zon 04/02/2024 10u30 * Visé La Zatopek en famille * 9,9 km * 00:58:22 * 10,2 * 259/419 * 5/6 * ♥♥
De laatste jaren heeft Visé een vast plaatsje verworven op mijn joggingagenda. Wat snuffelwerk in mijn archief leert me dat ik hier vandaag voor de zesde keer aan de start sta. Niet te verwonderen natuurlijk: Wezet, zoals ze op de radio zeggen, ligt maar enkele kilometers van thuis. Maar de laatste jaren heeft de Zatopek een nog sterker argument om me naar de Maasstad te lokken: het parcours. Bij mijn eerste twee deelnames- in 2010 en 2017 - begonnen we met een steile afdaling naar de Maasoevers met het gevolg dat er op de terugweg een knoert van een beklimming op ons te wachten lag. Wat te extreem, moeten de parcoursbouwers gedacht hebben, en ze tekenden een ronde uit op het Maasplateau, hoog boven de stad. Ik neem aan dat het nieuwe parcours ook minder verkeerstechnische problemen met zich meebrengt. Hoewel we nu ook twee keer een rijweg kruisen (dezelfde weg overigens, de Rue de Dalhem). De nieuwe ronde is afwisselend en relatief snel. De weersomstandigheden, eind januari, begin februari, eisen natuurlijk ook hun tol. Nu eens sneeuw, dan weer regen met de bijhorende gladheid op de onverharde stroken. Dit jaar is een natte editie. Hoewel er op deze grauwe dag tijdens de loop geen druppel regen is gevallen. Ik ben dus eigenlijk voor het vierde jaar op rij present aan het Stade de la Cité de l'Oie. Het corona-(uitloop)jaar 2021 is daar uiteraard niet inbegrepen. Ik heb bij de voorbereiding van mijn verslag ook even naar mijn tijden van de voorbije jaren geloerd... Niet om vrolijk van te worden: met één uitzondering komen er elk jaar enkele minuten bij. Dat zal dit jaar niet anders zijn.
Voor mijn opwarming ben ik de woonwijk achter het stadion, met de straatnamen van bloemen (pâquerettes, marguerites), ingedoken. Het is echter niet zo makkelijk de terugweg te vinden in het labyrint van doodlopende straten. Ik kom er wel goed gerodeerd uit: tegen mijn aanvankelijke bedoeling moet ik het tempo opdrijven om tijdig aan het vertrek te geraken. Ik houd gelukkig nog enkele minuten over om mijn windvest uit te spelen en het Mergellopers-singlet boven mijn coltrui aan te trekken. Ik baan me een weg in de opeengepakte massa aan de start... en vind een plaatsje naast twee generatiegenoten, Luc Hilderson en Raymond Jungbluth.
FOTO Deze studenten zorgen voor animo in de eerste en laatste kilometer.
Honderd meter na de start is het officiële parcours enkele meters naar links verlegd, op de assenpiste en niet diagonaal over het grasveld. Maar daar moeten we even goed door brede waterplassen en is de verleiding groter om de kortste weg te nemen over het gras. Toch maar beter laten zoals het was, denk ik. In elk geval, ik zie Luc en Raymond van me weglopen en vermag er niets tegen. Ook op het asfalt, links van en aan de achterkant van het stadion, werken mijn benen tegen. Zelfs in de eerste lichte afdaling houdt het onaangename gevoel in mijn benen niet op. De bochtige doortocht in de woonwijk (die van de opwarming) brengt ook al geen soelaas. Ik probeer een idee te krijgen van mijn kilometertijden maar zonder bril en op wedstrijdtempo dansen de cijfertjes op en neer. Ik zie achteraf dat ik ruim onder de 6 minuten per km blijf maar zo voelt het tijdens de loop beslist niet aan. Na een trappenpartij en een onverharde weg bereiken we de Chapelle de Lorette op de hoogte. Ik ben hier veertien dagen geleden nog opgeklauterd tijdens mijn lange duurtraining, toen op de rijweg. Het nieuwe zwembad, links, had ik toen niet opgemerkt. Nog even een afdaling, de weg over en dan de plantages in. Einde deel 1.
Deel 2 dus, onverhard, met enkele pittige klimmetjes en vooral glad. De paden tussen de fruitbomen zijn omgewoeld door de lopers voor ons. Ik probeer me zo goed en kwaad mogelijk recht te houden. Trailschoenen zouden hier wel van pas komen. Maar dat zou ten koste gaan van het comfort op de verharde en snelle stroken, toch twee derde van de ronde. Het tempo gaat onvermijdelijk omlaag, ook al ik voel me een stuk beter, na de afdaling van de Porte de Lorette. De steilste puisten neem ik stapvoets - dat kost me in de vijfde kilometer bijna 7 minuten. Km 6, min of meer vlak, biedt rechts een mooi uitzicht op de Maasvallei. Misschien heb ik hier wat te veel willen genieten, onder meer op de onverharde Chemin de Richelle. Hier zat meer in dan 6 minuten. De klim in Richelle met vooraf nog een klein bultje, gaat me dan weer beter af.
Eens buiten Richelle begint deel 3. Zo noem ik het althans. In de achtste kilometer in dalende lijn op het ruilverkavelingsbeton duik ik voor het eerst onder de 5'30". Ik haal hier en daar zelfs een loper in. Of beter gezegd een loopster, want in deze geledingen van het peloton zijn de dames in overtal. Sommigen hebben wel wat reserves gehouden voor de laatste kilometer, zoals Adeline (haar shirt laat geen twijfel over haar identiteit) die ik al vanaf het begin in mijn omgeving zie. In die laatste kilometers kan de grootste versnelling worden ingeschakeld. Door mijn parcourskennis heb ik ook de zekerheid dat ik het hogere tempo zal kunnen aanhouden. De scherpe bocht naar rechts aan km 8 is het begin van een veldweg, lees een nieuwe gladde strook, bovendien licht stijgend. Ik neem na een tijdje (als enige, zie ik) de echte veldweg links. De anderen kiezen voor de berm rechts. Ik denk dat ik het bij het rechte eind had. Dan gaat het linea recta (of toch ongeveer) naar de finish. Ik laat er mijn snelste kilometertijd van de loop optekenen.De grindweg met putten die ons vorig jaar tot allerlei zijsprongen dwong, heeft plaats moeten ruimen voor een betonstrook. Zelfs die lichte parcourswijziging is me niet onbekend na mijn uitstapje naar Dalhem tien dagen geleden. Ik tuur in de verte naar v4's maar die zijn al aan het stadion, leid ik naderhand af uit de tijden. Nicolas Bynens heeft 10' voorsprong, de verbazend sterke Christian Vandevenne als tweede 4', Luc en Raymond (in die volgorde) rond de 2'. Dat zijn duidelijke verschillen. Het zal bij twee hartjes blijven: 1 voor de eerste kilometers, 3 voor het tweede deel. 2 hartjes in de eindafrekening dus. Als ik dan nog vertel dat ik in de laatste nog een duelletje uitvecht met een jonge juffrouw, bent u weer volledig bij.
Terwijl ik sta aan te schuiven om mijn nummer in te leveren, merk ik dat ik niet de enige Riemstenaar ben in het peloton. Myrthe Meex heeft de 5 kilometer betwist. Uitslag voorlopig onvindbaar. Na een slok thee ga ik Marie-Paule zoeken in het cafetaria. Dat blijkt moeilijker dan de laatste kilometers van de loop. Ik trek een droge trui aan in de auto en ga opnieuw Marie-Paule zoeken. Deze tweede poging wordt wel met succes bekroond. We ontvluchten de après course-drukte en slaan de terugweg in naar huis.
zat 24/02/2024 14u30 * Sint-Truiden Estafette * 5,7 km * 00:29:45* 11,4 * 64/74 * 4/5 (H+120)* ♥
Opnieuw in Sint-Truiden... dat stilaan het estafette-mekka van Limburg wordt. Nauwelijks twee maanden na de aflossingsloop rond het Lago-zwembad mogen we opnieuw stokje wisselen in de Trudo-stede. En de pret van het duo-lopen kan niet op want eind mei is het opnieuw zo ver op Saffraanberg. Vandaag is het te doen in het Stadspark en dat is een heerlijke locatie voor deze discipline. Dat hadden de ontwerpers in 1876 wellicht niet gedacht toen ze het park aanlegden op de vervallen stadsomwalling. De organisatoren moeten goede connecties hebben met het stadsbestuur om het park tijdelijk te mogen inpalmen en datzelfde stadbestuur moet ook meewillen in het project. Ongetwijfeld ook vanwege de goede doelen die aan het initiatief gekoppeld zijn.: "Kando Club 20-30" en "zonnegroen buitengewoon". Ik bewonder ook de inzet van de Speelhofrunners. Want dat is geen mega-organisatie en ze zetten nu toch al een aantal jaren een mooie sportnamiddag op de rails. Wie weet, er zit misschien Japans kapitaal achter...
FOTO (Foto: Jo Defrère: Met mijn gelegenheidsploegmaat Ludo Kennes.
Het rondje Stadspark is aangepast sinds mijn laatste deelname, net voor het uitbreken van corona. Het heen-en weer-segment langs de Diestersteenweg is ingekort en er komt een brede bocht bij langs de Parkstraat. We lopen nu ook in de tegengestelde richting van 2020. Het lusje over het houten bruggetje - steil op en af - is uit het parcours gehaald. Ik geniet nu van dit Engelse stadsparkelement (inclusief de rotspartij en de kiosk) tijdens de opwarming. Het nieuwe parcours geeft de snelle loper alle ruimte. Alleen twee haakse bochten na 250 meter en een chicane na 600 meter breken het tempo.
Probleempje in de aanloop naar de wedstrijd: de estafettepartners van mijn vorige aflossingswedstrijden zijn om diverse redenen niet beschikbaar. Ik moet dus op zoek naar een andere ploegmaat, want ik heb wel zin in een duoloop, zeker na de hint van Mario Smolders. De voorzitter(?) van de Speelhofrunners speelt koppelaar en zo verschijnt het duo Willy Cortleven- Ludo Kennes op de inschrijvingslijst. Een uitstekende keuze, voor mij althans. De rijpe zestiger uit Hulsbeek (Geetbets) heeft nog altijd kilometertijden rond de 4'30" in de benen. Helaas komt zijn partner niet meer onder de 5', verre van zelfs, en zo eindigen de twee blauwen (de ene van Maessgmrunningteam, de andere van de Mergellopers uit Riemst, niet verder dan de vierde plaats op vijf en moeten ze zich tevreden stellen met een plaats in de laatste geledingen van het 74 teams grote peloton. Hoe dan ook, in mijn beperkt aantal estafettelopen heb ik al heel wat ploegmaten "versleten". De twee zonen van Ludo staan hier trouwens ook aan de start. En niet zomaar voor een tussendoortje: Pieter-Jan en Hendrik halen 17,3 km na een uur, goed voor de tweede plaats overall.
FOTO (Foto: Jens Riskin: Jan-Pieter Kennes (zoon van) schiet als een pijl uit een boog bij de start.)
De lopers van de eerste shift maken zich klaar voor de start. Ik drentel nog wat rond in de omgeving. Hier en daar zie ik een wandelaar. Ook oud-burgemeester L.V. komt een frisse neus halen in de groene oase. Op mijn vraag neemt Ludo de eerste ronde voor zijn rekening. Dan moet hij alleszins in de tweede ronde al niet voorbij het trager verkeer waarin ik zou terechtgekomen zijn. Hoe snel hij die eerste ronde (en de volgende) aflegt is niet duidelijk. Er is blijkbaar iets misgelopen met zijn horloge. Ik vind alleen een algemeen gemiddelde van 4'38" terug. Het officiële tijdsregistratiesysteem is hier overigens in handen van Timetorun. Ons nummer wordt na elke ronde manueel gescand. Als ik het goed begrijp, wordt dus alleen het totaal afgelegde meters na een uur gemeten en krijgen we geen rondetijden. Goed, ik vertrek dus voor mijn eerste ronde maar word natuurlijk voorbijgesneld door een aantal lopers die Ludo in zijn eerste ronde is voorgebleven. Mijn gevoel vertelt me dat ik de eerste twee ronden nog redelijk vooruitga maar op het einde veel moet inleveren. De Garmincijfers bevestigen dat gevoel min of meer. Ik voel me wel nooit echt in mijn sas. Ook al moet het gemiddelde tempo van 5'14" me tevreden stellen. Helaas heb ik op training niet meer de energie om dat soort explosieve inspanningen te leveren. Mijn ploegmaat lijkt me na afloop wel voldaan over zijn prestatie.
FOTO (Foto Jens Riskin: Ilona Peetermans bezorgt Bruno Broos nu wel een podiumplaats.)
Ik haal mijn hoogste snelheidspieken na zo'n honderd meter. Daarna is het bekomen van de snelle start. Overigens is dat alleen in de eerste drie ronden zo. In het tweede deel van mijn halfuurinspanning is het verval duidelijk. Het lange rechte stuk van 200 meter aan de zijde van de Parkstraat dat lichtjes naar beneden gaat levert me een tweede piek op. In de lus na 750 meter voel ik me wat beter - vind ik er misschien mijn tweede adem? - maar daar werkt het licht stijgende reliëf weer tegen. Hoe dan ook, ik hik zo fel tegen mijn limieten aan dat ik, tegen mijn gewoonte in, nauwelijks oog heb voor de mooie omgeving. Overigens is het uitstekend loopweer. De regen houdt zich gedeisd na de middag en ook de wind voel ik nauwelijks. De natuur geeft wel al enkele schuchtere tekens van ontwaken uit de winterslaap, heb ik opgemerkt tijdens de opwarming. Op het plateautje na zo'n honderd meter staat er zelfs al een boom in bloei. (Heeft nog iemand dat opgemerkt en vooral, welke boom is het? Als je het weet, meld het aan de redactie. Beloning: een glas "Betty Ford"). En een eendje paradeert hier met een stoet donskuikentjes... die in de vierde ronde op de snelste strook even mijn looppad kruisen.
We halen officieel uiteindelijk 11,67 km na een uur. Op basis van de samengetelde Strava-afstanden kom ik echter aan 12,1 km. Maar kloppen onze gegevens wel? Overigens zou het toch geen plaatswinst hebben opgeleverd in onze categorie. Winnen of niet, we hebben allemaal nog recht op een worst. Ik kies voor de witte worst van 't Oud Fornuis. In de kantine maken de Truienaren zich op voor het honderdjarig jubileumfeest van STVV en krijg ik onverwacht nog een prijs mee als oudste deelnemer. Ik mag met 6 Betty Ford's terug naar huis.
zat 02/03/2024 16u * Heusy Vervia Run * 8,6 km * 01:01:45 * 8,4 * 148/163 * 1/2 * ♥♥
"Heusy, c'est fini...et dire que c'était l'endroit d'une belle course à pied". Ik neurie deze vrije interpretatie van het oude succesnummer van Hervé Vilard met een mengeling van zelfspot, ontgoocheling en woede als ik, veel vroeger dan gepland, terug naar huis rijd. Ik heb net de vierde manche van de Challenge La Meuse achter de rug... en die is geëindigd met een ellendige anticlimax.
Maar laten we beginnen bij het begin. Ik kies dit weekend voor de loop in Heusy, in de zuidelijke periferie van Verviers. Ciplet van de Challenge hesbignon spreekt me als nieuwe wedstrijd ook aan maar laat ik vallen na de blessure en het forfait van Servais Halders. Dat de nieuwe organisatoren van de Hesbignon kleedkamers en douches een overbodige luxe vinden, spreekt ook niet in hun voordeel. Het wordt mijn derde deelname in Heusy na een onderbreking van vijf jaren. Ik herinner me de loop als een flink heuvelachtige wedstrijd met een lange klim in het bos en met een aanloop en uitloop op asfalt, zij het vaak in gehavende staat. Ik zie op de GPX-track dat de start en aankomst een kleine kilometer verlegd is maar het rondje lijkt min of meer op het oude parcours. Het valt me achteraf pas op dat de wedstrijd een nieuwe naam gekregen heeft en zelfs als eerste editie wordt voorgesteld. Mijn herinneringen van 2017 en 2018 zullen me niet echt helpen, moet ik achteraf tot mijn scha en schande ondervinden.
FOTO (Foto: Gédéon: Marie-Paule voor de start onverwacht in het vizier van fotograaf Gédéon.)
We zijn te gast in het knusse clublokaal van de Royal Hockey Club Verviers waar bij aankomst Eric Joway al druk bezig is aan de administratieve voorbereiding van de wedstrijd. Die luistert naar de naam "Vervia run". Vervia zou de Latijnse naam van Verviers moeten zijn, ook al is daar volgens kenners geen zekerheid over. De Latijnse wikipedia twijfelt niet: Vervia (Francogallice Verviers) est urbs Belgiae in provincia Leodiensi. Nog even een onbetekenend detail: er is hier een acuut tekort aan spelden. Ik moet in mijn reservevoorraad putten. Bij het inlopen zie ik aan de horizon de contouren van een mijnterril die ik ook ken van mijn trainingslopen op het plateau tussen Kanne en Zussen. Even mijn licht opgestoken bij een deelnemer uit de streek: dat is de terril van Retinne (Fléron) die met zijn kenmerkende "dakvorm" opvalt in het open landschap. Op tien kilometer van hier, op twintig kilometer van thuis. De traillopers zijn al op weg, wij maken ons klaar voor de "jogging" van een kleine 9km. Van mijn generatiegenoten zie ik alleen Julien Bertrang die me met zijn 77 lentes nog met twee jaar klopt.
We beginnen met zijn 163 op een asfaltweggetje, meteen tussen de weiden. Een fox-terrier (of aanverwante) spurt net voor mijn voeten de weg over naar de boerderij aan de overkant - waar hij bij mijn aankomst nog altijd loopt te snuffelen. Alvast een valpartij vermeden. In de eerste goed beloopbare en bovendien dalende kilometer haal ik een tijd rond de 5 km. Dat valt nog mee, vooral omdat ik behoudend ben gestart. Het gevoel in de benen bij de opwarming voorspelde immers weinig goeds. Kilometer 2 mag dan, op een klein knikje na, stevig blijven dalen, toch zal ik me met een heel bescheiden tijd moeten tevreden stellen. Ik doe het heel voorzichtig op de gevaarlijke maar gelukkig droge ondergrond - een hobbelig pad, bezaaid met keien - en zonder veel zicht achter de rug van de lopers voor me. Van de Chemin du Trou du Renard, waar we nu zijn, draaien we even het bos in, ook al van die vos (Bois du Renard), even een knikje omhoog en dan weer verder dalend tot we op een asfaltweggetje uitkomen. We zijn 2,2 km ver. Hier begint de eerste klim of de klim van het eerste deel in, hoe je het ook wil noemen. Dat is de Chemin du Haras. De stoeterij heb ik niet gezien - op een klim met percentages tussen de 3 en de 8 heb je wel andere besognes. Rechts zie ik wel een groepje golfers. Dit is dus de Golf du Haras, voor ons intussen al in de afdaling. Ik heb de klim van zo'n 900 meter overleefd, weliswaar met een aantal plaatsen verlies. Ik probeer het tempo weer wat op te schroeven op het asfalt en/of op een goed lopende bosweg. "Belle Vue" - dat is de naam van de weg tussen de weiden en die naam is niet gestolen - blijft stevig naar beneden lopen naar de Ruisseau de Sohan. De laatste kronkels van de afdaling op slordig neergekwakt beton zijn zo steil dat ik moet remmen op de bovenbenen. Mijn tijden zijn niet om over naar huis te schrijven - wat ik nu toch doe - maar ik voel me wel beter dan verwacht na de onheilspellende tekenen tijdens de opwarming. Het beekje, de Ruisseau dus, betekent uiteraard het einde van de afdaling en het begin van een nieuwe klim. Afgezien van het uitdagende reliëf is het wel fijn lopen/wandelen in deze omgeving. Onthoud deze zin voor straks... als alles anders wordt.
FOTO (Google Streetview: Zo mooi kan het hier zijn. In de afdaling aan km 5. Het smalle grijze streepje in de achtergrond is de lange klim naar Oneux.)
Ik maak me op voor de lange klim die ik in het open landschap in zijn voorjaarspracht en angstaanjagende natuurkracht voor me zie liggen. Christian Denoisieux, een veteraan 2 die mij niet lijkt te kennen maar me soms wel volgt op Strava, heeft mij, met de smartphone in de hand, de geheimen van de loop geopenbaard. Op een belangrijke uitzondering na overigens. Dat zal over 1200 meter blijken. Met mijn tempo van de voorbije kilometers en mijn voorzichtige aanpak kan ik op hoogstens twee hartjes aanspraak maken. Dat tweede hartje zal ik echter nog moeten verdienen... op de klim die nu op me wacht. 700 meter met stijgingen tussen 5 en 10%. Veel meer moet dat niet zijn, als ik niet helemaal wil stilvallen, lees op stappen moet overgaan. Met voldoening meld ik dat Ik in (loop)beweging blijf, met de juiste dosering en enkele zelf opgewekte hersenprikkels. Dat ik wat achterstand afknabbel achter de dames en de grote heer voor me, is een kleine stimulans. 8'30" km/uur op de steilste stukken, is het verdict van Garmin. Het naambordje "Oneux" schuift langzaam naast me voorbij. Enkele fans, een bocht naar links, de benen kunnen weer wat ontspannen.
Zo, het tweede hartje is binnen, nu nog de volgende kilometers overleven... die in stijgende lijn blijven gaan, heeft Christian me daarstraks met uitgestreken gezicht duidelijk gemaakt. Ik heb er goede moed op... tot aan km 6,4. We slaan rechts af op een smal paadje dat door een weide blijkt te leiden. Die almaar steiler wordt tot we over een wal moeten kruipen. Ik sta meteen stil. Het parcours loopt verder op een stenen pad dat nu weer steil naar beneden gaat. Ik probeer behoedzaam de greppels en kuilen te ontwijken maar ben toch weer in looptempo. Na nog wat geslinger over een smal bospaadje komen we weer op een breder pad terecht. Even verder moeten we zelfs door een beek waden. De Soudan waarschijnlijk. Ik heb in de laatste 200 meter een tiental plaatsen verloren. "Juffrouw Free Palestine" (zie verslag Sprimont) is me ook voorbijgegaan. Het oplopende bospad zou nog te behapstukken zijn als het niet vol geulen, stenen en boomwortels lag. Ik moet voor de tweede keer op stappen overgaan. We zijn nu aan km 7. En het begint stilaan te dagen dat ik weer eens in de zak ben gezet door de organisatoren die deze loop als een jogging adverteren. Vanwaar die blijkbaar onweerstaanbare drang om de moeilijkste paden op te zoeken? Uit gemakzucht? In het bos moeten geen signaleurs worden ingezet, de twee wedstrijden lopen gedeeltelijk over hetzelfde parcours. Of omdat trail de nieuwe hype is? Precies alsof iedereen met die rage wil meegaan. Tiens, zouden Raymond Jungbluth en Luc Hilderson daarom zijn weggebleven? In Wegnez, hier in de buurt, hebben ze me zo ook eens een peer gestoofd. Daar heb ik mijn lesje geleerd. Maar hier word ik opnieuw koud genomen. Een halve kilometer verder wordt het nog erger: een horrorstrook, een bosweg vol dikke stenen waar ik moet zoeken naar plaats om mijn voeten neer te planten. Het gruwelijkste wat ik in mijn lange carrière heb meegemaakt. Drie jonge meisjes huppelen voorbij en laten me meteen achter. Zouden zij en de andere deelnemers kunnen genieten van dit parcours? Of nemen ze het zoals het komt? Die vijfhonderd meter kosten me 6 minuten. Dan eindelijk weer op asfalt, voor de laatste rechte lijn, zoals een vriendelijke juffrouw me meegeeft. Mijn tijd, mijn rangschikking is om zeep. Ik probeer toch nog even te genieten van wat (hard)lopen zou moeten zijn en wat me zo aanspreekt in deze sport.
De laatste bocht. Ik heb allerlei kwade plannen in mijn hoofd: mijn middenvinger opsteken voor de lens van Gédéon, in een Franse colère schieten aan de drankentafel... maar hou het toch maar beschaafd en verbijt mijn woede en ontgoocheling in stilte. Ik neem een zoutkoekje en twee stukjes banaan ...en het besluit om meteen naar huis te vertrekken. Twee pluspunten van de organisatie hebben me naar hier gelokt, de douches en het podium. En uiteindelijk zal ik niet van de verkwikkende waterstraal genieten. Snel droge kledij aangetrokken en de auto in. En ik ben echt niet in de mood om een lach op mijn gezicht te toveren op het podium. De fles Val-Dieu gun ik met plezier aan Julien. Ik zie hem met twee flessen glunderen op de foto van Gédéon. Mijn twee hartjes laat ik me wel niet afpakken door de parcoursbouwers.
Naschrift: Bij het napluizen van de Challenge La Meuse-communicatie valt me een tweede organisatie op in de lange lijst wedstrijden in de regio Verviers: de "Jogging Ekilibre", opnieuw in Heusy met als type parcours "route". Misschien is Heusy dan toch nog niet fini...
zon 10/03/2024 10u30 * Aubel Jogging des Vergers * 10 km * 00:55:44 * 10,7 * 310/456 * 1/6 * ♥♥♥
Een ronde waar geen meter aan gewijzigd is tegenover de vorige jaren, je maakt het niet meer vaak mee. In Aubel houden ze gelukkig vast aan de traditie. Na mijn onaangename ervaring in Heusy ben ik dubbel wantrouwig geworden voor ingrepen aan het parcours. Ik heb mijn les goed voorbereid en de GPX-track van de organisatie onder de loep gehouden. Geen verschil te merken met mijn Garmin-opname van 2020. In dat jaar ontsnapte Aubel op het nippertje aan de lockdown. Het jaar daarop heb ik wel nog de Connectloop afgewerkt. Die was enkele hectometers korter. Intussen is het rondje rond het voetbalveld weer de klassieke afsluiter. Het wordt vandaag mijn vijfde optreden in de fruitgemeente. Niet te verwonderen dat ik hier graag kom: dicht bij huis, gezellig (Marie-Paule doet graag de zondagsmarkt), goed georganiseerd met alles erop en eraan (niet alles, blijkt na afloop...), ruime parkeermogelijkheid en vooral een heerlijk parcours. Aubel, dat betekent ook altijd veel volk. Dit jaar zijn we met meer dan 600 voor de twee lopen. Toch zijn er dat een stuk minder dan de recordcijfers van boven de 1000, zoals Challengebaas Benoît Schoonbroodt me vertelt. Ik heb hem na de loop gevraagd naar een verklaring voor het succes van de Jogging des Vergers. Evenementen in Aubel draaien altijd goed, aldus Benoït. Ik doe ook moeite om de jongeren van het Centre de Formation van het voetbal aan te spreken voor deze loop, gaat hij verder. En voor de rest, weet ik het eigenlijk ook niet, besluit hij. Ik geef de voorzitter een complimentje voor zijn challenge... en maak van de gelegenheid gebruik om mijn ongenoegen te uiten over het tweede deel van het parcours in Heusy. Ik was er niet bij, maar ik heb ervan gehoord..., aldus mijn gesprekspartner. Wie weet, volgend jaar beter?
De lopersmassa is opeengepakt achter de dranghekken die het marktplein moeten vrijhouden. Ik vraag me af of ik niet te warm gekleed ben - mijn winteruitrusting met muts maar zonder windvest? De matige maar frisse wind bevestigt echter dat ik de juiste vestimentaire keuze heb gemaakt. Het drukke verkeer is tot stilstand gebracht, we worden losgelaten. Het kleine grut, (geronseld door Benoît?), stuift van links naar rechts, holt vooruit, en stopt even verder weer. Een van hen is na honderdvijftig meter trouwens al tegen de grond gekletst... Je kijkt dus beter goed uit als je de voornamelijk klimmende passage in een woonwijk heelhuids wil bereiken. We hebben dan een afdaling van zo'n 400 meter op de rijweg achter de rug. De blaffende hond rechts van me is houdt zich nu gelukkig in en is me trouwens ook voorbij. Ik start behoudend en probeer op de klimmende stroken net buiten de rode zone te blijven. Het is wat draaien en keren tussen de huizen waar ik vooral plaatsen verlies. Ik zie een aantal bekenden langzaam van me weglopen. Sommigen zal ik veel later weer opnieuw tegenkomen.
FOTO (Google Streetview: Dommelraedt, halfweg)
Aan kilometer 3 verlaten we de bebouwing en zetten we onze weg verder in de bocage: het weidelandschap met de hagen. Ik wil misschien wat te veel genieten want ik verlies hier een tiental seconden tegenover de vorige kilometer waar de lichte klimmen me nochtans meer pijn deden. Ik loop in de buurt van een vader-zoontje-koppel en een juffrouw. Op een plateautje, Himmerich, haal ik voor het eerste enkele loopsters in. Te vroeg gejuicht, dat zijn deelneemsters, de laatsten neem ik aan, van de 5 km die hier weer even op ons parcours komen. Op weg naar km 5 is het leuk lopen tussen de weiden, temeer omdat het hier voornamelijk bergaf gaat. In Dommelraedt, tussen de hagen, moet ik enkele tandjes terugschakelen op wat de steilste strook - tussen de 3 en 6% - blijkt te zijn. Het vader-zoontje duo neemt hier afstand. De juffrouw klimt ook beter dan ik maar op het vlakke ben ik dan weer sterker en zo beginnen we toch samen aan de lange klim van meer dan een kilometer op Messitert. Dat gaat niet zonder moeite maar dat geldt nog meer voor de collega's in mijn buurt. Ik win enkele plaatsen. Ook de juffrouw blijft nu achter, ik zal haar naam niet te weten komen... Aan het kruispuntje der wegen, bijna aan km 7, waar we de bocagelus sluiten, sla ik de bevoorrading over en durf ik met de parcourskennis van de laatste kilometers al een vranker tempo aan. Is dat Harrie Hamers daar voor me? Voor het eerst haal ik de langharige Nederlands-Limburger in. Om de eenvoudige reden dat ik nooit achter hem gelopen heb. Hij heeft hier zowaar voor de 10km gekozen. Een keuze die hij zich hartsgrondig zal beklagen. Even verder, een nieuwe verrassing. Ook René Coenen uit Heerlen loopt voor me. Ze zullen in de volgende kilometers nog minuten verliezen. Nog enkele kronkels op mijn geliefkoosde asfaltweggetjes voor we de afdaling naar de Ravel inzetten, naar de vallei van de Berwijn (zie ik op een detailkaart). Wat een geluk dat we hier niet omhoog moeten, schiet me door mijn hoofd, als ik de 200 meter tot 10% daling afroetsj. Er suist toch nog een grotere snelheidsduivel voorbij. Maar die zal ik dadelijk weer tot de orde roepen. Voor de eerste keer in mijn vijf deelnames, voor zover ik me herinner tenminste, gluur ik even tussen de bomen door, rechts van me. Waarschijnlijk door een glinstering van het blikwerk van een auto. Zie ik daar een autofile van honderden meters (braafjes?) wachten om de lopersstoet door te laten.
FOTO (Foto Marie-Paule: Beeld van een tevreden loper)
De Rue de Battice over - ik ben voorbij, er mogen enkele auto's door - nog even een bocht en we komen uit op de Ravel, de Ligne 38, al vaak beschreven in dit blog. 1800 meter rechtdoor, op een uitgerekte bocht na, vals plat omhoog. Het lijkt vlakker dan het is maar de negende kilometer kost me de op een na langste kilometertijd. Leid daar niet uit af dat ik aan het verzwakken ben. Helemaal niet zelfs want ik haal nu de ene na de andere loper in. Dat heeft ook en vooral te maken met de uitdaging om een categoriegenoot in te halen die ik plots herken. Cyrille Ryckebusch heb ik snel ingehaald in de eerste hectometers van het betonpad. Ik hoop dat hij niet zal proberen aan te klampen. Oef, hij (her)kent me niet... of heeft gewoon het beste gehad vandaag. Ik tuur naar voren. Misschien is Freddy Hounje ook niet ver. Ik heb hem in de straten van Aubel nog zien voorsprong nemen. Dat moet hem daar zijn, zo'n honderd meter voor me. Maar hoe sterk is de man tegenwoordig? Ik ken hem al van mijn eerste marathons rond 1995. Hij loopt nu voornamelijk trails, heeft hij me nu al enkele jaren geleden gezegd. Ik neem aan dat hij me intussen niet meer zal (her)kennen. Dat blijkt ook zo te zijn als ik hem na een kilometer achtervolgen in de buurt van de Siroperie Meurens inhaal. Nu laat ik me toch weer tot een fellere inspanning verleiden, overweeg ik nog tijdens mijn achtervolging. Maar de omstandigheden zijn te gunstig om er niet vol voor te gaan. Het parcours is me op het lijf geschreven, de concurrentie is vandaag bijzonder mager door de vele afwezige betere 70-plussers, ik stoot toevallig en op tijd op de enige overgebleven veteranen 4 en ik heb de benen om op het einde nog te versnellen, ook al door mijn krachten te sparen in de aanvangsfase.
De afdaling naar het voetbalveld tussen de fans, die ook hun applaus voor onbekende lopers niet sparen, lijkt op een beloning. Eén man komt nog terug in de bocht naar het terrein van de Royal Football Club Aubel. In de laatste 400 meter op smalle betonplaten en op een hobbelige, schuine graskant houd ik mijn positie vast. Van hoog in de tribunes ziet Marie-Paule me ruim binnen het uur de aankomststreep overschrijden.
Mijn grootste fan heeft mijn uitslag al gezien op het grote scherm in de kantine. De resultaten verschijnen daar "live" en zijn ook meteen beschikbaar op de smartphone. Leuk, eerste plaats in de hoogste categorie (qua leeftijd, jammer genoeg). We wachten op de prijsuitreiking. Helaas beperkt tot de top drie bij de mannen en de vrouwen, stellen we beteuterd vast. Toch niet alles erop en eraan...
zon 17/03/2024 10u15 * Bierwart Jogging de l'Ecole * 10,4 km * 01:02:07 * 10,1 * 133/190 * 6/8 * ♥♥
We hebben een flinke verplaatsing over voor ons zondags loopplezier, een dikke 60 km naar het noorden van de provincie Namen. Servais Halders wil - ondanks enkele kritische bedenkingen - de draad weer opnemen in de Hesbignon, na een nieuwe onderbreking door een blessure. En ik word, zoals altijd, aangetrokken door een nieuwe wedstrijd op de kalender. De jogging van Bierwart maakt deel uit van de Challenge hesbignon, nieuwe versie. Nieuwe heren, nieuwe wetten. Die zijn niet altijd een verbetering. Zo zijn er hier geen kleedkamers, douches ... en geen podia voor de leeftijdscategorieën. Vandaar de kritische bedenkingen van ons beiden, en niet van ons alleen trouwens.
Het mag dan al ver van huis zijn, ik ben hier in de loop der jaren toch al enkele keren in de buurt geweest. Voor wedstrijden In Fernelmont (de fusiegemeente van Bierwart), Waret l'Evêque, Petit-Waret en Burdinne. We zijn vroeg ter plekke, vinden een parkeerplaatsje in de onmiddellijke buurt van de start (bij parking vermeldt de ofiiciële site een droge slash) en vermijden de files aan de inschrijvingstafel. Voorinschrijvingen zijn ook niet mogelijk in de nieuwe challenge. Maar hier moet ik mijn mogelijke kritiek al meteen inslikken want de organisatoren hebben een snel systeem met daginschrijving op overvloedig aanwezige tablets ingevoerd. Degelijk werk, jongens!
FOTO Eerste bocht na 30 meter. Op de voorgrond in het zwart Servais Halders.
Met nog bijna een uur tijd voor de start hebben we ruim de gelegenheid de laatste kilometers te verkennen en vooral ons de visu te vergewissen van de staat van de veldwegen die de hoofdmoot uitmaken van het parcours. De organisatie heeft ons vooraf gewaarschuwd voor modder op de "sentiers" en raadt trailschoenen aan. Ik heb mij op Streetview al een idee proberen te vormen van wat ons te wachten staat en beslis vooraf het bij de wegschoenen te houden. Servais twijfelt ook nu weer lang maar kiest uiteindelijk ook voor "routières".
We wachten met 321 op het startschot op de speelplaats van het dorpsschooltje van Bierwart. Dat is best een grote groep tijdens een weekend met een moordende concurrentie, vooral in de provincie Luik. Ik herken wel een aantal habitués van de Hesbignon - Sandrine Ballon, Patrick Kremer, om er maar twee te noemen - maar ik zie ook veel nieuwe gezichten. Daar horen ongetwijfeld nog al wat plaatselijke lopers bij en Namurois(es) die waarschijnlijk niet tot in Oreye bijvoorbeeld zullen uitwijken. Met Servais ben ik de enige Limburger (vermoed ik). De trouwe deelnemers van de vorige Challengejaren uit Sint-Truiden en Alken hebben vermoedelijk andere oorden opgezocht. Vandaag en in de volgende maanden zijn er immers alternatieven in eigen gouw. Het is ook even wennen aan een Hesbignon zonder Jos Biets. Nu, dat kan ook gewoon toeval en tijdelijk zijn.
We zijn vertrokken. En meteen een linkse bocht . Dat loopt op het droge wegdek gelukkig goed af. We lopen Bierwart uit op een kronkelig pad met meestal gehavend asfalt voor we op een echte veldweg terechtkomen. Na 700 meter worden we linksaf gestuurd op een veldweg, richting Hannêche, zoals ik later vaststel (en eigenlijk al wist door mijn voorbereiding op Google Maps). Hier begint de wedstrijd echt. Zoeken naar de best (of een überhaupt) beloopbare strook langs de onophoudelijke grote en kleinere waterplassen. Bovendien in een compacte sliert lopers. Je moet maar hopen dat de man of vrouw voor je de juiste kant kiest. Op een uitzondering na probeer je de plassen te ontwijken. Het is voortdurend laveren van links naar rechts, hier en daar naast de weg, op het veld erlangs. Op Garmin zie ik dat de weg licht daalt. Niets van gemerkt, te druk bezig met spoorzoeken. Een tempo van 6' in de tweede kilometer is niet eens zo slecht, vind ik zelf. Na 2,4 km komen we weer op de harde. De doortocht door Hannêche (rechts de mooie dorpskerk) geeft ons de tijd om de spieren te ontspannen en de concentratie te laten zakken. En vooral het tempo weer wat aan te zwengelen. Vanaf km 0,7 - bij het begin van de "veldloop" - loop ik in het gezelschap, eerder achter, Jean-Michel Gérimont die ik heb leren kennen in de Semi van Herve, in oktober vorig jaar. Ik weet dus dat ik ongeveer op mijn tempo zit. Op het asfalt van Hannêche wissel ik even enkele woorden "Rustig aan" is het ordewoord van mijn gezel. Het parcours verderop zal er anders over beslissen.
Na 3 km lopen we het dorpje uit. Jean-Michel laat me voor op een smalle en droge maar wel hobbelige grasstrook. Daarna krijgen we nog even respijt op asfaltwegen waar ik een degelijk gemiddelde kan vasthouden voor we op een "secteur boue" uitkomen. Voorlopig weer met grote waterplassen met daarnaast (na enig zoeken...) beloopbare stroken met steenslag of in de vette leemgrond. Hier en daar moeten we weer de veldkant opzoeken. Of een plantage waar ik een grasstrook opzoek tussen de boompjes, een drietal meter langs de officiële weg. Maar daar is het ook nat en dus wijk ik weer uit naar de veldweg. Het loopt hier ook licht bergop, een van de knobbeltjes in het parcours. Boven neem ik een slok aan de bevoorrading en maak ik me klaar voor het tweede deel van de loop. We zijn intussen links opgedraaid weer richting Bierwart. Maar dat is nog ver. Eerst even door Serresia, een gehucht van Forville, Dan weer het veld in. Krijgen we nog meer plassen... of erger? Het is het tweede.
Op de volgende oplopende zevende kilometer is de veldweg helemaal omgeploegd door tractoren en/of andere landbouwtuigen. Toch weer een trail? Door externe omstandigheden dan wel: landbouwwerkzaamheden en de regenval van de voorbije dagen. Ik zal het de organisatie maar niet kwalijk nemen. Overigens was ik gewaarschuwd. Ik vraag me af of Servais zich zijn keuze voor de wegschoenen niet beklaagt. Hij wil en kan hier snel door, ik probeer slechts te overleven. Dat moet dan maar op het pas ingezaaide veld van de boer. Mes excuses! Ik mag dan wel bijna 7 minuten gedaan hebben over die kilometer, dat is beter dan de meeste lopers in mijn buurt. Ik haal boven een klad vrouwelijke lopers in. Jean-Michel heeft zich na een laatste opflakkering moeten laten uitzakken. Hij zal drie plaatsen en een minuut na mij eindigen.
FOTO (Foto: Laurent Aidans: Een "makkelijke" passage op het einde van de loop naast een van de laatste plassen. In de verte in het wit Jean-Michel Gérimont.)
Het ergste lijkt nu voorbij. Voor het eerst sinds de start loop ik alleen. In het open landschap- rechts zie ik enkele bosjes liggen - op min of meer verharde wegen, droog met hier en daar nog wat plassen. Maar intussen heb ik de kunst van het "plassenontwijken" in de kuiten. De benen voelen zwaar aan door het kilometerslange slalommen over de Naams-Haspengouwse paden. En doordat de weg tot aan de aankomst voornamelijk bergop loopt. Ook al weet ik dat eerder door de Garmingegevens dan door mijn gevoel onderweg. De glooiingen die ik wel bewust waarneem, verteer ik nog relatief goed. Achter mij gaapt er een kloof. Ik haal nog een loper van de Naamse atletiekclub in die toevallig langs me stond bij de start. We hadden nog gegrapt over de mededeling van de speaker dat de lopers van de 10 km de "ouvreur" (de fietser voor het peloton) met de zwarte pet moesten volgen. Precies alsof we die zouden zien... Ik eindig in het gezelschap van Evelyne Etienne... en Servais Halders. Maar die is me komen oppikken bij het binnenlopen van Bierwart. Ik heb intussen op mijn Garmin gezien dat ik de 10 km binnen het uur zal afleggen. Daar ben ik wel opgetogen over. Maar ook niet te uitbundig. Bij de veteranen 4 kom ik niet verder dan de zesde plaats op acht. Manuel De Haro Sanchez, is wel maar enkele plaatsen voor me. Die troost heb ik ook nog. Jammer dat de loop 10,4 km lang was. Een tijd van minder dan een uur zou mooier staan op de uitslag...
De laatste meters op de speelplaats van Bierwart. Achter Evelyne. (Foto's Marie-Paule)
Van de uitslag gesproken, Servais kijkt met grote ogen naar het gemiddelde van de winnaar bij de veteranen 4. Om een lang verhaal kort te maken, het gaat om een administratieve vergissing. De Freddy in kwestie, een 5km-loper, is toevallig in het klassement van de 10 km gesukkeld. Servais blijft numero uno.
Het is maar een trieste bedoening, je omkleden achter de auto (en voor de kerk...) omdat er zelfs geen kleedkamer ter beschikking is. We gaan toch nog even terug naar de aankomstlocatie. Maar het is erg fris op de speelplaats. Ook geen zaal blijkbaar.... Na een biertje houden we het voor bekeken.
zat 23/03/2024 15u * Vechmaal Lenterun * 10,1 km * 00:57:16 * 10,5 * 99/117 * (65+) 8/10 * ♥♥
Vorig jaar heb ik de loop verkend (maar door omstandigheden niet meegedaan), dit jaar sta ik wel aan de start van de Lenterun in Vechmaal. Het dorp ligt in een valleitje, rechts van de de weg Tongeren - Oreye. Uit nieuwsgierigheid zoek ik bij de voorbereiding op de kaart even de naam van het beekje dat voor het reliëf zorgt. Dat is de Herkebeek. Bij het inlopen zie ik het bordje overigens staan. Dat moet een van de beekjes zijn die verder de Herk vormen, een bijrivier van de Gete. Dat laatste wisten jullie misschien al, ik in elk geval niet. Mijn verkenning een jaar geleden zal me niet echt veel voordeel opleveren. Het parcours is gedeeltelijk gewijzigd, de tweede zuidelijke lus is nieuw voor mij. De organisatoren hebben de meeste onverharde stroken van vorig jaar uit de 5 en 10km-parcoursen gehaald. Oef! Het off-roadgedeelte is voorbehouden aan de trail van 15 km. Die is al achter de rug als we in het dorp aankopen. Maar goed ook, want het is zoeken naar een parkeerplaatsje voor de namiddaglopen. De 5km-lopers die anderhalf uur voor ons starten, hebben de beste plekjes al ingenomen. De politie is er ook, zie ik bij aankomst. De loop heeft dus in elk geval de uitdrukkelijke steun van de gemeente. De burgemeester en de schepen van sport delen ook de medailles uit aan de podiumlaureaten. Of het initiatief van deze nieuwe loop - pas toe aan zijn tweede editie - van de sportdienst zelf uitgaat, moet ik bij gelegenheid nog eens navragen. In elk geval zijn ze in Heers, waarvan Vechmaal deel uitmaakt, opgetogen over het aantal starters. Fijn dat de inspanningen van de vrijwilligers beloond worden met een goede opkomst. Toch valt het mij op dat heel wat leden van loop- en atletiekclubs van de omgeving uitblinken door afwezigheid. De clubs zouden elkaar wel wat meer mogen steunen. Aan de organisatie en de omgeving zal het alleszins niet liggen. Het gevolg van de kieskeurigheid van de lokale of regionale lopers is wel dat het niveau van het deelnemersveld vrij hoog ligt. Waardoor minder getrainde en/of beginnende lopers afgeschrikt worden om überhaupt de start te nemen. Het weer is kort na de middag ongezellig fris en winderig. De temperatuur blijkt voor ons lopers ideaal te zijn, met de wind zullen we wel moeten afrekenen. De regen ligt (hangt) wel op de loer maar zal ons sparen tijdens de loop.
FOTO Voor de wedstrijd gaat Marie-Paule op zoek naar de mooie hoekjes
Mark Geyskens die zijn wederoptreden doet na een afwezigheid van zes maanden start, uit voorzorg, vlak achter mij maar is na de eerste bocht al niet meer te bespeuren. Kris Govaerts, ook al blessuregevoelig de laatste weken, zal even later voorbijstomen. Na 800 meter tussen de weiden met enkele schaarse huizen, lopen we het dorp uit. Het is intussen al licht aan het stijgen en de eerste knik op het beton van de Heksstraat doet al pijn aan de kuiten en drijft de ademhaling al in de hogere toeren. Maja en Greta van de immer aanwezige Alkense Atletiekclub kan ik al niet meer volgen. Maja zal zich later afvragen waar ik gebleven ben... Jos Polders, ook van AC Alken, volgt me voorlopig nog maar zal bij de volgende dalende hectometers ook afstand nemen. Na 1,5 km draaien we rechts het kasteelpark van Heks in. We krijgen meteen een nieuw klimmetje voorgeschoteld terwijl ik nog steeds op zoek ben naar mijn eerste adem. Die vind ik op een mooie dreef tussen de bomen. We maken een brede bocht tussen de grasperken en de statige bomen. Daarnet, bij het binnendraaien in het park, heb ik me de bedenking gemaakt dat deze doortocht eigenlijk te vroeg komt op het parcours. Dit is ongetwijfeld het mooiste deel van de ronde, het zou het hoogtepunt kunnen zijn van de mooie lus door het Haspengouwse landschap. Er zijn waarschijnlijk praktische redenen om de passage door het kasteeldomein in het begin van de loop te plannen. Zo niet, is het een suggestie voor de volgende jaren. Even voor km 3 worden we een smal pad ingestuurd. Rechts staan op een afstand van elkaar twee bordjes, ongetwijfeld met een waarschuwing om op te letten voor de gladde afdaling. Ik ben zo geconcentreerd op het pad voor me en onder me dat ik mijn ogen niet durf afwenden en de boodschap dus niet kan lezen. Ik kom zo goed als tot stilstand in de laatste meters van het pad en op een mogelijk glibberig stenen trapje.
We zijn nu in Heks dorp en worden rechtdoor een woonstraat ingestuurd, de Henestraat met links en rechts moderne villa's. Ik heb intussen mijn plaatsje in de stoet lopers gevonden. Wie mij voorbij wilde heeft dat gedaan in de eerste kilometers. Ik loop nu in het gezelschap van een fors gebouwde jonge man. Wel gaat er me nog een lange ranke dame voorbij, getooid met een mutsje. Dat zie je niet vaak. Zij is daarmee samen met uw verslaggever de enige deelnemer/deelneemster met dit soort hoofddeksel. Zij heet Paula, hoor ik later van omroeper Rik Donders. Onthou haar naam. De weg draait naar rechts. Daar ligt café "In den Drej". Cafénamen moeten ook praktisch nut hebben, denken ze in Heks. Vroeger was dit café Rita. Nog even door de Molenstraat voor we op het onverhard komen. We hebben nu bijna 4km achter de rug. De brede grasstrook wordt wat verder een smal aarden pad. Ik herken de passage van mijn verkenning in 2023. Drie jonge mannen die ik al een tijdje heb horen babbelen achter me, gaan me voorbij. Ik heb mijn tempo van daarnet even moeten laten zakken, door de hobbelige ondergrond en omdat het hier vals plat omhoog gaat. Vier haakse bochten verder komen we weer even op een rijweg op beton uit maar dat is slechts een tussenschakel met nog meer onverhard. Ik kan het tempo onder de 6'/km houden. Dat is niet onverdienstelijk op veelal oplopende betonwegen, soms in de wind. We kunnen nog even wat vaart maken op een afdaling voor we een nieuwe lange oplopende betonstrook te verwerken krijgen. In het open veld zie je je concullega's ver voor je, evenals de schaarse opvallende landschapselementen, zoals de tumulus links boven op een plateau. Daar valt veel over te vertellen: vermoedelijk van 2de eeuw n.C. , geplunderd tijdens de 19de eeuw... maar laat ik het maar bij de wedstrijd houden. Ik kan mijn tempo vasthouden terwijl de grote jongeman in het zwart stilaan in ademnood komt. In de nu volgende afdaling moet hij achterblijven. Wat is het hier leuk lopen op deze mooie holle weg! Weliswaar op beton, maar dat is nauwelijks te vermijden in deze ruilverkavelingscontreien.
Dit deel van het parcours is me onbekend. Op de Garmintrack stel ik vast dat we eigenlijk een soort acht vormen. Een acht zonder knooppunt in het midden. Daar zijn we intussen, ik alleen nu, achter me de grote man in het zwart, niet ver voor me de drie jongemannen met Paula en nog twee jongedames met fladderende roze kledingstukken. Er kondigt zich een nieuwe klim aan. Dat blijkt de langste en de moeilijkste van de middag te zijn. 1,6 km lang met een klein dalend knikje, bijna boven. Het hellingspercentage schurkt hier en daar tegen de 5% aan. Het wegdek is nog altijd van beton maar het frisse groen van de bomen langs de holle weg maken veel goed. Voor het overige is het vooral zaak karakter te tonen, ik heb geen idee hoe lang dat hier gaat duren. De kilometertijd van 6' vind ik dan ook mijn sterkste prestatie van de middag. Ik dacht daarstraks een glimp opgevangen te hebben van een van de Alkense loopsters maar die zie ik nu niet meer in de verte. Het silhouet van Jos Polders wordt wel groter. Hij heeft duidelijk moeite met de groene bult. Bijna op het hoogste punt loopt het beton nog even over in een veldweg. Hier en daar schuif ik weg op de gladde leemplekken. Ik heb de twee "roze" juffrouwen intussen bijgebeend. Jos is niet ver meer.
Bocht naar links. Ik ben met een gestaag tempo tot op een tiental meter van Jos gekomen. Nog even omhoog maar de lange afdaling naar de finish lonkt. Nu ik zo dicht bij mijn categoriegenoot genaderd ben, wil ik hem ook wel echt inhalen. Maar de man in het rode Vandebos-shirt (de sponsor van Alken AC) drijft het tempo nu zelf op. Ik heb een flinke versnelling nodig om langszij te komen. Dezelfde inspanning brengt me ook voorbij Paula Cabuy (remember het begin van het verslag) en Rudy Calders. Dat is de man die de blikken naar zich toetrok bij de start. Hij stond daar immers in bloot bovenlijf. Dat heeft volgens hem enkele voordelen, lees ik in een Nieuwsbladartikel, sneller maakt het hem wel niet. Ik duik voor het eerst sinds lang weer eens onder de 5 minuten. Aan de razende afdaling van één km komt een einde aan de linkerbocht (km 8,5) waar de wind in volle hevigheid blaast. Maar ik kan stevig blijven doorgaan. De stappen die ik achter me hoor, zijn van Paula. Jos schijnt contact te verliezen achter haar. De laatste anderhalve kilometer kan ik ontspannen afleggen. Voorbij de monumentale hoeve De Bellefroid. De aanmoedigingen van Christophe Stevens en Linda Smets zijn mooi meegenomen. Ik gun Paula haar versnelling in de laatste twee bochten naar de aankomst. Ik eindig net binnen de eerste honderd. Veel stelt het niet voor maar ik heb geleerd tevreden te zijn met de kleine dingen...
FOTO Uitwisselen van de eerste indrukken met Jos Polders. Op de achtergrond herstellen andere bekenden van de geleverde inspanningen. (Foto's Marie-Paule)
De douches van FC De Zwaluw vallen van het ene uiterste in het andere: kokend heet of ijskoud. Ik krijg de polaire waterstraal over me heen. Dan maar opwarmen in de kantine. En zo hebben we weer een smoes om tot de laatsten te blijven hangen...
Vri 29/03/2024 18u30 * Tongeren Estafette * 6 km * 00:30:13* 12 * 48/63 * 5/6 (H+120)* ♥♥
Bruno Broos heeft er een fikse verplaatsing vanuit Tienen voor over om een half uurtje (in zes tot zeven partjes) rond de atletiekpiste van de Tongerse Motten te rennen. En zo zijn we, na de onderbreking in Sint-Truiden, weer verenigd in de estafettechallenge. Voor podiumglorie hoeven we het niet te doen, daarvoor is de tegenstand te sterk.. en te jong. We vormen het oudste koppel, met die eer zullen we het moeten doen.
In Tongeren kiezen ze voor een compact rondje in de onmiddellijke omgeving van de atletiekbaan. Ze maken (bijna) geen gebruik van de piste zelf en van snellere en bredere asfalt-of betonpaden verderop in het mooi aangelegde Mottenpark. Deze keuze maakt het de organisatoren ongetwijfeld heel wat makkelijker maar het remt de snellere lopers af. De oudere en minder lenige deelnemers moeten dan weer goed uit de doppen kijken voor de talrijke obstakeltjes op het parcours. Dit jaar is er een bijkomend probleem. Tongeren houdt vast aan Goede Vrijdag voor zijn estafette. Maar nu Pasen dit jaar zo vroeg valt, zal de invallende duisternis na 19uur zeker een aantal lopers parten spelen.
Ik hoor achteraf dat de Tongerse estafette dit jaar het grootste aantal deelnemers heeft aangetrokken. Niettemin vind ik de belangstelling eerder matig. Haal er de deelnemers, onder meer de jongeren van de Tongerse atletiekclub uit, en de spoeling wordt erg dun. Weinig Waalse starters (die maken dat wel goed door hun sterke prestaties) en weinig deelnemers van de andere locaties van de challenge. Mogelijk speelt het startuur op deze laatste werkdag van de week een rol. Enfin, ik heb vooral te doen met de vrijwilligers die zoveel werk steken in de voorbereiding en de begeleiding van hun project.
FOTO Artistieke weergave van de aflossing in de vallende duisternis
Als ik na 4'20" het stokje overneem van Bruno heb ik grotendeels vrije baan. Dat maakt het alleszins al makkelijker om over de talrijke boordsteentjes te wippen, de boomwortels op te merken, de hobbels in de grasstroken te ontwijken en de bobbels op de klinkerpaadjes goed in te schatten. Voor wat de inbreng van de twee individuele lopers in de tandem Cortleven-Broos betreft, niets nieuw in het oosten. Bruno heeft per kilometer 30 seconden minder nodig dan zijn ploegmaat. Dat verschil loopt wel op in de laatste twee ronden. Ik begin ook met een sub 5 minutentijd. Dat lukt me ook nog in de tweede ronde. Met het ondergaan van de zon mindert ook mijn snelheid... Met een gemiddelde van 5 minuten per kilometer mag ik in toch tevreden zijn. Mijn benen voelen vanavond relatief goed aan, met de ademhaling heb ik het moeilijker. Ik vertrek wel redelijk fors maar na een 250 meter - overigens een snellere strook van het parcours - moet ik op zoek naar mijn tweede adem. Maar die is een stuk minder krachtig dan de eerste. Deze felle inspanningen kan ik niet meer opbrengen nu ik in mijn trainingen noodgedwongen maar rond de 6'30" evolueer. Hoe dan ook, de rechte lijn evenwijdig aan de atletiekbaan tegenover de tribune is de laatste gelegenheid voor de finish ( 450meter verder) om echt snelheid te halen. Zit daar nu net de wind tegen... Daarna is het vooral draaien en keren.
We komen uit op de vijfde plaats van zes , volledig in de lijn der verwachtingen. Nummers twee, drie en vier, eindigen in elkaars spoor, minstens 1300 meter voor ons. De winnaars bij de 120-plussers - het Waalse duo Roger Van Langeveld en Theo Mariën ( zoals je niet uit hun namen kunt afleiden...) - zijn outstanding. Roger zal het me niet kwalijk nemen als ik Theo als de motor van het duo bestempel. Ik hoor hem zelfs beschrijven als een "raket" met kilometertijden van ruim onder de 4 minuten.
De trouwe lezer van mijn verslagen vraagt zich misschien af of mijn ploegmaat van Sint-Truiden Ludo Kennes ook op de startgrid stond. Zeker.. met een veel snellere ploegmaat dan in Sint-Truiden. Niemand minder dan zijn eigen dochter Klaartje. Ze zijn goed voor de eerste plaats bij de G+100 en plaats 26 in de totaaluitslag. Met tijden van 3'45" voor de dochter. De jongens van de familie bezetten de derde plaats globaal en de tweede plaats bij de H-80. Alleen moeder en oud-loopster Annick mag niet op het podium. "Ik doe de was" kan ze ermee lachen.
FOTO Genieten in de kantine (Foto's Marie-Paule)
Na een warme douche (ik voel nog de rillingen van het Vechmaalse ijswater op mijn lijf, zie verslag van vorige week) zoek ik de kantine op. Daar wordt me meteen een blonde Grimbergen in de hand geduwd. "Alstublieft, verkeerd getapt" lacht kelner Luc Henno. We zetten de handen op elkaar voor de vele laureaten die de revue passeren, wisselen wat nieuwtjes uit, vergelijken onze programma's voor de volgende weken... tot het weer tijd is om afscheid te nemen. Tot de volgende!
vri 05/04/2024 19u30 * Bruyères Jogging de l'Ecole * 8,5 km * 00:51:00 * 10 * 205/259 * 5/8 * ♥♥♥
Het voordeel van een flexibele planning, zoals ik die verkies, is dat je op korte termijn nog een wedstrijd kan inpassen of overslaan. Dit weekend is er plots zo eentje bijgekomen. De geplande training heb ik woensdag kunnen afwerken, niets weerhoudt me om de benen en de geest nog eens op scherp te zetten in een competitieloop. We zijn snel in Herve (Bruyères ligt op een boogscheut) en het parcours is me bekend. Ik was hier in het verleden al twee maal (2012 en 2018) maar vooral de verkenning van en de Semi van Herve zelf, die hier passeert, liggen nog vers in het geheugen. Toch word ik in het middendeel van de loop nog verrast door het parcours. Ik stel na afloop vast dat de afstand precies overeenkomt met die van jaren geleden. Dit moet een van de weinige lopen zijn waarvan het tracé niet is gewijzigd. Dat betekent ook dat ik mijn gelopen tijden perfect kan vergelijken. Het resultaat is confronterend...
FOTO Animatie aan de finish.
We vertrekken met zo'n 250 noordwaarts in de richting Herve. De 5km-lopers, een kleine honderd, worden vijf minuten later de andere kant opgestuurd. We kunnen ons meteen goed laten gaan want de eerste 800 meter lopen flink bergafwaarts. Het levert mij, behalve mijn tweede snelste kilometertijd, vooral plaatsverlies op. Ze gaan mij links en rechts voorbij. Ik laat het maar gebeuren, ik gebruik de afdaling in de eerste plaats om de benen te roderen. Dat lijkt me het verstandigste, zeker na mijn duurtraining langs het Albertkanaal tussen Kanne en Visé. De eerste 6 km tegen Beaufort 4 waren een echte uitputtingsslag. Ik zie Luc Hilderson, collega veteraan 4, wat voorsprong nemen. We draaien links de Rue du Château op. Een kilometer klimmen naar de hoogte van Herve, in de omgekeerde richting van de eerste afdaling in de halve marathon van vorig jaar oktober. Ik win enkele plaatsen in tussen de rijen lopers die naar boven zwoegen. Een naam valt me op, die van Antonio Ianniello, Niet te verwonderen, hij staat in dikke witte letters op zijn zwart shirt. Later zie ik dat hij ook bij het gild van de 70-plussers hoort. Maar goed dat ik hem snel ben voorbijgegaan. Er zijn overigens enkele verse veteranen 4 bijgekomen dit jaar. Ook Jean-Marie Capier, die met 3 minuten voorsprong, tweede wordt in onze categorie, achter de ongenaakbare Jean Dessouroux. Tussen haakjes, de winnaar Vincent Castermans heb ik hier ook gezien... maar dat was bij het inlopen. De beklimming valt beter mee dan gevreesd - mijn benen schijnen goed hersteld van mijn gevecht tegen de wind vorige woensdag - en ik ben weer wat dichter gekomen bij Luc. Zo dicht dat ik vlak na hem de top rond. Hij gaat er echter meteen weer van door en zodra de afdaling steiler wordt, verdwijnt hij snel achter de ruggen van de lopers voor me. Hij zal anderhalve minuut voor me de finish overschrijden. Ik blijf ook op die derde kilometer, met soms steile, dalende stroken, op reserve lopen. Dat betekent zo'n 5 minuten kilometertijd.
Plots worden we linksaf gestuurd, een weide in. Ik heb alleen nog een vage herinnering aan die passage. Ik moet me even aanpassen aan de nieuwe ondergrond, in de bocht daarnet nog vettig, en verlies weer enkele plaatsen aan lopers die ik op het harde heb ingehaald. Op de 200 meter lange grasstrook - een platgetreden spoor door de weide - zit ik even gevangen achter een langbenige juffrouw. Na een kort verbindingsstuk op Maison du Bois (dat is de naam van de straat) gaat het verder op het onverhard. Rechts ligt het restaurant "Aux Etangs de la vielle Ferme" dat ik al heb opgemerkt toen we met de auto op weg waren naar Bruyères. Mooie naam, dacht ik nog. Niet alleen mooi, stel ik dadelijk vast, maar ook een correcte beschrijving van de omgeving. Want die vijvers en de natte ondergrond zullen we dadelijk aan den lijve (meer bepaald de voeten) ondervinden. Op de modderigste strook gaat Raymond Jungbluth me voorbij. Hij is langzaam gestart. Het heeft geen zin meer snelheid te zoeken, aldus Raymond, "il faut assumer son âge" (je moet je leeftijd aanvaarden). Hij zoekt het nu in lange trails, daar moet je dan wel zin in en energie voor hebben... Ik ben de langbenige juffrouw nu weer voorbij, ook een veteraan 3 die al een tijdje in mijn buurt meedraait. Thierry Fettweis die al eeuwen meedoet aan deze challenge, en ook vlak bij mij loopt, moet het uiteindelijk ook opgeven en blijft achter. Maar enkele plaatsen overigens. In de vorige jaren was hij altijd in het gezelschap van een hondje ... dat na de wedstrijd altijd in de kleedruimte rondtrippelde. Gek genoeg zie ik vandaag ook een hondje, maar dan bij een andere loper in de buurt, blijkbaar een kennis van Thierry. Ik heb het niet helemaal door tijdens de wedstrijd maar Garmin zegt me dat er tussen km 3 en km 4,7 voornamelijk klimwerk op het menu stond. Dat het soms flink steil is, weet ik maar al te goed. Tot twee keer toe moet ik op (snel)wandelen overgaan. Maar ook dat doet pijn. Voeg daar een streep modder en steengruis bij en je komt uit, euh ik kom uit, op ruim meer dan 7' voor km 4 en tegen de 7' aan voor km 5.
Ik probeer een idee te krijgen hoe ver we intussen zijn. Het is al aan het schemeren en ik kan de afstand niet aflezen op mijn Garmin. Daar is een bord: 6km. Dat valt even tegen. Nog een kleine 3 km te gaan. Dat belet niet dat ik, zoals in de voorgaande lopen na een km of vijf, beter in mijn ritme kom... of intussen de pijn in de benen (die er altijd is) beter kan verdragen. Op de Bois de Herve, asfalt dus, zit er nog een steile puist verscholen tussen het groen en de weiden. Ik heb nu wel de energie om lopend in gang te blijven. Als je dan hier en daar nog een collega voorbijgaat geeft dat een extra boost. Er zit onverhoeds ook nog een passage op een smal paadje tussen twee rijen bomen in. Ik houd me bewust wat in: niet zozeer de ondergrond als de invallende duisternis maant me aan tot voorzichtigheid. In elk geval is er geen achtervolger dicht in de buurt te horen en vind ik mijn kadans snel weer terug op de asfaltweggetjes in het groene gebied dat vroeger wellicht een bos geweest is, het Bois de Herve. Na wat kronkels komen we uit op de Vinave, de weg die weer terug leidt naar Bruyères. Het is hier lekker lopen. Niet alleen omdat ik me in mijn sas voel maar ook door het licht dalend profiel.
FOTO Opwarming tussen de weiden en op het beruchte Waalse asfalt. (Foto's Marie-Paule)
Km7,4: de laatste loodjes. We steken de Rue de la Grotte over, de weg van Bruyères naar Manaihant. Dit is bekend terrein, zeker omdat ik daarnet nog even verkend heb. Nog een aanmoediging van een groepje toeschouwers. Hier zijn ze niet te beroerd om onbekende lopers een mentaal duwtje in de rug te geven. Ik moet ook nog even terugdenken aan de inschrijving, twee uur geleden. De mevrouw aan de tafel begroet me met een glimlach. Wat een verschil met sommige Limburgse wedstrijden waar je je aan de inschrijvingstafel in het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussaud waant. Ik zet voor alle zekerheid mijn sportbril op om mijn enkels niet te verstuiken in de afdaling op de hobbelige flarden asfalt en de geulen in de weg. Ik haal een groepje jongeren in. Zij betalen de tol van de slopende kilometers in de brede lus rond Bruyères. Het laatste klimmetje kost me nog enkele seconden en twee plaatsen. Maar ik kan voldoende snelheid houden om de laatste hectometers naar de speelplaats - en de finish - vlot te nemen. En zo besluit ik een intense inspanning van een klein uurtje in een mooi landschappelijk decor.
Het is toch niet meer precies zoals vroeger, moet ik vaststellen na de wedstrijd. Geen douches meer. Die waren er vorig jaar wel nog, hoor ik van andere lopers. Niet alles verandert ten goede... Dan maar meteen naar huis.
zon 14/04/2024 11u * Les 15 km de Liège Métropole * 15 km * 01:31:10 * 10 * 2748/4572 * 5/13 * ♥♥♥
Het is tijd voor een zijsprongetje (of zeg maar een grote zijsprong) naast de eindeloze reeks 10km-lopen in de verschillende challenges. De naam "Les 15 kilomètres de Liège Métropole" klinkt al monumentaal, het aantal deelnemers maakt het alleen nog indrukwekkender. Er wordt dit jaar een record gevestigd met 11000 starters voor alle wedstrijden samen. Ik moet al teruggaan naar de Marathon van Rotterdam in 1996 voor een massaloop van dergelijke omvang. Ik begin met redelijk vertrouwen aan die ongewone opdracht na enkele langere trainingsuitstapjes tijdens de laatste weken. En ik zal alleszins niet bang hoeven te zijn om in mijn eentje te moeten lopen.
De beste parkeerplaatsen zijn al ingenomen door de deelnemers aan de kortere lopen. Ik volg dan maar de suggestie van de organisatie en kies voor de parking van Belle-Ile. Dat is een twintigtal minuutjes van de start en zo heb ik dan al meteen een lichte opwarming op weg daar naartoe. Het is flink zoeken naar het juiste tentje voor het afhalen van het nummer. Het blijkt de grote tent te zijn. Ik heb dan wel al een aantal minuten aangeschoven bij de deelnemers van de universiteit van Luik... E-ticket gescand, ik heb mijn "dossard". Na een telefoontje vind ik Marie-Paule terug op de passerelle over de Maas. Zij stuurt me meteen de andere kant op naar het station. De start is immers aan de "Guillemins". Zij ziet dichte drommen lopers die richting uitgaan en maant me tot spoed aan. Ze wenst me nog een goede loop... en we gaan uit elkaar zonder goede afspraken waar we elkaar na de finish zullen terugvinden. Mijn smartphone heb ik aan haar gegeven, gewichtsbesparing...
FOTO De steile Rue Monulphe
Voor het station is het weer even zoeken waar de startfile eigenlijk begint. Even na elf hoor ik de countdown: "Three, two, ..." De verengelsing is niet meer tegen te houden... Na een aantal minuten komt er eindelijk beweging in de geledingen waar ik me ophoud. We overschrijden de tijdsmatten, defileren voorbij burgemeester Willy Demeyer en andere notabelen en komen langzaam in beweging op de voorlopig vlakke straten in de wijken tussen het station en de grote centrumlanen. Dit is voor mij ook onbekend terrein. Links merk ik een kerk op. Het is de Sainte Véronique, zo leert me opzoekingswerk, neoclassicistisch... Maar veel tijd voor sightseeing heb ik niet, daarvoor moet ik te fel opletten voor bewegingen in het peloton en oneffenheden in het wegdek. We krijgen nogal wat kasseien onder de voeten geschoven. Zo ook, na bijna 2 kilometer, de bovendien nog uiterst steile Rue Monulphe. Ik kan nog net in beweging blijven, tenminste als tragere lopers/loopsters me niet helemaal tot stilstand brengen. We bereiken de hoogte van de wijk Saint-Laurent. Overigens is het parcours in die eerste kilometers grondig gewijzigd tegenover mijn eerste deelname in 2017. We maken een rondje op de site van de oude abdij, later een militair hospitaal. Het is nog steeds militair domein, vermoed ik. De eerste drie kilometer zijn veruit de moeilijkste van de hele loop. Ik moet me tevreden stellen met kilometertijden ver boven de 6 minuten.
De lange afdaling in km 4 brengt wat schwung in mijn benen. Maar nu is het weer uitkijken voor snel dalende lopers met koetsjes. We lopen weer voorbij de Jardin Botanique, maar nu aan de overkant van de zijde aan km 2. Mijn aandacht wordt nog even getrokken door een klassiek gebouw aan de linkerkant. Is dit misschien de voorgevel van de serres? Hoe dan ook, ik neem me voor hier nog eens als toerist terug te komen. Voorlopig ben ik hier als loper die de oriëntatie kwijt is door de vele kronkels die we maken. En die verwonderd is door zijn zwakke tijd op km 5. Op de laatste 300 meter na, is het hier vlak of licht dalend. We zoeken nu weer de hoogte op, achter het station, op weg naar Cointe, de CJPL-lopers welbekend. Ik verteer de klim vrij goed. En heb bewondering voor de obese loper die meer dan 120 km (ruwe schatting) naar boven moet hijsen. Ook in de eerste kilometers was me een zwaarlijvige collega opgevallen. De 15 km is een uitdaging voor iedereen met goede voornemens. Of een 15 km in het zwaar heuvelachtige Luik dan een goed idee is...
FOTO Jardin Botanique
De klim leidt ons naar de kiss and ride-strook boven het station van Guillemins. Links zien we de treinen op de sporen... en de perronbeambten die de eindeloze sliert lopers gadeslaan. Ik kom hier wel eens als taxichauffeur voor een nauw familielid en kan dus nu ook uitpakken met mijn doortocht als sportman. Sinds 2022 is het dak van het station bedekt met kleurrijke doorzichtige filters in vijf kleuren. Het is een project van de Franse kunstenaar Daniel Buren dat voorlopig (?) verlengd is. De transparanten zorgen voor kleurenbanden op de grond, die bovendien variëren naargelang van het uur van de dag en het seizoen. Een fotograaf vangt ons met zijn lens op terwijl we over het kleurenpatroon schuiven. Na deze artistieke passage is het weer tijd voor spierenarbeid. We genieten wel weer van een afdaling en zijn op weg naar een lange vlakke lus in de vallei. Ik verheug me al op een fikse verbetering van mijn gemiddelde als we plots met zijn allen op een hoopje onder een brug tot stilstand worden gedwongen. Opstopping! Mijn vermoeden dat we hier 2 minuten verliezen wordt bevestigd door mijn Garmin: de beweegtijd is 2 minuten minder dan de eindtijd. Ik profiteer van het oponthoud om mijn trui uit te trekken. Het is warmer dan ik verwacht had.
We zijn weer op weg. Veteraan 3, Luciano Battistini, de enige kennis die ik herken in die eindeloze reeks lopers rond, voor en achter me, gaat me voorbij. We zijn nu snel in de vallei, eerst van de Ourthe. We maken een lus van zo'n 5 km rond het Ourthekanaal en de rivier zelf. Aan km 9 en km 11 (op dezelfde hoogte) waar we de tegenliggers kruisen en de toeschouwers ons twee keer zien, maken jonge supporters een kabaal om hemel en hel te doen vergaan. Die luidruchtige fans zijn meestal collega's van de vele studenten die de loopschoenen hebben aangetrokken. Vanaf km 8 herken ik het parcours van mijn vorige deelname. We lopen nu op grind- of zandpaden, straks op beton in een groene omgeving, waar hengelaars, wandelaars en hondenuitlaters de rust opzoeken en die op een gewone (zon)dag ook vinden. Alleen de twee donkere en groezelige passages op keien onder een brug passen niet in het bucolisch plaatje. De vele gelegenheidslopers die hier vandaag misschien aan hun enige wedstrijdloop van het jaar bezig zijn, beginnen de kilometers te voelen. Ik houd mooi mijn tempo rond de 5:45/km aan en haal de een na de andere collega in. Dat vereist wat slalomwerk en nu en dan korte tussentijdse versnellingen. Gezelschap, veel gezelschap, is er tot in de laatste meters. Om het beeld volledig te maken, ik word ook wel eens voorbijgesneld door een loper (m/v) uit de achtergrond.
We naderen km 13. We steken de mooie Pont de Fragnée over. In de verte ligt de passerelle over de Maas. Zou die dadelijk opnieuw zo wiebelen als daarstraks? Bij het oversteken op weg naar de inschrijvingen kon ik me ternauwernood staande houden. Eventjes paniek, evenwichtsstoornissen? Francis Smets van Millen, die toevallig passeerde, stelde me gerust. Het was de brug die heen en weer bewoog door de vele passanten, oef... Nog een streep beton, de Quai de Rome naar het park. Op de passerelle hoor ik plots de stem van Marie-Paule. Ik steek mijn hand op als teken van herkenning. Maar heeft ze dat ook gezien? Ik blijf tempo maken, ook in de lus rond het park. En haal mijn beste tijd in de laatste kilometer.
FOTO Op de passerelle naar het Parc de la Boverie en de finish. (Foto: Marie-Paule)
Finish : net boven de verhoopte anderhalf uur. Ik bereken mijn gemiddelde dan toch maar op de effectief gelopen tijd. En daarmee zit ik wel onder de beoogde tijd. En ongeveer in de helft van het massale deelnemersveld. Ik moet het wel doen met de laatste plaats bij de 70- tot 90- jarigen (zo staat de categorie vermeld in de uitslag...). (Edit: een bijgewerkte rangschikking vermeldt 13 70-plussers, dus bijlange niet de laatste...) Een kwartier achter Nicolas Bynens en een achttal minuten achter Christian Vandevenne, mijn kennissen in deze leeftijdsklasse. De uitslag verraadt ook dat ik de oudste ben. Van meer dan 4000 deelnemers, om koud van te krijgen... (Edit: Na publicatie van mijn verslag ontdek ik dat er nog een oudere deelneemster was: De Duitse Maria B. is nog twee jaartjes ouder...) Ze hebben hier ook een aangepast klassement waarbij de leeftijd in rekening wordt gebracht. Ik spring van plaats 2748 naar plaats 151. Nicolas, Christian en de andere veteranen 4 kunnen nog fraaiere cijfers tonen...
De loop is achter de rug. Maar we gaan nog niet naar huis, we gaan bijlange niet naar huis... Onmiddellijk na de aankomst zit ik gevangen in een onontwarbaar kluwen lopers. Ik kan niet naar links of naar rechts. Waar moet ik Marie-Paule hier vinden? Nu pas dringt het tot mij door dat we geen ontmoetingsplaats hebben afgesproken... en mijn mobieltje heb ik aan haar gegeven. Eerst toch even rondgekeken, ook op de passerelle waar ik haar voor het laatst heb gezien. Dan toch maar naar de auto, 10 minuten verder op. Omgekleed en met de auto terug in de buurt van het park. Nieuwe zoekactie, maar dat is een speld in een hooiberg zoeken. Nog eens terug naar de parking... Weer naar het park. Ik denk verkeerdelijk dat ze mijn telefoon niet kan openen. Ik herinner me plots dat ik haar nummer als noodnummer heb opgegeven. Maar dat ken ik niet uit het hoofd. Eric Joway die ik tegen het lijf loopt, redt me uit de nood. Hij verwijst me naar een juffrouw van de organisatie. We bellen, tiental minuten later hoor ik haar stem. Gered! Moraal van het verhaal: betere afspraken maken en nuttige telefoonnummers in portefeuille en auto bewaren. We sluiten het Luiks avontuur af met een zoete versnapering in de Pam Pam, op weg naar huis.
woe 01/05/2024 16u30 * Tungri Run Tongeren * 9,7 km * 00:59:45 * 9,7 * 333/406 * (55+) 28/34 * ♥
"Heerlijk weertje" hoor ik door de luidsprekers schallen. De omroeper sluit de sportnamiddag op de Motten af met een geestdriftig dankjewel aan publiek en organisatoren van de 33ste Tungri Run. Bij de lopers die aan het bekomen zijn van de 10km-loop zie ik vooral grijnzende gezichten. "Misschien wat minder voor de atleten" herpakt de speaker zich. De felle zon en de plotse zomerse hitte hebben vandaag de hoofdrol opgeëist in de Zuid-Limburgse klassieker.
FOTO
Ik sta voor de negende keer aan de start op de Motten: voor het eerst in 1995, daarna nog vijf keer voor de halve marathon. Dan na een pauze van een aantal jaren vanaf 2016 voor de vierde keer in de 10 km-loop in de stad. Maar ik was de vorige jaren zo goed als jaarlijks present in de oudste stad, ook als toeschouwer en filmer. Mijn voorbereiding is dit jaar wel flink verstoord door een buikgriep die me een week in haar greep heeft gehouden. Ik was net weer op tijd te been en kon dan toch nog drie trainingsloopjes afwerken. Ook een 10 km vorige zondag die me enig vertrouwen gaf voor de wedstrijd vandaag. Het korte testje van gisteren riep echter weer veel vraagtekens op over mijn conditie. Die zijn vandaag alleen maar bevestigd tijdens het inlopen in het peloton van de 5km.
FOTO
Ik kom met moeite op gang in de eerste honderden meters op de atletiekbaan. Bij de eerste doortocht op de kasseien van de Leopoldwal merk ik dat ik niet als enige Mergelloper onderweg ben. Voorzitter Francis Loyens schuift me voorbij. Hij kondigt ook clubgenoot Marc Castermans aan maar die zal de hele loop morele steun verlenen aan zoon Marco en achter me eindigen. Hij moet een van de meest frisse deelnemers zijn die ik na afloop ontmoet. Ik begin aan het voornamelijk stijgende deel van het parcours dat eindigt aan de bocht naar de Sint-Truiderstraat op km 2,5. Het steilste (en mooiste) stuk in het groen langs de Elfde Novemberwal gaat me wel wat beter af dan eerst gevreesd. Het is hier ook even wat frisser dan tussen de huizen. Na de vervelende passage op de Maastrichterstraat en de Hemelingenstraat - stoepen, verkeersdrempeltjes, straatmeubilair en hier en daar een losliggende kassei - kan ik de concentratie even laten zakken... maar moet dan weer afrekenen met de loden hitte langs de Eeuwfeestwal. De Sint-Truiderstraat in. Een aantal fans zorgen voor gezelligheid aan 't Wit Paard. De doortocht tussen de dranghekken en de aanmoedigingen op de Grote Markt doet me even mijn slappe benen vergeten. We hebben nu een afdaling van 1 km te goed tot aan de Moerenpoort, of 't Poorthuis als je de horeca-toponymie verkiest, maar ik kan mijn benen niet tot souplesse dwingen. We lopen tussen hagen toeschouwers op de Kastanjewal. Het is hier ook drukkend warm en het wordt er niet beter op in de brede bocht rond de vijver. De eerste ronde zit erop. "Nog eentje" hoor ik een stem tussen de opengepakte toeschouwers bij het indraaien van de piste. Eindelijk water om mijn hoofd te verfrissen en mijn droge keel te laven. Even later loopt de dorpsgenoot van Marie-Paule, Dieter Kersten, hier triomfantelijk naar de eindstreep.
De tweede ronde is een calvarietocht. Maar het verhaal van een inzinking die ik me nog lang zal heugen wil ik de lezer en mezelf besparen...
(Foto1: Marie-Paule, foto 2: Marijke Cuyx)
zon 05/05/2024 9u30 * Visé Kwart Marathon * 9,9 km * 00:55:56 * 10,6 * 354/879 * (V2) 45/104 * ♥♥♥
Na het debacle van de eerste mei in Tongeren ben ik een half weekje later toch weer present in een andere buurstad, Visé. Ik heb enkele dagen rust genomen en hoop dan maar op een wederopstanding of tenminste op een beter gevoel dan rond de Motten. Ik heb de 10 km in de marge van de Maasmarathon dit jaar op mijn agenda aangekruist om eindelijk zelf eens een borstnummer op te spelden nadat ik jaren als toeschouwer naast het parcours kennissen heb aangemoedigd. In een grijs verleden ben ik hier uiteraard wel al in actie geweest met verdienstelijke tijden op de marathon.
FOTO Met Cindy en Sebbie voor de start. De fotografe kende Rudi en Mariane niet en zo staan deze Boltlopers jammer genoeg niet op het plaatje.
Het is vroeg dag: halfzes ontbijt en om acht uur al op weg naar de stad van de gans. "Nooit zoveel ganzen gezien als vandaag" vertelt Marie-Paule achteraf. Het is al op de koppen lopen op het Ile Robinson, even buiten de stad, waar start en finish zich bevinden, nu het stadscentrum deels afgesloten is door renovatiewerkzaamheden. Na een lichte opwarming en enkele plasjes zoek ik een plaatsje tussen de bijna 1300 vertrekkers (voor de twee korte lopen). Intussen vraagt mijn blaas opnieuw mijn aandacht. Dit oudemanneneuvel speelt me al langer parten. Maar ik sta hier nu tussen het volk en de start is nakend. Dan toch maar met de meute mee... Na wat slalomwerk op de kasseitjes van de Quai du Halage, langs de Maas, verlaten we de bebouwing al na 1 km. We volgen nu het kanaal even in zuidelijke richting. Het fietspad, vandaag dus het domein van de lopers, loopt verder door de groene oase tussen het kanaal en de Maas.
We zijn intussen vier kilometer ver. Ik houd een egaal tempo aan van rond de 5'45". Ik wil in die eerste kilometers eerst afwachten hoe mijn lichaam reageert op de 1 mei-inzinking. In elk geval is ons dit keer wel ideaal loopweer gegund. Voor het overige ben ik vooral bezig met het zoeken naar een plekje voor een sanitaire stop. Misschien kan ik het toch wel redden tot aan de streep? Tussen de lange sliert lopers, waarvan een derde ons verlaten heeft aan de afslag van de 5 km, ontwaar ik geen bekenden. Ik ben sneller gestart dan de Boltlopers (foto 1). Daar is plots Sebbie Maesen maar die laat zich even later weer uitzakken tot bij Cindy François, overigens zijn echtgenote. Nog altijd op het fietspad duikt daar plots Cindy op. Zij gaat me voorbij... en wacht niet. Even later gaat ook Sebbie me voorbij. "Jij blijft bij de muziek?" vraagt hij mij. "Toch niet, toeval" antwoord ik. Het toeval wil dat ik twee keer in de buurt van lopende discobars terechtkom. De muziek van de kleinste juffrouw kan ik nog wel pruimen maar de grote en jongere dame met haar luidruchtige bultrug werkt me danig op de zenuwen. Gelukkig kan ik ze dadelijk achterlaten. Een dame met een duwwagentje jaagt de lopers voor haar opzij en brengt op km 3,4 zelfs de hele stoet tot stilstand. Als ze me voor de derde keer voorbij wil, sis ik " C'est bien gênant". Zij zal daarna snel uit mijn gezichtsveld verdwijnen en ik kan me weer op mijn eigen inspanning focussen. Aan km 4,6 maken we een bocht naar links. Verder rechtdoor is er alleen gras. Ik besluit dan toch maar mijn blaas te ledigen. De pitstop duurt 38 seconden (lees ik achteraf op Garmin). Rudi Strauven, een andere Boltloper, groet me nog even bij het nemen van de bocht. Waar ik dus tot stilstand ben gekomen.
Ik trek me weer op gang. En doe dat meteen fors. De Garmingrafiek vertoont een felle piek. Ik wil Rudi snel inhalen. Hij heeft zo'n vijftig meter voorsprong die ik na z'n halve kilometer heb goedgemaakt. We hebben intussen het centrum van Hermalle-sous-Argenteau doorkruist. Overigens de enige plaats (met de rotonde in Visé aan km 2,7) waar er autoverkeer te bespeuren is. Ik laat het tempo nu niet meer zakken. Ook al heb ik wel wat last van mijn maag. Het buikgriepvirus heeft zich blijkbaar nog niet volledig gewonnen gegeven. Ik vermoed dat het beestje mij ook in Tongeren heeft getreiterd en deels verantwoordelijk is voor mijn inzinking in de laatste kilometers.
Aan km 6,2 verlaten we de straten van Hermalle. We komen uit op de trekweg langs de Maas. Eerst op grind, verder op asfalt. Het blijkt de laatste rechte lijn te zijn, hier een kleine 4 km lang. Perfect beloopbaar, zoals 90 percent van het parcours. Bovendien zo goed als volledig vlak vanaf km 3. Ik ben intussen op stoom gekomen. Sebbie en Cindy inhalen zou een mooie uitdaging zijn. Maar hoe ver zijn ze? Ik haal nu wel een aantal concurrenten in. Een van hen en de enige die ik ken, is Guy Herzet, broer van Claude, die intussen de competitiesport vaarwel heeft gezegd. Echt vlot draaien de benen niet maar de snelheid blijft wel de hoogte ingaan. Toch blijft het een slakkengangetje in vergelijking met de speed van de eerste marathonlopers die hier het einde van hun eerste ronde bereiken. Een van hen is nog zo vriendelijk me aan te moedigen: Steven Machiels, nu wonend in Nerem, op weg naar een negende plaats algemeen en een tijd van 2u44'. Dat is pas tempo. Daar in de verte zie ik Cindy dan toch. Het trainingsvestje om haar middel geslagen. Naast haar Sebbie in zijn kleurrijke short. Dat is nog bijna 100 meter. Ik heb niet veel tijd, bedenk ik. Bij het afhalen van de nummers hing er een bordje "9,1km". Dat betekent dat ik maar een twee kilometer meer over heb. Ik zet mijn oude turbo op in de achtste kilometer, 5'15". Aan km 8 ben ik bij de twee lopers uit Nerem (ook al, ja). Bij toeval is dat eigenste ogenblik vastgelegd door een fotograaf van fotograf.com. Dezelfde firma levert ook uitstekende foto's af van mijn finish. Kopen of niet? 25€ voor de reeks van 13, 13€ voor één foto. Wat zou jij doen? Aanvaardbaar voor de sporadische wedstrijdloper, nogal prijzig voor de veelloper. Hoe dan ook, Sebbie volgt niet. Ondanks herhaald aandringen van Cindy. Sebbie laat Cindy niet los. Intussen is me duidelijk geworden dat het "9,1km" bordje niet klopt en dat we de volledige 10 km gaan volmaken. Ik geef er nog een lap(je) op in de laatste hectometers tussen de toeschouwers en eindig met een mooi gemiddelde en een plaats in de eerste helft van het veld. Tongeren is nog slechts een nare herinnering...
FOTO Fanfare in het centrum van Visé, waar wel de (halve) marathon voorbijkwam maar niet de 10 km. (Foto's Marie-Paule)
Ik wacht tevergeefs op Marie-Paule op de afgesproken plaats... toch weer niet een Luikscenario!? Enfin, we vinden elkaar terug op de Maasbrug. Blijkt dat mijn eega op het verkeerde parcours op me heeft staan wachten, dat van de (halve) marathon. Ze ziet wel Luc Hilderson en James Motten passeren maar niet haar geliefde echtgenoot. Ik had haar al gezocht tussen de rijen toeschouwers in de laatste rechte lijn op de Quai du Halage... Soit, ik trek een droog truitje aan en we rijden naar het centrum "waar het zo gezellig was, de fanfare speelde en je de lopers mooi zag voorbijkomen" (aldus Marie-Paule). We vinden een plaatsje op het terras van de D'Artagnan achter een "marathonloperweduwe" die wacht op de doortocht van haar man. Samen met zijn lotgenoten gaat hij hier de laatste 7 km in. Gedurende een dik uur zien we de "marathoniens" passeren. Ik heb me daarstraks al de bedenking gemaakt: "Wie wil daar nu aan beginnen?" Het lijkt alsof ik zo'n twintig jaar van mijn leven heb uitgegomd... Marie-Paule brengt nog een bezoekje aan de Color Code, een van de sponsors van het evenement. Dan wacht alleen nog de klim naar de Hallembaye en de lange bocht door de mergelgroeve voor we weer in Riemst zijn.
Blijf dit blog nauwlettend volgen, over enkele dagen volgt er weer een boeiend verslag...
woe 08/05/2024 19u30 * Henri-Chapelle Jogging de l'Ascension * 7,3 km * 00:41:52 * 10,5 * 270/367 * 5/7 * ♥♥
Ik wilde er al eerder terug naartoe, naar de loop van Henri-Chapelle. Telkens zat er iets tussen, mijn eigen programma bijvoorbeeld. Dit jaar zal het er wel van komen. Ook al betekent het mijn derde loop in acht dagen. Ik word wel telkens herinnerd aan deze manche van de Challenge La Meuse, tot voor twee jaar de Challenge L'Avenir, als we er met de auto voorbijkomen op weg naar een andere wedstrijd, Montzen bijvoorbeeld. De aankomst aan de kerk staat in mijn geheugen gegrift, ook al is mijn vorige en enige deelname al heel lang geleden. Ik moet mijn archief omwoelen om het jaartal te vinden: 2000! Toen ik nog geen enkele van de kwalen had die mij nu tot wanhoop drijven en ik blijkbaar zonder problemen een aantal marathons met een trits aan korte lopen kon combineren.
FOTO Henri-Chapelle in het Dûché de Limbourg)
Het zoeken naar een parkeerplaats levert ons al een stukje sightseeing op van het dorp waarvan de oude kern op de hoogten van het Land van Herve ligt. Hendrik-Kapelle (om de platdietse naam te gebruiken) behoorde tot het hertogdom Limburg. Die naam werd later gerecycleerd tot onze provincienaam. Maar laten we de geschiedenis nu maar even rusten... tot aan km 4,7.
De start wordt gegeven aan de school, in het groen, waar je een mooi uitzicht hebt op het bocagelandschap. Meer dan 350 liefhebbers staan klaar voor een sportieve vooravond van Hemelvaartsdag. Onder hen mijn bekende generatiegenoten. Ook Raymond Jungbluth, ondanks twee valpartijen in evenveel trails met gekneusde ribben als pijnlijk gevolg. Alberto Canales is er ook... in burgerpak. Een "sciatique" blijft hem hinderen. Luc Hilderson geeft me nog een korte update van het huidige parcours. Ik zal dus niet voor te grote verrassingen komen te staan. De klim naar de streep heb ik zelf verkend. Het weer is perfect, dat zal vanavond geen spelbreker spelen.
Voor we de lange afdaling in het begin van de loop aanvatten, moeten we twee lichte hellingen overwinnen, eerst voorbij de school, dan op de brede (maar verkeersvrije) Rue de Verviers. Ik geniet van de 800 meter op zijdezacht asfalt. (Is dit wel Wallonië?) ... en zie dat hele hordes lopers me links en rechts voorbijsnellen. We draaien linksaf. Ik blijf freewheelen op het nieuwe beton. Niet helemaal "lekker" (dat is ook de naam van de weg) want weer drang... Deze keer stel ik de plasstop uit tot na de finish. We lopen tussen twee bomenrijen, nog steeds licht dalend, tot we aan km 3 een gehucht bereiken met nieuwe bebouwing. Dit is Welkenraedt, leert een plaatsnaambordje me. De kern van de fusiegemeente laten we echter rechts liggen. We moeten op tijd terug zijn in Henri-Chapelle, na een dikke 7 kilometer. Ik loop al een tijdje in het gezelschap van jonge en heel jonge knapen. Nu en dan komt er een oudere man of dame langs. Zelf een collega voorbijgaan zit er voorlopig niet in. Ik zie op de Garmin-grafiek een neerwaartse piek. Geen idee wat daar aan de hand was. Of toch een zwakker moment op een lichte glooiing? Het is aangenaam lopen, nu op een vrij donkere, bos- of tenminste boomrijke, min of meer vlakke strook. Mijn tempo, wil u weten? Rond de 5'30, dat is sneller dan in Visé. Maar in de vijfde kilometer verlies ik al wat seconden, zegt Garmin me, hoewel ik niet het gevoel heb dat ik op mijn adem heb getrapt.
Links zie ik een beekje of alleszins het bordje, de Rau de Ruyf. Dit moet het laagste punt van het parcours zijn. Je moet geen groot geoloog zijn om te weten dat er nu voornamelijk geklommen zal worden. Voorlopig lonkt mijn bewonderend oog naar een kasteel rechts van me, in witte, licht bruine steen. Het Château de Ruyff in zand- en kalksteen, aan drie zijden omgracht (dat lees ik, zelf niet gezien) is een ontdekking voor mij. De oostelijke gevel stamt uit 1716. Tot daar de geschiedenis, nu verder in het heden. Het tempo stokt door het klimmetje voor het kasteel. Op de koop toe is het wegdek hier in belabberde staat. De kasteelheer zit krap bij kas. (Hersenspinsel van mij...) Even verder loopt de weg opnieuw omhoog via een soort haarspeldbocht naar links, richting aankomst. Het is even harken maar boven, na 5,3 km, kom ik weer in mijn ritme. Dat is echter niet bijzonder hoog want nu word ik weer door een nieuwe golf lopers en voornamelijk lopertjes overspoeld. Op de volgende hectometers zwermen die rond me heen. Ik blijf in hun buurt en dat blijkt ook het maximum te zijn. We nemen een lichte bocht naar links naar een lange rechte weg. Dit moet het begin zijn van de eindklim. Zodra de weg weer begint te stijgen zijn de jongeren, begeleid door een coach die hen dan nog probeert in te tomen, ineens weg. Nu en dan haal ik wel eens een juffrouwtje in, maar zodra de klim in volle hevigheid uitbarst, heb ik geen mikpunt meer. Ik heb de 1 km-klim tijdens het inlopen voor mezelf ingedeeld in drie stukken. In het eerste deel, tot aan de afslag naar rechts op de Rue Coulen, moet ik proberen in een houdbare been- en ademhalingskadans te komen. Dat lukt met de nodige moeite. Het tweede deel tussen de huizen met hier en daar een toeschouwer, tot aan de rotonde, valt wel langer uit dan ik in gedachten had. In de laatste strook naar de kasseitjes achter de kerk, trippel ik dan weer soepeler naar boven. Wellicht ook door de entourage van enthousiaste fans aan de rechterkant van de weg en door het aangename avondzonnetje. In de laatste meters op het asfalt gaat er mij nog een man(coach)-vrouw-duo me voorbij. Te oordelen naar de kreten langs het parcours, een plaatselijk koppel. Nog een kleine honderd meter op de kasseitjes. Marie-Paule registreert de doorkomsten met haar Sonytje op de "village". Dat is de naam van het straatje achter de Eglise Saint-Georges naar het hoogste punt. De dame is te fel te keer gegaan en moet naar adem happen. Ik kan de laatste fel dalende en kronkelende 300 meter alleen afleggen, en zo de spleten en hobbels op het wegdek tijdig opmerken en vermijden. En nog even genieten... "Het is gebeurd", roept Leon Meex van Kanne me toe. Dochter Myrthe is vijf minuten geleden als aînée 1 gefinisht.
FOTO De laatste meters van de klim op de kasseitjes. Links : Antonio (zwart) en Luc (groen), rechts uw verslaggever. (Foto's Marie-Paule)
Eén verrassing bij de veteranen 4, voor mij althans: Antonio Ianniello tweede voor Luc en Raymond. Diezelfde (of een minder fitte?) Antonio liet ik achter me in Bruyères. Zelfde verhaal voor veteraan 3, Thierry Fettweis. De korte afstand heeft misschien in mijn nadeel gespeeld...
Het moeilijkste blijkt nog te kiezen tussen twee en drie hartjes. Ik zal de cijfers maar laten spreken. Die zijn slechter dan het gevoel. Twee voor de benen, drie voor het hoofd... Het wordt snel fris na de aankomst. Na een Vla-Dieu (omdat er nog een jeton over was...) springen we in de auto. Veertig minuten later zijn we weer in het nieuwe Limburg.
zon 19/05/2024 10u30 * Fexhe Le Haut Clocher Course des Pïonniers * 10 km * 00:55:54 * 10,7 * 148/212 * 7/9 * ♥♥♥
De kans om na 13 jaar nog eens naar het dorp met de mooie naam op de Waals-Haspengouwse vlakte te trekken, laat ik niet liggen. 2011 moet zowat het laatste jaar geweest zijn dat ik nog op mijn hoogste niveau kon presteren. Dat betekende plaats 42 van 281 en een gemiddelde van 13,7 per uur. Ik heb het officiële gemiddelde van 14 per uur lichtjes naar beneden aangepast. Voor de introductie van de sporthorloges werd er nogal breeddenkend omgesprongen met afstanden. Nog verder in de geschiedenis moeten we terug voor de "Vrede van Fexhe". Tot in 1316. Toen legden de prinsbisschop van Luik, het Kapittel van Saint-Lambert, de Luikse adel en de Goede Steden een soort grondwet van het prinsbisdom vast. Tot daar het verleden, nu het heden en dat is een loopwedstrijd georganiseerd door de pleatselijke jeugdvereniging.
FOTO Dit is de hoge toren.
Servais Halders is al ter plekke. En dat is een geruststelling want het was nog maar de vraag of hij het verdronken land van Voeren veilig en tijdig zou kunnen verlaten. Voorts zie ik de ene bekende na de andere. Soms na lange tijd, zoals mijn twee generatiegenoten Armand Pirotte en Rosario Ilardo.
Er hebben zich zo'n 350 lopers gemeld voor de twee wedstrijden. Pousset, hier in de omgeving, moest zich vrijdag met een miniem deelnemersaantal tevreden stellen. We worden met enige vertraging losgelaten voor een "onuitgegeven" parcours, zoals de organisatoren dat omschrijven. Afwachten dus of de regen van de voorbije dagen niet voor te veel overlast, lees modder, heeft gezorgd. Ik vertrek met naast me een hond en een kinderwagen. Die horen overigens niet samen en ze zullen gelukkig nergens in de weg lopen, kan ik achteraf met opluchting vaststellen.
Na 600 meter verlaten we het beton van de Rue de Freloux en worden we links een onverhard pad opgestuurd. De groep is nog compact en het is zaak om niet verstrikt te raken in de voeten van je voorganger. Naast me probeert een mountainbiker een berijdbaar spoor te vinden. Het is me niet duidelijk of hij bij de organisatie hoort. Hij zal straks, op een strookje beton, van mij wegrijden. In een van haakse bochten in het open veld zie ik de wit-zwarte shits van Boltlopers Jeroen Tack en James Motten, opschuiven in de sliert lopers. De Rue des Bas Prés is opnieuw onverhard maar goed beloopbaar. Dat verandert aan een bocht naar rechts voor een grote boerderij. Ten minste als we de oudere dame, een toeschouwster en als ik me niet vergis Mevrouw De Haro Sanchez (zie verder) mogen geloven. Ze blijft herhalen "Attention, il y a de la boue". De modder valt nog best mee, hoewel het moeilijk is om het tempo vast te houden op de veldweg van 500 meter. We zijn 2,2 km ver als we weer op beton- of asfaltwegen uitkomen. Zoals vaak hier in de streek vraag je je af of dit ruilverkavelingswegen of doorgaande rijwegen zijn. Hoe dan ook, verkeer is er niet, tenzij je de twee fietsers op een kruispuntje als doorgaand verkeer beschouwt. De eerste kilometer heb ik vrij snel afgelegd, daarna heb ik een vijftiental seconden moeten inleveren op de onverharde kilometers. Net op het ogenblik dat een loper naast me vraagt of er veel "dénivelé" in het parcours zit, zie ik een forse glooiing rechts voor me. Ik houd een mooi tempo aan op de 400 meter met een gemiddelde stijgingsgraad van zo'n 2 %. Voor een deel gestimuleerd door de drang om Armand Pirotte in te halen die ik voor me heb opgemerkt. Ik had hem eigenlijk beter verwacht. Terwijl ik hem passeer meldt hij me de reden van zijn mindere conditie: "lang een blessure gehad". Lange rechte wegen in het open veld leiden naar een imposante hoeve in Freloux. Ik heb hier, zoals straks ook, een déjà vu-gevoel van andere loopwedstrijden in de buurt. Maar dat zal wel te maken hebben met de overeenkomsten in het landschap en de hoevebouw.
FOTO Lachend voor de loop. Erna ook trouwens. Van links naar rechts: Mark Geyskens, Bruno Broos, uw dienaar, Servais Halders. (Foto's Marie-Paule)
We zijn halfweg. Sebbie Maesen, nog een Boltloper van Tongeren, is me voorbijgegaan. Deze keer heeft hij zijn Cindy (François) wel achtergelaten. Wie het verslag van Visé gelezen heeft, weet wat ik bedoel. Ik houd al kilometers een tempo rond de 5'45" aan. Dat kan ik ook handhaven in km 7 waar er nochtans een flinke bult in zit. Zeshonderd meter rond 2%, maar zonder steilere stukken zoals aan km 3,7. Sebbie, die ik was genaderd bij de bevoorrading, neemt weer afstand. Op de lange Rue de la Marnière kan wie dat wil (zoals ik) genieten van de stilte en het uitzicht vanop het plateau over de akkers en de weiden (met paarden, rechts van ons). Als de weg weer begint te dalen komen we uit op een veldpad langs een bomenrij waar we een hier en daar modderig spoor moeten zoeken tussen grote plassen. Ik volg een jonge dame die al kilometers in mijn buurt loopt. Op de nu volgende helling op hobbelig asfalt moet ze achterblijven. Ik verlies overigens zelf ook een plaatsje aan een mannelijke collega. Het is een van de weinige verschuivingen in de laatste 5 kilometer. We draaien rechtsaf op de Rue du Péry die we met zijn vieren (zie foto 2) hebben verkend. Het gaat lichtjes bergaf. Ideaal om het tempo wat op te krikken. De jonge seingeefsters hebben ons voor de wedstrijd niet het precieze parcours kunnen aanduiden en zo word ik toch nog verrast door een lus in een andere richting dan waar ik de aankomst had gesitueerd. Ik heb daarnet toch even een glimp opgevangen van de klokkentoren die in de naam van het dorp is vereeuwigd. (Op de vraag waaraan de toren die eer dankt, heb ik tevergeefs een antwoord gezocht. Overigens is hij helemaal niet zo hoog als de naam doet vermoeden.) We maken nog verschillende kronkels door het dorp. Ik heb intussen Manuel De Haro Sanchez, ook een veteraan 4, in het vizier gekregen. In de vorige kilometers heb ik vooral een stevige kruissnelheid proberen aan te houden. Maar nu ik mijn categoriegenoot toch voor me zie, kan ik ook wel een poging doen om hem bij te benen. Sneller gedacht dan gedaan. Ondanks zijn ogenschijnlijk slepende loopstijl gaat de man met de lange naam nog flink vooruit. Ik moet mezelf tot drie keer toe een stroomstoot geven om in zijn spoor te komen. We komen blijkbaar langs achter binnen op de speelplaats waar de aankomstboog staat. In de laatste honderd meter plaats ik mijn ultieme aanval... die meteen gepareerd wordt door Manuel. "Allez Willy" lacht Manuel en hij laat me achter. Hij heeft duidelijk nog wat energie opgespaard in het geval dat...
De Pionniers hebben een mooie organisatie afgeleverd. Op het parcours en de signalisatie valt niets af te dingen. Douches zijn er echter weeral niet. En graag ook wat keuze in de bieren. Het lijkt wel alsof de nieuwe Hesbignon je de plaatselijke bieren door de strot wil duwen. We wachten met de Vlaams-Brabanders en de Tongenaren op de prijsuitreiking. Bij de veteranen 4 blijft de derde plaats open. Zo weten we nog altijd niet wie die nieuwe, Michel Bolline, is... Servais en Mark staan wel te glunderen op het podium. Wriemelend aan de drankbonnetjes die als trofee dienst doen. Terwijl we afscheid nemen van onze vrienden dwalen mijn gedachten af naar de twee lopers die in de laatste weken overleden zijn. Het was een schok om te vernemen dat Juul Kempeneers en Claude Larminier nooit meer de start van een loopwedstrijd zullen nemen...
zat 25/05/2024 19u * Verlaine Course aux Châteaux * 10,1 km * 00:57:49 * 10,5 * 125/169 * 5/7 * ♥♥
In Verlaine, tussen Waremme en Hoei, hebben ze niet stil gezeten sinds ... 2015. Toen heb ik er voor het laatst deelgenomen aan de loop van de Challenge hesbignon. In 2009, in het begin van mijn Luikse escapades, was ik er ook al eens. De aankomst tussen de weiden aan het voetbalveld is verleden tijd. Nu pronkt de kleine landelijke gemeente (4000 inwoners) met een mooie sporthal die de laatste jaren als start- en finishlocatie fungeert. Mijn loopmaat Servais Halders heeft dit jaar zijn zinnen gezet op de Hesbignon, vandaar mijn hernieuwde kennismaking met de Zuid-Haspengouwse gemeente.
Tijdens onze opwarming vangen we een glimp op van Benny Stulens, de veteraan 2 uit Mal, die ons met grote snelheid kruist. Tijdens de wedstrijd zal het nog vlugger gaan met een eerste plaats in zijn categorie en een vierde plaats in de totaaluitslag als bekroning. Jammer genoeg is hij na afloop weer even snel verdwenen... De Hesbignon heeft (nog steeds) een trouwe aanhang en ook op deze zaterdagavond zijn meer dan 300 lopers present. In mijn categorie zijn ook weer ongeveer dezelfde deelnemers aan zet. Alleen plaats drie is nu voor Claudy Dechanet, grondlegger van de Hesbignon "classique". Eddy Hoylaerts, tenminste zijn naam, zie ik pas achteraf in de uitslag. Achter me, oef...
We verlaten het dorp in noordelijke richting (zie ik op de kaart), voorbij het voetbalveld, een van de weinige punten die ik me nog herinner. Het parcours loopt verder in dalende lijn op betonwegen waar ik, ondanks stramme benen, mijn beste kilometertijden haal, net onder de 5'20". Rondom me zie ik voornamelijk jonge dames (Anne-Sophie en Nathalie, als ik me niet vergis) die mij snel zullen achterlaten... en die ik in de laatste kilometers wel (even) opnieuw zal inhalen. Ik zie enkele kennissen voorbijschuiven. Veteraan 3 Alain Woolf zal nog heel wat plaatsen winnen, lees ik af uit de uitslag. Het tempo van veteraan 2, Laurent Aidans, ligt mij ook te hoog. Hij zal toch maar enkele plaatsen voor me eindigen. Mijn categoriegenoot Manuel De Haro (enzovoorts) komt deze keer vanachter mijn rug vandaan. Het ziet er allemaal niet echt soepel uit maar ik hoed me ervoor hem te volgen. Uiteindelijk zal hij ongeveer dezelfde voorsprong nemen als vorige week in Fexhe. Toen kon ik nog in zijn spoor geraken na een hevige achtervolging. Daar pas ik ditmaal voor. Na 2 kilometer worden we scherp linksaf een donker pad ingestuurd. Gelukkig heb ik in laatste instantie mijn sportbril nog meegenomen Die kan ik goed gebruiken om oneffenheden en losliggende takjes tijdig op te merken. Het blijft dalen, alhoewel ik dat niet zo aanvoel. Ik heb de indruk dat ik mijn tempo min of meer kan volhouden. Toch neemt mijn kilometertijd (en die van mijn collega's) een flinke duik. Dat heeft te maken met twee grote plassen en bijbehorende modder in het diepste deel van het bos. We kiezen voor een omleiding in de begroeiing langs de kant en moeten aanschuiven om weer op het droge verder te kunnen. Deze dertig meter zullen gelukkig het enige natte intermezzo zijn op het hele parcours. Het bos hoort bij het domein van het kasteel van Oudoumont, stel ik vast als het witte kasteel voor ons ligt te schitteren. Fotograaf Louis Maréchal wacht ons hier op. Ik probeer een lach op mijn gezicht te toveren. Afwachten hoe dat uitpakt op de foto. Euh, toch maar het plaatje met Mark Geyskens gekozen. Na enkele kronkels door het kasteelpark verlaten we het mooiste stuk van het parcours. Na 3,3km, het laagste punt van de ronde in het valleitje van de Yerne, kan er alleen een klim volgen. Voorlopig 400 meter op een asfaltweg. Ik loop min of meer afgescheiden, voor me loopt een oudere dame. Ik haal haar in en heb de indruk dat ik beter in mijn ritme kom naarmate de klim vordert. Na bijna 4 km nemen we een bocht naar links op een kruispuntje dat me bekend voorkomt. Van de loop, of beter een van de lopen, in Haneffe. De Rue Harduémont, zit ook in de Jogging des Templiers, voor het laatst gelopen eind december van vorig jaar. Vandaag gaat het bergaf, in tegengestelde richting. Dan volgt er een betonweg. Voor een Zuid-Limburger lijkt dit een ruilverkavelingsweg. Hoe dan ook, weer omhoog... in het spoor van de dame die me opnieuw heeft ingehaald. Moeten we verder ook weer langs het beekje? Yep. Opletten hier, het is smal en nu en dan glibberig. Voorzichtigheid in plaats van snelheid, de kilometertijd van 6' liegt er niet om. Hoe vaak in mijn carrière ben ik hier al niet voorbijgekomen? Het sterkste is dat, bij nader toezien op de kaart, dit niet de Yerne is maar een bijriviertje, een beekje eigenlijk, de Peschereeuw. De Yerne is overigens een bijriviertje van de Jeker, mijn trouwe gezel op mijn trainingen in Kanne en Eben-Emael.
FOTO Veteraan 4 Mark Geyskens. (Foto's: Louis Maréchal)
We zijn 5 km ver en halfweg als we het lage gedeelte van het parcours verlaten en na een linkerbocht een klim aansnijden op het beton (ik noem het dan toch maar ruilverkavelingsbeton). Even een vlak stuk om dan vanaf km 6 bijna constant te klimmen naar km 9. In de verte doemt een woud aan windturbines op. Die van Warnant-Dreye? Er volgt een nieuwe helling (tussen de 2 en de 4%) waar de dame in mijn gezelschap dan toch moet afhaken. Ik zie haar later bij de aînées 3 op het podium. Patricia Le Maire? Het gaat verder rechtdoor te midden van de vers ingezaaide akkers onder de avondzon van wat dan toch nog een mooie lenteavond is geworden. Deze kilometer krijgt ook een schoonheidsprijs, met dank aan het ideale weer. Op kilometer 7 nemen we even de Grand Route waar signaleurs voor onze veiligheid instaan tussen het schaarse verkeer. Overigens ben ik nog altijd op zoek naar een tweede kasteel. In La course aux Châteaux (meervoud) verwacht je minstens twee kastelen. Le Château d'Oudoumont heeft ons verwelkomd in de derde kilometer. Maar het tweede? Navraag in de kleedruimte na de loop maakt me ook niet wijzer. Ik zal me dan maar tevreden stellen met de grote hoeve die ik hier rechts zie... Een nieuwe bocht naar rechts en een korte helling leiden naar een nieuw plateau in het veld. Het blijft geniepig bergop lopen. Ik heb de twee dames van het begin van de loop weer in het vizier gekregen. Om mezelf nog een doel te geven in dit laatste kwart van de wedstrijd probeer ik de juffrouwen alsnog in te halen. Ik slaag in mijn opzet maar voel dat de jus stilaan uit mijn benen verdwijnt. Op de Voie des Meuniers lopen we weer Verlaine binnen. Pauline Laruelle en Nathalie Lallemand gaan me weer voorbij, de eerste al wat vlotter dan de tweede. Voor mij uit zie ik een loper met een prothese onder zijn linkerknie. De "bravo, courage" van een eenzame toeschouwster op een stoeltje voor haar huis, zijn hier zeker op hun plaats. Ik heb de laatste kilometers een gemiddelde rond de 5''40" (wat ook mijn algemeen gemiddelde zal zijn) en dat is ook het beste wat er nog in zit. Ik tel de meters af en kijk uit naar de laatste bocht op het asfalt. De finale heb ik (gelukkig) verkend. Die krijgt nu al de derde schoonheidsprijs van de dag. We worden een weide ingestuurd. De hobbelige en hier en daar zompige graszoden stellen mijn enkels op de proef. De lokale Blade Runner heeft het nog moeilijker. Ik voel me wat schuldig als ik Olivier Dumont voorbijga op een talud naar een graspad tussen de bomen. De loper van de Leg's Go-club zal vlak achter me eindigen, na een doortocht door de feesttent, in de laatste 150 meter, waar hij ook nog een op- en een afstapje (de laatste met drie treden) moet overwinnen. Chapeau!
Achter de streep is er nauwelijks ruimte door de opeengehoopte finishers. Ik ga achter de aankomstboog door ... en mis zo de sangria "offerte à chaque coureur". Dat is dan meteen de reden van de opstopping, kan ik achteraf besluiten. Mij maakt het niet uit, Marie-Paule had wel een glaasje gelust, maar ze is er vanavond niet bij. Zij stapt mee in een andere processie dan ik, een kerkelijke... Hoera, er zijn douches! Een glaasje, de prijsuitreiking aan onder meer Servais Halders en Mark Geyskens. Dan maken we plaats voor de feestvierders in de feesttent. Na een omweggetje vinden we de parking "van Nicolas" (de P+R-parking in Vottem, plaats van afspraak voor onze trainingen met Nicolas Bynens). Van daaruit scheiden onze wegen. Tot de volgende afspraak!
zon 02/06/2024 10u30 * Jogging de Grâce-Hollogne * 10,6 km * 00:59:13 * 10,7 * 61/85 * 2/4 * ♥♥♥
De aardbeien van Saffraanberg, de beloning voor de estafettelopers van woensdag, zijn nog maar net verorberd of we zijn alweer op weg naar een nieuwe wedstrijd. Naar de zuidoostelijke rand van de ruime Luikse agglomeratie, in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven Bierset. De landelijke streek rond Liège Airport (LGG) wordt omgewoeld in naam van de onstuitbare vooruitgang. Een omleiding leidt ons door de troosteloze dorpskern van Fontaine. De grijze, regenachtige lucht maakt de aanblik nog somberder. Ons gemoed klaart wel wat op als we onze bestemming bereiken, het voetbalveld van F.C. Horion in de open vlakte. En als het kwik in het volgende uur enkele streepjes stijgt, is het weer perfect voor de 132 starters in de achttiende manche van de Challenge Cours la Province. Dat is een kleine groep naar Luikse begrippen, ongeveer even groot als vorig jaar (toen ik ook hier was). Toch blijven de organisatoren moedig volhouden. Toch minstens van 2015, het jaar van mijn eerste deelname Ze zijn nu aan de zevende editie toe. De twee coronajaren zullen voor een tijdelijke onderbreking gezorgd hebben. Dan vraag ik me af, waar halen ze de ijver vandaan om die jaarlijkse inspanning te doen? Bij het verlaten van de kantine als de niet-locals al vertrokken zijn, vraag ik langs mijn neus weg aan de speaker of de wedstrijd door de voetbalclub wordt georganiseerd. "La commune, Monsieur". Dus de Service des Sports van Grâce-Hollogne, de fusiegemeente. Dat maakt het al wat makkelijker om vrijwilligers te vinden. Of om gemeentepersoneel in te zetten. Enfin, dat is mijn interpretatie. Neem ze voor wat ze waard is. In elk geval, ze doen het toch maar. Jammer dat ze hun loop plannen in de drukste periode van het seizoen. De concurrentie in mei-juni is moordend in deze contreien. Mijn loopmaten die dit weekend ook actief zijn, zijn uitgezwermd naar de (wijde) omgeving. Hoe dan ook, ik ben wel hier. Van deze wedstrijd zal u dus een verslag krijgen... Waarom ik deze loop heb uitgekozen, vertel ik dadelijk.
FOTO De Eglise Saint-Sauveur in Hozémont waar het Kindje Jezus van Praag wordt aanbeden. De figuur met zijn oranje schoenen is geen bedevaarder.
Ik sta klaar achterin het peloton, met categoriegenoot Eddy Hoylaerts, een "régional de l'étape" van Saint-Georges, die ook vorig jaar aan de start stond. Ik heb al een flinke opwarming achter de rug en stel tot mijn genoegen vast dat mijn onderstel (mijn benen, bedoel ik) soepeler draait dan tijdens de estafette en zeker beter dan bij mijn laatste training. Ik heb de Rue du Huit Mai van/naar de rotonde van Lexhy (die de verbinding vormt tussen de twee verschillende rondes die vorig jaar in het parcours zaten) in beide richtingen gelopen. Kwestie om niet alleen de benen maar ook de geest weer in de stemming te brengen. Achterin het peloton dus... toch nog even een plasje doen. Plots zie ik dat de groep vertrokken is. Geen startsignaal gehoord, Eddy trouwens ook niet. Ik spoed me naar voren. Dat gaat relatief gemakkelijk. De deelnemers (m/v) die ik voorbijloop, schijnen niet echt gehaast. Even voorbij de eerste bocht - we hebben net een klimmetje achter de rug - ben ik in het spoor van veteraan 4, Raymond Jungbluth. Dat lijkt mij een mooie uitgangspositie. Nu maar afwachten hoe de zaken zich verder zullen ontwikkelen. Ik herken de afdaling op de Rue du Pied de Vache (de naam ook) en word dus ook niet verrast door een klim van 300 meter op een smalle betonweg (genre ruilverkavelingsweg). Nog even vermelden dat die eerste kilometer meteen de snelste van de loop zal worden. Daarvoor ben ik niet echt in mijn reserves hoeven te gaan. Ook niet op de klim, met Raymond langs of achter me. Ik herinner me nu plots dat we dadelijk linksaf zullen slaan, een bosje in, waar we ongetwijfeld door plassen en modder zullen moeten ploeteren. En nu heb ik net fonkelnieuwe schoenen aan... Erger nog, voor de start heb ik Raymond gerustgesteld dat trailschoenen onnodig zijn op dit parcours op beton of asfalt. Op die driehonderd meter bospad glijdt Raymond naast of springt hij over de plassen, daarbij enkele keren op het nippertje ontsnappend aan een valpartij. Ik doe het voorzichtiger en moet achtervolgen op de nu volgende afdaling op beton. Voor we tussen de huizen zijn van Hozémont (dat is de tweelingszus van Horion) heb ik hem weer bijgehaald. We zijn 2,4 km ver als twee signaalgevers ons naar links sturen. Twee, want een van hen bewaakt een gat of eigenlijk twee gaten in de bocht. Ik loop er netjes tussendoor op het graspad. Dat is de Chemin du Tram (oud tramspoor?) ... en dat zat vorig jaar niet in het parcours. Het is weer zover, de ronde is veranderd. Even of helemaal? Lees verder want het antwoord volgt dadelijk. En dan weten dat dit stratenparcours me vorig jaar zo bevallen was dat ik er opnieuw naartoe wilde. Ook al zou ik er veel alleen moeten lopen, zoals vorig jaar. Mijn opwarming in de buurt van de rotonde van Lexhy is dus al voor niets geweest. Nu, ik trek redelijk mijn streng op de donkere streep tussen de bomen. Door "La Plaine des Lutins", het nieuw aangelegde speelplein voor jong en oud. Zegt de mededeling van de gemeente. In elk geval nieuw voor mij. Opnieuw een strook redelijk beloopbaar onverhard. Ik begin aan het asfalt van de Rue des Agneaux, nog steeds in het gezelschap van Raymond en dadelijk ook van een 60-jaren jongere deelnemer, Robin Vrancken. De zoon van Jo wordt tweede "espoir" op de 5 km. Vader Jo finisht als derde algemeen en als tweede veteraan 1 op de 10 km. De twee zullen jammer genoeg al terug op weg naar huis zijn als ik bij Marie-Paule aanschuif aan een kantinetafeltje. Robin laat zich niet pramen door de twee oude mannen in zijn buurt en blijft moedig meedraven, nu en dan met een kleine tussenversnelling. Na de tweede bocht naar rechts zetten we onze weg verder op de Rue Fonds d'Ivoz. Dat is inmiddels weer buiten de bebouwing. Waar we de wind wat meer voelen en een tempo even boven de 5'30" blijven aanhouden. Het loopt hier ook stiekem omhoog. Midden in het veld een haakse bocht naar links. De derde strook onverhard. Er is nu geen twijfel meer mogelijk. Dit is een compleet andere ronde dan vorig jaar. Ze doen het dus weer, de parcoursbouwers van de (Luikse) wedstijden. Opnieuw schuiven op de vettige klei. Ik houd redelijk stand. Achter mijn rug hoor ik Raymond vloeken : "Je n'y arrive pas.." Te glad, geen evenwicht op zijn wegschoenen, toch niet kwaad op mij omdat ik hem op het verkeerde been heb gezet voor de start? Hij blijft plots achter. Op het einde van de Rue de la Douairière - een veldweg nota bene - 800 meter lang, heeft men wat steenslag en kiezel uitgekieperd. Te weinig en te laat... Weer naar rechts, op de Rue des Cornus Champs. (Waar halen ze de namen maar?). De asfaltweg leidt weer naar het dorp, richting aankomstplaats zo lijkt het. Lichtjes bergaf, de gelegenheid om wat dichter bij de magische 5 minuten grens te geraken. Ik vind een bijkomende stimulans in het inhalen (althans een poging daartoe) van veteraan 4 Freddy Hounje. Ik ken de man al heel lang maar zie hem uiteindelijk heel weinig wegens andere wedstrijdvoorkeuren. Maar zijn loopstijl herken ik wel van ver. We zijn nu vlakbij de aankomst. Naar links, wijst de signaalgever. Lap, dezelfde ronde opnieuw.
FOTO Km 10. Freddy Hounje heeft me 10 meter aangesmeerd op de laatste modderige passage en zal zijn voorsprong niet meer afgeven (Foto's Marie-Paule)
Nog eens door die modderstroken, weg de mooie, lichtlopende asfaltroutes waar ik van droomde. Ik klik op de "reset-knop" in mijn hoofd. Het heeft geen zin me te chagrineren over hoe mooi het had kunnen zijn. Ik kan beter mijn energie sparen om Freddy in te halen en wie weet de eerste plaats bij de veteranen 4 te pakken. Ik heb wel geen idee of er nog kapers op de kust zijn die voor Freddy uit lopen. Ik voel me vrij goed, de benen zijn vandaag van goede wil en uiteindelijk heb ik de onverharde passages nog redelijk overleefd. in het eerste klimmetje van die tweede ronde heb ik Freddy bij de lurven. Hij hoort me afkomen en geeft me zelfs een compliment mee. "Te veel trail" geef ik hem mee en neem dan maar de leiding in de zesde kilometer. Heeft mijn gezel nog over of heeft hij zijn beste pijlen verschoten in de eerste ronde? Het antwoord volgt cash in de eerste modderstrook in het bos. De man uit Aubel stormt als een razende vooruit, dwars door de waterplassen. Het modderwater spat omhoog. Ik verlies meteen een vijftiental meter. Die ik in de afdaling naar Hozémont ook weer kan dichten. Eens bij hem neem ik weer het initiatief. Ik hoor aan zijn ademhaling dat hij moeite heeft om mijn tempo te volgen. En ik die bang was dat het weer een eenzame bedoening zou worden in Horion. Ik heb de hele tijd gezelschap... In de volgende onverharde strook rond km 7,5 drijft Freddy weer het tempo op maar ik kan vrij makkelijk volgen. De volgende kilometer in open veld neem ik voor mijn rekening. Gelukkig kan mijn concurrent niet echt profiteren achter mijn rug. De wind blaast over mijn kale schedel heen. Maar in km 9 wacht nog de lange veldweg, de Rue de la Ferme. (Die heb je in de beschrijving van de eerste ronde daarnet anders genoemd, hoor ik een eigenwijze lezer opmerken. Klopt, maar op de kaarten zie ik de twee namen.) Freddy is een trailer, dat weet ik. Hij kickt op die vettige stroken en hij haalt meteen uit. Ik pak het wat minder fanatiek aan maar doe mijn best om de kloof niet te groot laten worden. De furie van Freddy (tiens, leuke alliteratie) begint me op mijn zenuwen te werken en ik zoek nu ook geen omweg meer rond de plassen. Dat gespat moet nog al beelden opleveren als ze ons bezig zien. De lopers achter ons? Wie dat zijn, zal ik pas na de aankomst horen. Ik draai met een tiental meter de voorlaatste asfaltstrook op. Met weer schone schoenen, zo lijkt het althans. Het zal hier moeten gebeuren als ik nog voorbij Freddy wil. Maar ik win geen meter terug en na de laatste bocht doet mijn tegenstander er nog een schepje bovenop. Toch sterker dan ik. Ik kan leven met mijn tweede plaats. Die bovendien nog geflatteerd is door het ongemak van Raymond Jungbluth. Hij heeft al weken last van gekneusde ribben opgelopen bij een val in de trail van Rahier. Daarom moest hij plots afhaken in de eerste ronde. Zonder evenwel helemaal terug te vallen. De veteranen 4 lopen uiteindelijk, zo goed als allen achter elkaar binnen, tussen plaatsen 60 en 64. De rijpe veteraan 3 Lucien Collard is al meer dan zes minuten geleden over de streep gekomen. Tegen hem zal volgend jaar niets te beginnen zijn.
"Vous m'avez bien aidé" antwoordt Freddy als ik hem na de finish feliciteer. Hij bedoelt waarschijnlijk dat ik hem heb gemotiveerd om zijn trailskills ten volle uit te spelen. Hij geeft me nog wat raad en verklaart zijn techniek op de natte stroken. Je kan beter dwars door de plassen lopen. Daaronder is de grond vast, eromheen is het pas glibberig. Ik loop nog even uit met Raymond Jungbluth. Hij is nog verbouwereerd door de aanwijzing van de signaalgever in de laatste bocht. Die wilde hem de andere richting uitsturen... voor een derde ronde. Ik trek naar de installaties van de voetbalclub waar de prijsuitreiking zal plaatsvinden. Het toilet mag dan krakkemikkig zijn, de kleedruimtes zijn lekker verwarmd (vloerverwarming alstublieft), en de douches zijn up to date. In de kantine die zijn ouderdom moeilijk kan verbergen moeten we niet te lang wachten op de prijsuitreiking. In afwachting drink ik een blonde Leffe. "2,50€, Madame" (Marie-Paule bestelt.) Ja, dat heb je goed gehoord... De prijzen blijken uiteindelijk voorbehouden aan de drie eersten in de totaaluitslag. Het voltallige (?) schepencollege (PS en één Ecolo) neemt de honneurs waar. Zo goed als allemaal in looptenue. Voor we vertrekken heb ik nog een vraagje aan de speaker. Die van het begin van het verslag. Waarom is het parcours veranderd? Een: werkzaamheden op het oude parcours. Twee: de politie maakte bezwaren tegen een dubbele doorkomst aan het Rond Point de Lexhy, een belangrijk verkeersknooppunt. Voilà, dat weten jullie ook weer. Euh, dat weet ik ook weer.
Tenslotte: voor wie op weg zou zijn tussen Luik en Tongeren en zin heeft in Italiaans. Ik weet een fijn adres...
vri 07/06/2024 20u30 * Huy Night Run * 9,7 km * 00:55:35 * 10,6 * 584/874 * 8/11 * ♥♥♥
Vijf dagen na Horion staat de nachtrun van Hoei op mijn programma. De route naar de startplaats leidt ons opnieuw over de E42, ditmaal enkele kilometer verder naar het zuiden. Vorig jaar volgden de twee wedstrijden elkaar ook op maar dan in de omgekeerde volgorde en met nauwelijks twee dagen rust ertussenin. Nu heb ik nog de tijd om de benen klaar te stomen in twee herstelloopjes die me overigens beter afgingen dan wel eens het geval is.
We zijn ruim op tijd in de Maasstad. Dat is ook de bedoeling. Een parkeerplaatsje vinden kan een tijdrovende bezigheid zijn. Ik heb dit jaar vooraf zelf een plekje uitgezocht op de kaart. Mijn voorbereiding loont: plaats zat aan een sporthal aan "onze" kant van de stad. De wandeling naar het centrum kan dienen als eerste rustige opwarming. Dan de inschrijving die bij de 10 km vlot verloopt want geen lange files zoals bij de 5 km. Ook al valt de ambachtelijke procedure me wel flink tegen. Van de organisatie van een massaloop zou je meer mogen verwachten dan de manuele inschrijving op een formuliertje. Ik moet toegeven dat je vlug verwend bent door de moderne communicatiemiddelen (tablets) die de Hesbignon ter beschikking stelt. Het verfrommeld borstnummer past ook niet in het plaatje van een van de grootste loopevents in het zuiden des lands. De daginschrijving kost dan weer verrassend weinig. Overigens is dat de enige kritiek die je in dit verslag zal lezen...
FOTO Sfeerbeeld van de finish op de Grote Markt van Hoei. (Foto: Marie-Paule vanop de trappen van het stadhuis.)
Ik loop wat op en af op de Avenue Delchambre waar het vertrek plaats vindt. Heel wat bekenden draaien hier de benen warm. Zoals mijn collega's veteranen 4 . Na de klassieke beginvraag "Ca va?" volgt vaak: "Et Aldèrs?" "Blessé" houd ik het kort als antwoord. Ik denk erbij: "Zou hij het niet beter wat kalmer aan doen op gladde omlopen?' Het is nu al de derde keer dat hij een blessure oploopt in de modder op omlopen waar ik zonder kleerscheuren de streep bereik. Weliswaar veel langzamer... Kortom, de 70-plussers zijn goed vertegenwoordigd op dit "rendez-vous incontournable" volgens de woorden van de plaatselijke pers. L'Avenir titelt zaterdag: "La Huy Night Run bat tous les records" met meer dan 2000 deelnemers. Bijna 900 aan de 10km-loop, ongeveer evenveel in de 5km (die wel apart vertrekt). En dan nog de lopertjes van de korte afstand. Een record voor de 10 km is dat nochtans niet. Althans niet volgens mijn gegevens van 2016, ten tijde van mijn eerste deelname. Speaker Armand Pirotte vult de wachttijd aan de start op met een onophoudelijke woordenvloed. Een duidelijk hoorbaar startschot en we zijn weg. Na nauwelijks 200 meter zit ik al met vragen in mijn hoofd. Niet de Maasbrug over? Neen dus. In de onoverzichtelijke massa zie ik plots een bekende gestalte. Die van Luc Hilderson. Ik ga voorbij de kleine man uit Wonck. Tot straks? We nemen in dichte drommen de helling naar de Pont de l'Europe (hier de uitloper van de brug op vaste grond), ronden drie ruime bochten om na 1100 meter te beginnen aan de Rue de la Motte en de Grand-Route (het verlengde en overigens helemaal niet breed). Hier hebben ze een rechte lijn in het begin van de loop: 1700 meter lang en vlak. Het is een gezellige strook, eerst in het groen (tenminste rechts van ons) en verder tussen de huizen aan de rand van de stad. De mensen staan voor hun woningen te kijken naar de stoet lopers. Aanmoedigingskreten en luide klanken uit een muziekbox, op dezelfde plaats als vorig jaar, lijkt me. Nog leuker is dat ik me heel wat beter voel dan vorig jaar toen ik alleen maar kon hopen dat de stramheid snel uit mijn benen zou verdwijnen. Ik maal de hectometers af in de buurt van een aantal juffrouwen en jonge mannen die ik nog kilometers lang nu eens voor me zie, dan weer van achter mijn rug zie voorbijschuiven. De koeltorens van de kerncentrale van Tihange duiken al op vanaf km 1. Aan km 2,8 - in de dreigende schaduw van de eerste toren - nemen we een bocht naar rechts en lopen we even terug in de richting van de stad. Het asfaltpad in het groen en langs een lange muur loopt lichtjes omhoog. Aan een scherpe bocht naar links begint het serieuze werk. "Courage" hoor ik. Het zal nodig zijn op een loeisteile klim ( met stroken tot 15%). Ik begin eraan zonder "pacingplan" in mijn hoofd. Ik verbaas mezelf door mordicus in looppas te (willen) blijven. Die looppas is louter symbolisch want ik maak nauwelijks snelheid. Hoe dan ook, ik haal de top lopend. We zijn intussen in landbouwgebied, rechts weiden, links een boerderij. We kunnen van die eerste, forse inspanning herstellen in een afdaling tussen verspreide woonhuizen. Dit was toch wel de zwaarste klim van de hele loop, moet ik achteraf besluiten. Met het moreel van de eerste beklimming als krachtbron kan ik ook een tweede bult aan km 4,5 bedwingen. Het parcours slingert door een groen gebied, bezaaid met villa's, hoog boven de Maasvallei. Dit moet Tihange zijn. Ik zie geen herkenningspunten van de vroegere Condruzienloop van Tihange. Die moet zich in het meer oostelijke, bosrijke gebied hebben afgespeeld. Het tempo van 5'30"in de vlakke aanloop krijgt natuurlijk een flinke knauw in de hellingenzones, tot ver boven de 6'.
Even voorbij halfweg duikt de derde helling op. Tijdens de loop en vooruitdenkend aan mijn verslag valt mij de benaming "de muurtjes van Hoei" in. Niet slecht gevonden als parafrase van de "Muur van Hoei", de wielerklassieker. Vind ikzelf... De stijgingsgraad flirt weer met de 10%. Ik merk dat ik wat sneller, of minder traag, de hellingen opklauter, dan mijn gezellen in dit deel van het peloton. Ik heb een mooi ritme en geniet van het draaien en keren en het op en af van het parcours. We hebben de lange klim van 700 meter op de Promenade Saint Jean l'Agneau achter de rug. Een heerlijk paadje is dit, tussen twee hagen. Ik heb de bevoorrading overgeslagen en kijk uit naar de afdaling die niet meer lang op zich kan laten wachten. De vele toeschouwers langs de weg zijn ook nu weer een bepalend element in het gezelligheidsgehalte van de loop. Ik herken ook enkele leuke plekjes op het parcours. Jammer genoeg vind ik ze niet terug op de kaart. Kon ik nog een tweede keer genieten...
Aan km 7 zijn we eindelijk boven, op het hoogste punt van het parcours. Ik schakel niet meteen over op mijn hoogste versnelling maar probeer een vlot tempo te ontwikkelen zonder mijn rug te fel te pijnigen. Plots word ik langs links voorbijgesneld door... Luc Hilderson. Daar is hij dan toch! Hij neemt meteen enkele meters voorsprong, zijn korte beentjes wentelen razendsnel. Twintig meter, is hij definitief vertrokken? Ik vrees van wel. Km 8: nog een laatste heuveltje... dat ik bijzonder soepel oploop en waar ik Luc verbazend snel weer inhaal en achterlaat. In de volgende afdaling - steil naar beneden - ga ik nu wel voluit. De Wonckois komt niet meer terug in de 700 meter naar het stadscentrum. Oei, dadelijk nog over de kasseitjes van de historische Rue des Mineurs. Maar daar is de winkelstraat al, de Rue des Fouarges en de boog. Toch enkele wijzigingen aan het parcours dus. In het begin en op het einde, samen goed voor 900 meter minder op de teller. Over de streep. Armand schreeuwt mijn naam triomfantelijk door de luidsprekers. Daarvoor alleen al zou ik naar Hoei afreizen... De furieuze afdaling heeft me uiteraard de snelste kilometertijden van de avond opgeleverd. In de "closed zone" voor de lopers en de ophalers van de borstnummers, loop ik Nicolas Bynens tegen het lijf. Niet tevreden want(?) geklopt door Noël Heptia. Mijn goede kennis uit Ivoz-Ramet kan zijn conditie nog ver in zijn zeventigste vasthouden, zo blijkt. Ik moet me tevreden stellen met een van de laatste plaatsen in het rijtje van 11 veteranen 4. (De mij onbekende "winnaar" Nicolas Decroisson vind ik in de uitslag van een andere wedstrijd terug als senior... Ik ga uit van een foutieve geboortedatum.) Er zijn er nog bijna driehonderd achter me. Hoera! En ik heb Luc Hilderson nog eens kunnen kloppen, voor het eerst sinds maart 2023.
FOTO Kalid Lamchachti die ook de dubbel Horion-Huy deed. Zegt mij altijd vriendelijk goeiedag. Verdient een foto op dit blog. (Foto: CJPL)
Deze prachtige wedstrijd heeft één groot nadeel voor de liefhebbers die, zoals ik, van verder komen: het late startuur. We mogen dan al genieten van de langste dagen van het jaar, rond 22 uur begint het te schemeren en dan wacht er nog een flinke autorit. Vooral de onverlichte weg tussen Tihange en Villers-le-Bouillet is mij een doorn in het oog. We vertrekken dus zo goed als meteen na de finish. Op onze lange wandeling naar de auto botsen we op Beny Stulens. De achtste in de totaaluitslag is op weg naar de prijsuitreiking. Na een wedstrijdlang duel heeft hij de eerste plaats bij de veteranen 2 veroverd. Nipt voor Benoit Rasquain... die hij pas tijdens de loop heeft leren kennen. "Pas mal" voor de man van Mal. Dankzij een stevige eindspurt. "Tijdens de wedstrijd was hij wel beter" is Beny te bescheiden. Enfin, wij snel naar huis. Nog een hapje en een pintje en dan zzzz…
zon 07/07/2024 10u15 * L'Ampsinois * 10,6 km * 01:01:19 * 10 * 97/147 * 7/10 * ♥♥
Het is uiteindelijk Ampsin geworden, de wedstrijdkeuze voor dit weekend. De bedoeling was eerst de Hesbignonmanche in Waret L'Evêque maar door het afhaken van mijn loopmaat Servais, geef ik dan toch de voorkeur aan een voormiddagloop. Dan vermijd ik alvast een nachtelijke verplaatsing na de avondwedstrijd in het Zuidelijke Waals Haspengouw. Ampsin ligt een beetje noordelijker, op de linker Maasoever, tussen Hoei en Amay, het centrum van de fusiegemeente. De heenweg naar Ampsin is een doorslag van de verplaatsing naar mijn laatste wedstrijd, de Nacht van Hoei. Die nacht heeft overigens wel wat nare gevolgen gehad. Ik heb daar na de loop, met bezweet lijf in de frisse avondlucht, blijkbaar een verkoudheid opgescharreld die me weken parten heeft gespeeld. Acht dagen volledige rust en veertien dagen kwakkeltrainingen later voel ik me toch weer in staat een wedstrijd af te werken of kriebelt het alleszins weer om er opnieuw aan te beginnen.
FOTO De processie lopers op de trappen naar de hoogte boven de oude steengroeve.
De wedstrijd is een aantal jaren van de kalender verdwenen maar is er nu opnieuw en dat is vooral de veteranen 4 niet ontgaan. We zijn met tien vertegenwoordigd in het peloton van 147 voor de lange loop. En met minstens twee Limburgers. Mijn provinciegenoot is Christophe Stevens van Tongeren, negende overall. De eerste kilometers komen me bekend voor van mijn deelname in 2018 maar voor het overige is het afwachten. Organisator David Frison pakt immers uit met een nieuw parcours. We vertrekken aan de kerk die misschien wel in het midden staat maar haar dominante positie heeft moeten afstaan aan de koeltorens van de kerncentrale van Tihange in de achtergrond. Het dorp ligt letterlijk in de rook van de betonnen reuzen. We maken eerst een vlak rondje in het dorp. Sightseeing (we passeren aan de Seigneurie d'Ampsin) of "mise en jambes" (inlopen) voor het klimwerk? Dat begint na 1100 meter als we een betonnen trap omhoog worden gestuurd. Die trap is voor deelnemers en fans het herkenningspunt van deze loop (want vrij uniek in het overvloedige aanbod loopwedstrijden in het Luikse) maar speelt slechts een beperkte rol in het wedstrijdverloop. In het laatste derde van het deelnemersveld waarin ik me bevind, houden de meesten het overigens bij een flinke stappas. Boven komen we uit in de groene rand rond een oude steengroeve. We maken een brede bocht tussen de bomen op een aangenaam graspad voor we de dieperik worden ingestuurd op een grindpad. Ik haal hier wel een loper voor me maar zorg er in de eerste plaats voor niet uit te glijden op de verraderlijke keitjes. Het parcours loopt verder op lekker lopende asfaltpaden in een groen decor. Voor de start kondigde David Frison een klim aan rond km 6. Daar zijn we nog lang niet maar ik heb de indruk dat de ene helling hier volgt op de andere. Er zit wel nog een korte afdaling in aan km 3 waar ik enkele woorden wissel met Luciano Battistini, een veteraan 3 die wel eens in mijn buurt opduikt in de Luikse lopen. "Doe hem maar praten" grapt Michel Mancini over mij tegen Luciano. Michel loopt vlak voor ons en hoopt dat ik met babbelen mijn adem zal verspillen. Een tiental meter voor ons herken ik Raymond Jungbluth, nog een veteraan 4. Mijn benen voelen niet echt super aan, ik ben al tevreden dat ik in de buurt van mijn twee generatiegenoten kan blijven.
Rond km 4 - of is het enkele honderden meters ervoor? - draaien we links op naar een smal pad met keien en hier en daar wat grotere stenen. Het gaat enkele procenten omhoog. Ik heb uiteindelijk minder last van de klim dan van de drukte in het langgerekte peloton. Als ik licht zie boven de bomen een honderdtal meter voor me, verheug ik me al op het einde van de helling. Die lange klim moet er immers nog aankomen. Niets van, het blijft gewoon verder omhoog lopen, nu wel op een breder en goed beloopbare aarden weg. Ik voel me vrij goed, althans ik neem de leiding van de drie 70-plussers. De aarden weg gaat over op het verhard, de Rue Saint-Lambert met een imposante (voormalige?) hoeve aan de linkerkant. In de verte zie ik de lopers voor ons rechts afslaan. Ik veronderstel dat de bocht ook het einde is van de helling. Want we zijn nog steeds aan het klimmen. Ik heb intussen al lang in het snuitje dat de 6 km-aanduiding van David op het einde van de klim sloeg en niet op het begin. Hoe dan ook, ik leid ons ouderentrio ...en maak me wijs dat ik in hun gezelschap kan blijven.
Km 7: eindelijk boven. Op de Garmin-gpx lees ik achteraf dat we zo'n 3 km stijging verwerkt hebben. Hier ben ik alleszins al goed doorgekomen. We volgen even een rijweg waar Michel me toch weer voorbijschuift. Driehonderd meter verder worden we rechtsaf gestuurd. Op het smalle bospad voelt Michel zich in zijn sas en neemt enkele meter voorsprong. Enkele hectometers verder gaat ook Raymond me voorbij. We zijn begonnen aan een 2km lange afdaling in het Bois Saint-Lambert et du Chêneux, blijkt later. Sint-Lambertus, die ik 26 jaar lang gediend heb in het gelijknamige college in Bilzen, kan me niet echt helpen. Op het nu brede bospad ben ik niet lenig genoeg om de diagonale modderstroken op snelheid te nemen en mijn twee kompanen nemen almaar meer voorsprong. Het pad wordt weer smaller, nu volgt er een strook met ontelbare boomwortels waar mijn snelheid nog enkele streepjes naar beneden gaat. Ik word op de hielen gezeten door een loper die me dadelijk ook voorbij zal gaan. Het is Luc Hilderson die meteen een stevige voorsprong neemt, zeker in het laatste deel van de afdaling, nu op dikke keien. Ik zak almaar dieper weg in het klassement en zal blij zijn dat ik uiteindelijk nog een zevende plaats op tien uit de brand sleep.
FOTO De laatste meters achter de jonge Noah Gathot. (Foto's Marie-Paule)
Km 8,5: daar is eindelijk het asfalt. Ik zoek het midden van de rijweg op om de schuin aflopende rechterzijde ter vermijden. Op het einde van de passage in het bos is me nog een loper voorbijgegaan, nu loop ik zo goed als alleen. Ik wil het tempo nog even de hoogte injagen maar mijn benen geven niet thuis. Aan de laatste anderhalve kilometer van het parcours ligt het niet. Het blijft lichtjes dalen op de vers geasfalteerde Ravel in een groene vallei. We passeren langs de kalksteenoven, nu het Museum "Maîtres du Feu". De jonge Noah Gathot die ik een hele tijd geleden ben voorbijgelopen, haalt me met veel schwung in maar moet dan toch weer op adem komen. Ik laat hem in de stijgende aankomstlijn van zijn jeugdige energie genieten. Raymond heeft nog heel wat posities gewonnen in het tweede deel van de loop. Michel en Luc eindigen enkele plaatsen voor me. Wie dan wel wint in de hoogste leeftijdsklasse? "Saint Nicolas devant le père Noël" lacht Noël Heptia, tweede achter Nicolas Bynens.
We verlaten snel de Maasvallei op weg naar Heukelom en Riemst waar nog enkele zomeractiviteiten op de agenda staan. Slotsom: een voldoende voor mij, onderscheiding voor de vernieuwde Ampsinois. Alleen jammer van die 2 km trail voor ondergetekende. Zijn er nu echt geen mooiere paden in het bosrijke gebied ten noorden van Ampsin... of was het net de bedoeling om die zeker niet te vinden?
zon 14/07/2024 11u * Hèvremont Rabbit Jogging * 8,7 km * 00:52:11 * 10 * 75/100 * 4/4 * ♥♥
Weer keuze te over dit weekend. Kijk, een loop die ik nog niet ken. In Hèvremont, een gehucht van Limbourg, een van de eindeloze reeks wedstrijden van de Challenge La Meuse. Toch maar de informatie over het parcours uitgevlooid om niet voor onaangename verrassingen komen te staan, lees ten onder te gaan in een hardcore trail. Het ziet er redelijk beschaafd uit op Streetview. Overigens ken ik het dorp en de omgeving al van mijn passage (en enkele verkenningsloopjes) op weg naar het stuwmeer van de Gileppe in augustus 2021. Servais Halders heeft vertrouwen in mijn beoordeling en zo trekken we samen naar l'Ardenne Bleue.
De fraaie dorpskern met zijn huizen in natuursteen baadt al in het zonlicht als we ons bij de eersten melden in het dorpszaaltje. We zullen uiteindelijk met een klein peloton van precies honderd de start nemen in de lange loop. Niet echt veel habitués van de challenge - die met de rode borstnummers - maar wel met enkele bekenden van de veteranen 4-klasse. Ze zullen later nog in beeld komen in het verslag.
De streep, nu nog de startlijn, ligt achter een bocht en zo moeten we onmiddellijk scherp links opdraaien. We beginnen meteen te klimmen naar de linkerbocht waar we het bos van Hèvremont inlopen. Hier en daar is er nog een modderig plekje. Voorts is het opletten voor steentjes en keitjes in het donker tussen de bomen. We hebben hier net verkend en zo geraak ik er zonder bril toch veilig door. Na een kilometer lopen we tussen de groene weiden onder een aangenaam zonnetje. Ik ben traag op gang gekomen, deels uit voorzichtigheid maar ook door mijn stramme benen. Het pad begint intussen almaar feller te dalen. In de verte zie ik de toren van de Saint-Georges op de helling waar het versterkt stadje Limbourg zich achter de bomen schuil houdt. We steken een rijweg over en lopen even verder een ander bos in waar het weer omhoog gaat. Luc Hilderson is me al in het begin van de loop voorbijgedribbeld, ik zie hem intussen niet meer. Ik haal wel het eerste groepje voor mij in. Brahim Gharbi is gewoontegetrouw druk aan het babbelen. Hij geeft mij en passant mee dat ik vierde ben in mijn categorie. Dat heeft hij dus allemaal in de gaten. "Vierde en laatste" antwoord ik lachend. Ik probeer mijn benen te sparen op het licht oplopende bospad. Een bocht naar links, nog steeds in het bos, even naar beneden ...en dan zie ik de lopers voor me stapvoets naar boven zwoegen. En daar is alle reden toe met een steiltegraad tussen 10 en 15 % gedurende zo'n 150 meter. Ik herken de steile klim op het einde van de Avenirloop van 2013. Toen waren het de laatste hectometers voor de aankomst op het plein van Limbourg. Ik ga ook meteen op stappen over maar probeer met mijn handen duwend op mijn bovenbenen toch nog wat tempo te maken. Brahim is de helling met dribbelpasjes opgelopen maar wint nauwelijks terrein. Aan km 3,6 - de helling is intussen fel afgezwakt - trek ik me dan toch weer op gang. En ben ik net op tijd weer in looppas als ik Marie-Paule links naast de weg opmerk met het cameraatje in aanslag.
FOTO Servais Halders in de laatste meters van de Bèverie, het steile bospad naar het historisch stadje Limbourg. Hier vlakt de helling al uit.
We komen uit op een asfaltweg Hors les Portes (buiten de vestingpoorten van de stad) in een mooie groene omgeving. Links ligt er een groot gebouw in een park (een internaat, zegt Marie-Paule die al ruim voor de start op verkenning is vertrokken). Op het vals plat moet ik me beperken tot tempo vasthouden. De weg loopt uit op een onverhard pad. Het gaat nu weer wat feller omhoog. Ik haal weer een loper in. In een klein deelnemersveld is dat al een gebeurtenis. Bocht naar rechts, nu in een woonstraat. Ik vang een glimp op van Raymond Jungbluth in een groepje voor me. Zo ver ben ik dan toch niet achter. Overigens zal ik hem pas na de aankomst terugzien. Het blijft harken om niet te veel snelheid te verliezen op Halloux, de weg die leidt naar het hoogste punt ...van dit deel van de loop tenminste. Aan de kapel van Sainte Anne gaat het links bergaf op een rijstraat. Ik ben nu in het gezelschap van Brahim die zijn inspanning op de steile heuvel niet heeft kunnen verderzetten en me dadelijk zelfs zal (moeten?) laten lopen. Hij waarschuwt een loper voor ons dat we rechts moeten afbuigen. Gelukkig dat hij bij me is of ik zou de pijl gemist hebben. Een signaalgever meldt dat het meeste klimwerk nu achter de rug is. Hoe dwaalt hij! Mijn ervaring heeft me echter geleerd dat je de parcoursbeschrijvingen van "buitenstaanders" met de nodige kritische zin moet benaderen... Even voor km 6 worden we een smal pad opgestuurd. Single track maar dat hindert niet nu ik toch alleen ben. Ik nader wel snel op een loper voor me die zo vriendelijk is tijdig plaats te maken. Na zo'n 900 meter twijfelen tussen de grasstrook of de steentjesstrook, draaien we een asfaltweg op en maken we een soort u-turn, terug richting Hèvremont, mag ik aannemen. Ik kijk even achteruit maar stel zo goed als geen activiteit vast in de achtergrond. Ik ben nu in de buurt van een andere eenzame loper (v). Na 300 meter kruisen we plots een beekje. Rechts of rechtdoor? Ik zie wel een pijl maar onder de donkere bomen is het mij niet duidelijk in welke richting die wijst. De jonge dame die ik net heb ingehaald, heeft wel nog goede ogen en wijst de juiste richting aan. Overigens loopt ze dwars door het water, terwijl ik met knikkende knieën mijn voeten droog houd op een smal brugje, in feite een betonnen balk. Het is nu even vlak op het korrelige asfalt tussen de hagen tot we weer een knikje te verwerken krijgen op een rijweg. Ik dwing mijn benen tot een hoger ritme maar de stramheid wil niet wijken. We verlaten snel de Louveterie en buigen linksaf naar Pirhettes, een grindpad waar we de afdaling naar de finish inzetten. Tenminste dat vermoed ik. We zijn bijna aan km 8 in een wedstrijd die officieel 9 km telt. Merkwaardig dat de juffrouw Justine Gohay nu wel achter blijft terwijl ze op het vals plat daarnet wel volgde. Ik ga behoedzaam door een chicane in de afdaling. Verraderlijk door de grind en keitjes. Daarna duw ik door nu ik weet dat er alleen nog dalende hectometers mij van de aankomst scheiden. Justine heeft me daarnet het vervolg van het parcours geschetst, dank je. Even nog een steile bocht naar beneden en dan onder het applaus van de fans naar de streep. In de aankomstbocht wacht Servais me op. Hij ging de tweede veteraan 4, Luc Hilderson, met zo'n 6 minuten vooraf. En ziet er getekend uit, vind ik. Dieper in het krachtenarsenaal getast dan uw verslaggever...
FOTO In elkaars buurt - binnen de anderhalve minuut- maar ver achter de numero van de vorige foto. Van links naar rechts: Luc Hilderson, Raymond Jungbluth en ondergetekende. (Foto's Marie-Paule)
Ik houd het bij enkele beten in de monumentale pain-saucisse die Marie-Paule aanvoert. Op de achtergrond hoor ik het dankwoord van de speaker en organisator die al zijn plannen ontvouwt voor volgend jaar. Hopelijk een nieuwe uitgave met mogelijk een nieuw parcours, klinkt het. Wacht even, dit parcours is me net wel goed bevallen. Ook Luc Hilderson aan onze tafel zou het liever bij de vertrouwde ronde houden. We brengen André Goffard (?) op de hoogte van onze positieve evaluatie. Maar of we hem overtuigd hebben?? Hoe dan ook, ik verlaat het ommeland van Limbourg met een tevreden gevoel. De beleving mag ik hoger inschatten dan de matige loopprestatie.
vri 19/07/2024 19u30 * Corrida Hermalle-sous-Huy * 9,9 km * 01:00:41 * 9,8 * 104/130 * 5/8 * ♥♥
Het is drukkend warm voor de avondklassieker aan de oever van de Maas. Hermalle is bekend terrein voor me. Dit is al mijn zesde optreden in de deelgemeente van... Engis. (De naam doet inderdaad anders vermoeden.) Tweemaal in de natuurloop die, als ik het goed heb, niet meer wordt georganiseerd, en driemaal in de Corrida. De rondjesloop is het buitenbeentje van de Challenge condruzien. Met veel meer asfalt dan in de reguliere Condroz-manches en "vriendelijke" gras- of bospaden.
Het parcours is al jaren hetzelfde, hoop ik althans. Ik kijk dan ook met enig masochisme uit naar de vergelijking met mijn tijden uit het verleden en vooral uit 2012. Toen legde ik de iets langere afstand af in 45 minuten... Mijn verkenning leert me wel dat we nu een langere lus maken door het bosje. Waar hebben ze de bijkomende hectometers dan afgeknipt? Halverwege het rondje waar we elkaar kruisten, vertelt Noël Heptia me na de aankomst. Veel verschil maakt het niet uit, mag ik na afloop besluiten.
Eerste ronde. De eerste helling hebben we al achter de rug. Daar is het tweede klimmetje. In het lichtgroen net voor me, Armand Pirotte.
Ik wacht op het vertreksein samen met Michel Mancini. Die staat toch aan de start, tegen het advies van zijn vrouw in. Michel kan het niet laten, ook al had hij een gezondheidsakkefietje in de loop van de week. Ik zie nog heel wat andere bekenden in het peloton van 330 man. De korte en lange loop starten tegelijkertijd en dat zal, zeker in de eerste ronde, voor de nodige drukte zorgen. We passeren voor het eerst tussen de drank- en eettentjes van het Fête du 21 juillet. We lopen onder de "decoratieve" aankomstboog door. De echte finish ligt daar even voor, net buiten het feestgewoel. Hier wacht al de eerste klim. Ik schuif tot mijn eigen verbazing een flink aantal plaatsen op. Bij het inlopen vlotte het immers voor geen meter. Op het tweede klimmetje win ik nog enkele posities tot we in een opstopping terechtkomen op een smal paadje langs een tuin. Het derde bultje leidt naar een bospad waar de afdaling begint. Maar op het nauwe en hobbelige pad moet ik weer inhouden. Van voorbijsteken is sowieso geen sprake op de grasstrook langs een lange muur. Na een scherpe linkse bocht gaat het op asfalt verder. Aanvankelijk zo steil bergaf dat ik weer moet remmen. Pas na de bocht van de Rue Lambert Lepage ("bourgmestre et bienfaiteur") kan ik op kruissnelheid overgaan om dan in de afdaling naar het centrum nog een versnelling hoger te schakelen. De laatste vijfhonderd meter van het rondje zijn weliswaar vlak, of zo goed als, maar lopen voornamelijk door een bosje waar mijn "faux amis", hobbels, boomwortels en op het einde stenen, op de loer liggen. Gelukkig heb ik mijn sportbril op om de snoodaards onder het donkere bladerdek tijdig op te merken.
FOTO Fantasietje van Marie-Paule. Doorkijkje naar een van de smalle paden op de hoogte.
Tweede ronde. Ik heb intussen mijn plaatsje in het peloton gevonden. Na de eerste klim word ik al gedubbeld door de eerste (van de 5km, neem ik aan). Ik vermoed dat ik door zo'n 15 man (van de twee lopen) een ronde aangesmeerd krijg. Het gaat almaar moeizamer in deze en de volgende ronden. Uberhaupt lopend boven geraken op de drie korte hellingen van het eerste deel (naar de hoogte van de rechter Maasoever) is al een hele opgave. Die ik nipt tot een goed einde breng. Dank zij de tijdsopname van Goaltiming heb ik zicht op de rondetijden die zich allemaal net onder de 15 minuten situeren. Met telkens enkele seconden trager naarmate de ronden vorderen. Zo voelt het ook aan. Mijn eerste ronde is waarschijnlijk mijn snelste geweest maar de tijd is niet precies te bepalen door de bijkomende hectometers in de aanvangsfase. De hitte (die ons alleen in het bosje bespaard blijft) en het zware eerste deel (maal vier, uiteraard) maken een uitputtingsslag van mijn vierde deelname. Maar hoe gefocust ik ook ben op mijn eigen inspanning en op energiebesparend lopen, de randverschijnselen ontgaan me natuurlijk niet. Bijvoorbeeld de geïmproviseerde "sproeiinstallaties" langs het parcours. Ik tel er vijf. Allemaal in de afdaling, valt me nu achteraf pas op. De "arroseurs" zijn wel zo vriendelijk de straal alleen te richten op wie, met woord of gebaar, aangeeft prijs te stellen op het koude water. Ik zoek de verkoeling alleen op in de laatste twee ronden. Na twee ronden ken je - tenminste ik - de groepjes fans, of toeschouwers langs de weg. Die van de Rue Lambert Lepage - het vlakke middendeel - zijn nog het meest afstandelijk. Of willen ze vooral geen overbodige inspanningen onder de loden hitte? Wie wel bijzonder actief is, is een man van middelbare leeftijd op het einde van de afdaling. Niet alleen is hij sproeier maar ook dj met overigens swingende rockmuziek. Gelukkig kunnen we er op dit dalende deel van het parcours ook van genieten. Sommige toeschouwers herken ik zelfs van mijn vorige deelnames, al is die laatste al van 2019. De zwarte dame in de deuropening, links in het begin van de afdaling. Zij hanteert ook de sproeislang. En de twee dametjes, links op hun tuinstoeltjes, halverwege het derde heuveltje. Ze zitten op nauwelijks een meter van de weg waar ik voorbij krassel. Zelfs in de laatste ronde, als ze uitgebabbeld zijn, krijgen ze geen aanmoediging over hun lippen. Boe!!
FOTO Begin van de laatste ronde in het gezelschap van Dominique Close. De twee lopers in de achtergrond hebben een ronde voorsprong en overschrijden de aankomstmat. (Foto's Marie-Paule)
Ik ben de laatste ronde ingegaan in het gezelschap van een man die ik ken van mijn eerste jaren in de Condruzienlopen. Waarschijnlijk van Hermalle zelf. Aan de start stond hij bij een andere Hermallien Marcel Baeckelandt. Hij krijgt aanmoedigingen van de groepjes toeschouwers in het eerste deel. Allez Dodo (?) Hoor ik dat goed? Ja, ik zie de naam Dominique voor mij op de uitslag. Nu heeft het bekende gezicht ook een naam gekregen. Grappige anekdote, althans voor mij. Zoals je in een wielerwedstrijd wel eens ziet, de "bidon", hier een bekertje, glipt uit mijn handen. Geen drank dan maar in de derde ronde. In de laatste ronde heb ik wel beet, hoewel de jonge bevoorrader het bekertje wel erg hoog houdt. Voor verbetering vatbaar.
Over de streep, vlak achter Dominique Close en zijn maat Gilles Fraiture. Jammer, net boven het uur. Dat kleine minuutje had ik er misschien nog wel kunnen afknijpen. Maar overleven was vanavond de eerste zorg. Mijn totaaluitslag valt wel wat tegen. Bij de veteranen 4 kan ik nog enigszins de schijn ophouden. Noël Heptia moet het voor de eerste plaats afleggen tegen de Namurois Patrick Dejonge. "Op het asfalt was hij te sterk", aldus Noël. "Wat wil je, dat is een atleet die nog met Karel Lismont heeft gelopen." In een gesprekje achteraf blijkt dat de winnaar ook Servais Halders kent. "Hij heeft me geklopt in (?, waar was het Servais?)."
Het is nog een flinke trip naar huis. Geen kermis dus voor ons. Voor de nacht gevallen is, zijn we weer in het vertrouwde Heukelom.
zon 04/08/2024 11u * Dalhem Corrida des Bandas * 10 km * 01:04:57 * 9,5 * 55/81 * 1/1 * ♥♥
Voor een keer heb ik niet te klagen over de communicatie in verband met het parcours van een loopwedstrijd. Op Openrunner wordt zelfs de ondergrond van het parcours in Dalhem in beeld gebracht. Dat het geen plezierloopje zal worden, is ook meteen duidelijk. Nu, dat ik het parcours van de Corrida van Dalhem onder de loep neem, is voor mezelf wel een verrassing. Want zaterdag heb ik de Corrida des Bandas zelfs niet op mijn planning staan. Maar wel de Jogging de la Méhaigne in Avin. Verslik ik me toch wel niet in de plaatsnaam! Lang geleden - in 2011 - heb ik de Jogging van Les Avins gelopen, een manche van de Condruzien. Die enkele jaren daarna van de kalender is verdwenen maar me is bijgebleven door het mooie parcours. Ik schrijf me in en trek zaterdagmorgen vroeg naar ...Les Avins. Maar het dorpje is nog niet wakker. En er staat hier al zeker geen loopwedstrijd te gebeuren. Na wat zenuwachtig zoeken op het net vindt Marie-Paule de juiste locatie. En dat is in de gemeente Hannut. Te laat om nog de juiste richting uit te slaan. Dan maar weer 70 km terug naar thuis. Ik kan alleen maar ootmoedig mijn vergissing toegeven... en uitkijken naar een alternatief. Morgen is er nog een dag, er zal in het Luikse nog wel een opportuniteit opduiken. Ha kijk, een corrida in Dalhem. En dat is ook nog eens kort bij huis.
Voor de inschrijving moeten we helemaal naar boven, in de schaduw van de burcht van het oude Graafschap Dalhem. De traillopers, onder wie mijn gelegenheidstrainingsmaat Nicolas Bynens, trappelen zich klaar voor hun loop van 15 km. Ik heb ruim de tijd voor een verkenning van de laatste kilometer. Overigens ben ik hier niet op onbekend terrein na mijn post covid-expeditie naar de Gileppe. De organisatoren glunderen door de opkomst van meer dan 200 looplustigen (voor drie wedstrijden) en de aanwezigheid van de zon die hen vorig jaar helemaal in de steek had gelaten. Ik heb de parcoursbeschrijving van speaker Eric Joway voor een keer goed meegekregen en zal er achteraf mijn voordeel mee doen. Maar goed ook want mijn bioritme is de laatste dagen flink verstoord door slaapgebrek. En het is ook nog afwachten hoe een spierblessuurtje in de bil zich zal gedragen.
FOTO De tunnel van Dalhem
De eerste 600 meter gaan steil naar beneden, onder meer over de kasseitjes van het historisch centrum. De Berwijn over en rechts langs de rotonde waar signaalgevers ons vakkundig gescheiden houden van de traillopers die vanuit een zijweg in tegengestelde richting lopen. Wat verder worden we rechtsaf gestuurd. Of beter rechtsop want daar is al de eerste klim. Op een holle aarden weg met hier en daar flarden asfalt. Ik heb mijn benen gespaard in de afdaling en hoop de klim tenminste lopend te overleven. Dat lukt, weliswaar met een tempo van soms meer dan 8'/km. Boven tussen de velden en de laagstamplantages is het even vlak op een veldweg. Het blijft harken tussen het lange gras, de sporen en plassen door de regen van vorige nacht. We moeten ook onze weg zoeken tussen de 5km-lopers die samen met ons zijn vertrokken. Na zo'n 1600 meter lopen we een bosje in. Het gaat nu even omlaag op dikke keien waar ik inhoud uit voorzichtigheid en "technische" onkunde en meteen een achttal plaatsen verlies. Vooral 5km-lopers, troost ik me. Opnieuw omhoog. Kennen ze hier niets anders? Toch wel, maar ik moet wachten tot aan een scherpe bocht naar rechts, langs een plantage voor we weer van een vlakke strook mogen genieten. Ik duw een overhangende tak opzij en hoop dan maar dat die niet in het gezicht van een achtervolger terechtkomt. Ik blijf boven op het gras langs de fruitboompjes lopen, daar kan ik mijn eigen tempo vasthouden en moet ik niet uitwijken voor tragere lopers voor me. Ja, die zijn er ook... Een boerderij links, de hond blaft. Dan gaat het fel bergaf door een bos op de Sauvenière. Die ligt dus niet alleen in Luik. Maar hier is het een slap afkooksel van de laan in de stad van de prinsbisschoppen. Korrelig asfalt, met geulen en hobbels. Ik haal hier een van de weinige bekenden in, veteraan 2 Christian Denoisieux. Die houdt het vandaag bij een trainingsloopje blijkbaar. We kruisen de rijweg Val de la Berwinne en draaien een mooi geasfalteerde weg op, de Rue du Nelhain. Eerst dalend maar in de verte wacht alweer een klim. Op het einde draait het parcours naar rechts. De uitgestrekte arm van de vlijtige signaleuse laat er geen twijfel over bestaan. Aan het oude stationnetje van de Trimbleu staan de bevoorraders klaar. Rechts zie ik een mevrouw met een bekertje met een gele drank. Een sportdrank? "Un Ricard, monsieur?" Ik had het moeten weten, de speaker had ons vooraf doen watertanden(?). Toch maar niet, ik gris een bekertje water mee, links. Een van de bandas speelt een deuntje. Dat zijn wandelende fanfares van enkele spelers, naar wie de vierdaagse feesten in Dalhem genoemd zijn. We laten Mortrouw achter ons, opnieuw richting Dalhem. We volgen nu een dikke kilometer de bedding van het oude folkloristische spoorlijntje Li Trimbleu. (Dat na een dramatisch dodelijk ongeval in 1991 gesloten is.) Tussen de bomen, met daarachter links en rechts weiden en de Berwijn, die hier en daar poelen vormt. Ik vind van mezelf dat ik een mooi ritme aanhoud. Garmin zegt 5'49" op deze vierde kilometer. Oordeel zelf maar. Ik verlies in elk geval geen plaatsen. Voor me lopen enkele jongeren (rond de 10 jaar, schat ik) die met horten en stoten hun laatste kilometers afleggen. Ik ga hen zelfs even voorbij. Maar als ze vanuit de hoogte de muziek aan de finish horen, schieten ze toch weer vooruit en laten me definitief achter. Het blijft vlak, ook op het rode grind naast de Rue du Soldat Joseph Dethier. Nog steeds met datzelfde tempo, tenminste op het vlakke. We zijn al in de laatste kilometer als we het brugje over de Berwijn oversteken en een vrij donkere tunnel induiken. (Die tunnel dateert van 1904 en vormde de verbinding tussen Luik en 's Gravenvoeren en boort zich dwars door de rotspartij waarop de kasteelruïne van de graven van Dalhem rust. - Uitleg Industriecultuur.be. De tunnel is gerenoveerd in 2020 voor fietsers en wandelaars.) En nu dus ook voor joggers voor wie dit de laatste vlakke strook is - van 140 meter - voor we via twee haarspeldbochten steil omhoog naar de aankomst worden gestuurd. De derde klim in vijf kilometer - ze houden zich niet in, hier in Dalhem. En meteen de zwaarste. Op deze muur, onverhard overigens, is er voor mij en de meeste van de lopers in mijn buurt geen eer te behalen. Dus maar stapvoets omhoog. Boven, weer in volle licht, met rechts in de bocht de supporters, beginnen we meteen aan de afdaling van de tweede ronde.
FOTO De laatste moeizame meters op de slotklim. (Foto's Marie-Paule)
Organisator Eric Joway regelt het (lopers)verkeer aan de finish (of voor ons de tweede passage) en geeft mij nog een aanmoediging mee. Die kan ik gebruiken want die volgende lus zal nog een zware dobber worden, voorzie ik nu al. Nog eens die hellingen, daar zal ik ongetwijfeld moeten inleveren. En wat blijkt tot mijn grote verbazing, nu ik de Garmin-cijfers bekijk: ik loop de tweede ronde in zo goed als dezelfde tijd als de eerste. De afdaling en het vlakke stuk doe ik sneller. Alleen de zware klim op het einde kost me enkele seconden meer. In vogelvlucht de feiten van de tweede ronde. Ik zoek opnieuw de smalle asfaltstrook op rechts van de kasseitjes ...tot waar die ophoudt. Op de veldwegen is het makkelijker lopen nu de 5km-lopers al aan de Ricard zijn in de finishzone. Vooral de afdaling op de dikke stenen in het bos gaat me beter af, nu ik geen druk van lopers achter me voel. De tak weer opzij geduwd. (De aandachtige lezer weet welke tak ik bedoel.) De hond aan de boerderij blaft niet meer. Die heeft er al genoeg van. Het vlakke of licht dalende deel vanaf km 8 tot km 9,5 voelt aan als de laatste rechte lijn. De wedstrijd eindigt voor me waar het bandasorkestje een deuntje blaast voor de ingang van de tunnel. Op de laatste klim die ik sowieso stapvoets zal doen, kan ik eigenlijk al geen tijd meer verliezen. Denk ik zo vooraf. Uiteindelijk toch enkele seconden verlies. En word ik toch weer ingehaald door Christian Denoisieux die zelfs nog een heuse eindspurt in de kuiten heeft.
Besluit: door omstandigheden heb ik dan toch nog een goede tactische keuze gemaakt. Eerste veteraan 4, als enige deelnemer. Wel geen gouden medaille...
zon 11/08/2024 10u * Tour van Spaen * 16,5 km * 01:45:31 * 9,4 * 104/114 * 47/47 (40+) * ♥
Neen, ik heb niet de bedoeling om een uitdaging met mezelf aan te gaan, namelijk om onvoldoende voorbereid en met een sluimerende blessure 10 mijl te lopen in de hitte. Het is eerder het gevolg van een late planning. Ik heb dit weekend wel zin in een wedstrijd, ook al wordt een warme dag voorspeld. Spouwen is kortbij en heeft gelukkig ook een wedstrijd voor de middag (sowieso mijn voorkeur). Probleempje: het is een 10 miles, overigens voor het eerst georganiseerd in het dorp van de stier. Snel, snel een proefloopje gedaan woensdagavond (toen nog onder een aangenaam avondzonnetje) dat overigens weinig goeds liet vermoeden. Ook al bleek de blessure aan een aanhechtingsspiertje in mijn linkerdij tijdens het lopen geen hinder te veroorzaken, ik moest wel mijn foulée aanpassen (kortere passen) en dus ook noodgedwongen mijn tempo verlagen. Ik wacht toch maar met de voorinschrijving... Overigens blijkt die een onverwacht (en naar keuze pijnlijk of hilarisch) probleem op te leveren. De vooraf ingestelde keuzemogelijkheden van het geboortejaar gaan (maar) terug tot 1951. Hoe dan ook, zaterdagochtend voel ik me een wrak: pijn bij de loop- en stapbeweging in het linkerbeen en een onwillige onderrug. Een voorzichtige wandeling zaterdagmiddag brengt weer wat soepelheid in mijn lijf en 's avonds is de beslissing genomen. Spaen, here I come.
FOTO Nog eens een zeldzame keer met de Mergellopers. Vlnr: Theo, Ludo, Daniël, Marc en Francis.
We zijn zondagochtend vroeg ter plekke. Ik ben zo goed als alleen bij de inschrijvingstafel. Het geboortejaar is vrij in te vullen... Alleen de nieuwe afstand staat nog niet op de formulieren... van vorig jaar. Papierbesparing, dat stellen we wel op prijs. Het inschrijvingstarief is wel aan de hoge kant maar voor het goede doel kijk je niet op een euro. Ik doe een uitgebreide inlooptest die redelijk positief uitvalt.
Na de gebruikelijke bombastische aftelprocedure van de Victors Cup worden we met een dikke honderd moedigen (of dwazen) op pad, lees betonweg, gestuurd. Ik houd het bij een voorzichtige tred en word meteen overrompeld door zo goed als alle starters achter me. We maken eerst een rondje in zuidelijke richting om na 2 km weer de stier te groeten. Ik herken het parcours van mijn 10 km twee jaar geleden, maar dan in tegengestelde richting. Ik loop al in de achterste gelederen van het peloton tussen haast uitsluitend vrouwelijke deelneemsters en vrijwel allemaal druk babbelend. Ik probeer vooral energie te sparen in wat een moeilijke opdracht gaat worden, dat voel ik al meteen. Ik zal mijn marathonervaring tot de laatste druppel moeten aanspreken. De eerste klim van 500 meter op de Grote Spouwenweg hebben we achter de kuiten. De derde kilometer is voornamelijk dalend maar ik geraakt niet meer onder een kilometertijd van 6 minuten.
FOTO Met dribbelpas door een van de beginbochten. (Foto's: Wim Hellinx)
Terug richting Kleine Spouwen. In de Bestorming was dit de beslissende klim, nu is het een stevige afdaling. In een kort -7% strookje gaat het zo steil naar beneden dat mijn gevoelige dijspier me een waarschuwingssignaal geeft en ik sterk vaart moet minderen. Grappig, mijn gezellin houdt ook in. Het golft even voor we de Rode Kruislaan weer oversteken. Tussen de graanvelden waar een wildvreemde man een smartphonefoto van ons neemt. Voor zijn persoonlijk archief? We zijn nu akelig dicht bij de Biestert. Dat we die niet moeten beklimmen, is het beste wat ons op dit ogenblik kan overkomen. We worden rechtsaf gestuurd, door Weert. En altijd maar op die vreselijke, soms verhakkelde, betonplaten. Maar de parcoursbouwers hebben op het ruilverkavelingsplatteland van Oost-Haspengouw ook geen keuze. Kijk, wie we daar hebben, Marie-Paule! Ze heeft er een fikse wandeling voor over om mij hier halverwege de wedstrijd te komen aanmoedigen. En een fotootje te maken voor het verslag en de overlevering.
We beginnen aan de tweede grote lus. Ik kan mijn tempo (op het vlakke) van de beginkilometers aanhouden maar de moeilijkste kilometers door de afstand en de hellingen moeten er nog aankomen. Eerst nog over de kronkelende Kanunnik Nulensstraat. Weer een zondagsfotograaf. "Staan we er goed op?" houd ik er voor mezelf de moed in. Achter een groen hoekje wacht weer een helling. Moet ik mijn medeloopster op de hoogte brengen? En ook van de volgende, nog zwaardere hellingen? Ik hou mijn parcourskennis (voorlopig) maar voor mezelf en hoop dat haar jeugdig optimisme de beste krachtbron is. Hamperveld omhoog dus. Ik verdraag de hitte nog net. Uiteindelijk heb ik niet voor niets voor de morgenloop geopteerd. Ik voel wel dat mijn rechterhamstring begint op te spelen en dat een kramp om de hoek loert. Vooraf te weinig gedronken? Zeker, maar wat wil je? Ik moet ook een of meer sanitaire stops zien te voorkomen. En zo moet ik al mijn kwalen met tegenstrijdige remedies bestrijden. Noémi heeft een trailuitrusting aan en lurkt geregeld aan een waterslangetje. Ze heeft ook wat energietabletjes mee die ze graag met me deelt. Overigens heeft ze ook muziek in de oren. Ik ben een aanhanger van het minimalisme en het directe contact met de geluiden van de natuur. Een korte afdaling en dan door een bomenpartij naar het valleitje van de Molenbeek in Membruggen. Een kilometer min of meer vlak door het dorp waar we applaus krijgen van een groepje bewoners. Die van Mummerke leven met ons mee. Dat die mensen hier überhaupt nog staan is al een blijk van sympathie. Het grote peloton is al lang voorbij, wij lopen heel afgezonderd. Hier en daar zie ik een bekende (Guido, Marc, Martijn).
Links omhoog. "Dit is de laatste lange helling" spreek ik mijn gezellin moed in. Ik heb wel zin om even te wandelen. Maar dat kan ik niet maken in dit charmante gezelschap. De juffrouw is afkomstig uit het Antwerpse, zo te horen bij onze schaarse woordenwisselingen. Toch niet speciaal zo ver gekomen om hier in de hitte, op het beton en de heuvels af te zien? Haar vriend is wel een Limburger, zo vermoed ik na een gesprekje aan de finish. De Vogelzangstraat, eindeloos lijkt die, hoe mooi de omgeving ook is, met links de wijngaardhellingen. De twee loopsters die ik al een tweetal kilometer ver voor ons uit zag, verliezen nu snel terrein, ook al omdat ze enkele tientallen meters stapvoets afleggen. We gaan ze nog voor de top voorbij. Maar ook voor ons is het harken om boven te geraken. Intussen probeer ik de kramp in mijn rechterkuit in bedwang houden en de pijn in mijn rechterhiel te verdragen. Ook dat nog ja, maar ik ben niet echt verrast door dit verschijnsel dat de laatste jaren de kop opsteekt voorbij de 10-12 km.
FOTO 13 van de 16,5 km in het gezelschap van Noémi Vanheers. (Foto Marie-Paule)
Ik neem de tijd voor een stevige slok bij de laatste bevoorrading. We laten de kerk van Herderen achter ons en pakken "Den Drinckaert" aan. Dat is 1,3 km rechtdoor richting Grote Spouwen. De twee juffrouwen van daarnet zijn weer bij ons gekomen maar blijven dan weer achter, ook door hun onophoudelijk gebabbel. Dat zou ook de bedoeling zijn van hun loop. De parcourstekenaars hebben het ons vandaag niet gemakkelijk gemaakt. Maar nu begin ik hen zelfs te verdenken van pestgedrag. Na 14,6 km - op 1,7 km van de officiële 10 mijlsafstand - worden we rechtsaf gestuurd, terwijl we het dorp rechts voor ons zien liggen. Er komt maar geen einde aan de 500 meter op de Rozelarenweg, een romantische naam voor een sluipmoordenaar. We moeten hier toch zo snel mogelijk naar rechts of we belanden weer in Membruggen. Daar is de bocht en nog een, 400 meter verder. We lopen voorbij de laatste van de 35(?) seingevers. Bedankt meisjes en jongens. Eindelijk richting Spouwen. Maar de Bovenstraat heeft nog een laatste glooiing in petto. Ik hoor mijn gezellin zuchten. "We zijn er bijna " pep ik haar op. De nuchtere lezer vraagt zich af of een jonge dame (zie foto) voor een zondag niets beters kan bedenken dan een uitputtende loop in het gezelschap van een oude en versleten man. "Zonder jou zou me dat nooit gelukt zijn" herhaalt ze ten overvloede in de laatste kilometer. Waar ik in alle bescheidenheid moet aan toevoegen dat ik zelf ook niet beter kon. We overschrijden samen de streep van de 10 SM, lees de 10Spaen Miles. Die zijn langer dan de Engelse.
Slotsom: het was niet mijn beste idee om dit jaar te kiezen voor de ochtendloop in Spouwen. Ik ben nog nooit zo ver achteraan in de uitslag geëindigd. Misschien hadden de organisatoren het toch bij het rechte eind om 1951 als uiterste geboortejaar van het online-inschrijvingsformulier te nemen.
woe 14/08/2024 20u * Baelen Mémorial Jean-Marie Rombach * 7,6 km * 00:47:14 * 9,7 * 441/551 * 4/4 * ♥♥
Het is deze keer geen impulsieve beslissing die me naar Baelen brengt. De wedstrijd was al aangekruist voor de start van de Tour van Spaen vorige zondag. En stond eigenlijk al jaren op mijn planning. Maar door de wat moeilijke datum op de kalender heeft het tot dit jaar geduurd eer ik echt aan de start sta van een de weinige L'Avenir-La Meuse-wedstrijden (niet-trail of aanverwante) die ik nog niet heb betwist. Ik was de vorige jaren vooral geïntrigeerd door de grote populariteit van deze loop in een kleine en relatief anonieme gemeente in het oosten van het land. Er ligt ook een Balen in de Kempen maar vandaag heb ik wel degelijk de juiste locatie op de GPS ingetikt. Geen tweede Avin-Les Avins- verwarring... Waarom de loop, in de grensgemeente van Eupen, jaarlijks meer dan 500 lopers op de been kan brengen, ben ik niet te weten gekomen (en heb ik ook niet kunnen vragen, vanwege onze snelle terugkeer naar huis). Ik heb wel informatie kunnen sprokkelen over de man naar wie de wedstrijd is vernoemd, Jean-Marie Rombach. Het is een oud-loper van de gemeente die op jonge leeftijd aan kanker is overleden. Dat vertelt mij Pierre Brouwier, in mijn eerste L'Avenirjaren een van mijn concullega's bij de veteranen 3. Pierre heeft intussen de sloffen aan de haak gehangen.
FOTO Start en finish voor het gemeentehuis.
Als we afdraaien naar de Rue de la Régence vanop de Route de Dolhain (we wandelen van onze parkeerplaats naar het centrum waar we lopers zien af en aan wandelen) wacht een aangename verrassing: de start-en finishplaats tegenover het gemeentehuis, in het lage deel van het dorp, met op de achtergrond de torenspits van de Saint-Jean Baptiste. Dit is, samen met Montzen, een van de leukste locaties van de Challenge. Naar mijn bescheiden mening althans. Maar ik kan me voorstellen dat anderen gewoon even de schouders zullen ophalen en voortdoen met hun besognes, in dit geval hun startnummer afhalen. In de grote groep wachtenden en inlopenden herken ik relatief weinig bekenden. Mijn categoriegenoten Raymond Jungbluth (met wie ik een praatje sla) en Jean Dessouroux (die in zichzelf gekeerd zijn borstnummer opspelt) zijn er. Evenals Luc Hilderson die zowel voor, tijdens, als na de wedstrijd voor mij onzichtbaar blijft. Marie-Paule neemt dan maar de honneurs waar. Overigens eindigen de drie genoemde 70-plussers ver voor me. Ik sluit de rij af in de uitslag.
We lopen het dorp uit voor een eerste lus van 3,8 km naar het westen en het noorden. Na een afdaling (en een klein bultje) van zo'n 700 meter op asfalt, komen we uit op een landweg. Net voorbij de begraafplaats begint de eerste klim, veertienhonderd meter op grind en aarde. Zoals verder ook, in het grootste gedeelte van de loop. Goed beloopbaar, dat wel. En voor mij is het nog net klaar genoeg (start om 20 uur) om de oneffenheden goed in te schatten. Alleen straks in het tweede deel, zal ik me even vertrappen en schiet er een stekende pijn in mijn linkerbovenbeen. De juffrouw naast me (die de hele loop, tot de laatste dalende 500 meter, in mijn buurt loopt) vraagt bezorgd of alles in orde is. Ja, zeg ik, maar eigenlijk is dat niet zo. Een aanhechtingsspiertje in mijn linkerdij blijft zeuren. Ook de linkerheup werkt soms tegen. Ik vermoed een pijntje als gevolg van een compenserende beweging. In elk geval heb ik het tot nog toe, in het begin van de loop, voorzichtig moeten aanpakken. Met ingehouden tred om de spieren van het linkerbeen te laten gewennen aan de opwaartse beweging. Dichte drommen lopers achter me zijn me al voorbij gegaan. Maar ik heb nu mijn tempo vast en begin ook in de klim andere lopers voorbij te steken. Dat zijn eerst voornamelijk dames, daarna ook enkele mannen. Een van de eerste "slachtoffers" is de reus van Baelen. Of hij van Baelen is, is wilde speculatie van mij. Hij heeft in elk geval een indrukwekkend postuur... dat niet echt geschikt is voor de sport die hij aan het beoefenen is. De klim heeft een zacht stijgingspercentage maar sleept wel lang aan. 1,3 km rekent Garmin uit. In de volgende kilometers golft het wat op en neer, op dezelfde ondergrond, meestal tussen de bomen en de hagen. Ik durf nu al wat meer energie in mijn passen steken. Het gevoel is al een stuk beter dan in Spouwen maar daar waren het beton en de hitte spelbrekers. De temperatuur is vanavond al veel gebruiksvriendelijker, ook al blijft het drukkend en plakkerig. In de verte horen we muziek en gejoel. "Daar zijn de fans" lacht de juffrouw langs me. (Dat is de juffrouw van de vorige alinea.) Die hebben zich verzameld aan km 3,7 waar ze ons twee keer zien voorbijkomen. Het lijkt wel een miniversie van de Grand Jogging de Verviers. Hagen dolenthousiaste supporters langs de smalle weg. Dat zijn van de kippenvelmomenten die je alleen in Luikse wedstrijden meemaakt.
We krijgen weer een stukje asfalt/rijweg voor de voeten. Boven ons zoemt een drone die precies mij en de jullie intussen bekende jongedame volgt. Maar dat zal wel weer inbeelding van mij zijn. We beginnen aan de tweede lus, nu zuidelijk en oostelijk van Baelen. Weer een helling, wat korter maar wel steiler dan de eerste. Ik ga op mijn bescheiden elan van het eerste deel verder. Km 6, scherpe bocht naar rechts. Het grindpad loopt nu licht bergaf. We zijn op de korte loop al relatief dicht bij de finish. Ik mag dus aannemen dat het nu voornamelijk bergafwaarts gaat tot aan de aankomst. Ik laat mijn behoudende aanpak los voor zover mijn blessure en stramme benen dat mogelijk maken. En loop een aantal collega's voorbij zoals in mijn goede jaren. De laaghangende zon - we zijn intussen al halfnegen voorbij - speelt in mijn ogen. Bijna aan km 7 lopen we de bebouwing in. Asfalt voor de lange spurt naar het gemeentehuis en de aankomst. Maar daar zijn de jongeren veel beter in en ik speel weer een aantal plaatsen kwijt aan de onverlaten m/v die ik daarnet met veel bravoure ben voorbijgestoken. Hoe dichter bij de streep, hoe meer toeschouwers langs de weg, hoe meer ambiance. Nog een kronkel, de laatste bocht. Bergop op de klinkers van de Rue de la Régence tussen de dranghekken. Ik pers nog een spurtje uit mijn benen en eindig met een grimas op het gezicht. De blessure wil het laatste woord. Ik moet weer genoegen nemen met een gemiddelde onder de 10km/uur...
FOTO Die sinaasappelpartjes smaken... (Foto's Marie-Paule)
Na de loop trekken we meteen naar huis. Het is even zoeken naar de juiste richting tussen de velden waar de invallende duisternis en nevelslierten het zicht bemoeilijken. De snelste GPS-weg naar Eupen is door de wedstrijd onderbroken. Maar eenmaal in Elsaute kunnen we over de verlichte E40 naar Visé cruisen. Ik zal eerder in (de buurt van) Moelingen zijn dan mijn (semi-)vaste loopmaat Servais die in Waremme nog zal wachten op zijn prijs, de eerste uiteraard. Thuis staat er al een berichtje met mijn uitslag op mijn smartphone. En nu is het hoog tijd voor rust. Mogelijk een herstelloopje in de volgende dagen en het komend weekend. En vooral de blessure nu eens echt laten helen.
zon 20/10/2024 10u30 * Wasseiges Starter * 5,6 km * 00:47:40 * 7 * 82/82 * ♥
Na twee maanden gesukkel met spierpijn, waag ik me opnieuw aan een wedstrijd, de korte afstand van de Hesbignonloop in Wasseiges. Tegen beter weten in... De spieren in de "bekkenregio"- aanhechtingsspieren, hamstrings - werken al weken tegen. Kinesitherapie, lenigheidsoefeningen, wandelingen (sommige in de marge van loopwedstrijden om in de sfeer te blijven...) leveren voorlopig niets op. De pijn op de ene plaats verdwijnt soms even om de dag erna op een andere plaats weer op te duiken. Vandaag is de rechterhamstring de grote boosdoener.
In de eerste kilometer, voornamelijk dalend, kan ik nog even de schijn ophouden met een kilometertijd onder de 7 minuten. Het "tempo" gaat er al uit in de modderige en bijzonder glibberige tweede kilometer. In kilometer 3 en 4 naar en door Ambresin moet ik me al tevreden stellen met een tijd rond de 7'45". Een lange helling in het veld dwingt me almaar meer wandelpauzes inlassen. Er gaan me enkele lopers met een hogere snelheid voorbij. De 12 km-lopers zijn daar. Halverwege duikt Servais Halders achter me op. Boven in de draai op de top word ik ingehaald door Mark Geyskens. Beide heren hebben een abonnement op de eerste twee podiumplaatsen bij de veteranen 4. In de vijfde kilometer waait de wind nog eens in het nadeel. Maar dan is mijn bobijntje toch al af. Ik kan ook niet meer mee met het koppel dat vanaf de start de rij sloot. De laatste 500 meter leg ik stapvoets af.
Het verslag is kort, de ontgoocheling groot...
zat 30/11/2024 16u * Retinne Flérunning * 5,2 km * 00:37:13 * 8,4 * 29/55 * 1/2 * ♥♥
Mijn laatste trainingen, trage loopjes afgewisseld met wandelpauzes, hebben het competitievuur weer aangewakkerd. En dus waag ik me na een dikke maand nog eens aan een officiële wedstrijd. De vorige poging was nochtans faliekant afgelopen, met pijn en een complete ontreddering op het einde, zowel fysiek als mentaal. Vorige week leken de spieren in de bovenbenen me dan toch een sukkeldrafje te gunnen. Dit weekend zag ik een kans om nog eens een borstnummer op te spelden en achteraf mijn naam terug te vinden in een klassement. En dat in een vrij nieuwe manche van de Challenge La Meuse. In Retinne, deelgemeente van Fléron (zie ook de naam van de run) en in de schaduw van de "reus van het Land van Herve", de terril die van kilometers afstand zichtbaar is. Bijvoorbeeld voor wie vanaf het plateau tussen Vroenhoven, Zussen en Kanne de blik naar het zuiden richt. Zoals uw dienaar die hier wel eens zijn kilometers afmaalt. Overigens is de omgeving me bekend van mijn expeditie naar Banneux in 2021 en een Wekom-loop in juni dit jaar. De keuze van de organisatie om de korte en lange wedstrijd op hetzelfde uur te laten vertrekken speelt ook in mijn kaart. Dan riskeer ik alvast niet in de allerlaatste gelederen binnen te sukkelen. Achteraf zal blijken dat ik toch nog wat deelnemers achter me kan laten, meestal dames. Maar ook nog een verdwaalde categoriegenoot.
Een afgesloten weg en een onverwachte file zorgen ervoor dat ik in laatste instantie mijn afspraak met Servais Halders moet afzeggen en dat ik in mijn eentje de verplaatsing maak naar de oostrand van de Luikse agglomeratie. We ontmoeten elkaar toch nog ruim op tijd en onder een stralende zon aan het nieuwe Centre des Loisirs van Retinne. De opkomst is eerder beperkt, 173 deelnemers aan de twee wedstrijden. Onze leeftijdsgenoot Raymond Jungbluth is er wel. Hij zit ook in het sukkelstraatje en zal ver achteraan eindigen. Servais doet wat van hem verwacht wordt, winnen. Daarmee kent u al de hoofdpunten van de challenge-loop, die van 10 km. U zal het noodgedwongen moeten stellen met een verslag van de "course annexe", zoals de korte loop wordt genoemd. Ik heb overigens nauwelijks een idee wie van de lopers in mijn buurt in welke afstand actief is. Ik zie in de uitslag wel dat ik nipt aan het dubbelen door de winnaar van de 10 km ontsnapt ben.
We vertrekken op een nieuw aangelegd fietspad in beton (een Ravel?) die langs de beboste hellingen van de terril kronkelt en na 500 meter een scherpe bocht naar rechts maakt. In de licht oplopende eerste vijfhonderd meter heb ik al tientallen plaatsen verloren. Mijn gepijnigde hamstrings moeten zich nog aanpassen aan deze ongewone inspanning, tenminste in de laatste maanden. Raymond had me al gewaarschuwd voor een bijzonder modderige passage, niet lang na het vertrek. Ik ben dan ook niet verrast als we na een linkerbocht over een omgewoelde, vettige en glibberige veldweg worden gestuurd. Ik ga meteen op stappen over. Zelfs dan kan ik nauwelijks mijn evenwicht bewaren. Ik maak overigens van de nood een deugd, ik wilde sowieso een wandelpauze inlassen na een dikke kilometer. Na 400 meter komen we weer op vaste grond en kan ik mijn voorzichtig drafje hervatten. Opgelucht, zeker omdat ik, zoals de 10 km-lopers, niet nog een tweede keer over die glijbaan moet. Tot aan km 2 gaat het verder op het onverhard maar daar word ik alleen opgehouden door mijn onwillige spieren en mijn verschraalde conditie. Na een bocht krijgen we weer even een verharde strook onder de voeten. Ik neem een korte pauze maar hervat snel weer mijn looptempo. Dat wil zeggen, even boven de 7' per kilometer. Daar moet ik nu mee tevreden zijn. We steken voor de tweede keer de Rue de Campagne over, nu een 900 meter verder, waar de auto's braafjes wachten tot we voorbij zijn. We lopen nu op het voetpad langs de Rue Militaire, overigens een doordeweekse rijweg. Dat is niet echt comfortabel, je moet geregeld uitwijken voor allerlei obstakels, zoals stootblokken op de parkeerstrook. Het wordt weer aangenamer lopen op de Rue Rothys, opnieuw langs de groene bosrand. Ik heb nu mijn stek gevonden in het peloton waar ik in het gezelschap van vooral dames mijn tempo probeer te handhaven.
Na km 3,4 maken we een U-bocht naar een Ravel. Voor het eerst kan ik de cadans wat opschroeven en haal zelfs enkele lopers voor me in. Zacht lopend, licht dalend, tussen de bomen, wat wil je nog meer? Het genot duurt een kilometer. Ik ben even onder de grens van de 7'/km geraakt. Dat lijkt weer op een looptempo. Vanaf km 4,4 is de pret voorbij. Er is nauwelijks plaats op het voetpad van de Rue de la Vaux in de dicht bebouwde kom. Na 200 meter mogen we die vervelende weg wel verlaten maar daar wacht het bos. Dat betekent hier de puinhoop van de oude mijn, de "Charbonnage du Hasard", actief van 1847 tot 1977. Vergane glorie dus. Als dat ook maar niet voor mij geldt... We klauteren even omhoog en slingeren dan van links naar rechts, op en neer, over een vers aangelegd bospad. De snelheid zakt nog verder maar ik kan in beweging blijven. Nog even op het tartan van de ook al fonkelnieuwe mini-piste en daar is de finish.
Opdracht voltooid in de voorziene tijd. Ik gun mezelf een tweede hartje voor het goede en vooral teruggevonden loopgevoel dat ik overhoud aan deze korte wedstrijd. Nu maar afwachten hoe mijn lichaam zal reageren in de volgende dagen...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten