. Niet dat die richting veel uitmaakt, er is nauwelijks wind. En de langverwachte lentewarmte zorgt voor een aangenaam gevoel. De betonnen ruilverkavelingslinten zijn afgezoomd met halfhoge groene grasbermen. Ik ben net een wandelaar met hond voorbijgegaan. Geen reactie op mijn groet. De koptelefoon strak over het hoofd om zijn afzondering nog extra in de verf te zetten. Op een kruispuntje verleent een eenzame wielertoerist me vrije doorgang. Voor hem vandaag de prijs van de vriendelijkheid. Hoewel hij concurrentie had kunnen hebben van een sympathieke (oudere) wandelaar met een lieve (oudere) hond. Ik heb een keertje omgekeken of er niet een andere loper in aantocht was. Bijvoorbeeld Alan Woolf. Hij was zich aan het klaarmaken toen ik van start ging.  De jonge veteraan 3 is weer tussen de mensen na zware gezondheidsproblemen in de vorige jaren. Wat een karaktersterkte! Niets e-bike of andere ersatz-inspanningen... Maar het beste van zichzelf geven in een echte wedstrijd. Overigens zal Alan pas binnenlopen als ik mijn QR-code (tevergeefs) heb gescand. Hij staat net voor me in de voorlopige stand. Nog eens een bocht. Na 6,5km. Wijst die pijl nu naar voor of naar rechts? Ha, ik zie nog meer pijlen. Rechtsop. Nu gaat het zo goed als rechtdoor terug naar de fortsite. Ik heb gisteren de GPS-track op Openrunner nog eens grondig bekeken en weet dat er nog een kink zit in de rechte lijn. Links en dan na vijftig meter rechts. Daar is het tweede silogebouw dat we daarstraks bij de verkenning in de verte zagen liggen. Servais die de wedstrijd al zes (?) keren heeft betwist, wist me dat te vertellen. De achtste kilometer zit erop. Ik kan mijn tempo redelijk handhaven. Bij nazicht op Garmin zelfs beter dan vermoed. Hier is de chicane waarvan net sprake. Er zijn hier blijkbaar werkzaamheden aan de gang. De weg is gedeeltelijk opgebroken en er staat een oranje afsluiting op  de rijweg. Vlak daarvoor de zwarte pijl naar rechts.  Een tiental minuten voor ik hier de bocht neem, heeft Servais hier ...niet de bocht genomen. Gewoon rechtdoor gelopen. In de war, afgeleid door een hond...

FOTO

Op de Chaussée de Tongres, de grote rijweg, dringt zijn vergissing tot hem door. Even(?) de moed kwijt, dan maar op de grote weg verder en de eerste weg rechts in naar het Fort. Zevenhonderd meter te veel afgelegd.  Kop op Servais, je CJPL-vrienden zetten dat wel recht in de uitslag. Dat is ook voor een tweede reden nodig. Zoals ook in de Remparts van Luik blijkt het onmogelijk om de finish QR-code te scannen. Hij is in goed gezelschap, ik bots op hetzelfde mankement. Voor mij dus nog twee kilometer, de moeilijkste van vandaag. Niet alleen voortdurend, zij het zachtjes, omhoog maar ook met het melkzuur van de voorgaande acht in de benen. Ik zal net op 5' per km uitkomen. Dat ligt in de lijn van het niveau van de vorige kilometers. Ik durf het niet hardop zeggen maar dat is uitstekend. Door wegwerkzaamheden waarover ik het al twee keer had in dit verslag wordt het verkeer afgeleid over de ruilverkavelingswegen. Die hier in Wallonië trouwens vaak de enige verbinding zijn tussen sommige gehuchten of lieux-dits (huizenkernen) en met "Rue" worden aangeduid. Ik zal het geweten hebben. Achter me doemt een tractor op. Met een zwaaiende armbeweging  geef ik tot drie keer toe een signaal aan de bestuurder van het gevaarte om me voorbij te gaan. Maar blijkbaar ontgaat de boodschap hem. Hij blijft gedurende tweehonderd meter achter me hangen. Zelf kan ik niet uitwijken zonder in een veld terecht te komen. Als hij aan een boerderij dan toch ruimte vindt geeft hij met twee flinke claxonstoten zijn ongenoegen te kennen. De drie auto's die in zijn zog volgden hebben gelukkig minder plaats nodig. Intussen ben ik in de laatste kilometer. Ik houd ook stand op de laatste fellere knik. Ik zie plots een langzame loper voor me. Dat geeft me moed om het tempo nog eens op te schroeven op de flarden beton van de veldweg die leidt naar de laatste bocht op asfalt. Einde wedstrijd, einde verslag. Alles wat jullie nog moeten weten, is hierboven al vermeld.

(Foto's Marie-Paule. Foto 1: Het kapelletje, gewijd aan de Notre Dame de l'Immaculée Conception. Of Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Foto 2: Het fort. Foto 3: Samen met Servais en Alan, rechts, na de loop. Servais is nog niet bekomen van zijn wegvergissing.)


zon 06/06/2021 10u30 * Charneux Jogging Connect (Challenge L'Avenir) * 9,8 km * 00:54:36 * 10,8 * 48/100 * 2/4 * ♥♥♥♥

Ik vertrek met een plan in Charneux... Voor wie de openingszin van dit verslag cryptisch overkomt, eerst wat duiding. Charneux is een dorp ten noorden van Herve (en Battice). De wakkere lezer weet nu dat ik wederom in het Land van Herve vertoef. Voor een nieuwe jogging, uiteraard. Met individueel vertrek, uiteraard. Met mijn Corona-copain Servais Halders, driewerf uiteraard. Chaineux (met een i) bestaat ook, ligt ook in de buurt en behoort ook bij de gemeente Herve. En is ook een jogginglocatie. Geen van beide wedstrijden heb ik ook betwist. Tijd om alvast één af te vinken. Chaineux zie ik voorlopig niet op de kalender staan maar een deelname valt niet uit te sluiten in de toekomst. Weet ook dat ik eindelijk een einde heb gemaakt aan de onduidelijkheid in mijn hoofd over welk dorp waar ligt. Het werd ook wel tijd. 26 jaar na mijn eerste deelname aan de 4 Cîmes weet ik nu dat de laatste van de 4 hellingen van de titel in het dorp met de "r" ligt. Nu maar hopen dat ik het ook zal onthouden. Het (laatste deel van het) parcours van vandaag volgt trouwens gedeeltelijk de 33km-klassieker. En, zoals gezegd in de eerste zin, ik heb een plan. Ik heb namelijk de wedstrijd verkend, als een doorwinterde prof. 

FOTO


Die verkenning, vorige woensdag, heeft me alvast heel wat voorkennis bezorgd. (Om een beursterm te gebruiken. Of dat tot winst of verlies zal leiden, zal duidelijk worden in de loop van het verslag.) Zo blijkt deze "jogging" een dekmantel te zijn voor een mini-trail. De bovenste lus van de 8, rond het knooppunt van de twee "Wadeleux", loopt voornamelijk over onverharde, bijwijlen smalle en hobbelige, paden en veldwegen. Reken daarbij de hoogtemeters  - enkele steile pieken en het laatste deel van de asfaltroutes dat overwegend vals plat en stijgend is - en je weet dat ons een zware dobber wacht. Ik heb het woensdag heel behoudend aangepakt en de zwaarste hellingen stapvoets beklommen. En heb beslist dat ook vandaag te doen, in de hoop de benen te sparen en dan tenminste op de minder moeilijke stroken en op het asfalt rond de 5 min/km te halen. De afdalingen, voornamelijk in het eerste derde, zouden dan een bonus moeten opleveren. (Haha, alweer een beursterm.) Als mijn benen meewillen, zou ik dan ook nog een beetje kunnen genieten van de zondagse uitstap. Want dit is toch wel een heerlijke streek. Relatief weinig bebouwing, groene weiden en prachtige vergezichten over de "bocage". Dat was woensdag in elk geval zo. Vandaag is het helaas voor wandelaarster Marie-Paule grijs en nevelig. Voor Servais en mij zijn de omstandigheden dan weer geschikt. Alleen zal de (mot)regen van vanmorgen en de vorige dagen voor wat gladheid zorgen. 

Na deze lange inleiding en de verkenning van de eerste en de laatste kilometer voor newbie Servais, is het tijd om te vertrekken. In vliegende vaart. Want de eerste hectometers op Bebronne gaan stevig bergaf. Een konvooi zware motoren dat net op dat ogenblik de steile helling opkomt geeft me rechts de ruimte om tempo te maken. Servais zal wat later vertrekken. Hij hoeft zich boven aan het voetbalveld niet eenzaam te voelen want er zijn opvallend veel lopers aanwezig voor deze laatste loopdag. We worden richting kerk van Charneux gestuurd. Om daar te geraken moeten we al een eerste knik overwinnen. Ik pak die meteen voorzichtig aan en blijf uit de anaerobe zone. Want ik wil mijn adem sparen voor de afdaling van de tweede kilometer, de snelste van het rondje. Ik heb intussen de kerk gerond. Er is overigens iets aan de hand met de kerk, of beter in de kerk. Meldt Marie-Paule me later. Een mis. Het gezang heeft Marie-Paule even binnengelokt maar de viering is al te vergevorderd om plaats te nemen op de kerkbanken. Mag dat daar dan? vraagt mijn echtgenote zich af... Links op het pleintje achter de kerk zwiert Jean-Louis (fictieve naam) de petanquebal met een mooie swing vooruit, ik draai rechts de Garde-Dieu op. Dat is de weg die het dorp uitloopt en waar ik gebruik wil maken van een van de schaarse gelegenheden om snelheid te halen. Ik ga twee dames voorbij, de enige deelnemers die ik kan inhalen. Ik zal later alleen nog Servais zien, maar dan voornamelijk op de rug. Na 2 km moeten we een rechtse afslag nemen met meteen een steil knikje. Ik zet mijn sportbril op om de ondergrond te kunnen monsteren op een donker pad tussen de bomen. Het blijft nog een tijdje bergaf lopen tot we rechtsop worden gestuurd langs een boerderij. Ik groet nog twee wandelaars voor ik begin aan een nieuwe forse klim tussen hoog gras. Als ik al zelf niet op wandeltempo was overgeschakeld, zou een stroef draaipoortje me wel tot stilstand hebben gebracht. Op een weide even verder probeer ik weer wat tempo te winnen ...en mijn voeten droog te houden. Aan het tweede draaipoortje word ik weer even opgehouden maar het is vooral een bult, eerst over boomwortels, dan op asfalt, die me voor de tweede keer tot een langere wandelpauze verplicht. Deze stop and go-tactiek is dus ingecalculeerd na mijn midweekse verkenning. 


FOTO


De zwarte gestalte die ik daarnet nog honderden meters achter me zag is intussen tot op een vijftigtal meter genaderd, leid ik af uit het voetengestamp dat ik achter me hoor. Ik ga me toch niet zomaar laten oppeuzelen... reageer ik instinctief. Ik trek me weer op gang in de laatste hectometers van de klim. En verteer die inspanning beter dan verwacht. Bovendien bewijs ik Servais een dienst want die heeft nu langer een richtpunt voor zich. Helaas, voor ons beiden, duurt dat niet zo lang. Woensdag heb ik gezien dat deze weg leidt naar het Croix de Charneux, het kruis dat hoog boven de groene heuvels uit torent. Vandaag heb ik er geen aandacht voor. We slaan links in, terug naar af.  De benen mogen even genieten van de afdaling. Een wandelend koppel ziet ons twintig meter na elkaar voorbijschieten richting Houyeux waar we links weer de wilde natuur worden ingestuurd. In de smalle afdaling tussen bomen en struiken, met veel keien en zelfs wat bouwpuin, is heelhuids beneden komen belangrijker dan snelheid, althans voor mij. Aan km 5,2 en km 5,5 komen we even uit op een rijweg maar die pret duurt maar even. Dit is hier overigens het laagste punt van het parcours. En dat belooft dus niet veel goeds...

De pijlen wijzen naar links. Uitstekende bewegwijzering trouwens. Een ander smal pad in. Het lijkt eerst op een inrit naar een privéwoning maar het pad draait meteen linksaf. Uit een andere richting komt een klad mountainbikers aan. De meesten zijn gelukkig al voorbij, ik heb nog wat bewegingsruimte om met de traagsten naar boven te klimmen. Daarnet, in de vorige afdaling, had ik al een groepje achter me. Ik schrok van de schurende remmen die ik plots achter me hoorde, maar heb in eerste instantie toch maar mijn eigen spoor gevolgd, in het midden van het pad. Bij de eerste gelegenheid heb ik ze dan laten passeren. Het leverde me een bedankje van de voortrekker van de groep op. Boven op Grises Pierres, mij bekend van mijn tocht naar Battice vorig jaar.   6km achter de rug, een nieuwe klim bedwongen. Zo denken de mountainbikers er ook over. Ze wachten tot iedereen weer is aangesloten en nemen een slok. Wij, competitielopers, hebben die luxe niet en moeten verder. Na weer een vijfhonderd meter redelijk beloopbaar onverhard komen we uit op een van die typische wegen tussen de weiden, de Holiguette, die na een kruispuntje overgaat in de Wadeleux. Ik zie de mountainbikers rechts afslaan en ben op tijd weer met mijn gedachten bij het parcours of ik was hen gevolgd. Ik zet de (juiste) weg verder op het asfalt tussen het groen. De achtste kilometer levert me een verdienstelijke tijd op onder de 5 minuten. De twee ezeltjes in de wei hebben daar jammer genoeg geen aandacht voor. Een bocht naar links, daar is de grote boerderij waar ik naar zocht. Heb ik al geschreven dat ik me goed voel en zelfs slim? 

FOTO


De tijd zal ik nog moeten afwachten maar mijn beredeneerde aanpak heeft alvast geloond. Even een valleitje in dat me bekend is van de 4 Cîmes en dat van korte duur is want we moeten rechts weer bergop. Eerst op asfalt, dan weer op hobbelig onverhard. Lastig in de twee gevallen. Op het asfalt blijf ik in (langzaam) looptempo, op het onverhard durf ik wel een stukje wandelen. Op de hotspots worden we opgepept met op de grond gespoten aanmoedigingen. "Go! go!" "Allonge! (le pas, vermoed ik)" en "Woop! Woop!". Die laatste kreet heb ik nog nooit gezien of gehoord. Ik ben waarschijnlijk te oud om vertrouwd te zijn met deze uitdrukking. Ik zoek het even op voor mezelf en voor de lezer die even onwetend is als ik: "An expression designed to express approval, happiness, joy, and/or excitement usually accompanied by a knocking together of the fists with a buddy." Voilà. Ik haal de top van de laatste onverharde helling zonder mijzelf in de rode zone te moeten jagen. Nu heb ik nog de laatste anderhalve kilometer om het gemiddelde op te vijzelen. Wel nog even opletten voor een sliert vrijetijdsrijders op historische (of ouderwetse) motorfietsen. Zij houden rekening met een ouderwetse (maar niet historische) loper. Larbuisson, Fosselette, het zijn de asfaltwegen in de laatste kilometers van deze jogging (en het laatste deel van de 4 Cîmes). Ze lopen venijnig op maar ze krijgen me vandaag niet klein. Dank zij mijn uitgekiende aanpak vandaag wegen de laatste loodjes minder zwaar. Nog even vlak op de Cour Beaupré, in een mooie villawijk, op weg naar de finish. Servais wacht me op, legt de laatste hectometers samen met me af en houdt zelfs de afsluiting met de QR-code in de goede richting zodat ik de scanprocedure vlekkeloos kan afwikkelen. Het verschil aan de finish is vergelijkbaar met dat van de andere wedstrijden. De bijkomende vertraging die ik opliep in de klimmen, heb ik kunnen compenseren in de andere stroken waar ik minder tijd moet toegeven. En ik kom uit op een onverhoopte eindtijd. We zijn alle twee dik tevreden na onze voorlopig laatste gezamenlijke loop. In de volgende weken scheiden onze wegen. 

Wie zei daar dat je toch niemand ziet op die virtuele lopen? We hebben achteraf nog een leuk gesprekje met Nicolas Bynens, vandaag drie minuten voor me. Ondanks een aanslepende hielspoorblessure. Maar hij kon zich na Lantin toch geen tweede keer laten afdrogen! Wie ik niet gezien, maar wel gehoord heb, is de derde veteraan 4, Raymond Jungbluth. Hij verrast me 's avonds met een telefoontje na een kudo op Strava. En zo amuseren die oude knarren zich in deze eindeloze coronatijd.   

(Foto's Marie-Paule. Foto 1: Beelden van de eerste kilometer. Foto 2 : Het houten paard van Charneux. Foto 3: Aankomen, voor de loper rechts, en uitlopen, voor de loper links.)


zon 27/06/2021 11u * Soumagne E-Jogging (CJPL) * 11,6 km * 01:18:28 * 8,9 * (Voorlopig) 4/4 * (Voorlopig) 1/1 * ♥

En plots is er keuze te over dit weekend. Een wedstrijd in golven met beperkt vertrekkersaantal (Hoeselt), een niet-competitieve loop (Alden Biesen), een klassieke jogging blijkbaar in groep (Manaihant) en een E-Jogging (Soumagne). Manaihant heb ik enkele weken al individueel gelopen, met goed gevolg overigens. Alden Biesen valt af vanwege te vrijblijvend. Nog even getwijfeld over Hoeselt. Maar ze moeten al goede papieren hebben als ze me willen strikken voor een loop waarin de leeftijdscategorie boven 60 geen rangschikking wordt gegund. Blijft over: Soumagne in de vorm zoals ik die de laatste maanden gewend ben. Ik moet wel zonder mijn maat Servais naar de plaats in de buurt van Herve. De 10 km-kampioenstitel op de piste kostte hem een nieuwe blessure. Ik wilde ook wel eens een lichter verteerbare brok dan de heuvellopen in Charneux en Polleur. De organisatie catalogeert de loop met één sterretje op vijf als gemakkelijk. Dat komt net goed uit. Helemaal vertrouw ik het nochtans niet. Het parcours op Openrunner vertoont enkele stevige bulten. En er lijkt ook wat onverhard tussen te zitten. Ik blijf dan toch maar bij mijn keuze voor Soumagne. De wedstrijd zit in de CJPL, ook al zijn we in het land van Herve waar de Challenge L'Avenir de plak zwaait. Ik moet de organisatie wel nog wakker schudden voor ik me kan inschrijven. Ik ben zondag al vroeg ter plekke om de warmte voor te blijven. Er is dan al volop beweging in de buurt van het station van Micheroux. Geen lopers maar marktbezoekers. Ik neem ruim de tijd voor de verkenning van de eerste en laatste kilometers en heb al een vijftal kilometer in de benen als ik de chrono indruk voor de echte start. 

Ik heb meteen een mooi tempo te pakken op de kaarsrechte Ravel. We moeten onder het autowegviaduct door tot aan kilometer 2 waar we via een bocht naar links een stuk teruglopen op een smal aarden pad. Ik zoek naar de linkerbocht. Is dat hier niet? Maar ik zie geen pijl en ga er dan maar vanuit dat de bocht in kwestie wat verderop ligt. Maar enkele honderden meters verder is de omgeving nieuw en moet ik weer terug. Polleur bis, dus. Weer opnieuw beginnen, zoals in Polleur? Maar hier ben ik al verder van huis, lees het vertrek. Ik slof terug en besluit bij het inscannen van de aankomstcode, na enige aarzeling, toch maar een nieuwe start te nemen. Ik heb meteen weer het ritme van mijn eerste poging vast en rep mij op weg naar de bewuste bocht. Als je weet waar je moet kijken is het makkelijker. De pijl is aangebracht op het weggetje waar we moeten inslaan. Op de Ravel zelf heb ik verschillende pijlen gezien die rechtdoor wijzen maar om de afslag aan te kondigen is de voorraad blijkbaar te krap. Hoe dan ook, de eerste klip is omzeild. Ik ben nu alleen. Daarnet op de Ravel was er heel wat fietsverkeer. Marie-Paule moest haar wandeling ook vroegtijdig afbreken vanwege de voortdurend passerende tweewielers, met of zonder motor. Na 2,5 km gaat het rechtsaf op het asfalt. De weg begint nu snel te dalen. De fietsers worden hier afgelost door wandelaars die me tot op een dikke kilometer van de aankomst zullen vergezellen. Het gaat goed vooruit in de afdaling. Met drie kilometertijden ruim onder de vijf minuten ben ik er alvast goed aan begonnen. Daar in die brede bocht begint de eerste klim. Tijd om je aan te passen heb je hier niet. Het is meteen steil op de rechte weg. De benen protesteren onmiddellijk. Een topdag wordt dit niet. Ik kan nog net in looppas blijven en kan sneller dan verwacht weer ontspannen als we voor de versmalling aan de horizon rechtsaf worden gestuurd. Voor een nieuwe afdaling, eerst nog op de weg, daarna op een smal pad door een bos. Het laagste punt bevindt zich precies in het midden van de loop. Dat heb ik onthouden uit mijn voorbereiding op de Openrunnerkaart. Over een beekje, ik ben in de helft. Snelheid maken over de boomwortels bergop is uitgesloten. Hier en daar moet ik langs groepjes wandelaars die zo vriendelijk zijn de "coureur" doorgang te verlenen. Nu nog mijn weg vinden. Om de haverklap zie ik bordjes voor wandelroutes. Een zwarte pijl op witte ondergrond, die is voor mij. Maar welke richting wijst die nu uit? Ik kies voor rechtdoor. Mis, merk ik als ik uit het bos kom, aan km 6. Er zijn geen pijlen meer te zien. Ik wil mezelf niet vrij pleiten maar de organisatoren zouden zich hier en daar toch wat meer moeite kunnen doen met de plaatsing van de borden. Of een bijkomende aanduiding op de weg aanbrengen bijvoorbeeld. Voor de lopers uit de buurt is het al heel wat makkelijker. Alain Guissart, die ik zag voor de start, heeft waarschijnlijk de hele route verkend voor hij maandag er echt voor gaat. Terugkeren naar de gemiste pijl, zie ik niet zitten. Ik blijf dan maar de rijweg volgen die naar het dorpje Cerexhe leidt. Plots is alle kracht uit mijn lijf. Ik ga stapvoets naar boven, tussen de vele wandelaars, in de volle zon. Want het is hier weer aan het klimmen. Nu en dan doe ik nog een poging om te lopen. Maar na enkele meters is mijn energie op. Na een eindeloze kilometer in meer dan 9 minuten kom ik in wat het centrum moet zijn. En kijk, daar duiken "mijn" pijlen weer op. De tijd speelt nu toch geen rol meer. Ik loop even in tegengestelde richting om te zien waar ik eigenlijk had moeten uitkomen vanuit het bos. Dat is aan de kerk. Op de terugweg, nu in dalende lijn en in de richting van het parcours, probeer ik weer wat tempo te maken. Maar ik val meteen stil als het weer lichtjes stijgt. Intussen worstel ik met de vraag of ik er niet beter volledig de stekker zou uittrekken. Niet voor vandaag (ik moet immers terug naar de aankomst waar Marie-Paule zich zal afvragen waar ik blijf) maar definitief. Nog wat lopen als het te fel kriebelt maar de competitie aan jongeren laten. Er volgt nog een mooie passage tussen het groen en een stukje onverhard. Hopelijk kunnen de wandelaars ervan genieten. Daarstraks in de zon had ik medelijden met hen. Zij hebben nog uren voor de boeg. En dat terwijl ik mezelf voortsleepte als een zombie. Nog een laatste klim, met op de nabije achtergrond het geraas van het verkeer op de autoweg. Die ene ster voor dit parcours slaat misschien op de ondergrond. Die is best doenbaar. Vandaag ben ik in elk geval niet genekt door technische afdalingen. Nu linksaf op een betonnen lint tussen de velden. Het vervolg van het parcours heb ik in mijn hoofd zitten. Verkeerd lopen zal nu niet meer gebeuren. Helaas kan ik zelfs op het vlakke nauwelijks nog 100 meter in looppas blijven. De ontgoocheling over de wegvergissing is al lang op de achtergrond gedrongen door de onzekerheid over hoe ik verder wil met mijn favoriete tijdsbesteding. De hitte zal ongetwijfeld een rol gespeeld hebben bij mijn inzinking. Maar ik mag me geen meer illusies maken over mijn fysieke mogelijkheden. De leeftijd laat niet met zich spotten. Enfin, zo snel mogelijk naar Soumagne. Dat is nu de boodschap. Ik laat de hommels en vliegen op de betonstrook achter me en vind wat schaduw achter een haag op terugweg naar het centrum van Soumagne. Ik sukkel verder terwijl een konvooi zware motoren me langs rechts passeert. Terug aan de sporthal. 1,5 km omweg , een gemiddelde van 9 per uur en een gigantische dorst. Na wat zoeken vinden we de "Lautrec" waar de Jupiler voor soelaas zorgt. Maar het herstel zal nog enkele uren duren. Dat kan ook mijn categoriegenoot Raymond Jungbluth vaststellen. We ontmoeten elkaar toevallig in de abdij van Val-Dieu. Dan toch nog een mooie afsluiter...

 


vri 02/07/2021 10u * Soumagne E-Jogging  (CJPL) Bis * 10,3 km * 00:56:47 * 11 * 9* 10/18 * 1/1 * ♥♥

En zo ben ik vijf dagen na het debacle van vorige zondag weer in Soumagne. Daar moet je goed gek voor zijn, hoor ik sommigen al denken. Dat klopt. Et alors? Ik heb hier nog iets recht te zetten. En daar heb ik wel een flinke verplaatsing voor over. Om mijn bisnummer samen te vatten: ik heb nu de juiste afstand afgelegd zonder wegvergissingen, met een redelijk gevoel, dat de ellendige ervaring van vorige keer grotendeels wegwist. In de uitslag sta ik intussen weer tussen de mensen. Weliswaar als laatste van de grote jongens. Een minuut achter Nicolas Bynens. Op mijn waarde geklasseerd dus. Overigens prijken er nog maar acht namen op het scorebord. Dat is heel weinig. Mogelijk komen er nog enkele namen bij maar ook in de E-Jogging van de Nacht van Hoei is het armoe troef. Blijkbaar zoeken de meeste lopers hun soortgenoten op in de groepslopen die stilaan weer op gang komen. Maar daar is het aantal inschrijvingen noodgedwongen ook beperkt. De gouden tijd is nog niet echt terug. 

Een verkenning is ditmaal niet nodig. Tenminste toch niet op het deel van het parcours dat ik vooraf binnen een redelijke tijdsspanne kan afleggen. In een sympathieke reactie op het verslag van de eerste versie ziet Wim Meyers mijn snelle start als een mogelijke reden voor mijn inzinking in het tweede deel. Maar ik volg ook dit keer mijn gevoel. Uit de vergelijking van de tijden blijkt dat ik de eerste 3 kilometer in haast dezelfde tijd afleg. Overigens had ik ook vorige zondag niet de indruk dat ik mezelf had vergaloppeerd in de aanvangsfase.  

Even voorbij de kerk komt er een einde aan de lange afdaling door het dorpje Melen. Ik heb zelfs even kunnen genieten van het uitzicht op de koeien in de grote weide in de diepte en de huizen aan de horizon op de hoogte. Het is prettig loopweer, zonnig maar door een briesje niet echt warm. Dat win ik alvast ten opzichte van mijn eerste poging. De eerste forse klim heb ik al achter de rug. Ik verteer de overgang van afdaling naar klim beter dan zondag en kan zelfs de groet beantwoorden van de mevrouw die enkele ongewenste sprietjes uittrekt op de oprit van haar villa. Aan km 4,5 laat ik het asfalt achter me en zoek het bos op waar het bijzonder donker is. Over het beekje. Dat is blijkbaar nog niet het laagste punt want het gaat nog verder de dieperik in. Ik hou me met moeite staande op de glibberige keien van een pad. Niet alleen de ondergrond eist mijn aandacht op maar ook de bomen waarop de richtingspijlen zijn aangebracht. Ik moet hier in de buurt zijn waar het vorige keer mis liep. Dat moet de pijl rechts zijn. Nu kan ik wel met zekerheid zeggen dat de bewegwijzering erg slordig is. Mijn eerste reactie is opnieuw: rechtdoor lopen. Maar het moet hier linksaf zijn. Na vijftig meter hangt er weer een pijl. Maar die zie je pas als je vooraf de juiste richting uitslaat. Het pad begint hier te klimmen. Ik ben snel uit het bos en kom uit op een grote weide. Een streep platgetrapt hoog gras geeft de richting aan. En de pijlen die ik in de verte zie. Sinds ik op het onverhard loop is het tempo fors gedaald. Moeilijk beloopbare paden, hoog gras, draaipoortjes, het zoeken naar de bewegwijzering, dit is geen speedrun. Daar komt nu ook een fors stijgingspercentage bij. Op de overigens aangename Rue du Curé kan ik de wandelpauze tot een 100 meter beperken. Dit moet het weggetje zijn waar de pastoor vroeger kwam brevieren. Ik heb hier echter geen tijd voor geestelijke bezinning. Het is duwen om de laatste knik naar de Eglise Saint-André in Cerexhe te overwinnen. Eén last valt alvast van mijn schouders. Vanaf hier kan ik niet meer verkeerd lopen. Dank zij mijn "verkenning" van zondag. Want er zitten nog enkele verwarrende aanduidingen in de bewegwijzering. En ik was het al haast vergeten. Aan km 2, waar we moeten terugdraaien langs de Ravel, is de pijl die ik bij mijn afgebroken eerste poging niet had opgemerkt, nu zelfs helemaal verdwenen. Maar laat me nu maar bij de laatste 4 km blijven. 

Bij de afdaling die nu volgt keren mijn gedachten nog even terug naar zondag toen ik het einde van mijn welgevulde carrière zag opdoemen. De twijfels zijn zeker nog niet verdwenen maar ik heb nu tenminste de zekerheid dat ik de finish ga halen in een aanvaardbare tijd. De omgeving is groen en rustig. En de ondergrond is gedurende een kilometer abominabel. Een vettige strook, en vooral kriskras neergegooide stenen en keien. Ruilverkaveling met zijn betonnen wegen voor de landbouw zijn hier niet. Dus hebben de landbouwers met eigen middelen voor stabiliteit gezorgd voor hun zware machines. Natuurliefhebbers, waaronder de joggers, betalen de tol. Ik verbaas me er zelf over dat er in mijn eerste verslag geen spoor te vinden is van die moeilijke passages. Waarschijnlijk omdat mijn inzinking de andere indrukken heeft weggevaagd. 

Ik ben bezig aan de laatste klim van 700 meter. Ik zoek geen hoog tempo en probeer gewoon in mijn ritme te blijven. Een groet van een juffrouw met grote hond langs de lawaaierige autosnelweg rechts en zo kom ik aan het viaduct over de E40. Ik werp een blik op mijn Garmin. Nog een kwartier voor een dikke 2 kilometer om onder het uur te blijven. Het is "in de sacoche". Ik had zelfs rekening gehouden met een tijd even boven het uur. Vanaf hier is het vlak op goed beloopbare paden en  wegen. Maar de strapatsen van de snelle afdaling in het begin en de hellingen van het tweede deel zitten in de benen. Ik heb dit keer wel nog de energie om een tempo rond de 5'15" vast te houden. De meters verdwijnen onder mijn voeten. Net snel genoeg om een gemiddelde van 11 km/uur in de boeken te schrijven. Tenminste in mijn boek. De officiële tijd ligt wat hoger door de scanprocedure. Maar dat is niets nieuws. Slotsom van mijn tweede bezoek aan Soumagne: ik red nog net de drie hartjes. 

En zo kreeg u een tweede verslag voor de prijs van één...

FOTO

woe 11/08/2011 10u * Visé - Stuwmeer van de Gileppe * 34,2 km * 04:05:35 * 8,3 * === * === * ♥♥

Wat heeft me bezield om deze lange tocht naar de Gileppe te ondernemen? Die vraag komt gelukkig niet in me op als ik de kilometers afmaal op deze zonnige dag. Maar achteraf kan ik er niet omheen. Het is een verhaal van lange adem. Vorig jaar tijdens de ergste coronamaanden leek me een lange loop "in lijn" een mooie, zij het afmattende, uitdaging om de gedwongen competitieleegte op te vullen. Zowel de eenzame tocht naar Banneux als de loop naar Battice in het gezelschap van Mergellopers Ludo en Martin werden een succes, niet zozeer door de atletische prestatie als door de sportieve ervaring. En zo kiemde een tijdje later het idee om (ook van thuis uit) naar het stuwmeer van de Gileppe te lopen. Te voet naar de imposante leeuw die over de heuvels en dalen van het land van Herve uitkijkt en godweet zelfs het Haspengouws plateau kan overschouwen. Ik verklap mijn nieuw "project" aan enkele ingewijden. Dat had ik beter niet gedaan... Maar daarover dadelijk meer. In december 2020 begin ik aan de parcoursverkenning. Ik trek vier maal naar het Land van Herve om delen van de route te lopen. Telkens heen en terug naar de startplaats waar ik mijn auto geparkeerd heb. Ik doe ook nog twee maal delen van het parcours in de auto, op weg naar een startplaats verderop. Ruim voldoende om de route te memoriseren. Nu ben ik wel aan de voorbereiding begonnen maar de volledige loop in de winter lijkt me ook niet zo'n goed idee. Te meer omdat de dagen kort zijn en ik in het slechtste geval toch over 10 uren zonlicht moet beschikken. Toch maar wachten tot in mei, juni. Intussen ben ik onverwacht het virtuele circuit in het Luikse ingerold en blijf ik de vertrekdatum maar uitstellen. Mijn lichamelijke paraatheid gaat dit jaar ook angstwekkend achteruit - de ouderdom, allerlei spier- en gewrichtskwaaltjes - en ik begin te beseffen dat een tocht Heukelom - Gileppe niet meer haalbaar is binnen een redelijk tijdsbestek. Ik geef geen kik meer over mijn ambitieuze plannen. Maar dat is zonder de "ingewijden" gerekend. 

FOTO


Die met oprechte belangstelling naar mijn Gileppe-plannen informeren. De Mergellopers die me eventueel zouden willen vergezellen moet ik afwimpelen met de bedenking dat het echt geen leuk parcours is. Er zijn zo goed als geen "groene" wegen naar de Gileppe. En in een groep van drie (bijvoorbeeld) lopen langs de rijwegen is ook geen pretje. Overigens zou er wel een Grote Route-pad bestaan vanuit Visé naar het stuwmeer. Maar een trailroute sluit ik helemaal uit. Dan haal ik het einde niet vanwege mijn versleten benen en voeten. Ik heb trouwens het parcours zelf nog aangepast in de loop van de laatste maanden en het offroad-gedeelte  rond Val Dieu geschrapt. Wegens ondoenbaar (voor mij) en te nat. Enter mijn begeleider. Ivo, een (ex-)collega, had zich vorig jaar spontaan aangeboden om voor de bevoorrading en het transport terug naar huis te zorgen. Twee maanden geleden komt hij in een informeel gesprek terug op het project. Vluchten kan nu niet meer. Ofwel blaas ik met het schaamrood op de wangen het plan af, ofwel maak ik er nu echt werk van. Ik vraag nog enige bedenktijd maar beslis dan toch om mijn gewaagde onderneming aan te vatten. Echtgenote Ria, trouwens ook een collega van me, wil ook mee op expeditie. Geraakt door zoveel medeleven pas ik het parcours aan om het koppel en Marie-Paule - die natuurlijk ook weer trouw op post is - (ook) een aangename dag te bezorgen. Ik besluit om uit Visé te vertrekken en er een echte Land van Herve-tocht van te maken. Euh... en ook om mezelf de bijkomende 15 km van thuis uit te besparen. De route zal dan lopen langs enkele historische plaatsjes "die de omweg waard zijn" (om in Michelin-termen te spreken). In de eerste plaats voor mijn begeleiders. De tussenhaltes staan mooi opgesomd in de Strava-titel. Dalhem krijgt dus ook een passage. In mijn oorspronkelijke route zou ik via Warsage en Saint-Jean-Sart naar Clermont lopen en Val-Dieu rechts laten liggen, om kilometers uit te sparen. Met de aangepaste route doe ik mezelf nog meer kilometers en vooral een steile beklimming naar de "ville historique" Limbourg cadeau. Ik ga in dit verslag niet in op de geschiedenis van de bezochte plaatsen. Toch even vermelden dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen Limbourg en de naam van beide Limburgen. 

Goed, de Gileppetocht zal dus plaatsvinden. We hebben al een datum geprikt: zondag 25 juli. Intussen heeft de Vesdervallei - waar ik doorheen moet - een zondvloed te verwerken gekregen. In Dolhain blijkt de weg toch weer open. Maar dan wordt er opnieuw noodweer aangekondigd. Ik neem het zekere voor het onzekere en cancel de tocht. Na een korte vakantie neem ik weer de draad op. Woensdag 11 augustus gaat het dan toch gebeuren. Niet toevallig een dag waarop de weergoden gunstiger gezind zouden zijn.  

Het is 10 uur. Later dan het beginuur van de lange lopen naar Banneux en Battice. Gekozen in functie van mijn begeleiders en van onze avondlijke plannen. 10 uur dus. Ik druk mijn Garmin in op het smalle steegje tussen de autoweg en de Pam Pam, net over de Maasbrug. Ik blijf uit de buurt van de markt op de Rempart des Arbalétriers. Denk nu niet dat dat toeval is. Allemaal voorbereid! Ik kom langs een oude kasseisteeg uit aan de Collégiale. Aan de rotonde gaat het meteen steil omhoog op de Rue Porte de Lorette. 1700 meter verder kan ik uitblazen op het plateau boven Visé. Via landelijke en moeilijk beloopbare paden ben ik al snel in Dalhem. Mijn begeleiders hebben hier halt gehouden. Ik neem een slok van mijn drinkbus in het voorbijgaan en zet de weg verder naar Val-Dieu, de eerste officiële drankpost. De volgende twee kilometer lopen over vlakke en rustige paden of wegen naar Mortroux. Voorlopig zijn de eerste signalen van mijn benen geruststellend. De lange klim naar Mauhin, dat is het plateau boven Val-Dieu, begint meteen met de steilste strook. Ik stap geduldig naar boven in afwachting van mildere stijgingspercentages. Ik wijs twee wielertoeristen nog even de weg. En heb nog even een praatje met hen. Ze feliciteren mij al meteen met mijn prestatie... die ik nog moet leveren. Ik geniet van de groene omgeving en de stilte van de lange weg omhoog. Dan de kronkelige afdaling van de Holliguette op vlekkeloos asfalt naar Val-Dieu. Ik kruis twee lopers, waarschijnlijk een koppel. De vrouw lopend, de man... ook lopend maar vooral een kinderwagen voortduwend. Mijn begeleiders reppen zich naar de rijweg als ik plots met een kwartier voorsprong op het schema aan het rendez-vous-punt verschijn. Dat schema heb ik bewust behoudend opgesteld, rekening houdend met veel tijdverlies, zeker in het tweede deel. Maar voorlopig is een inzinking niet aan de orde. Een klein busje Minute Maid-fruitsap en enkele slokken water, daar hou ik het bij. Zoals trouwens ook bij de volgende ravitailleringen. Ik volg nu een tijdje de rijweg van Val-Dieu naar de N648 tussen Aubel en Battice. Het hoogteprofiel geeft hier een klim aan van niet minder dan 9 km naar Clermont. Maar de eerste 3,4 kilometer voelen nog als vlak aan. De temperatuur is aangenaam en de benen verdragen de voorzichtige cadans zonder morren. Alleen is het opletten voor het vaak snel rijdende verkeer. Ik loop tegen de rijrichting in en moet bij blinde bochten de onstabiele berm opzoeken of switchen naar de rechterrijstrook. Mijn begeleiders hebben nog een koffietje genuttigd op het terras van de abdij (vertellen ze me later) en snorren nu naar de volgende bevoorrading. Geen "bidon collé" van de sportbestuurder, die rijdt te snel en ik heb nog geen dorst...

Kilometer 15, rechtsaf naar Les Trixhes. Hier begint het serieuze werk. De steilste strook kom ik nog redelijk goed boven. Ik zoek tevergeefs naar de alpaca's in de wei rechts. Ze zijn er niet meer. Wie er wel is, is de man met de hamer. Plots. Voorlopig nog een klein tikje. Maar de benen voelen zwaar aan. Ik moet ook op de korte vlakke stukken nu en dan op stappen overschakelen. Geen paniek, dit heb ik verwacht. Nog niet halfweg en nu al is het duidelijk: het zal een verhaal worden van doseren en mijn energie zo zuinig mogelijk aanwenden. Er wacht me nu een lange, zo goed als rechte, fantasieloze weg tussen meestal nieuwe huizen, naar Clermont. Mijn begeleiders wachten me op op het fraaie historische dorpspleintje van de oude heerlijkheid. Bij het verlaten van "un des plus beaux villages de Wallonie" krijg ik nog een steile klim te verwerken.

FOTO


Stapvoets, kilometertijden rond de 8 minuten. De vallei van de Berwinne heb ik overwonnen, of tenminste achter me gelaten. Het Garmin-profiel leert me dat ik op de rotonde aan km 20,5 op het hoogste punt van het parcours ben. Maar ik heb Garmin niet nodig om te weten dat het nu voornamelijk in dalende lijn naar Dolhain gaat, op een kleine 10 km van het einddoel. De weg is saai en banaal. Ik probeer te blijven ronddraaien. De rotondes in de buurt van Elsaute breken weer even het tempo. Ik moet vaak van "rijvak" veranderen om een beloopbare strook langs de weg te vinden. Ik kom niet meer verder dan een "stop and go"-tempo. De kracht in mijn lijf is verdampt. Het is weer het Soumagne1-gevoel. Toen stelde ik me vragen over mijn toekomst als competitieloper. Het antwoord tekent zich almaar duidelijker af. Mijn begeleiders zijn me daarnet voorbijgereden. Zij hebben me nog niet op wandelen kunnen betrappen. Daar is de "Boulangerie des Quatre Chemins". Ik vind moeiteloos de juiste richting en beantwoord even verder de groet van een bewoner. Nog een rotonde. De weg gaat nu nog steiler naar beneden. Maar ik weet dat hier nog een sluipschutter op de loer ligt. De vallei van het nietige riviertje "La Pancherelle" (zo nietig dat de naam zelfs niet op Google Maps wordt vermeld) kruist de zuidelijke looprichting en dwingt me weer een heuvel op. 800 meter stapvoets. In Bilstain volgt er zowaar een vlakke strook. Aan de kerk en de school gaat het linksaf, steil dalend naar de vallei van de Vesder. Ik ben leeg en ga zelfs in de afdaling kort op stappen over. Gelukkig is het kopje nog fris en kan ik mijn inspanningen reguleren met mijn ingebouwde energie-druppelteller. Voor Dolhain verlaat ik de rijweg en kan ik langs een trap een sluipweg nemen. Alleen kosten de trappen me evenveel tijd als een klim. Ik herinner me dat bij de verkenning in december de steile afdaling beijzeld was. Onder het spoorwegviaduct naar het centrum, een handelskern, met heel wat sporen van het industriële verleden. Helaas ook recente sporen van de overstromingen. Ik ontdek een kortere weg door het centrum, via een voetgangersbrug over de Vesder. Takken, stenen en ander puin liggen nog in de straten. De benedenverdieping van de meeste huizen is leeg. Het meubilair is weg of ligt buiten, in afwachting van de opruimingsdiensten. In de straat hangt een rioolgeur. Ik bedenk dat er nuttiger dingen te doen zijn dan van Visé naar de Gileppe te lopen. In de Rue Oscar Thimus is van de waterellende niets meer te zien. Hier moet ik zijn, wil ik in de "ville historique" Limbourg geraken. En dat wil ik. Kan ik het ook? Alleen als ik op de Thier de Limbourg, de echte helling, zelfs niet aan lopen wil denken. Toch ben ik hier bij de verkenning in (heel langzame) looppas naar boven geklauterd. Km 28 kost me meer dan 11 minuten. Een wegversperring door renovatiewerkzaamheden in het pittoreske centrum van Limbourg dwingt mijn sportbestuurder tot een omweg. Ikzelf zet mijn weg onverstoorbaar verder, na een nieuwe bevoorrading op de klim. Km 29 neemt meer dan 9 minuten in beslag, ook al zit er nog een afdaling in voor de uitloper van de klim naar de Chapelle Sainte-Anne. Ik mag me weer verheugen op een langere afdaling en een vlakke weg in de vallei. Maar mijn vreugde is van korte duur want de eerste 600 meter van de afdaling loopt over een rotsig en extreem hobbelig pad. Ik troost me met de gedachte dat de stenen er droog bijliggen. En dat mijn rechtervoet niet te veel opspeelt. Door een toeval ben ik te weten gekomen dat ik al jaren op een doorgezakte rechtervoet loop. De steunzolen die ik nu draag zorgen er alvast voor dat het euvel niet verergert. Voorbij Goé is het nog een kleine 2 km vlak tot de laatste steile meters in het bos rond de Gileppe. Het is op: 8 minuten voor een vlakke kilometer. Intussen heb ik nog altijd een ruime voorsprong op mijn oorspronkelijke schema. Zoveel dat mijn begeleiders zich afvragen of ik al niet voorbij de fabriek van Corman in Béthane ben, waar ik heb afgesproken voor een laatste, bijkomende bevoorrading. Met een banaan die in Limbourg niet meteen terug te vinden was in de proviandtas. Een telefoontje brengt Marie-Paule op de hoogte van mijn positie. De bevoorraders wachten me op langs de brede weg richting stuwdam en wekken de nieuwsgierigheid op van de arbeiders van het voedingswarenbedrijf. Na het verorberen van een kwart banaan trek ik me weer op gang voor de laatste twee kilometer. Ik heb zojuist het aanbod afgeslagen om in de auto te stappen en mezelf niet langer te pijnigen. Het verkeer raast langs me door. Gelukkig is de weg heel breed. Aan de andere kant word ik voorbijgestoken door een soepel draaiende ligfietser. Ik draai links het bos in. De laatste klim doe ik ook weer stapvoets. In de eenzaamheid van het bos heb ik ruim de tijd om de balans op te maken. 


FOTO


Iets meer dan 4 uur zal ik nodig gehad hebben. De matige tijd ligt in de lijn van mijn (meest optimistische) verwachtingen. Zonder specifieke voorbereiding mag je niet op een wonder hopen. De schaarse lange tochten in de vorige weken leerden me alleen dat ik absoluut binnen de grenzen mijn beperkte fysieke mogelijkheden moest blijven, wilde ik überhaupt het einddoel bereiken. Mijn rechtervoet heeft standgehouden. De aangekondigde temperatuurstijging heeft me nauwelijks gedeerd. De bevoorrading en de logistieke afspraken verliepen perfect dank zij de zorgvuldige voorbereiding en het organisatietalent van Ivo. Samen met zijn twee vrouwelijke side-kicks Ria en Marie-Paule heeft hij ook genoten van een aangename dagtocht door het Land van Herve. Zo verneem ik op het terras aan de "finish". De streek was ook een openbaring voor mijn twee collega's. De begeleiding zal wellicht mijn beste herinnering blijven. En het beste van de dag moet nog komen...    

De laatste bocht. Daar is de leeuw, 13,5 meter hoog en 300 ton zwaar. Hij staat er al sinds 1878, fier uitkijkend naar het oosten, in de richting van het pas eengemaakte Duitsland. (Zie ik nu en lees ik later ook). Als teken van de Belgische neutraliteit. Verdorie en ik die dacht dat hij me gedurende mijn lange tocht heeft gevolgd. Ria is het bloemenmeisje van een geïmproviseerde podiumceremonie in de schaduw van de imposante sculptuur. 

Het zit erop. Ik neem de trappen naar boven, naar het parkeerterrein. De lift nemen? Geen sprake van. We zoeken een plekje voor mijn openlucht"douche". Op de kritieke momenten trekt Ivo een scherm op met mijn handdoek. Daarna is het bijtanken en later op de avond smullen in Aubel. En zo eindigt het verhaal over wat mijn laatste uitspatting moet geweest zijn... 


(Foto's Ivo, Ria en Marie-Paule.  Foto 1: Onderweg: Rechts boven in Dalhem op weg naar Val-Dieu. Links boven bij het verlaten van Clermont sur Berwinne. Links onder in Béthane aan de voet van de klim naar de Gileppe. Rechts onder: de laatste meters onder het goedkeurend (?) oog van de leeuw. Foto 2: Bevoorrading in Clermont. Rechts het bevoorradingsduo Ivo en Ria. Foto 3: Zonder woorden.)


zat 30/10/2021 14u * Herve Semi-Marathon * 21,1 km * 01:58:01 * 10,7 * 119/153 * 1/3 * ♥♥♥

Ik maak me klaar voor mijn eerste loopwedstrijd in groep van dit jaar. 2021 mag dan al naar zijn einde neigen, in de eerste helft van het jaar, toen de coronaregels de traditionele joggings nog op slot hielden, heb ik al een drukke loopactiviteit ontplooid in het virtuele circuit. Meestal in het gezelschap van Servais Halders. Sommigen laten zich nogal laatdunkend en lapidair uit over deze virtuele lopen. "Geen echte lopen". Ja, dat heb ik dan toch even anders aangevoeld. Diezelfde critici die intussen de weg hebben teruggevonden naar de challenges tasten nu in het duister over hun conditie en wedstrijdhardheid na een goed jaar "vasten". Waarom zo lang gewacht nu de loopcriteria al enkele maanden van start zijn gegaan, vraagt de wakkere lezer zich af. Dat heeft te maken met een "gek" plan om naar het stuwmeer van de Gileppe te lopen. Dat hele verhaal heb ik al omstandig verteld in een vorige bijdrage. En vooral: al van voor mijn "uitstap" naar de Gileppe ben ik aan het twijfelen over mijn toekomst als wedstrijdloper. De balans slaat te vaak over van loopplezier naar looppijn. De sleet van het lichaam versus de vreugde van de sportieve beleving. Ik ben er overigens nog niet uit. Ik maak dus mijn heroptreden in  Herve met zijn uitdagend heuvelparcours over de halve marathonafstand. Eigenlijk wilde ik vorig jaar al van start gaan in de traditionele semi in het Land van Herve. Ik had het jaar voordien (een deel) van de wedstrijd op de fiets gevolgd, in het spoor van de Mergellopers Francis Loyens en Ludo Ramakers. Het parcours had me zo gecharmeerd dat ik er zelf nog eens als deelnemer naartoe wilde. (Dat rooskleurige beeld heb je uiteraard alleen op de fiets, als je zelf niet de hellingen moet opkruipen...) Ik was zelfs vooraf naar het Stade Popeye Piters getrokken om het laatste deel te verkennen. Maar toen werd de editie 2020 te elfder ure weer afgelast en bleef ik achter met een onvoldaan gevoel. Dan moet het maar dit jaar gebeuren, zelfs zonder aangepaste training. Overigens zal het mijn derde deelname worden, na een eerste kennismaking in 1995 en een tweede optreden in 2016. Dat vertelt het archief. Ik bespaar u en vooral mezelf de aankomsttijden van toen. 

In elk geval hier volgt het verslag van wat volgens de orthodoxe joggingleer een "echte" wedstrijd is. (Euh, is dit dan ook een "echt" verslag?)

We zijn bij de eerste inschrijvers in het tentje van de Herve Athlétique Club, Ludo Ramakers en uw verslaggever. Andere Mergellopers hebben vriendelijk bedankt voor de uitdaging. De covidpas-controle verloopt zonder problemen (maar is niet volledig volgens de voorschriften, merkt Ludo op). We hebben nog ruim de tijd voor een koffietje maar moeten de warme kantine voortijdig verlaten wegens namiddagsluiting. Dan maar wat rondjes draaien op de atletiekbaan. De lucht ziet er dreigend uit en het waait hier flink. Dat belooft voor straks. Maar uiteindelijk valt alles in de goede plooi: op het parcours laat de wind zich alleen op enkele stroken voelen, het blijft droog en de temperatuur mag als ideaal bestempeld worden. We worden meteen de stad uit en de dieperik in gestuurd. De beste kilometertijden zullen ongetwijfeld in deze beginfase opgetekend worden. Ik heb Ludo bezworen zijn eigen wedstrijd te lopen en niet op mij te wachten. Maar die eerste, soms steil dalende, aanvangskilometers doen we in elkaars gezelschap. 

FOTO

Ludo wil niet te fel van stapel lopen en ik van mijn kant profiteer van de afdaling om wat soepelheid in de benen te pompen. Intussen volg ik de passeermanoeuvres in het peloton. Met speciale aandacht voor kennissen en mooie vrouwen. Die mooie vrouwen ken ik niet maar ze lopen me wel gezwind voorbij. Geef hen eens ongelijk... Van mijn kennissen zie ik alleen veteraan 2, Guy Raes, zich naar voren reppen. Een andere bekende, veteraan 4 René Eggen, heeft wel losgelopen op de piste maar spaart zijn kruit voor de Hesbignonloop in Oreye morgen. Hij verricht nog een goede daad door bij de start de aanmoedigingskreet "Allez Willy" door het peloton te jagen. Ik vermoed dat Polle Celis van Nijlen, uiteraard aan de start voor zijn zeventwintigste (?) deelname, heel achteraan in het peloton is gestart. Ik heb geen weet of Jean Dessouroux, beste veteraan 4 bij afwezigheid van Servais Halders, aanwezig is. Raymond Jungbluth, nog een 70-plusser ben ik al in de eerste draai voorbijgegaan. De "dieperik" zoals ik hem daarnet genoemd heb, is de vallei van het beekje "Le Hac". Daar begint de eerste klim, ook een bekende van me, de "Trou du chat". Er komt nog een golf lopers over me heen. Ludo neemt hier meteen afstand. Of anders gezegd: ik blijf meteen achter. Hij heeft net zijn windvestje uitgespeeld. Aan kilometer 3 heeft hij al een straat (van 250 meter) voorsprong. Dan verdwijnt hij in de verte. Het fluoshirt dat ik straks nog even zal opmerken is van een andere deelnemer. Ludo zal eindigen in 1u49' na een ook voor hem verheugende prestatie. Opvallend: in krek dezelfde minuut als twee jaar geleden. Hij kan met vertrouwen de "Deux Cîmes" (16 km) over veertien dagen in Battice tegemoet zien. In de volgende 4 kilometer gaat het in drie stappen telkens hoger. Tussenin kunnen de benen even herstellen in twee korte afdalingen. We komen door de plaatsjes Bruyères en Manaihant, locaties die mij vertrouwd zijn van de korte Avenirlopen. Intussen heb ik het perfecte tempo gevonden om buiten de rode zone te blijven op de hellingen en wat vaart te maken in de afdalingen. Met uitzondering van twee stroken langs een rijweg loopt het parcours veelal tussen de weiden en de hagen die de charme uitmaken van het Land van Herve. Tussen haakjes: ik ben de dag "assorti" begonnen en heb me tegoed gedaan aan een Remoudou (Herfs kaasje) bij het ontbijt. Aan km 7 volgen we de Avenue des Platanes naar het centrum van Grand-Rechain. De lopers hebben een smalle strook achter verspreid geplaatste dranghekken ter beschikking. Ik loop wat verkrampt om mijn collega's niet te hinderen en de pootjes van de hekken te vermijden. En slaak dus een kleine zucht van opluchting als we rechtsaf de bebouwing kunnen verlaten. Het duurt tot km 7,5 eer ik de eerste deelnemer, Brahim Gharbi,(toevallig groot in beeld op de foto met Ludo) kan inhalen. Een dame in het zwart met flodderende kleding (Halloween-outfit?) is de tweede prooi. Maar de illusie om nog veel plaatsen op te schuiven moet ik snel laten varen. Ik kan me handhaven maar win geen plaatsen meer. Ik loop nu al kilometers kort achter een ouder mannelijk duo (veteranen 2) en kort voor een dame met een lange veelkleurige broek. Straks meer over mijn gezellen. Het gaat weer omhoog, nu zo'n 700 meter. Dat is in de buurt van de gemiddelde lengte van de hellingen die we voor de voeten krijgen. Ik stel tot mijn tevredenheid vast dat mijn benen de inspanningen goed verteren. Veel overschot heb ik niet maar een terugval heb ik evenmin. Na de Agolina-klim bereiken we rond kilometer 9 een plateautje waar ik twee jaar geleden mijn twee vrienden van de Mergellopers heb opgewacht. Vanaf hier zit het parcours in mijn hoofd. Ik weet dat er nu enkele dalende of vlakke kilometers volgen waar ik aan mijn gemiddelde kan werken. Ik neem nauwelijks enkele slokken bij de tweede bevoorrading maar verslik me haast. Te weinig oefening gehad in de vorige maanden? 

Je kan het parcours dan wel kennen, niet voorzien is dat de Rue Nicolas Hardy in Xhendelesse door wegwerkzaamheden is opgebroken. Niet alleen moet je door bruine of gele smurrie plensen maar noodgedwongen ook landen op steenpuin en dikke kiezelstenen. En de lange afdalingen op ongelijk wegdek hebben mijn rechtervoorvoet al op de proef gesteld. Enkele vloeken onderweg helpen ook niet en ik zal de ca 800 meter lange beproeving moeten doorstaan. De tweede ditmaal grote zucht van opluchting is een feit als we de woonstraat mogen verlaten. We kunnen de miserie van het wegdek vergeten met een nieuwe beklimming. Even voorbij een rechterbocht worden we een lange vlakke weg tussen de huizen opgestuurd. Niet meteen een begeesterende ervaring. Ik zal het dan maar even hebben over mijn twee gezellen, tot nu toe nog voor me, de veteranen 2 Eric Lanneer en Jean-Pierre Lemaître. Zij maken er een gezamenlijke uitstap van. We naderen intussen op een grote man in het blauw. Ik vermoed Michel Vercammen. Ergens op de Rue du Château d'Eau of de Vieux Comptoir gaat hij over op wandelpas. Na een slok aan het flesje dat hij nog bij zich heeft na de bevoorrading trekt hij zich weer op gang en gaat me weer voorbij. Honderd meter verder weer hetzelfde. Na nog eens honderd meter opnieuw van dat. Dan is het intervalspelletje uitgespeeld. Tenminste in mijn "perimeter". Toch beperkt hij dank zij zijn ongewone maar wellicht gedwongen tactiek zijn achterstand op me tot minder dan een minuut. Verder rechtdoor. Ha, eindelijk nog eens een bocht. Weer een stukje omhoog. 

FOTO

Ik sla de volgende bevoorrading over. Toch even vermelden dat de wedstrijd vlekkeloos georganiseerd is. Met veel signaalgevers om ons de goede richting op te sturen op de kronkelende route. En drie bevoorradingen. In schril contrast met de belabberde indruk die we kregen bij aankomst. Parkeren tegenover het stadion op een braakliggend stuk grond dat meer weg heeft van een oorlogszone in Beiroet. En grote vraagtekens in de ogen van de mensen aan de inschrijvingstafel die niet weten of er ook douches zijn. Voorbij de bevoorrading dus, weer naar rechts voor een lange rechte weg, in het open veld, tussen de weiden. Het blijft wel vlak maar de kilometers beginnen te wegen. En ik tracht hier na 15 km een tempo te handhaven dat ik op korte trainingen zelfs niet meer haal. Eric wacht op zijn maatje Jean-Pierre (het duo veteranen 2) en zo win ik meteen twee plaatsen. 

Na 16 km linksop. Het minder aantrekkelijke middenrif van de loop ligt achter ons. Nu begint - in mijn ogen - het mooiste deel van de route. Op kronkelige asfaltpaden, tussen de hagen en de bomen. Mooi maar niet echt leuk als je je beste krachten ergens in het hinterland hebt achtergelaten. Ik moet zien hier in de buurt van 5'30' per km te blijven als ik mijn tot nu toe onuitgesproken doel  - eindigen in minder dan 2 uur - wil waarmaken. Ik heb wel geregeld mijn kilometertijden bekeken maar heb eigenlijk geen idee of ik op schema zit. Ik blijf intussen mijn best doen om ook van de omgeving te genieten. Dat lukt echt niet meer op de klim aan km 17 in het Bois de Herve. Dat is niet echt een bos, maar de naam van de straat. Oei, oei, oei, ik moet op "veldversnelling" overschakelen. De dame met de veelkleurige broek (van lang geleden in mijn verhaal), Mélanie Schoonbroodt, is nog steeds in mijn buurt en gaat me voorbij. Boven trek ik me weer op gang en neem weer enkele meters voorsprong. Mijn tempo op het vlakke is blijkbaar net een tikkeltje hoger dan dat van mijn toevallige gezellin. We steken de "Maison du Bois" over (dat is de naam van de weg) waar fotograaf Gédéon Balthazar ons opnieuw in het vizier neemt. Nog even ontspannen op de mooie afdaling op En Wez om dan aan de ultieme uitdaging te beginnen, 500 meter met een piek tot 11%. Die eerste scherpe bocht ligt er van boven bekeken schitterend bij. Van dichtbij is ze moordend. Ik schakel meteen over op versneld stappen. En herhaal deze tactiek op een steil recht stukje even verder. Mélanie is me in de eerste bocht meteen voorbijgedribbeld. Een beetje tegen haar zin, lijkt het. "Allez Monsieur", het is alsof ze ontgoocheld is dat ik het (even) opgeef na al die kilometers. Maar de vorige helling heeft me al duidelijk gemaakt dat ik aan het eind van mijn bobijntje zit. Ik moedig haar nog even aan voor ze me definitief achterlaat. Op het vals plat verder zal ze nog enkele andere lopers inhalen. Goed gedoseerd dus. Ik kan net genoeg herstellen om de overige nog altijd steile meters lopend af te leggen, inbegrepen de laatste snok langs de boerderij. Ik heb het moeilijkste stuk achter de rug als ik Jean Dessouroux in tegengestelde richting voorbijkomen. Die is al aan het uitlopen, bedenk ik. Twintig minuten voor me? Blijkt dat hij niet gestart is. En zo krijg ik de eerste plaats bij de veteranen 4 in de schoot geworpen. Maar in mijn ogen onvoldoende voor een vierde hartje. Daarvoor ben ik te ver achter enkele "referentielopers". Dat doet overigens niets af van het tevreden gevoel achteraf. Km 20 wordt uiteindelijk nog veruit de traagste. Daar zit ook het vals plat over de autoweg in en vooral de laatste venijnige meters omhoog naar het centrum van Herve. Een blik op de Garmin leert me dat ik mijn richttijd binnen bereik heb. Ik pep mezelf op om het nu niet uit handen te geven. Ik ben ter hoogte gekomen van een kleine dame in het roze. Is dat niet Sandra Delrez die ik nu al enkele kilometers voor me heb gezien? Mijn vermoeden wordt bevestigd. Zij tracht haar ademhaling onder controle te houden en maakt daarbij een merkwaardig fluitend geluid. Met heel veel moete geraak ik voorbij haar. Dat is dan de vijfde loper die ik inhaal op vijftien kilometer. Met een verlies van één plaats aan Mélanie betekent dat dus een minieme verschuiving van vier plaatsen. Van een constante loop gesproken. Voor de laatste kilometer hebben de parcoursbouwers een rondje achter het stadion uitgedacht. Dan nog een stukje grasveld voor we de laatste tweehonderd meter op de piste mogen aansnijden. In de bocht zie ik Polle Celis aankomen. 

FOTO

Hij zal wel klaar zijn voor zijn dertigste(!) Quatre Cîmes. Voor de start was hij nog in het ongewisse over zijn conditie na de lange corona-break. Nog enkele meters en de traditierijke Herve-loop zit erop. Dit jaar voor het eerst georganiseerd onder de naam "Mémorial Stéphane Dmyterko", zo genoemd naar de organisator van de wedstrijd die vorig jaar aan covid is overleden. Na de finish wissel ik nog enkele woorden met Mélanie. Er volgen wederzijdse gelukwensen. Een goed ingepakte Ludo wacht me op aan de finish. Zijn brede glimlach zegt meer dan een uitgebreid commentaar.   

Ludo is overtuigd dat er douches zijn, ook al schijnen de officials dat zelf niet te weten. Na het draaien aan vijfentwintig deurklinken heeft hij dan toch prijs. Over de douches zelf niets dan goeds. Fris gewassen zoeken we een tafeltje op onder het tentzeil. De podiumceremonie hebben we gemist. Samen met Paul Celis verteren we de Val-Dieu en de loop. Alleen de "plakkers" zijn nu nog in het tentje. We nemen afscheid. Paul en Ludo geven elkaar rendez-vous op de Deux/Quatre Cîmes over twee weken. Na een comfortabel autoritje (met verwarmd achterwerk) naar huis kunnen we genieten en/of recupereren van de inspanningen. Na vier uur begin ik weer op mijn effen te komen... 

(Foto's 1 en 2 van Gédéon Balthazar. Foto 1: In het begin van de wedstrijd nog samen met Ludo, rechts in fluoshirt, achter de brede torso van Brahim Gharbi. Foto 2: In volle concentratie. Foto 3: door een sympathieke deelnemer. Van links naar rechts: Ludo, Paul en uw dienaar.)


zon 07/11/2021 10u15 * Les Vallons de la Méhaigne Braives (Challenge hesbignon) * 10 km * 00:53:02 * 11,3 * 99/183 * 3/4 * ♥♥♥♥

"Hoe gaat het?" en "Dat is lang geleden!" zijn de meest gehoorde en uitgesproken zinnen als ik na 2 jaar weer opduik in de vroeger zo vertrouwde Hesbignon-biotoop. Dat het net in Braives gebeurt, pakt om twee redenen goed uit: de licht golvende omloop is de perfecte "uitlooproute" na het gezwoeg op de heuvels van het Land van Herve. En ik pik daarmee ook nog nipt de laatste challengeloop van het seizoen mee. Ik ben even de oriëntatie kwijt als we het voetbalveld van REH Braives bereiken. We ontdekken het oude stationnetje - ik tijdens de loop, Marie-Paule als ze haar traditionele ochtendwandeling maak. Maar voor het overige, stel ik vast tijdens de wedstrijd, is het parcours ongewijzigd sinds ...2014 toen ik er voor het laatst aan de start stond. 

In de Hesbgnon staan ze met de kippen op en dus zijn we om kwart over tien al vertrokken voor de 10 km. Ik heb postgevat in het tweede deel van het peloton, zie hier veel bekende gezichten rond me maar heb geen idee wie zich nog in de kop en de staart van het peloton ophoudt. Dat zal niet zonder gevolgen blijven... 


FOTO

Bij de eerste doortocht op de Rue de Brivioulle achter het voetbalveld vraag ik aan Etienne Vanderschelden of Noël Heptia ook van de partij is. "Niet gezien" roept hij me terug en zo denk ik dat ik vrije baan heb bij de veteranen 4. Ik kom moeilijk op gang. Het vals plat in de eerste kilometers helpt ook niet echt mee. Bea Strauven en wat later Pierrot Dubois met wie ik even op pad ben, geven me de raad niet in hun gezelschap te blijven hangen wegens te langzaam en kampend met fysieke ongemakjes. Op de onverharde derde kilometer moet ik niet alleen heel wat plassen omzeilen maar ook extra voorzichtig zijn om mijn rechtervoet niet te mishandelen op de hobbelige ondergrond. Ondanks mijn voorzichtige aanpak haal ik nog verdienstelijke kilometertijden. Mario Smolders loopt zo'n vijftig meter voor me uit. Zijn aanwezigheid geeft me net dat extra prikkeltje. Ik haal hem in net voor de vierde kilometer. Op de Ravel doe ik nauwelijks enkele seconden af van het gemiddelde tot hiertoe. We komen voor de tweede keer door de Rue Nouvelle waar niets speciaals te melden valt. Tenzij misschien de oude muurreclame "Ameublement moderne" en het afgebladderde bord boven de showroom van Carodet. Maar mogelijk heeft u geen oog voor deze details en wacht u vol spanning op het vervolg van mijn verslag. 

Ik ben verrast als we aan het bord van de 5 kilometer passeren. Nog maar vijf meer te gaan. (Ik ben in gedachten nog in de halve marathon van Herve). Ik haal enkele lopers voor me in. De weg begint nu langzaam op te lopen. Dit is de eerste van de drie hellingen boven de lieflijke vallei van de Méhaigne. Een man pept een jonge dame op om even door te bijten en geeft nog wat aanwijzingen over het afwikkelen van de voeten. Ik "maak me uit de voeten", ik heb geen boodschap meer aan een soepeler (en waarschijnlijk efficiëntere) loopstijl. Daar had ik dertig jaar geleden mee moeten aan beginnen. 

FOTO

Dit lage gebied wordt doorkruist door meanderende beekjes, zie ik later op de kaart. Wij houden onze voeten droog op de betonnen paden en stroken. Na een eerste bult (met het leraar-leerling-koppel) volgt snel een tweede stekel. Die me echt pijn doet. Ik geraak nauwelijks vooruit op de 8% dicht tegen kilometerpaal 6. Boven worden we beloond met een afdaling die me meteen een eerste kilometertijd onder de 5' oplevert. Niet dat ik me daarvan tijdens de wedstrijd bewust ben. Ik heb wel de indruk dat de benen beter beginnen te draaien en dat mijn start "op het gevoel" me in het juiste ritme heeft gebracht. 

Intussen loop ik al een tijdje in het gezelschap van een dame (een aînée 2, als ik een gokje mag wagen) die een klingelend geluid verspreidt. Een sleutelbos danst rond in het windvest dat ze rond haar midden heeft gegord. We lopen het dorpje Avennes binnen. Doortocht aan de Moulin de Velupont. Meteen daarna gaat het fors omhoog. De sleutelbosklingelende laat me achter. Niet te verwonderen, denk ik, betere conditie na de Marathon du Beaujolais. Over haar deelname laat haar trainingsvest geen twijfel. Boven (maar eigenlijk nog niet...) worden we nog even een donker bospaadje ingestuurd. Ik heb mijn sportbril niet bij me en let er op mijn knieën hoog genoeg op te tillen om niet te struikelen. Tweehonderd meter verder is er weer licht en komen we via een steegje weer tussen de huizen. De derde helling met een scherpe rechtse bocht naar de kerk van Avennes is niet alleen een fraai stukje parcours maar gaat me verrassend goed af. Verwacht hier wel geen tempo. Dat heb ik al lang niet meer en al zeker niet op hellingen, mijn vroegere favoriete stroken. De tijden van de de zesde en de achtste kilometer steken wel af tegen de prestaties op de snelle gedeelten maar dat is gewoon op het conto van het hoogteprofiel te schrijven. Nog een kronkel voorbij de kerk. Dan wacht de Ravel. Wat de rechte lijn van Hunaudières is in de 24 uren van Le Mans, is deze Ravel voor de Hesbignon. Daar gelegd voor snelheidsduivels.

FOTO

Twee kilometer vlak, perfect beloopbaar, (bijna) recht naar de finish. Ik haal nog verscheidene deelnemers in, ja ook de sleutelbos... Over de streep. Mooi gedaan, vind ik van mezelf. Ook al zal er over mijn loop niet nagepraat worden. Zoals vandaag voor en na de loop, over de wedstrijd van vorige zondag in Oreye. "Zeg, in Oreye, nooit meegemaakt, een nieuwe ...Halbers? (Halders, verbeter ik). Dat gemiddelde voor een zeventiger." Ik train wel eens met hem, laat ik vallen. Om zelf ook nog iets van zijn reputatie mee te pikken. Naar de douche, en de bomvolle kantine.   

Even een lachwekkende situatie bij de prijsuitreiking. In het tumult heb ik wel mijn naam horen afroepen maar niet mijn plaats. Ik kruip met enige moeite op het hoogste schavotje maar word door Michel Mancini met vriendelijke aandrang verzocht om plaats te ruimen voor hem. Blijkt dat er nog twee 70-plussers me voorafgaan. Michel, op de tweede plaats, die ik helemaal uit het oog was verloren en de winnaar Manuel De Haro Sanchez, die ik zelfs niet ken en al naar huis is. Niettemin, goed gedoseerd, sterk geëindigd, heerlijk gevoel nog eens in groep te lopen: dat is wel een vierde hartje waard. Alleen jammer dat de blonde Leffe in de kantine tegenvalt...

(Foto's Marie-Paule. Foto 1: Oud station van Braives. Foto 2: Windvestje uitspelen onderweg. In de achtergrond Mario Smolders. Foto 3: Podium met Michel Mancini (midden) en Calogero Mauro rechts.)


zon 19/12/2021 10u30 * Luik La Belle Hivernoise * 13 km * 01:16:58 * 10,1 * 143/271 * 2/7 * ♥♥♥

Ik ben niet alleen voor de mooie naam van de loop in het Luikse Angleur maar ook om een van de laatste kansen te grijpen om nog een wedstrijd af te werken voor het einde van dit verdoemde jaar (bis). En neem dus ook het risico om geconfronteerd te worden met een trailachtig parcours dat ik in normale omstandigheden liever vermijd. Jean-Pierre Immerix kiest het zekere voor het onzekere en blijft in Veldwezelt. "Ik herinner me dat ik daar vorige keer met natte voeten ben aangekomen" verantwoordt Jean-Pierre zijn afwezigheid. Ook voor mij is er een vorige keer, zelfs twee vorige keren. In 2012 en 2014 liep ik hier de trail van 23 kilometer. Dat soort uitdagingen is nu niet meer aan de orde en ik hou het braafjes bij de "jogging" van 13 km. Zoals ook Servais Halders met wie ik de verplaatsing maak en andere generatiegenoten die ik voor de start tref. Ik blijf nu er beter met mijn gedachten bij dan in Braives en hou Michel Mancini nauwkeurig in de gaten bij de start. Maar hij vertrekt ditmaal achter mijn rug... en blijft daar ook. We hebben ruim de tijd om een praatje te slaan voor de start. Die is immers met een kwartier verlaat door het oponthoud bij de Covid Safe Ticket-controle bij de inschrijvingen. Daar heb ik nog even geluk dat ik een nummer kan bemachtigen. Ingeschreven voor de Challenge van de Provincie (één van de organisatoren) en vooraf betaald. Maar in dit ongewone jaar heb ik nog geen papieren nummer nodig gehad - in de virtuele wedstrijden volstond een "virtueel" nummer - en dus sta ik hier zonder borstnummer en bijhorende chip. Gelukkig heeft de jongeman aan de inschrijvingstafel de juiste reflex en geeft me een dagnummer. 

De wedstrijd begint al meteen met een klim, in het begin een kronkel deels op kasseien, dan rechtdoor op de Rue de la Belle Jardinière. Die mooie tuinierster laat zich niet zomaar inpalmen want om haar te bereiken moeten we eerste een steil talud op. Op het smalle pad zit het peloton strop. Ik volg mijn voorgangers die een alternatieve doorgang forceren in een gleuf tussen jonge boompjes. Om een laaghangende stam te ontwijken kruip ik op handen en voeten over het bladertapijt. De weg blijft omhoog lopen tot aan het voetbalveld van RCS Sart-Tilman. De benen zijn nog niet ingelopen, de ademhaling kan niet volgen: kilometer 1 in 8 minuten. Het moeilijkste deel van het rondje, qua reliëf tenminste, is voor mij achter de rug. Ik ben vrij vooraan gestart en zie de ene loper na de andere voorbijgaan op de bospaden. Die voorlopig goed beloopbaar zijn. Dat verandert in de volgende kilometers. Smalle paden, bezaaid met boomwortels en uitstekende stenen. Vanachter mijn sportbril houd ik de ogen gericht op de verraderlijke ondergrond. Vraag dus niet zoals Marie-Paule: "Zie jij wel iets met die donkere bril?" Daarvoor zet ik hem net op. Dat die bril overdag donker kleurt, is een modieus detail ...dat ik overigens niet heb gezocht. Ik schakel dus over op overlevingsmodus. Op een tempo dat ik makkelijk aankan en bedacht op uitschuivers en valpartijen. Daar heb ik de laatste weken nog een bijkomende reden voor, een pijnlijke rechterknie. Waarschijnlijk het gevolg van een ongewild glijmanoeuvre ettelijke jaren geleden in een challengewedstrijd. Hoe dan ook, dit lichaamsdeel dat mijn eindeloze kilometers al die jaren zonder morren heeft opgevangen, begint me nu ook in de steek te laten.  

De fictieve kilometerpaal 6 nadert, we zijn aan het hoogste punt. Vanaf nu gaat het voornamelijk bergafwaarts. We maken een lus op de universiteitscampus van Sart-Tilman. Ik kan weer wat tempo winnen op de verharde paden. Als de 23km-lopers links zijn afgeslagen is er ook meer ruimte en moet ik geen plaats meer maken voor achteropkomende lopers. Ik hou vast aan een comfortabel ritme en weersta de verleiding om de lopers voor me in te halen, althans een poging te doen tot. Bekenden zie ik hier overigens niet. De faculteitsgebouwen en de sculpturen die her en der staan opgesteld bieden wat visuele afwisseling tussen het groen. Ik blijf voor het overige voorzichtig op de gladde tegels en kasseien op de open ruimtes. Hier en daar staat een levend wezen. Het is mij niet echt duidelijk of die hier als signaalgever staan. Een uitgestoken arm, dus toch. Ik voel me wel in mijn sas op de dalende bospaden. Door andere lopers word ik niet meer ingehaald. Wel door enkele kleine groepjes mountainbikers die gelukkig hun doortocht aankondigen met het nodige gerammel van de wielen. Ze bedanken mij dat ik hen de ruimte geef om voorbij te knallen. Een van hen heeft zelfs kerstmuziek aan boord. Terwijl Jean-Pierre zit te kniezen op de 2de carabinierslaan omzeil ik de schaarse modderplekken met de nodige zwier. En houd mijn voeten en passant droog. In de laatste kilometers zitten er nog wel enkele stekels maar die doen me niet echt pijn met een tempo rond 10 km per uur.

In het eerste deel op de trailpaden was het te druk, nu ben ik blij als ik in de verte een andere loper zie om tenminste het spoor niet bijster te raken. Er hangen nu en dan wel zwart-gele linten. Die duiden misschien het parcours aan. In de bocht aan km 10,7 heb ik even een twijfelmoment. Ik wacht op een trio jonge dames om zekerheid te hebben. Een halve draai terug naar links. Daar hangen inderdaad de linten. Die dames draaien nog soepel rond en lopen mij wat verder glad uit het spoor. We zijn terug aan het voetbalveld, aan de achterkant. 

FOTO

De aankomst kan nu niet ver meer zijn. Maar er ligt nog een lusje naar rechts voor we weer in de armen van de Belle Jardinière lopen. Daar zie ik dan toch een bekende. Guy Raes staat voorovergebogen op de weg. Een blessure, te fel van stapel gelopen? Hij probeert wel nog op gang te komen als ik hem passeer maar heeft het daarna toch opgegeven (leid ik af uit zijn uitslag). Eén toeschouwer en bijhorende hond volgen de laatste esbattementen. Ik draai het gashendel open op stand 8. (Let wel: het had dus nog hoger gekund). Het felle schoenengeklets op de achtergrond in de afdaling moet gekomen zijn van veteraan 1 Jean-Paul Degbomont. Die mij bij de lurven vat in de afdaling van het talud waarvan sprake in het begin van dit verslag. Ik verlies één plaatsje. Servais moet drie posities inleveren. "Ik kan dat niet" geeft de Voerenaar zijn zwakke plek bloot. Op de laatste dalende lussen op de gladde kasseien is het zaak het juiste evenwicht te zoeken tussen snelheid en voorzichtigheid. Ik kom min of meer in de verwachte tijd over de streep. Zo had het nog wel enkele kilometers mogen doorgaan. Leuk als je nog over hebt aan de finish. Nog leuker dat rechterknie en -voet hebben standgehouden. 

De uitslag staat verrassend snel op de CJPL-site. Dan toch een lichtpuntje in de belabberde communicatie van de oudste challenge. Ik ben aangenaam verrast dat ik nog de tweede plaats kan bemachtigen in de categorie v4, weliswaar een eeuwigheid achter de ongenaakbare Servais Halders. Hij moet het ditmaal wel zonder prijs stellen. Die zijn alleen voor de eerste drie in de totaaluitslag. "Nog wat trainen, plaag ik mijn maat, dat podium haal je ook nog wel!" Geen douches vandaag. Na een verkleedpartij in de gloednieuwe Sandero, de mobiele kleedkamer van Servais, snorren we meteen terug naar het noorden. 

Oproep: wie weet waar Jo Vrancken is uitgekomen in de 5 km neemt contact op met www.groetum.be.

(Foto's Marie-Paule. Servais en uw dienaar (99 plaatsen en 17 minuten later) in de voorlaatste glibberige bocht.) 


<h4>zon 26/12/2021 11u * Verviers Jogging de la Saint Sylvestre * 8,1 km * 00:41:48 * 11,6 * 242/404 * 3/7 * ♥♥♥♥</h4>

Het zijn twee gelukkige mannen die rond het middaguur in de auto op weg zijn van Verviers naar Moelingen. Ze hebben daar ook alle reden toe. Servais Halders en uw correspondent hebben daarnet het joggingseizoen met een goed gevoel afgesloten op een leuke, zij het pittige, omloop in en rond Verviers. Of de derde aanwezige in het voertuig, Marie-Paule, dezelfde gelukzaligheid uitstraalt is niet af te lezen op haar gezicht want gedeeltelijk bedekt met een mondmasker. 

We zijn er heel vroeg bij in de stad aan de Vesder om eventuele CST- en inschrijvingsdrukte te vermijden. Opvallend dat vooral oudere (of beter gezegd) oude mannen bij de eersten zijn in het cafetaria. Paul Vandeberg en Jean-Louis Voss bijvoorbeeld. Nicolas Bynens is er ook (weer) bij, klaar voor zijn negentigste loop van het seizoen. Nog een statistiek: Nicolas heeft dit jaar acht blessures overleefd. We schuilen een hele tijd in de auto in afwachting van het vertrek (en het inlopen) om ons te beschermen tegen de ochtendlijke winterse koude. We zien heel wat deelnemers voor ons passeren. Kijk, nog twee bekenden: Frankie Verluyten en Benny Stulens. Wie hun uitslag zoekt, moet vooraan de lange lijst finishers gaan kijken. Na een half uurtje opwarming op de straten rond het voetbalstadion van RCS Verviers, alleen onderbroken door talrijke plaspauzes van één van ons beiden (naam niet vermeld vanwege privacyredenen), zoeken we een geschikt plaatsje in het massale peloton van 400 lopers. Servais begeeft zich naar de eerste rijen, ik sta verderop, toevallig naast Jean Dessouroux die mij met ruim verschil zal voorafgaan aan de finish. Ik zal 7 minuten moeten toegeven op Servais en meer dan 3 minuten op Jean. En daarmee zit ik ruim binnen de tolerantiegrens die ik mezelf gun tegenover mijn categoriegenoten. Vlak voor de start wissel ik nog enkele woorden met Leon Meex en dochter Myrthe van Kanne. Zij zal de fictieve trofee van beste Riemstenaar mee naar huis nemen.    

In het gedrang na de start kan ik in laatste instantie een plots opdoemende filmlens ontwijken. Om pakkende beelden te schieten heeft de cameraman van Télé Vesdre in het midden van de weg postgevat. We moeten al meteen fors aan de bak op een eerste knik om dan bergafwaarts snelheid te maken maar na 400 meter wacht er weer een klim van 300 meter. De eerste kilometer zit erop na een dikke 5 minuten. Ik heb me dus niet ingehouden na de start. Volgens plan overigens.

FOTO

Ik wil op deze korte loop op een goed beloopbare ondergrond meteen in een stevig ritme komen. Nu maar hopen dat ik deze forse start in de volgende kilometers niet zal bekopen. Ik heb het profiel van de loop in mijn hoofd zitten en weet dus dat er van recuperatie in het volgende kwartier geen sprake is. De tweede kilometer is één langgerekte klim op het asfalt tussen de huizen. Ik kan mijn cadans vasthouden. De signaalgeefster aan km 3 ratelt de positie van elke passerende loper af. "Quarante-sept, quarante-huit..." Zo fel van voren, schiet het door mijn hoofd. Een mens neemt zijn wensen snel voor werkelijkheid maar de mevrouw brengt me snel weer met de voetjes op de grond. "Cent  cinquante"... En dat moet ik ook verkeerd gehoord hebben want eigenlijk moet ze al aan 250 geweest zijn. Dat lees ik achteraf uit de uitslag af. In de derde kilometer draaien we een deels onverharde weg in die na een kort dalend knikje ook weer begint te stijgen. De gaten en kuilen in de versleten asfaltlaag mede met het onophoudelijk stijgend profiel duwen mijn kilometertijd terug naar 5'30". En daarmee ben ik nog niet aan mijn traagste kilometer. Daarvoor zorgt een strook van een kleine 300 meter van rond de 9%. Ik voel voor het eerst dat de benen niet meer mee willen. Maar echt stilvallen doe ik ook niet op het hobbelige pad waar de in deze contreien enthousiaste fans langs de weg ons een hart onder de riem steken. En zo kan ik weer aan mijn tempo beginnen te bouwen eens we terug op een mooie asfaltweg zijn tussen de villa's op de Rue des Prés. Maar we zullen wel nog eerst 800 meter vals plat moeten verwerken eer we echt aan de afdaling kunnen beginnen. De passage over de stoep langs de rijweg naar Heusy duurt gelukkig maar 100 meter. Daarna worden we rechtsaf een rustige  straat worden ingestuurd. Voor het eerst duik ik onder de 5 minuten. Ik heb na de lange opwaartse aanvangskilometers nog voldoende reserves over om voluit op tempo te lopen. Ik kan hier ook enkele lopers inhalen, waar ik in de vorige kilometers meestal het omgekeerde lot moest ondergaan. Na een korte onverharde strook komen we weer in een bebouwde zone uit. Een grote groep luidruchtige supporters wacht ons op aan een bocht. Waarom die hier samentroepen wordt me 4 minuten later duidelijk als we hier nogmaals passeren vanuit een andere richting. Op die golvende zesde kilometer moet ik me wel weer tevreden stellen met een tijd boven de 5'. Intussen is me een piepjonge deelneemster opgevallen in de sliert lopers voor me, Sofia Radouani, 10 jaar, lid van de organiserende club "Hautes Fagnes". Ze raakt met moeite aan mijn navel maar met haar korte beentjes zet ze enkele keren een versnelling in op een lichte helling op het onverhard waarbij ik gewoon lijk stil te staan. Wat een soepele beenbewegingen en vooral wat een talent! "Zou ze nog lopen als ze in de zeventig is?" (zoals haar clubgenoot Servais Halders) vraag ik me af ... om mezelf wat moed in te pompen. Ver voor me uit volgt Servais Halders ook met bewondering een jonge deelnemer (Marius Jacquemin, 13 jaar?) die hem zal voor blijven tot op de streep. 

FOTO

Het jonge fenomeen verdwijnt uit mijn gezichtsveld. En ook in de steile afdaling dadelijk zal ik haar niet meer terugzien. Nog anderhalve kilometer (achteraf blijkt het maar een dikke kilometer geweest te zijn), waar is die vervelende puist waar we nog over moeten? Ik heb de Sylvesterjogging een keer gelopen, vier jaar geleden, ook toen in het gezelschap van Servais. Maar ik herinner me het klimmetje op de Chemin de Rouheid vooral van de Grand Jogging de Verviers (van 2017) toen de benen hier volledig blokkeerden, weliswaar in een langere loop met een nog meer uitgesproken reliëf. Maar vandaag heb ik een betere dag en kan ik het tempoverlies beperken met een "miniverzetje", met andere woorden een kortere paslengte. Ook hier, op de top bij het oversteken van de Avenue de Thiervaux, tonen de supporters hun warm hart. Daarna staat alleen nog snelheid op het programma. En kilometertijden met een 4 van voor. Dat doet de oude loper toch zo'n deugd... Nog even voel ik de koude wind als ik rechtsaf draai naar het stadion in de diepte. Het binnendraaien op de piste langs het toegangshekken heeft iets olympisch. Zoals ook de laatste 200 meter op de fluweelzachte tartanbaan van de atletiekclub "Hautes Fagnes". Twee toeschouwers volgen de finish vanaf de tribunes van het stadion. Een van hen is Marie-Paule. Nog een kiekje voor we het stadion uitwandelen. Dan valt snel het doek over het sportieve event. De heilige Sylvester mag dan wel zijn naam verleend hebben aan deze jogging, de echte patroon is dame Covida die geen tegenspraak duldt en ons snel terug naar huis stuurt...

Foto's Marie-Paule. Foto 1: De meute is vertrokken en moet meteen omhoog. Foto 2: Aankomst in het Stade de Bielmont.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten