Archief 2022

zon 23/01/2022 10.30u * Visé La Zatopek en famille * 9,9 km * 00:50:16 * 11,8 * 188/451 * 1/6 * ♥♥♥♥

Eindelijk weer een wedstrijd! De eerste van het seizoen, voor mij althans. Aanvankelijk stond ook de Jogging de l'An Neuf in Wanze op mijn programma. Maar die werd uiteindelijk in een virtuele loop omgeturnd. En in die omstandigheden leek me de verplaatsing naar de omgeving van Hoei een stap, en een aantal liters benzine, te ver. Ik ben niet de enige die het voelt kriebelen. De "Zatopek" trekt dit jaar bijna 1000 deelnemers in drie wedstrijden. Nu is een grote toeloop niet ongewoon in het Luikse circuit. Mijn verbazing komt vooral door de lauwe opkomst van Zuid-Limburgse deelnemers. Visé - of Wezet zoals het klinkt op de VRT - is maar een steenworp ver en toch blinken al die Strava-legendes uit door hun afwezigheid. Hun lopersleven gaat voorbij met eindeloze trainingen en segmentsprinten. Deze bedenking geldt uitdrukkelijk niet voor de BOLT-lopers uit Tongeren. En voor de diehards Bert Ernest en Jean-Pierre Immerix. 

In deze coronatijden vereist de organisatie van een sportief event een bijkomende inspanning, zeker als er een groep van duizend man moet "gemanaged" worden. Maar de CST-controle en de uitreiking van de nummers verlopen vlekkeloos. De in-en uitgangen worden nauwkeurig gemonitord door (jonge) medewerkers. Zo moet Marie-Paule uit de atletenzone blijven en word ik, samen met een aantal dolende collega's na de finish, in de juiste (en enige goede) richting gestuurd. Nog later word ik in de kantine aangemaand om plaats te nemen op een stoel. 

Ik heb er een goede opwarming opzitten, mede door een aantal verplaatsingen naar mijn auto om materiaal te halen (mondmasker vergeten) of terug te leggen. Ik sluit de inlooptijd af met enkele rondjes op de hier en daar zompige assepiste. 

De traillopers zijn al een uur geleden op pad gestuurd. Maar we blijven nu nog met een 600 over voor de jogging. Ik probeer me wat uit het gewoel te houden en vertrek in het tweede deel van het peloton. Op het rugbyveld dat we dwarsen - op die manier vermijden we ook de vertrappelde piste - heb ik al snel ruimte om plaatsen op te schuiven. Ik vertrek met een voor mij verbazende vinnigheid. Alleen heb ik blijkbaar wat te veel gegeten vanmorgen, dat wil zeggen om halfzeven. Maar na drie kilometer heeft mijn maag zich aangepast aan de wedstrijdbelasting. We maken een galarondje rond het Stade de la Cité de l'Oie. (Hier in Visé hebben ze iets met ganzen, vooral als ze op het bord liggen "à l'instar de Visé".) De supporters zien ons na 1,5 km opnieuw over de startlijn komen. Leuk, maar het zal toch vooral bedoeld zijn om aan een totaalafstand van 10km te komen. Het betekent ook dat er nogal wat gedraaid en gekeerd moet worden op smalle en met allerlei obstakeltjes bezaaide paden. In de nog dichte drommen lopers is het zicht beperkt en heb ik de neiging om sneller in te houden dan mijn jonge collega's. Het kost me een tweede kilometertijd onder de 5 minuten. Die heb ik wel ruim gehaald in de eerste kilometer, ook dank zij de afdaling op de Rue de Mons. (Ik open nu een parenthese die de gehaaste lezer kan overslaan. Diezelfde lezer zal nu misschien denken aan "Mons" - Bergen - in Henegouwen. Neen dus, Mons is een gehucht van Visé, op zo'n twee kilometer van hier. Als de lezer sportief is en wel eens een fietstochtje maakt, hier ligt een mooie klim met een fraaie haarspeldbocht. Ik sluit nu de parenthese. Geef toe, je leert hier toch wel wat bij...) Twee kilometer achter de rug. James Motten, een van de BOLT-lopers, is me net met rasse schreden voorbijgegaan. Hij legt de afstand af met een gemiddelde van 14 per uur. Aan het kruispuntje van de Rue de Mons en de Rue des Trois Rois - waar we overigens drie keren voorbijkomen - gaan we dit keer rechtdoor, naar het mooiste deel van het sinds enkele jaren vernieuwde parcours. Ik blijf goed tempo maken in de villawijk aan de westrand van Visé, hoog boven de Maasvallei. Daarna zoeken we de onverharde, kronkelende, hier en daar wat glibberige paden, op tussen de boomgaarden. Er zitten ook enkele korte klimmende stroken tussen. Genoeg om het echte tempo wat te drukken, ook al blijft het "gevoelstempo" wel stabiel. Het oversteken van de rijweg, de Rue de Dalhem, na 4,2 km en 7,7 km, kan in alle veiligheid gebeuren onder het wakend oog van de politie, bijgestaan door de signaalgevers. Ook hier is de politie dus weer paraat. Meer nog, de gemeente is sponsor van het gebeuren. 

Als ik dan toch relatief goede benen heb, wil ik ook wel voor de overwinning gaan bij de veteranen 4. De eerste plaats was voor de start sowieso al korterbij door de afwezigheid van Servais Halders. Die komt straks in actie op de LCC-cross van Alken, samen met en omwille van zijn kleinkinderen. Maar dan moet ik wel Michel Mancini voor blijven. Maar waar is hij? Rond de vierde kilometer krijg ik hem in de gaten. De Sérézien houdt er een mooi tempo op na, stel ik vast. Maar aan de bevoorrading aan km 4,6 haal ik hem in terwijl hij een slok water neemt. Dat mooie tempo van het eerste deel houdt hij echter niet vast en hij zal nog enkele minuten verliezen op het snelle stuk op de terugweg naar Visé. Hij wordt ook nog ingehaald door Luc Hilderson, uiteindelijk tweede veteraan 4, die ik al na 2,5km bij de lurven had. De knikjes in de vijfde kilometer hebben mijn tempo wel wat gebroken, tenminste volgens de onweerlegbare Garmin-gegevens. Heb ik me wat gespaard om te genieten van de omgeving? De weg begint intussen lichtjes omhoog te gaan. We moeten bijna in Richelle zijn. We volgen de hoofdweg van het dorpje gedurende een dikke kilometer, klimmend op een smalle strook achter kegeltjes of op het voetpad. Ik verkies het asfalt boven het voetpad. Hoe dan ook, het blijft een wat vervelende passage die me opzadelt met kilometertijden boven de 5 minuten. 

FOTO

We draaien linksaf, op een asfaltweg die de lopers voor zich alleen hebben. De hele stijging zal een twee kilometer geduurd hebben. Ik weet van mijn vorige deelname (in het begin van 2020 voor corona zich in het land had geïnstalleerd) dat de resterende 3 kilometer de gelegenheid bieden het tempo ferm op te krikken. Ik begin er dus meteen aan op de smalle betonstrook tussen de velden. Merkwaardig dat de betonstrook hier in het midden ligt. In Riemst liggen de betonlinten aan de rand van de veldwegen en blijft er een smalle onverharde strook over in het midden. (Ik heb daar ook mijn mening over maar die ik zal in een volgend stukje misschien eens ventileren.) Ik loop een snelle achtste kilometer en hoop de gestrekte draf vol te houden tot in Visé. Maar plots moeten we rechtsaf. Mijn geheugen heeft me blijkbaar in de steek gelaten. We krijgen een moeilijk beloopbare veldweg voor de voeten. Die op de koop toe nog flink omhoog gaat. Het goede gevoel dat me vergezelde in de vorige kilometers is plots verdwenen. Het is vechten om niet stil te vallen. Ik focus op de bocht naar rechts boven waar dan echt de laatste rechte lijn moet beginnen. De hele strook bedraagt 300 meter, stel ik achteraf vast. Maar goed, ik ben er doorheen. Ik zet de eindspurt van 1800 meter in. Met een cadans van rond de 4'45". Meer moet een mens op mijn leeftijd niet willen. Een jongeman - nog geen twintig, vermoed ik - zorgt voor verstrooiing door me verscheidene keren met hoge snelheid voorbij te gaan en daarna weer een paar versnellingen lager te schakelen. Intervaltraining? We lopen nu alweer een tijdje op een vrij brede aangestampte aardenweg waar het soms wel eens zoeken is naar het juiste spoor en ook plassen tot zigzagmanoeuvres leiden. Nog 500 meter asfalt: ideaal om mijn topsnelheid boven te halen: 4'35". Lachwekkend? We spreken elkaar nog eens over dertig jaar als je dan überhaupt nog uit de zetel komt. Opletten bij de scherpe bocht naar links, richting rugbyveld. Mijn voeten worden geteisterd door het hobbelige grasveld. Maar nu haalt de grinta het op de pijn. Ik verheug me al op plaats 187 maar Marie-Cécile L. denkt er anders over. Nog een plaatje van Marie-Paule voor dit verslag (en het fictieve nageslacht). De laatste bocht. Voilà, de eerste van het jaar zit erop. En het eerste succes. Tenminste, dat vind ik er zelf van.   

De douches zijn open, tot mijn verbazing. Marie-Paule overtuigt mij om gebruik te maken van het aanbod in afwachting van de prijsuitreiking. Ook hier heeft de organisatie de zaak goed in handen. Een vriendelijke maar kordate dame houdt een BNP Paribas Fortis-groene tas klaar om onze vuile schoenen in te steken. Douches en kleedkamers, top of the bill. Ze houden zich in Visé strikt aan het tijdschema voor de prijsuitreiking. De speaker had het bijna vergeten maar er is ook een categorie v4 bij de mannen. "Les anciens combattants" zo leidt hij ons in. Ik had het al in de smiezen bij de collega's van de jongere categorieën. Het hoogste podiumtrapje is echt hoog. Was Servais toch maar hier geweest! Niets aan te doen, ik moet erop. Met de hulp van Michel Mancini lukt het dan toch. Maar ik sta hier te trillen op mijn benen. Een combinatie van hoogtevrees en onstabiele benen (mijn eeuwig probleem de laatste tien jaar). De toeschouwers kunnen hun lach niet bedwingen. Lach maar, ik vertrek toch maar mooi met een gigantische fles Chimay...

(Foto Marie-Paule : Eén bocht voor de finish.)


zon 12/02/2022 11.15u * Kiewit Midwinterjogging * 9,9 km * 00:48:38 * 12,2 * 183/379 * 3/8 (70+) 8/27 (65+) * ♥♥♥♥

Twintig jaar, zo lang is het geleden dat ik nog eens op de bospaden van de Midwinterjogging gelopen heb. Wat mij weer eens richting Hasselt heeft gelokt, is het initiatief van de organisatoren van het nieuwe Limburgse Helpshop Loopcriterium om de 65-plussers een eigen klassement te gunnen. Een primeur in Limburg, vermoed ik. Een podium per categorie, ook voor de bestaande jongere leeftijdsklassen, zit er echter niet in voor de afzonderlijke wedstrijden. Dat zet toch wel een domper op mijn aanvankelijk enthousiasme. Voor een echte rangschikking met podiumviering en prijzen is het wachten op het einde van het seizoen. Maar de twee andere aangekondigde criteriums zouden zelfs geen globaal klassement voorzien. Het gonst de laatste weken inderdaad van berichten over nieuwe loopcriteriums in Limburg. Er zijn nochtans geen nieuwe wedstrijden bijgekomen. Maar de leegloop die na het verdwijnen van de Victors Cup (oude versie) te vrezen viel is dan toch uitgebleven. In Kiewit is trouwens weinig te merken van het nieuwe criterium. Een vertrek- of aankomstboog bijvoorbeeld met de nieuwe naam in grote en kleurrijke letters. De organisator Jean-Pierre Vossius en de sponsor Stefan Meekers houden zich low profile op tussen de massa. Bescheidenheid troef bij het organisatieteam dat maanden bezig geweest is de traditie van Limburgse amateur loopwedstrijden nieuw leven in te blazen. De naam zelf " Helpshop Loop Criterium" bekt naar mijn mening ook niet goed. Maar nu zoek ik misschien spijkers op laag water... 

Ik ben dus na twintig jaar terug in Kiewit. En ik ben daar niet alleen. Alles wat twee benen heeft en die gebruikt om snel te lopen, of alleszins een poging daartoe doet, is hier. Ze komen van overal. Ook Nederlanders en Walen. De winnaar van de 10 km is trouwens een Franstalige, van Remicourt in Waals Haspengouw. Een parcours op vlakke asfalt- en bospaden in het natuurgebied van Midden-Limburg blijkt het ideale cocktail om de appetijt van de lopers op te wekken. En de lange vastenperiode door corona zal de loophonger nog aangescherpt hebben. Veel volk, dat komt me goed uit, hoop ik, om niet in de achterste waaiers van het peloton te verzeilen. De vuistregel is "hoe meer deelnemers, hoe lager het niveau". Ik moet me de laatste jaren aan alle strohalmpjes vastgrijpen om niet door de lopersvloed overweldigd te worden.  

We staan nog non-coronaproof te keuvelen aan de startlijn als plots het vertrekschot weerklinkt. Iedereen zoekt snel naar de juiste startpositie- de ene staat schuin, de andere in de tegengestelde looprichting - en trekt zich met min of meer schwung op gang. Zelf ga ik fel van start. Te fel, moet ik vaststellen na een kilometer. Mijn eerste kilometertijd 4:39 is zowat mijn maximum in een intervaltraining. En dat dan nog in het prille begin van een loop. Dat gaat verkeerd aflopen als ik niet snel mijn ritme terugschroef. Zwaar ademend probeer ik de volgende kilometers door te komen zonder al te veel aan tempo in te boeten. Dat was niet het plan.

FOTO  

Mogelijk ben ik wat overmoedig geworden door mijn eerste kilometer in Visé, drie weken geleden. Tussen haakjes, mijn vorig competitie-optreden is al eventjes geleden. De uitstap naar Herstal vorige zondag heb ik afgeblazen om niet zelf te worden omgeblazen door het tempeest dat toen boven het Luikse tekeer ging. Ondanks ik in ademnood ben, blijven de tijden in de volgende kilometers uitstekend. Maar ik ben nu wel al de kilometers aan het aftellen. En dat al in de eerste  helft van de 10 km. Nog even een zijsprongetje over de afstand. Na afloop is menige loper ontgoocheld dat we weer niet de 10 km halen. 9,9 km ongeveer, volgens verschillende Garmin-berekeningen. Dit zou echt een parcours zijn voor een PR op de 10 km. Op de startstraat was er nog ruimte zat om die extra honderd meter te zoeken. Het zij zo. 

Wat gebeurt er intussen rond me? Ik zie een aantal lopers passeren, enkele Alken-lopers, onder meer Raphael Van Den Broeck, verscheidene Hoeselt Runners, goed herkenbaar aan de oranje kleuren in hun outfit en vele onbekenden, meestal in het zwart gehuld. Het is ook een Hoeseltse loopster die met haar hond onderweg is. Ik ben op mijn hoede voor de onvoorspelbare bewegingen van het beestje en de bijhorende lijn. De loopster is veel sneller dan ik maar toch moet ze me een tweede keer voorbij na een drinkpauze van haar viervoeter. Vanaf km 3 worden we enkele bospaden ingestuurd. Goed beloopbaar maar net dat tikkeltje "langzamer" dan de asfaltwegen. Overigens moet je ook op de bolle asfaltpaden soms naar het goede spoor zoeken. 

Halverwege, de benen beginnen stilaan moe te worden. Er schijnt geen einde te komen aan de eindeloze rechte weg vanaf km 5. In het begin lag er ook een streep van 2 km rechtdoor. Maar toen vond ik wat afleiding in de beweging rond me. In de verte zie ik eindelijk een bocht. Even ontspannen na 1,7 km duwen om mijn tempo te houden. Met het mooie weer zijn er heel wat wandelaars op pad. Het worden er nog meer, even voor de zevende kilometer. De reden wordt me meteen duidelijk. Door de fysieke en mentale inspanning was ik het al vergeten maar we hebben nog de doortocht door het water te goed. De organisatie pakt graag uit met deze markante plek op het parcours. Ik ken de toeristische trekpleister alleen van foto's en beleef dus de unieke ervaring van de passage door de vijver met het water op ooghoogte voor het eerst. Voor het overige is het "running as usual". En het wordt er niet beter op in km 7 als we plots een fikse tegenwind te verwerken krijgen. Nog een laatste langere rechte strook. Die ik moet aanvatten zonder reserves in mijn energietank. Mijn beginnersfout in de eerste kilometer heeft me de hele loop parten gespeeld en kraakt nu ook mijn traditioneel sterke tweede helft. Nog een kleine kilometer te gaan. Ik werp even een blik op mijn horloge en zie dat ik ruim onder de 50 minuten kan finishen. Over de eindtijd kan ik dus best tevreden zijn. Met mijn rangschikking in de totaaluitslag en per leeftijdscategorie evenzeer. Ook al is dat een eeuwigheid achter de eerste twee 70-plussers, Ha- en Hie- (volledige namen in de officiële uitslag), die zelf maar met enkele seconden van elkaar zijn gescheiden. In de lange lijst tijden en gemiddelden springt een gemiddelde van 03:34 in het oog, althans in mijn oog. De volgende maanden zullen duidelijk maken of dat een eenmalige uitschieter is en of er weer iets moois en snels aan het groeien is.  

Met bijna 600 lopers aan de start voor de 5 en de 10 km is het event een schot in de roos. Het is dan ook jammer dat er na afloop geen officiële podiumceremonie plaats vindt voor de top drie bij de dames en heren. Tenzij corona een feestelijk slot in de weg stond... 

(Foto Marie-Paule: In de laatste kilometer.)


zon 20/02/2022 10.15u * Hannut Jogging de la Cross Cup * 11,1 km * 01:00:12 * 11 * 70/100 * 2/2 * ♥♥♥

Oei,oei, oei... wat voelen mijn benen stram aan. Ik ben bezig aan de licht aflopende tweede kilometer van de Jogging de la Cross Cup in Hannuit. Dat akelige gevoel had ik ook al en zelfs nog sterker in mijn drie trainingen van de voorbije week. Mijn spieren zijn de "snelle" 10 km van Kiewit nog niet vergeten. Dan maar hopen dat de volgende kilometers soelaas brengen. Maar even terug naar het begin...

Na het skippen van de windrace in Herstal wilde ik het wedstrijdgevoel levendig houden. Vandaar het toevoegen van de voorjaarsloop in Hannuit aan mijn programma. Gelukkig is de storm net op tijd gaan liggen en word ik niet gedwongen tot een tweede forfait in drie weken. De voor vandaag aangekondigde Beaufort 5 en regen houden me dit keer niet in Heukelom. De wedstrijd die ik voor de tweede keer ga betwisten, na 2015, wordt georganiseerd in het kader van het nationale veldloopcriterium, de Cross Cup. De spandoeken zijn al vastgehecht, de rood-witte linten klapperen in de wind, de imposante TV-camera's worden opgesteld. En er is al heel wat drukte rond het Stade Lucien Gustin. In het volgende uur worden zowat alle doorgangen afgesloten en moeten we nieuwe sluipwegen zoeken. Het afhalen van het nummer verloopt wel vrij vlot. Daarna is het wat improviseren om ruimte te vinden om in te lopen. Ik ben tijdig in de buurt van de startplaats , eenmaal ik ontdekt heb waar dat precies is. Mijn gezellen van de vorige lopen, Jean-Pierre en Servais, zijn er deze keer om diverse redenen niet bij. Maar aan de startlijn vind ik enkele kennissen van de Luikse challenges terug. Lucien Collard en Jean-Marc Cuccuru heb ik al twee jaar niet meer gezien. Carlos de Almeida  was er ook al bij in de vorige lopen. 

FOTO  


<p>In Hannuit tellen ze wel netjes af voor de start. "Trois, deux, un". Het kleine peloton van 100 en 62 (voor de 6 km) stormt vooruit en remt na 70 meter bruusk af voor een omgewoelde grasstrook. De volgende 100 meter - we bevinden ons op het veldlooprondje van de Cross Cup - lijken wel een schaatspiste, "façon Hesbaye". We houden ons met moeite staande op de glibberige klei. Bert Ernest, de andere Zuid-Limburger in het gezelschap, glijdt net niet onder het lint door. De laatste strook op het gras langs de piste is wat beter beloopbaar. Dan verlaten we het stadion en maken we een korte lus op weg naar de dubbele ronde op asfalt en beton in de Haspengouwse "campagne".  Met al dat draaien en keren heb ik de indruk dat de eerste kilometer me veel tijd heeft gekost. Maar dat gevoel wordt tegengesproken door de Garmin-cijfers. Uiteindelijk hoort de eerste kilometertijd nog bij de beste van de 11 die we zullen afleggen.  De tweede kilometer blijkt achteraf weliswaar de snelste maar, zoals gezegd in de aanhef van dit verslag, overheerst vooral het bange vooruitzicht van een moeilijke loop. In de derde kilometer probeer ik een draaglijk tempo vast te houden, geholpen door het licht dalende profiel en de rugwind. We lopen hier in het open veld. Het draaien van het parcours in tegengestelde richting kan dus niet anders betekenen dan dat we dadelijk de wind tegen krijgen. De ruilverkavelingsweg loopt hier ook lichtjes omhoog. Ik hoed me ervoor de cadans te forceren en kan het verlies beperken tot een twintigtal seconden. De holle weg in het begin en twee bomenrijen verderop werpen wel een dam op tegen het geweld van de wind. Maar een nieuwe bocht naar rechts opent de poort naar de hel. Ik word haast weggeblazen door windkracht 5.  Ik kan me wel even schuilhouden achter een jong koppel dat me net heeft ingehaald. Lang duurt dat niet maar intussen is de moeilijkste strook achter de rug en kan ik het tempo weer even optrekken.  </p>

<p>Een topprestatie zal het vandaag zeker niet worden maar ik heb nu tenminste een redelijk ritme gevonden. Makkelijk is het niet, temeer omdat ik van bij het begin van de "buitenrondjes" zo goed als alleen ben. Ik zal uiteindelijk maar drie of vier concurrenten voorbijgaan op de twee lussen in het veld. Overigens passeer ik nu even in een woonwijk voor ik aan de sporthal (bekend van de Corrida in december) rechtsaf word gestuurd voor de tweede ronde. Ik heb nu minder pijn dan bij de eerste doortocht (de fameuze tweede kilometer) maar loop blijkbaar wel trager. Of zou het één (minder pijn) het gevolg zijn van het ander (lager tempo)?  Voorbij aan het knooppunt van de "acht" in het parcours waar ik daarstraks (aan km 4,6) een groepje snelle jongens zag voorbijkomen. Met een voorsprong van 1,8 km. Ik ben nu op weg naar mijn snelste 2 kilometer van de loop. Een precies idee van mijn tijden heb ik niet maar ik wil er alleszins nog het beste uithalen. 

FOTO  

Zou ik alsnog aan een gemiddelde van11km/uur ofte 5,30 per kilometer geraken? Ik zal het pas weten als ik de afstand na 1 uur aflees op mijn Garmin en daarmee het derde hartje red.  Maar eerst nog de rechte streep op de Ravel, dan het fijn lopende gladde asfalt op de Rue du Henrifontaine (helaas maar een goede 200 meter lang) en opnieuw de klim naar het plateau aan de Rue de l'Europe. Bijna een kilometer klimmen met een milde stijging van rond de 1%. Ik probeer het modderige regenwater te vermijden dat mijn richting uitvloeit. En trek mijn mutsje nog wat strakker over mijn hoofd om mij te beschutten tegen de zijwind. Er zijn hier zowaar twee moedige wandelaars op pad. Zij onderbreken even hun tocht om mij en de man na mij, die ik daarnet ben voorbijgegaan, aan te moedigen. Ik bedank met een opgestoken wijsvingertje. De signaalgever boven houdt hier al vijftig minuten stand tegen de onverbiddelijke zuidwestenwind. Die mij opnieuw in de tang neemt, dit keer - heb ik de indruk - nog feller dan in de eerste ronde. Het lijkt wel alsof ik stilsta. En bovendien moederziel alleen. Maar de man achter me komt geen meter korter bij en - stel ik later vast - ik blijf ruim onder de 6 minuten op de moeilijkste kilometer. Oef, dat is achter de rug. Weer aan de knoop van de "acht". De drie kinderen in de bocht maken nog altijd even veel herrie als bij de eerste doortocht (na 1,4 km). "Bravo monsieur". Weer een ruk stuk Ravel. Asfalt weliswaar maar gespleten door boomstronken die weer naar de oppervlakte willen. Ik kies deze keer voor de linkerzijde maar het blijft zaak om de benen voldoende op te tillen om de bobbels te ontwijken. Fotograaf Jo Defrère is er ook nog. Ik zie hem vandaag al voor de derde keer langs het parcours. Hij heeft er een verplaatsing vanuit Leuven en een uur koukleumen in regen en wind voor over om onze prestaties te vereeuwigen. Opnieuw door het tunneltje onder de ringweg door.  Er liggen in het totaal vier "ondergrondse" passages op het parcours. Na een scherpe bocht, voor een eenzame signaalgever voor, weer naar de woonwijk in de buurt van de sporthal. Rechts staat een politieagent  druk te bellen. Een tweede agent bekommert zich om een loper die languit op een grasperkje voor een huis ligt. Het is een dame. Bleek gezicht en bewegingsloos. Er staat nog een tweede loper bij haar.  Laten we hopen dat alles goed afloopt. 

Ik doe een poging om nog een laatste energiestoot door mijn lijf te jagen. Maar verder dan wat gesputter kom ik niet. Links de Rue de Landen op naar de finish aan het witte Château Mottin, ook het stadhuis. Gelukkig kan ik nog net mijn voorganger Jeremy Radoux ontwaren tussen de dichte drommen toeschouwers en deelnemers aan de Cross Cup van straks op weg naar het stadion. Nauwelijks twee plaatsen en 43 seconden voor me is mijn enige concurrent bij de veteranen 4 geëindigd. Het wordt tijd dat ik Manuel Deharo Sanchez, de mystery man van mijn categorie leer kennen. Ook voor Michel Mancini is hij een grote onbekende. Michel was wel ingeschreven maar uiteindelijk niet aanwezig. Wie weet kan ik Manuel ontmaskeren op de foto's van Jo Defrère. 

Geen podium voor de leeftijdsklassen. Dan maar naar de Brasserie Hannutoise voor de traditionele Leffe Blonde na de wedstrijd.

<em>(Foto's Jo Defrère)</em>


zon 27/02/2022 10.30u * Geer Promenade du Geer (CLAP) * 8,9 km * 00:45:15 * 11,8 * 53/141 * 2/6 * ♥♥♥♥

L' Ecole Saint-Joseph, een school die aan de achterzijde meer weg heeft van een boerenerf, daar moeten we vandaag zijn voor onze sportieve afspraak in Waals Haspengouw. Jean-Pierre Immerix en uw dienaar kiezen vandaag voor een stratenloop en laten Bilzen Offroad aan de trailliefhebbers. Zelf stond ik in 2014 al eens aan de start van de Promenade du Geer. Laat u niet misleiden door de naam. Er is wel degelijk een fraai wandelnetwerk rond de bovenloop van de Jeker maar van ons wordt echt verwacht dat we het parcours lopend afleggen. De naam van de gemeente Geer is afgeleid van de rivier die 60 km verder stroomafwaarts als een grijze draad door mijn trainingsgebied loopt. De naamkeuze is niet toevallig natuurlijk. De bijrivier van de Maas ontspringt hier in het laaggelegen, waterrijk gebied in het midden van Haspengouw-Hesbaye. De eigenlijke bron ligt in het dorpje Lens-Saint-Servais waar we straks zullen langskomen. Ik vertel het maar meteen. Over 6 kilometer zal ik daar geen adem meer voor hebben... Op foto 1 brengt Marie-Paule mijn uitleg ook in beeld. 

FOTO  


In Geer hebben ze drie afstanden in de aanbieding. Ik kies zoals de meeste bekenden voor de middelste afstand, de 9 km. Die afstand halen we weer net niet. Zoals ook Jean-Pierre afleest op zijn hagelnieuwe Garmin. De Veldwezeltenaar is sinds kort helemaal bij de tijd en slaat zijn  prestaties nu ook digitaal op. De pelotons van de drie lopen vertrekken samen. Ik zoek in de drukte of ik de voor mij onbekende Manuel Deharo Sanchez, dit jaar geregeld winnaar bij de veteranen 4, kan identificeren. Ik heb hem kunnen "ontmaskeren" op de foto's van Jo Defrère van vorige week.  En ik moet me dus verlaten op mijn visueel geheugen. In elk geval vind ik Manuel niet terug. Ofwel laat mijn geheugen mij in de steek. Ofwel is hij er gewoon niet. (Dat laatste blijkt het geval te zijn.) Ik hoor geen vertreksignaal maar ben wel meteen mee in de vaart der lopers. Na de eerste bocht (zie foto 3 van Marie-Paule) lopen we langs een indrukwekkende oude hoeve. Die is nu bezit van Hesbaye Frost, een bedrijf dat vooral (plaatselijke) groenten verwerkt en invriest. De Ancienne Ferme de Flône stamt uit de middeleeuwen en is in de volgende eeuwen tot een imposante vierkantshoeve verbouwd tot eer en genoegen van de heren van Geer.  Bij de voorbereiding van mijn verslag stel ik tot mijn steile verbazing vast dat deze naam niet vermeld wordt in de officiële website van de gemeente Geer. (Foto 2.) Genoeg geschiedenis, over naar de actualiteit. 

FOTO  


De licht aflopende eerste hectometers maken het wat gemakkelijker om in het (wedstrijd)ritme te komen maar ik heb me in elk geval voorgenomen om niet te fel van stapel te lopen. Toch blijkt de eerste kilometer weer veruit de snelste. Na 300 meter slaan we linksaf en beginnen aan de eerste lus (in oostelijke richting) die ons door de dorpjes Ligney en Darion  voert. Waarschijnlijk ook nooit van gehoord? Ik passeer Michel Mancini maar zorg er vooral voor mijn ademhaling onder controle te houden en mijn benen te sparen. Ik loop een dikke kilometer in het gezelschap van en meestal achter een jonge dame. Mijn aandacht wordt getrokken door de naam op haar blauw shirt, "100drine" . Even later valt mijn eurocent. Haha, Sandrine! Ze verlaat me even verder om een weg rechts in te slaan voor de 15 km. Ik zie in de uitslag dat ze haar begintempo goed heeft weten vast te houden. Wat gebeurt daar? Twee deelnemers (met borstnummer, dus geen vrijetijdsjoggers) lopen in tegengestelde richting. De afslag daarnet gemist, neem ik aan. Om je voor de kop te slaan, zo verstrooid zijn. Na 2,6 km worden we linksaf gestuurd. Op een wandelpad (ook een Ravel?) in beton. Enkele lopers gaan me voorbij. "Van de korte loop of de 9 km?" vraag ik me dan spontaan af. Die vraag is een soort reflex geworden. Ook al maakt het antwoord niets uit en zal ik mij niet laten opjutten. Ik heb mijn lesje van de Midwinterjogging nu wel geleerd. Ik geniet (of probeer dat althans) van de fraaie natuur in dit meersgebied. Uit het profiel is het nauwelijks af te lezen maar er liggen wel twee bultjes die ik zo spaarzaam mogelijk probeer te ronden. Fotografe Nadine Claessens ligt rechts op de loer.

Nog een chicane en een houten bruggetje en we zijn alweer aan de Rue du Centre Bernadette waar we vlak na de start al zijn doorgekomen. De weg verandert van naam. Dat hindert me niet maar de volgende lichte stijging wel. Ik ben nu al een tijdje alleen maar krijg halverwege het klimmetje het gezelschap van een bekende, Michel Mancini. Die heeft de kloof (of het kloofje) op mij gedicht en neemt meteen het commando over. Ik volg in zijn spoor en snij, naar zijn voorbeeld, ook de bochten scherp af. Op een ruilverkavelingsweg die hier, zoals vaak in Waals Haspengouw de naam "Rue..."draagt, ga ik toch weer naar de leiding. We zullen in het totaal zo'n 4 km samen hebben afgelegd. En dat is de eerste keer dat me/ons dat overkomt in de talloze confrontaties van de laatste tien jaar. Twee oudjes eenzaam hijgend tussen de lintbebouwing hier en daar of in de open Haspengouwse vlakte. Het hijgen komt dan vooral van Michel, heb ik de indruk. En dat vind ik zelfs vermoeiender dan het afwerken van de kilometers. Voor het overige houd ik me strikt aan mijn tempo - in dat deel van het parcours even boven de 5' per kilometer - en laat Michel de leiding nemen als hij daar zin in heeft. Op de stijgende Rue du Baulet (intussen in Lens-Saint-Servais) moet Michel wel een tiental meter prijsgeven maar ik wijk geen duimbreed van mijn "stabiliteitsplan" af . Ik k bedoel een stabiel tempo. Mijn gezel wroet zich toch weer tot in mijn spoor. 

FOTO  

We worden door een signaleuse van de rechte weg afgestuurd. Naar, blijkt even verder, een onverhard, smal pad. Het is hier wel opletten voor wat modder maar na 200 meter is dat leed ook weer geleden. Dank zij een verharde tussenstrook haal ik toch nog een mooie kilometertijd in de buurt van de 5 minuten. Michel maakt van de overtocht van een rijweg gebruik om weer voor me in te glippen en de volgende onverharde doortocht in het bos aan de leiding te beginnen. De ongelijke ondergrond en het beperkte zicht achter de rug van Michel kosten me een aantal seconden. Aan een houten bruggetje zie ik dan toch de mogelijkheid om mijn compagnon de route voorbij te gaan zonder hem te hinderen. Michel verliest meteen een tiental meter. Ik blijf in de cadans die ik nu al kilometers aanhoud en doe voorlopig geen poging de man in het fluo voor me in te halen. Voor een versnelling die ik wel al in gedachten voorbereid, heb ik nog de laatste honderden meters op de weg. Ik heb het laatste stuk in het bos daarstraks verkend en word dus niet verrast door het ongelijke en bolle pad met asfalt en grind. We moeten nog even door een greppel en over een aarden maar wel vlak pad voor we het dorp bereiken. Michel zal nu niet meer terugkomen. Ik heb geen idee of ik in pole position lig bij de veteranen 4.  Michel wist dat wel want hij heeft de Seraing Runner Thierry Carpentier zien voorbijkomen in het begin van de loop. Ik haal Christophe Christiaens (de man in het fluo) nog in en eindig zo, ongewild en ongeweten, vlak achter Thierry, de numero uno dus bij de 70-plussers. Of ik de 15 seconden verschil tussen ons beiden anders wel zou gedicht hebben, zal een open vraag blijven. In de eerste kilometers zou dat zeker niet gelukt zijn.  Vier veteranen 4 eindigen overigens binnen de minuut. Hoe dan ook, ik ben tevreden over mijn loop. Het was een leuke sportieve ervaring. En een stuk aangenamer dan bij mijn twee vorige optredens in Kiewit en Hannuit. 

Maar het verhaal is nog niet ten einde. Er blijkt enige verwarring over de uitslag bij de veteranen 4. In eerste instantie is de steller van dit verslag afwezig in de uitslag. Michel Mancini, hij weer, ontwart de knoop. Het nummer van Michel was onvindbaar bij de inschrijving. Nu blijkt dat het nummer in kwestie is uitgereikt aan... Willy Cortleven. Je kan je trouwens afvragen waarom men het bij de Challenge Cours la Province! nodig vindt bij elke loop een nieuw nummer te geven aan lopers die ingeschreven zijn voor de challenge, zoals de twee veteranen 4 die de hoofdrol gespeeld hebben in dit verslag. Het foutje bij de inschrijvingstafel wordt echter snel rechtgezet en we kunnen zonder kopzorgen van onze Leffe genieten in het schoolzaaltje (de refter?). Een podium voor de categoriewinnaars is er niet. Daarnet heb ik kennis gemaakt met de winnaar bij de veteranen 3, Christian Akkermans. Zoals zijn collega's wacht hij ook tevergeefs op een presentje. Dat krijgt Calogero Mauro wel. Een fles wijn voor de eeuwige loper.

Corona, zegt u? Niks van gemerkt...


zon 20/03/2022 10.15u * Burdinne Corrida Maryline Troonen * 13,2 km * 01:10:55 * 11,2 * 89/132 * 3/4 * ♥♥♥

<p>Op deze derde zondag van maart is er keuze te over voor de loopliefhebbers. Ik volg Servais Halders die dit jaar zijn zinnen gezet heeft op de Challenge hesbignon. Het circuit start bovendien met een nieuwe organisatie in het pittoreske Burdinne, tussen Hannuit en Hoei. Meteen ook de gelegenheid om een aantal kennissen na lange tijd weer eens terug te zien. De loop is genoemd naar een vroeg gestorven hordenloopster uit deze streek en bestaat uit drie ronden van 4,4 km. 

FOTO  


Het is vroeg dag om tijdig ter plekke te zijn, na ook nog een carpoolstop in Luik. Op de koop toe is het bitter koud aan en in de Ferme de la Grosse Tour, een oude vierkantshoeve, nu bezoekerscentrum van het natuurgebied van de Burdinale en de Mehaigne. Waar het mij met enig gefriemel dan toch lukt om de chip aan de schoen te bevestigen - de Challenge hesbignon houdt vast aan dit tijdmetingsysteem.  Voor een volledige verkenning van het rondje is het te laat, daarvoor heb ik te veel tijd verloren met het groeten van de Waalse en de vele Vlaamse bekenden. Ik vertrouw dan maar op de bevindingen van Mark Geyskens. De start zelf wordt gegeven aan het kasteel van Burdinne met op de gevel de Latijnse spreuk "Vis Unita Fortior", vereende kracht maakt sterk. Niet van toepassing op een individuele sport als hardlopen en zeker niet, als je zoals ik, zo goed als de hele wedstrijd in je eentje moet afhaspelen. Op het pleintje staan ook twee kanonnen die de Duitsers, volgens de overlevering,  in 1944 hebben moeten achterlaten. Die kanonnen hebben de organisatoren blijkbaar op gedachten gebracht. Want als het uur van het vertrek heeft geslagen klinkt er plots een oorverdovende knal die mij en Martine Sobkowiak langs me bijna van de sokken blaast.

In de eerste hectometers ga ik Maja Van Zand en Kris Govaerts voorbij - voor het eerst in meer dan twee jaar starten we weer eens samen in een wedstrijd - maar een kilometer verder is Kris daar al terug. We passeren samen het verlaten station van Burdinne maar na 1,5 km op de klimmende Rue de la Gare kan ik zijn tempo al niet meer volgen. Op de Rue de la Vallée, niet toevallig op het laagste punt van de ronde, zie ik hem een groepje inhalen en mag ik de laatste illusie om alsnog weer aan te sluiten voor goed opbergen. 3,5 minuut is het uiteindelijke verschil na 13 km. Maar met Servais Halders aan de start zal de Truienaar zich evenmin begoochelingen moeten maken voor een overwinning in zijn nieuwe leeftijdsklasse.  Na de gebruikelijke verschuivingen in het begin ( ik zie Bruno Broos, James Motten, en Peter Salmon, in die volgorde passeren) heb ik dan mijn plekje gevonden in de buurt van een zoontje-vader-combinatie. Het kereltje schiet me nog voorbij in de laatste kilometer van de eerste ronde, waarschijnlijk op weg naar de finish van de korte loop. Die eerste kilometers blijken ook weer de snelste te zijn, weliswaar ten koste van pijnlijke benen. Mijn eerste zorg is nu alvast een draaglijk tempo te vinden, zeker op de eerste beklimming van de steile Rue de Chimpisse na 3,5 km. Ik mag dus zeker geen poging doen om veteraan 3 Michel Ruymen te volgen als hij me op die helling van Chimpisse inhaalt.  Een aanmoediging van Michel ten spijt. Na nog wat klim-en draaiwerk zit de eerste ronde erop. We maken nu een lusje door de Ferme de la Grosse Tour, met andere woorden de aankomst. De supporters hebben zich verzameld in de laatste bocht voor de finish (of de eerste bocht van de volgende ronde). Marie-Paule volgt de esbattementen in het gezelschap van Nadine en Gerda, aka mevrouw Broos en mevrouw Geyskens.  De vader (die van daarnet) trekt zijn trainingsvest uit. Zijn eerste ronde was blijkbaar opwarming in het gezelschap van zijn zoontje. Hij is even de richting kwijt op de binnenplaats van de hoeve. Ik help hem verder, met dank aan mijn verkenning van daarstraks, maar hem aan drank helpen, kan ik niet. Blijkt nu dat de neofiet-organisatoren de drankpost aan de verkeerde kant hebben gezet voor de deelnemers aan de 8,5 en 13 km wedstrijd. Mij maakt het niet uit, maar Jos Biets wel. Het fel afgeslankte lid van het Challenge-comité, ziet nog meer feilen. Tientallen bekers als prijs (niet meer van deze tijd), de niet-verwarmde ontvangstruimte, het zijn andere doornen in zijn kritisch oog. Wel een mooi parcours, probeer ik Jos te vermurwen. 

FOTO  

(Foto: Kris Govaerts (rechts) al op weg voor de tweede ronde. Ik zal nog eerst een lus moeten maken door de kasteelhoeve La Grosse Tour)

Ik begin aan de tweede ronde. Eerst de zachtjes oplopende strook op kasseien naar het dorpsplein. Dan een licht dalende en dito klimmende betonstrook van zo'n 700 meter. De vader (u weet wie ik bedoel) kan me in zijn lichtere outfit toch niet volgen. We buigen rechtsaf op een graspad , 250 meter, maar het voelt langer aan. Het lijkt hier wel neergelegd voor een veldloper (die ik niet ben). Boven weer op het verhard maar nu zit er weer een opwaarts knikje in. Dan links, opnieuw op het gras. Ik durf het tempo hier wat opdrijven. 400 meter tot aan een rotonde waar de signaleur me nog wat moed inpompt. We komen hier allemaal afgezonderd voorbij. Voor de man misschien ook een truukje om de tijd te doden. Ik snij de bocht naar rechts zo scherp mogelijk aan. Veel zal het niet helpen want we krijgen een nieuwe lange helling voor de voeten. Michel Ruymen loopt zo'n 100 meter voor me en neemt dus niet langer afstand. Ik zal dat maar als een goed teken interpreteren. Een (zeldzame) loper voor me inhalen, zit er voorlopig ook niet in. Het onaangename gevoel in mijn benen is intussen wel weggeëbd maar dat dank ik  in de eerste plaats aan mijn behoudende aanpak. Ik neem jullie nu meteen naar km 7,3 - in de tweede ronde dus - op de Rue des Thiers. Dat is op het plateau boven de beekjes die de charme van deze regio uitmaken. We zijn snel terug beneden op rivierniveau via een steile maar niet ongevaarlijke afdaling op een smal pad waar je in een linkerbocht fel in de remmen moet om niet in de prikkeldraad te belanden. Even een modderige passage (nauwelijks vijftig meter) om dan in de vallei de Rue de Huy over te steken.  Gelukkig zijn de signaalgevers hier bij de pinken want je hebt geen uitzicht op het verkeer van links. Dan gaat het vlak op het asfalt naar de Rue de Chimpisse om daar weer de helling op te klauteren. In looppas blijven op het steilste deel is mijn enige uitdaging om dan in de speel- en sportzone weer wat te verdapperen. Voor het verslag zap ik meteen door naar de laatste meters van de tweede ronde, waar ik mijn intussen overtollig geworden muts en handschoenen inlever bij mijn sportdirecteur, euh mijn trouwste fan. Na de bijtende ochtendkoude is de temperatuur gestaag de hoogte ingegaan en genieten we intussen van een aangenaam lenteweertje. Ideaal om te chillen, denkt de jonge signaalgever op de binnenplaats van het kasteel en hij bemoeit zich verder niet met de lopers. Na de lus in de aankomstzone zie ik Maja Van Zand aan de overkant. Zij zal slechts drie plaatsen achter me eindigen. Ik ben intussen snel genaderd op de dame voor me. Bij de derde doorkomst op het dorpsplein kan ik dan eindelijk nog eens een plaatsje winnen.  De dame verliest snel terrein en ik zet dan mijn tocht maar alleen verder. Intussen blijf ik visueel contact houden met Michel Ruymen. Uiteindelijk zal ik vlak na de Alken-loper eindigen op een kleine halve minuut. Ik heb nu een aangename maar bescheiden cadans te pakken.  Want ondanks het betere gevoel gaat de rondetijd omhoog. Daar zijn zeker de opeenvolgende hellingen debet aan. Na een honderdtal meter op verbrokkeld beton en/of asfalt ben ik weer op het hoogste punt van het parcours. Dan volgt 800 meter op een veldweg waar je blijft worstelen met de vraag waar je voeten neer te zetten. Bij de nabeschouwing stel ik vast dat ik daar precies de snelste tijden heb gelopen. Misschien om er sneller vanaf te zijn? Ik haal zowaar nog een collega in. Veteraan 2, Paul Vanvinckenroye is het slachtoffer. Drie vriendelijke dames moedigen me nog even aan op de beruchte côte de Chimpisse. Als uitsmijter volgt er dadelijk nog een klimmetje. Dan de laatste kronkels op smalle steegjes in het dorp naar de Rue de la Burdinale en de finish. De eerste uitgave van de corrida van Burdinne zit erop. Geen kwaad woord over het rondje: afwisselend door het reliëf en de ondergrond, zo goed als verkeersvrij, maar pittig. Bij het overschrijden van de streep brengt Etienne Vanderschelden me meteen op de hoogte van de uitslag: "derde veteraan 4". Even later hoor ik dat de mysteryman van de vorige lopen Manuel De Haro Sanchez achter me geëindigd is. Daarmee heb ik dan toch een mini-overwinninkje behaald.  

FOTO  

 
Een uur later in de koude kantine-loods waar het bibberen blijft. "In twintig jaar nooit meegemaakt in deze challenge" sneert Kris Govaerts als alleen de eerste drie en een monstercategorie - 40-plussers - naar voren worden geroepen voor een beker en een fles Chimay. Maja haalt nog net het podium met een derde plaats in die onuitgegeven leeftijdsklasse. Servais, Kris en uw dienaar krijgen dus niet de unieke kans om samen op het podium te staan. Dan improviseren we er maar zelf een! Als Jos Biets dat te weten komt...

(Foto's Marie-Paule)


zon 27/03/2022 10.30u * Visé Jogging de Devant-le-Pont * 9,95 km * 00:50:35 * 11,8 * 132/278 * 1/4 * ♥♥♥♥


De wekker gaat af om halfzes. Dat is de gevoelstijd, de officiële (zomer)tijd is halfzeven. Om negen uur op weg naar Visé: even de Hallembaye op en af en we zijn er. Het is nog erg fris als ik me op gang trek voor mijn uitgebreid inlooprondje. De wijk rond de school van "voor de brug" (de brug over het Albertkanaal) waar start en aankomst liggen is me onbekend, vanwege eerste deelname. Deze wedstrijd is vrij nieuw op de kalender en hoort nu ook bij de Challenge L'Avenir.  Leuke accomodatie, goede organisatie maar dure consumpties, volgens mijn bron Marie-Paule. Eigenlijk  zie ik er relatief weinig bekende Avenir-klanten. Voor de meesten  ligt Visé misschien net te ver noordelijk, wie weet. Nieuwe deelnemers zijn  Leon Coninx en Tasso Goudelis uit Maasmechelen, na lobbywerk van Jean-Pierre Immerix voor de Luikse challenges.  Eveneens aan de start (van de korte loop) na twee jaar corona-afwezigheid is Jean-Marie Haekens. 

FOTO  

(Foto: Dank zij de foto Marie-Paule zie ik nu ook de voorrijders.) 

Op Willy Hertogen die aanvankelijk ook  op de longlist stond, is het nog langer wachten. Ziekte houdt hem nog (even?) weg uit het peloton. Zelf maak ik me wat zorgen over pijn in de rechterknie die opduikt tijdens de opwarming. Ik neem aan slijtage van het kraakbeen.  Gelukkig zal de pijn straks grotendeels wegebben eens ik op wedstrijdtempo ben. Maar dit verhaal zal ongetwijfeld een vervolg kennen...

We beginnen met een kronkelig rondje van 1100 meter waar het opletten is voor stoepen en straatmeubilair in de dan nog compacte groep van 400 man (voor de twee lopen). Ik vertrek niet al te voortvarend maar ben toch al snel in het spoor van de man die wel eens mijn gevaarlijkste concurrent bij de veteranen 4 kan worden. Dat is Luc Hilderson, in de bonte groep lopers makkelijk te herkennen aan zijn oranje shirt. Ik neem mijn tijd om hem in te halen. Dat is gebeurd als we aan het sluisje van Basse-Meuse links de weg naar het jaagpad langs het Albertkanaal inslaan. Eens de schoolsite verlaten, ben ik vertrouwd met het parcours waar ik in het verre verleden zoveel kilometers heb afgelegd als voorbereiding op mijn marathons . Nog een wonder dat het kraakbeen - waarover daarnet sprake - het zo lang heeft uitgehouden. Na twee kilometer, net onder de spoorwegbrug over het kanaal, beginnen we aan wat weleens de langste rechte lijn van het seizoen zou kunnen zijn. Hoe lang precies, weet ik nog niet, de parcourstekening laat me in het ongewisse. Er waait een matige tegenwind die we gedurende de hele lengte zullen moeten trotseren. Dat is ook Luc Hilderson niet ontgaan. Hij is een van de kleinste lopers van het pak en vindt achter een ander klein mannetje, ik dus, toch voldoende beschutting. Ik voel me redelijk goed en doe ook geen poging om de Wonckenaar de leiding op te dringen. Mijn tempo is hoog genoeg om (samen) enkele plaatsen te winnen.  

FOTO  

(Foto: Na de eerste kleine ronde, in het spoor van Luc Hilderson.)

Achteraf in de douches vertelt hij me dat hij alle moeite had om aan te klampen en dat hij wel wilde maar niet meer kon overnemen. Kijk, daar nog een bekende. Claude Herzet, ook al van Wonck afkomstig en ook niet echt een reus. Ik kan aansluiten zonder het tempo drastisch te verhogen. Ik groet Claude en wijs naar zijn jeugdvriend achter mijn rug. "Ah, mais c'est professionel" lacht Claude. En zo malen we dus met drie Jekerlopers de hectometers af, op weg ...naar een bocht naar rechts. Voorlopig is die nog niet in zicht.  Claude gaat me nu en dan even voorbij voor enkele meters maar we blijven voorlopig samen. Na 2,1 km is dan zover. "(Léger) changement de décor": de signaleur wijst naar rechts. Ik herken de omgeving van de trainingen met de Maastrichts Zweitlanceurs. Intussen is de perimeter van het trainingsgebied van de Maastrichtenaren drastisch gekrompen. We komen hier uit op de weg van Lixhe naar Ternaaien. Euh, we zouden hier uitkomen als we niet onmiddellijk naar links werden gestuurd, op een aarden pad. In de korte afdaling daarnaartoe gaat Claude me plots met een fikse tred voorbij. Maar hij zet zijn inspanning niet verder als we weer op het vlakke zijn. Het pad vol putten en hobbels  loopt tussen de begroeiing langs het Albertkanaal. De traagste kilometertijd van mijn loop is uitsluitend toe te schrijven aan de ondergrond. Ik blijf er een goed tempo inhouden terwijl ik (en mijn kompanen) van links naar rechts laveer (laveren). Hopend dat er snel een einde komt aan het gehinkel. Na net geen vijf kilometer komen we weer op het harde. In een sociale woonwijk die gelijkt op ...andere sociale woonwijken, hier in de omgeving. Zoals in Wonck bijvoorbeeld. Maar dit moet Lixhe zijn. Even verder ben ik weer op bekend terrein. De Quai du Barrage, het fietspad langs de Maas. Voor de niet-ingewijden: het Albertkanaal en de Maas lopen hier parallel.  Het kanaal is uitgegraven in de Maasvallei, dat scheelde 90 jaren geleden enkele kubieke meter grondverzet...

FOTO  

(Foto: Finish met de glmlach.)

Terug in westelijke richting. We zijn net halfweg voorbij. Luc heeft moeite om het tempo te volgen. Ik loop nu meestal zij aan zij met Claude. Ik heb me voorgenomen niet voor km 7 te versnellen. Ook al heb ik er wel de benen voor. Die indruk heb ik alleszins. Ik word nog extra gemotiveerd nu ik veteraan 3 Guy Raes in het vizier heb gekregen. Nog voor het viaduct van de Rue des Cimentiers, de brede verkeersader naar de autoweg, moet Claude een aantal meter prijsgeven. Achter de brug loopt de weg even licht omhoog. Ik zet hier de achtervolging in op Guy Raes en verteer het korte klimmetje verrassend goed. Weer op het vlakke ga ik Guy voorbij. De man uit Fléron doet zelfs geen poging om aan te haken. Dat is wel eens anders geweest (remember Lantin). Claude lijkt nu ook gelost. Het tekort aan wedstrijden in de coronaperiode heeft hem duidelijk snelheid gekost. Ik mag de gelegenheid niet laten voorbijgaan om hem nog eens te kloppen. Volgend jaar zal hij ongetwijfeld motivatie halen uit zijn overstap naar de veteranen 4 en lukt dat misschien niet meer. Ik haal voorlopig mijn beste tijd in de achtste kilometer. Het 12 km/uur-tempo wordt even onderbroken door de bocht aan de Capitainerie en de volgende oplopende 500 meter naar het plateautje aan de sluis. Maar ik kan me snel herpakken in de laatste anderhalve kilometer. Op de stukken waar ik ongestoord kan doorlopen (zonder te moeten uitwijken voor aankomend autoverkeer) zit ik rond 4:45 of lager. Wat een genot, voor een keer niet afgeremd te worden door zere benen! Mijn "slimme" trainingen lijken goed uit te pakken. Net boven de 5' gemiddeld na 10 km. Misschien toch wat te voorzichtig geweest in de eerste helft? In elk geval genoeg voor de eerste plaats in mijn categorie. Ook al dank ik die vooral aan de afwezigheid van tenoren zoals Jean Dessouroux en Servais Halders.  Haha, ik heb me misschien zelfs beter geamuseerd dan Servais op zijn familiefeest... Luc Hilderson wordt tweede, neofiet Leon Coninx derde. Jean-Pierre en Tasso zijn trouwens ook opgetogen over hun optreden aan de brug van Visé. Ik bedank wel voor de eer van het hoogste schavotje. Te hoog, de omroeper aanvaardt mijn weigering met de glimlach. Ik vermoed dat hij me nog kent  van de Zatopek, hier wat verder, ook in Visé, twee maanden geleden...

(Foto's: Marie-Paule)


vri 01/04/2022 19u * Warnant-Dreye Jogging des Eoliennes* 11,5 km * 01:02:29 * 11 * 59/97 * 4/6 * ♥♥♥

We treffen het niet in Warnant voor de eerste avondloop van het seizoen. Het is guur en somber in het Waals Haspengouwse land tussen Luik en Hoei. De neerdwarrelende sneeuwvlokjes zorgen wel nog voor enige kleur in de grote grijsheid die hier hangt. Het zijn de moedigste (of de gekste) onder de lopers die de tocht naar de deelgemeente van Villers-le-Bouillet hebben ondernomen. Nog meer moed wordt gevraagd van de enkele supporters die zich buiten hebben gewaagd. Bij hen ook mijn superfan Marie-Paule die ik meteen als figuur van de wedstrijd durf uitroepen.  De organisatoren betalen cash voor de plotse winteropstoot. Slechts een 150-tal deelnemers voor de twee lopen. Ik haast me dan ook om de vrijwilligers in en rond de kantine, de  seingevers onderweg en de officials van de Challenge aan de finish te bedanken. Wij lopen voor onze eigen glorie, zij offeren hun vrije tijd - en zoals vanavond de huiselijke warmte - op voor onze sportieve ontspanning. 

Ik hou me eerst een tijdje schuil in de kantine voor ik samen met Servais Halders aan de opwarming begin. We lopen enkele rondjes in en rond het dorpje zonder dat we eigenlijk een idee hebben van het parcours. Hoe dan ook, na zo'n halfuurtje hebben we het behaaglijk warm. Maar beslissen beiden - gelukkig maar, blijkt achteraf - onze winterkledij aan te houden. 

Ik vertrek naast mijn v4-collega Michel Mancini. Maar laat hem meteen achter in de eerste dalende 700 meter. Misschien zie ik hem later nog terug. Dat gebeurt vanavond echter niet. Ver uit de buurt is hij overigens niet: een minuutje aan de finish. Mijn andere leeftijdsgenoten heb ik in het nochtans kleine peloton niet kunnen lokaliseren. Twee onder hen zullen echter snel van zich laten horen. We worden het dorp uitgestuurd langs het imposante Château d'Oultremont. Ook al heb ik dat tijdens mijn loop zelf niet echt door. 

FOTO  


(Foto: Dit keer niet door het kasteel. Accès interdit.)

Ik ben bezig mijn ademhaling onder controle te brengen - na de afdaling volgt er een klein knikje omhoog -  en probeer met gebogen hoofd de sneeuwvlokjes af te weren. We lopen een poort binnen van een hoeve - die dus blijkbaar bij het kasteel hoort - en moeten over een tapijt van dikke puntige keien. "Wat is me dat hier allemaal" hoor ik me hardop tegen mezelf zeggen. Gelukkig zijn we na vijftig meter weer op een beter beloopbaar pad. Ik herken nu enkele doorkomsten van mijn vorige deelname in 2016. Ik was ook al in 2011 in Warnant maar dat parcours is later veranderd. We lopen even over een smalle dreef omzoomd door twee rijen hoge bomen. De eerste en voor mij op één na snelste kilometer hebben we dan achter de rug. Ik blijf een redelijk tempo onderhouden in de volgende kilometer. We draaien rechtsaf een ruilverkavelingsweg op.  Ik heb achter mijn rug een rood-bruine-witte kleur opgemerkt. Mijn vermoeden wordt bevestigd. Kris Govaerts is daar. Even verder sluiten nog enkele lopers aan. Daar is ook Noël Heptia. Het is voor het eerst sinds 2020 dat we elkaar terugzien in een Luikse loop. Noël is een van de weinigen in korte broek. Hij lijkt een beetje meer body te hebben gekweekt in de coronaperiode. We lopen hier op het plateau in open veld. Ik zoek even wat beschutting tegen de wind achter de rug van Noël en zijn gezellen. Halverwege de Rue Chantraine, dat is die ruilverkavelingsweg, duiken we naar het valleitje van de Ruisseau de Dreye. Kilometer 3 levert me een chrono van 4'47" op.

FOTO  

(Foto: Op de dreef rond (en van?) het kasteel. Kris Govaerts (142) en achter hem Noël Heptia (in het rood) zijn op komst. )

Maar dan is de pret op. Aan de kerk van Dreye heb ik al een aantal meter moeten laten op Kris en Noël, in die volgorde. Voor kilometer 4  heb ik 6 minuten nodig. We worden immers meteen de vallei weer uitgestuurd. Het onverharde pad maakt enkele sierlijke bochten  voor het overgaat in beton. Weer op het plateau. De zijdelingse wind duwt me naar de rechterkant waar het wegdek ook wat afbuigt. Ik volg dan maar het voorbeeld van Christian Gérard die de andere kant van de weg volgt. Even een grappig moment tijdens de inspanning. Rechts van de weg ligt er een beha in de modder. Een model uit het luxesegment, geen sportbeha die een atlete zou zijn kwijtgeraakt door een plotse windstoot. Dat roept dan meteen de vraag op hoe, bijvoorbeeld door welke activiteiten, die hier is terechtgekomen. Enfin, ik heb even mijn zinnen kunnen verzetten en ben dan toch op de top geraakt. Na een rechterbocht wacht kilometer 5 en een straffe tegenwind. Ik heb mijn horloge niet gecheckt maar voel zo aan dat dit geen top kilometertijd gaat worden. Kris heeft van de stijging gebruik gemaakt om een niet meer te overbruggen voorsprong te nemen. Hij slaat uiteindelijk een kloof van bijna 5 minuten en haalt onder meer Mark Geyskens in. Noël loopt niet ver voor me. Ik zal hem nog lang in het vizier houden. Maar ook hij neemt al maar meer afstand. De zesde kilometer - met een afdaling, een gladde passage op een paadje langs de Ruisseau de Vaux - is wat makkelijker maar ik blijf ruim boven de 5'/km draaien. 

Het wordt er niet beter op in kilometer 7. Opnieuw een klim die de hoop op een snellere tijd de kop indrukt. Het rondje mag tot nog toe best wel fraai en afwisselend zijn, ik begin door te krijgen dat het parcours heel wat zwaarder is dan ik vooraf in gedachten had.  En dan heb ik voor de start James Motten van de Tongerse Bolt-lopers nog gerust willen stellen door te beweren dat de Hesbignonlopen wel golvend zijn maar best doenbaar. De zevende kilometer begint waar we de verbindingsweg tussen Vaux en Dreye oversteken. Dat vertel ik niet alleen vanwege de naam van die weg - de Rue Vaulx-Toultia, hoe zou ik die niet kunnen vermelden? - maar ook omdat ik door een bultje in het wegdek (en mijn vermoeide benen, neem ik aan) bijna met mijn snuffel tegen het asfalt ga. Van asfalt gesproken, het wegdek van de Rue des Meuniers die we nu nemen, is een notoir voorbeeld van Waals wegenonderhoud. Niet dat het mij heeft gehinderd in mijn onstuitbare vaart naar de finish over een kleine 5 km.  Grapje, ik krassel verder op het vals plat. Noël heeft nu zo'n 150 meter voorsprong, denk ik. De Rue Hubert Hanot in de achtste kilometer is een rechte streep asfalt tussen de velden. Er is geen verkeer te bespeuren. De auto's die de weg willen kruisen moeten geduld oefenen, ook al komt er maar om de honderd meter een loper voorbij. Ik ben een koppel voorbij gegaan, veteraan 2 Renaud Raskinet en de jongere dame Melissa Kinnard. Ik heb het tempo weer wat opgetrokken op de stroken die me beter liggen. Jammer dat de hellingen me telkens fel afremmen. Zoals ook na km 8,5. Ik zwoeg naar boven op een gemengd gras/keienpad aan de rand van een bos. Boven haalt het door zware tuigen doorploegd bospad het laatste restje snelheid uit mijn benen.  Het is er modderig, glad en donker. Ik neem geen risico's en doe de moeilijkste stukken stapvoets. Servais, op weg naar de 15de plaats algemeen, heeft zoals altijd veel meer haast en maakt even kennis met moeder aarde. De zwaarste strook ligt nu achter me (met een tijd van 6'30"). Maar het blijft opletten in de tiende kilometer langs de plantage "Les Bruyères". Dat resulteert in een kilometertijd even onder de zes minuten. Veteraan 2 Christian Parisse heeft me daarnet ingehaald. Weer in de bewoonde wereld. Het was daarnet maar eenzaam in het bos... De benen doen pijn maar ik zet toch nog een dikke 5' op de tabellen. 

Daar, aan de horizon links, staan ze plots te flikkeren, de Eoliennes, de windturbines, die hun naam hebben gegeven aan deze loop. Servais heeft ze zelfs geteld. Hoeveel waren het er nu weer? Twaalf, vijftien? Even verder trotseert een van de vier aanwezige fotografen Louis Maréchal de elementen in eenzaamheid. Ik merk op de foto's dat het opnieuw aan het sneeuwen is. Dat is me in het heetst van de strijd volledig ontgaan. Bijna aan kilometerbord 11. Er wachten nog twee bultjes. Ik pijnig de benen nog eens op de Thier Pirka (aan de hoeve waar ik in 2016 rechts in de weide speciale "schaapsstalletjes" had opgemerkt). Dan een korte, kronkelige afdaling - een van die straatjes die de charme uitmaken van de Waalse wedstrijden - naar de laatste rechte lijn. Er staat hier zowaar een supporter(es) langs de kant. Nog tweehonderd meter - "et vous y êtes" - geeft ze nog mee. Ik weet het, maar toch bedankt, zoals ook voor de "courage"s van de signaleurs/signaleuses onderweg die daar ons moederziel alleen stonden op te wachten. Belofte Gauthier Matyjaser stormt me voorbij in de laatste meters. Als die jongeman geen mooie toekomst heeft: een versleten zeventiger kloppen in de spurt... Het is net twintig uur voorbij als ik de aankomst overschrijd. Nog even nagekaart met Noël. Vanaf het bos ben ik hem uit het oog verloren. Hij heeft uiteindelijk een klein minuutje voorsprong. Genoeg voor de derde plaats. Veteraan 4 Manuel De Haro Sanchez doet het weer, net achter me eindigen, op 13 seconden. Geen idee dat hij erbij was. 

FOTO  

Ik beoordeel mijn loop met de noot "gematigd positief". Met een globaal gemiddelde van 11km per uur en een verdienstelijke plaats bij de veteranen 4 - die trouwens allemaal nog wat poeder in de kuiten hebben en zeker niet de kneusjes van het deelnemersveld zijn. In de totaaluitslag blijf ik net uit het laatste derde. Nog te verbeteren, schrijf ik verder op mijn rapport, is het tempo op de hellingen. Helaas zit er op dat vlak geen vooruitgang meer in en zal ik me moeten tevreden stellen met het tegenhouden van de achteruitgang. 

De après-course dan. Voor de tweede keer op rij wordt de traditie met voeten getreden: geen podium en prijzen voor de gebruikelijke leeftijdsgroepen. "Dat is niet meer fijn zo" reageert Maja Van Zand. Een tijdelijke inzinking of het begin van het einde van de challenge? Wel is er een langdradige tombola die eindigt in "algemene onverschilligheid" (aldus de omroeper zelf). Verrassend: na het plotseling verdwijnen van de onschuldige kinderhand en het kind zelf, haalt Marie-Paule de lotjes uit de bokaal. Zij zit namelijk het dichtst bij genoemde bokaal. Alle tafelgenoten winnen uiteindelijk een geschenkje, behalve ondergetekende. Toch geen onschuldige hand dus...

(Foto 1 en 3: Marie-Paule)


vri 08/04/2022 19.30u * Saint-Remy Jogging du Weekend de la Bière * 10,2 km * 01:03:04 * 9,7 * 90/113 * 3/3 * ♥


Wat een afknapper! Dat is het gevoel na een dikke kilometer in deze voor mij nieuwe loop in de Challenge L'Avenir. Ik ben behoudend van start gegaan op de steile klim op een veldweg onmiddellijk na het vertrek en probeer op het vlakke mijn achterstand op veteraan 4 Cyrille Ryckebusch te verkleinen of alleszins niet groter te laten worden. We worden linksaf gestuurd en even verder duiken we het Bois de la Julienne in. Daar zijn mooie wandel- en loopwegen die ik ken van mijn doortocht op weg naar Banneux. Maar de jonge organisatoren (La Jeunesse de Saint-Remy) hebben iets anders in gedachten. We krijgen een onvervalst trailparcours voor de voeten. Met smalle, hier en daar glibberige paden, steil naar boven of naar beneden, over kuilen en boomwortels. Kortom, alles wat ik haat. Nadat mijn benen me dwingen tot een tweede wandelstrook, geef ik er de brui aan. Ik probeer in de eerste plaats de lopers die me voorbij willen niet in de weg te lopen. Een van hen is Luc Hilderson die het ook voorzichtig aanpakt maar toch nog een schijn van tempo ophoudt. Ik doe geen moeite meer om hem te volgen. Mijn afkeer van dit soort wedstrijden is zo groot dat ik me voorneem geen verslag te schrijven. Om de herinnering zo radikaal mogelijk uit mijn (onder)bewustzijn te bannen. En kijk, nu ben ik toch bezig de frustratie van mij af te schrijven. Als er dan toch een einde komt aan de ellende zijn we nog maar een kleine 3 km ver. De eerste 20 minuten leken wel een eeuwigheid. 

Na een doortocht door een weide komen we uit op een vlak pad in beton. Voorlopig ben ik voor mezelf nog in het ongewisse hoe het verder moet. Hier wat freewheelen of toch nog proberen wat verloren tijd in te halen? In afwachting doe ik maar een plasje. Op die twintig seconden zal het nu toch niet meer aankomen.  Ik ga zonder moeite voorbij de enkele lopers in mijn gezelschap. Rond km 5 lopen we door een gehucht dat ik later niet kan thuisbrengen op de kaart. Een mevrouw in kamerjas en pyjama is al haar klaar om haar bedsponde op te zoeken. Zo ver ben ik nog niet. Ik ben nog maar halfweg. Ik maak van de lange afdaling gebruik om de spanning op de benen weer wat op te drijven maar de daaropvolgende lange klim op een breed keienpad slaat me weer terug naar een sukkeldrafje. Ik ben nog steeds in twijfel over mijn verdere bedoelingen en las tussendoor dan maar enkele wandelpauzes in. Aan km 6 draaien we links de richting mijn van Trembleur in waar de weg me bekend voorkomt van de Jogging des Vergers in de Challenge van de provincie Luik. Maar dit keer in eenzaamheid.

Ik zie een andere loper vijftig meter voor me en besluit dan toch maar een poging te doen om hem in te halen. Langzaam kom ik in een beter ritme. We blijven heel wat onverharde paden of stroken opzoeken maar die zijn wel goed beloopbaar.  In de Rue Supexhe waar ik de (jonge) man voor me inhaal, word ik net op tijd teruggeroepen door de signaalgever of ik was rechtdoor gelopen op weg naar het westen en weer het bos... De achtste kilometer is een rechte streep op asgrond. Misschien wel een oude trambedding.  Het is een bizar gevoel, alleen in het halfdonker tussen twee hoge bermen. Het fluovest van de signaleur (eigenlijk een signaleuse) is van ver zichtbaar en stelt me gerust dat ik nog altijd in de goede richting loop. We komen weer in de bebouwing. Het gaat bergaf en ik kan eindelijk nog eens een kilometertijd lopen waarmee ik onder de mensen kan komen. Dat is ook de bedoeling: de avond valt nu snel en ik moet me haasten om thuis te zijn. Ik haal zelfs nog een loper in. Opnieuw op een onverhard pad dat ik gelukkig goed verkend heb. Mijn sportbril helpt niet meer, zo donker is het intussen geworden. Bij mijn derde poging (na tweemaal in de opwarming) geraak ik nu wel het laatste bultje over aan de kerk.  Ik krijg nog enkele "félicitations" mee van de supporters achter de dranghekken. Of zijn het blijken van medelijden?

Over de mat. Het is voorbij. Of toch bijna. Want als toppunt van de miserie sta ik niet in de uitslag. Voor een keer komt me dat niet slecht uit. Nu, ik heb toch wel een rechtzetting gevraagd. Bij het ter perse gaan is er echter nog geen correctie aangebracht. (Edit: Nu, zondagmiddag, toch in de uitslag opgenomen).

Onverwacht kent de avond nog een happy of alleszins aangenaam einde in het gezelschap van de Boltlopers van Tongeren.


vri 15/04/2022 19u * Tongeren Estafette * met Cindy François * 00:29:46 * (samen) 11,685 km * 12,3  * 54/67 * 2/4 (Gemengd 110+) * ♥♥♥

<p>Een verrassing ook voor mij, mijn deelname aan de tweede estafetteloop van het seizoen op de Motten in Tongeren. In mijn vorige verslag schreef ik dat de tegenvallende loop in Saint-Remy toch nog een mooie afsluiter had gekregen in de bovenzaal van de Jeunesse de Saint-Remy. Aan tafel met de Tongerse Bolt-lopers blikten enkele leden al vooruit naar de volgende uitdaging, de aflossingsloop in Tongeren. Alleen Cindy François zat er wat ongelukkig bij, want zonder partner. Voor de loop, natuurlijk. Even later en na morele druk van de tafelgenoten was de nieuwe ploeg een feit, Cindy en Willy in de Gemengd 110+ -klasse. 

Voor de start krijgen de neofieten uit Tongeren nog wat uitleg over de procedure in de estafette-challenge. Die is ook voor mij nuttig : het systeem met de jetons is namelijk afgeschaft. De moderne apparatuur van O'Top services berekent automatisch het gemiddelde van elke loper. Daarvoor moet de loper die aan de laatste ronde bezig is niet meer stokstijf blijven staan bij het weerklinken van het eindschot na een uur, maar de resterende meters van  de ronde afleggen tot aan de finish. In wedstrijdtempo uiteraard.

Om zeven uur - onder een laat zonnetje maar met een fris aanvoelend windje - wordt het peloton van 66 lopers, de eerste golf van het deelnemersveld, in gang geschoten. Na 200 meter is het kaf al van het koren gescheiden. Ik bevind me dan al in de categorie "kaf", helemaal volgens verwachting overigens. Ik probeer vooral in mijn ritme te komen en mijn ademhaling onder controle te houden. Ik heb nog een tijdje oogcontact met Romain Uitdebroeks, mijn voornaamste concurrent, maar vanaf ronde 3 zie ik hem alleen nog in de wisselzone, wachtend op zijn maatje Lori Parroni. Ik kijk goed uit mijn doppen in die eerste kilometer want achter de ruggen van mijn voorgangers is het zaak de obstakels - boordstenen en oneffenheden - tijdig op te merken. Bij het naderen van de Trakks-boog ofte aankomstboog zoek ik mijn ploegmaat op maar die zie ik pas in laatste instantie op enkele meters van de streep.  Een dikke vijf minuten later is Cindy terug na haar eerste ronde en ben ik weer aan de beurt. Ik heb geen precies idee van haar rondetijden. Die verschijnen later misschien nog in de officiële uitslag. Een extrapolatie levert een gemiddeld op van 5'15" voor mijn ploeggenote, een mooie prestatie dus. Ikzelf heb geen idee van mijn tijden tijdens de loop. Die blijken achteraf beter mee te vallen dat wat ik op basis van mijn subjectief gevoel had verwacht. Hoe dan ook, we slepen een tweede plaats uit de brand, op 3 plaatsen en 365 meter van het winnende duo. 

(Foto: Drummen op het podium.)

Ik begin aan mijn derde ronde. Tijd om een evaluatie te maken van het parcours.  Daar zitten in het begin en op het einde nogal wat kronkels in. Op een afwisselende ondergrond, om het neutraal te zeggen. Een flinke portie Finse piste, klinkerpaden met hier en daar bultjes, en tenslotte grasstroken. Heel licht golvend met één nijdig klimmetje. Er wordt ons nauwelijks een vijftigtal meter op de atletiekpiste gegund en dat is voor mij al een tegenvaller. De mooie asfaltpaden in het gerenoveerde Mottenpark laten we links liggen. Nog een domper. Waarschijnlijk wilden de parcoursontwerpers niet in concurrentie komen met de wandelaars. Daarvoor alle begrip. Maar op de atletiekbaan zijn er toch geen andere weggebruikers... Het parcours is overigens de enige schaduwzijde op een voor het overige voortreffelijke organisatie. 

Hoe het ook zij, ik geraak maar niet in mijn ritme. Mijn benen voelen nog altijd even flanelachtig aan als in de eerste ronde. Alleen de eerste tweehonderd meter verteer ik goed maar op het korte stukje onverhard daarna lijk ik wel stil te staan. Op de Finse piste verder probeer ik weer wat tempo te maken, zonder veel resultaat overigens. Halfweg wacht er een venijnige bult. Ondanks de niet aflatende aanmoedigingen van parcourswachter Norbert Collas kost het me altijd maar meer moete om boven te geraken. Op het talud en in de afdaling naar een nieuwe strook houtzaagsel is het dan weer vechten om tempo te winnen. Hoe moeilijk ook voor mij (en voor de anderen, hoor ik achteraf) vind ik de passage hoog boven de atletiekbaan het mooiste deel van het parcours. De fotografen denken er waarschijnlijk ook zo over. Er zijn er vanavond trouwens zoveel dat je ze achter elke hoek en kant tegenkomt.

Het windje wordt intussen almaar kouder tijdens onze rustpauze. De toplopers trekken zelfs even een jasje aan. Terwijl we wachten op de volgende stokwissel houd ik de bewegingen van de collega's in de gaten. Sebbie Maessen heeft zich choco gelopen in de eerste ronde en dwingt zijn ploegmaat Ronny Vanhay tot een dubbele shift .  Na zes ronden zit mijn taak erop. Cindy zal de klus moeten afmaken wanneer het eindschot weerklinkt. Dat doet ze met brio en we mogen delen in de volle prijzenpot van de estafettechallenge.  

FOTO  


(Foto: Jens Riskin)


zon 18/04/2022 15.45u * Zepperen Bloesemrun * 11,3 km * 00:58:14 * 11,6 * 90/207 * 6/13 (65+) * ♥♥♥


Het is een succes zonder weerga geworden in het ommeland van Sint-Truiden, de eerste Bloesemrun in het kader van het Helpshop Loopcriterium. Het schitterende lenteweer hebben ze er als cadeau bovenop gekregen maar de vlekkeloze organisatie is de verdienste van de initiatiefnemers Stefan Meekers en Mario Smolders, kennissen van vele jaren in de Luikse lopen, en van de Kiwani's Sint-Truiden Haspengouw en atletiekclub TACT uit de Trudostede.  Hartverwarmend is ook dat de opbrengst van de sportieve namiddag integraal uitgekeerd wordt aan de Oekraïense vluchtelingenkinderen. 

Start en aankomst bevinden zich op de schoolsite die nu Hasp-O Zepperen heet en vroeger het Aloysius-instituut van de paters Assumptionisten was. Ik had er al vaak van gehoord, onder meer van twee ex-collega's die hier hun middelbare studie hebben gedaan, maar nu zie ik de school eigenlijk pas voor het eerst. En die blijkt fraai ingeplant in het groen, tussen de boomgaarden. Mijn inschrijving levert me dus niet alleen mijn deelnamebewijs voor de wedstrijd op maar ook een gelegenheid om een voor mij onbekend stukje Limburg te leren kennen.  In het totaal hebben er een kleine 400 looplustigen de weg gevonden naar het kasteel van Zepperen. Of naar het klooster, of naar de school. Want dat is het in de loop van de geschiedenis allemaal geweest. 

Ik doe een uitgebreide opwarming in de hoop de laatste resten vermoeidheid van de estafette van vorige vrijdag uit mijn benen te verdrijven en om mij een idee te kunnen vormen van het soort parcours dat we onder de voeten gaan krijgen. Dat laatste lukt, voor het eerste is het bang afwachten. 

De 5 km-lopers zijn al vertrokken voor hun ronde als wij door speaker Rik Donders naar de start worden geroepen. Ik vertrek ongeveer midden in het pak van 207 deelnemers en wordt heel snel door tientallen collega's voorbijgesneld. Geert, James, Lydia, Bart en vele anderen... Mijn benen lijden onder de bruuske inspanning en door de schokken op het grove beton maar leiden me wel naar mijn snelste kilometertijd van de hele loop. Opnieuw is het gevoel in radicale tegenspraak met de cijfers.  We lopen onder een viaduct door, dan linksaf op de eerste strook onverhard. De smalle en soms wat hobbelige loopsporen drukken het tempo. In zoverre ik dat al ken, want ik bekijk mijn Garmin niet, ook al roept die me met een licht getril op om dat wel te doen. We krijgen nog even een asfaltstrook in Bernissem (nooit van gehoord) voor we weer een aarden pad worden ingestuurd. Ik taxeer de afstand tot mijn voorgangers in de hoop in de volgende kilometers ook zelf iemand in te halen. We lopen op een soort plateau boven de Melsterbeek. Het is een mooi wandelgebied waarvan ik tot voor vandaag het bestaan niet eens vermoedde.  Niet alle deelnemers hebben evenwel oog voor de omgeving, stel ik na de aankomst vast als ik de fraaie omgeving beschrijf aan een collega. 

We nemen een haakse bocht naar rechts waar ik even achterom kan kijken. De man in blauw die even in mijn gezelschap was op de eerste onverharde meters heb ik afgeschud (niet dat dat bij mijn tactisch plan hoorde), ik nader op de man in het groen voor me, maar word dan weer bedreigd door een oprukkende dame in het roze en twee jonge mannen in het wit. Onthoud van de vierde kilometer dat ik de man voor me inhaal en voorbij ga maar dat ik op mijn beurt door de dame in het roze word ingelopen en achtergelaten. Even op het asfalt op de Keelstraat. Er staan hier zowaar enkele kijkers. Die ook alleen maar kijken. Een aanmoediging zou nochtans geen kwaad kunnen. In de licht oplopende strook tussen km 4 en km 5,5 - de enige oneffenheid op het parcours - te midden van de boomgaarden vind ik stilaan mijn ritme. Ik verlies niet langer terrein op de dame voor me.  Haakse bocht aan km 5,6. Precies in het midden van de loop. Daar gaat het 800 meter licht bergaf. Terwijl het verkeer lnks op de expressweg voorbijraast sluit ik opnieuw aan bij de dame. Dat moet volgens de uitslag Muriel Kaye zijn, 35+, een vechtertje,  zoveel is zeker. Ze neemt hier en daar weer enkele meters voorsprong en snijdt vooral de bochten sneller aan dan ik. Zo ook als we weer onder het viaduct van km 1,1 doorlopen. Ik verlies een tiental meter maar ben nu wel alleen om mijn bekertje mee te grabbelen aan de drankentafel. Ik kieper het vocht grotendeels over mijn hoofd maar houd daarmee ook maar twee kleine slokjes over om mijn dorst te laven. Want je voelt de eerste warmte wel. Ik heb overigens al kilometers een droge mond. Maar ik heb nu even geen tijd om rechtsomkeert te maken naar de bevoorradingspost. 

Intussen steekt er weer een pijn op die ik dacht bezworen te hebben met inlegzolen: een branderig gevoel in de hiel.  Anderhalf jaar weg geweest maar nu weer terug, waarschijnlijk door de hobbelige ondergrond en de keitjes op de grindpaden. Ik ben dus voorbij de drankpost en ga opnieuw op zoek naar Muriel. We hebben intussen even het gezelschap gekregen van een juffrouw in het zwart. Zij heeft net een drinkbus aangenomen van haar ouders (vermoed ik) maar die helpt maar even om ons tempo bij te houden. Te veel energie gebruikt in het eerste kilometers, neem ik aan. Het parcours maakt nu enkele 90 graden-bochten (een specialiteit hier, lijkt het) en we kruisen enkele vrijetijdsfietsers. Die zijn in groten getale op pad maar door het uitgekiend parcours komen we nauwelijks in hun vaarwater. Plots toch een supporter, Roland Vandenborne op de fiets. Achteraf zie ik dat hij de 5 km heeft betwist. Rond de achtste kilometer lopen we aan de rand van een woonwijk, weer even op het asfalt. Enkele kijklustigen en de signaalgevers langs de weg. Haspengouwers die ons wel gadeslaan maar hun handen niet op elkaar krijgen. Ik kan wel een oppeppertje gebruiken want er knijpt plots iets in mijn rechterhamstring. Te weinig gedronken of, wat waarschijnlijker is, de naweeën van een fikse kramp na de loop in Saint-Remy tien dagen geleden. Ik probeer erger te voorkomen door kleinere passen te zetten. Ik moet uit het sukkelstraatje blijven waar Pascal Van Marcke in terecht gekomen is. Door een spierscheur moet hij het hier heel rustig aan doen. Hij bevindt zich ergens achter me. Achteraf zie ik op mijn Garmin dat ik nauwelijks enkele seconden verloren heb in mijn strijd tegen de opkomende kramp. Maar de pijn en de onzekerheid hebben wel het tweede deel van mijn wedstrijd vergald. Ik blijf wel mijn voorsprong behouden op Muriel die heeft moeten afhaken. In dit deel van het parcours zien we eindelijk de bloesems waarvoor we zijn gekomen of alleszins waarmee de organisatoren ons naar hier hebben gelokt. 

<p>De laatste kilometers komen eraan. Dit is bekend terrein na mijn, zoals gezegd, uitgebreide verkenning. Garmin vertelt me later dat ik hier een tiental seconden per kilometer moet toegeven. De angst voor averij in de hamstring, de vermoeidheid? Asfalt en grint lossen elkaar af tussen de plantages. De twee lopers in het wit die ik achter me zag na een kleine 2 kilometer hebben me uiteindelijk dan toch bij de kraag. Fotograaf Marc Nelissen bespiedt ons achter een telelens. Nog wat keren en draaien. De laatste rechte lijn wenkt. Van een grote ronde van 11 km, ook al een uitzondering op de Limburgse kalender. Ik verdenk Stefan en Mario ervan bewust te hebben willen afwijken van het traditioneel Limburgs rondjespatroon. Op de (afgesloten) rijweg probeer ik voorzichtig het tempo wat op te drijven. De hamstring houdt het en ik eindig min of meer heelhuids tussen de fans voor de Decathlon-boog. Ik heb net een blik geworpen op mijn horloge. Doelstelling bereikt: eindigen binnen het uur. Muriel eindigt enkele seconden achter me. We feliciteren elkaar met onze prestatie in elkaars gezelschap (of nabijheid). 

Na een douche van kokend water is het tijd om het ruime en gezellige terras op te zoeken. Servais zit in zijn eentje te genieten van een frietje van Nathalie's frietpaleis. Ik lok hem naar de andere kant van het terras waar we met Jean-Pierre de wedstrijd nog eens overlopen. Jean-Pierre heeft de eerste warmte niet goed verteerd en heeft twee wandelpauzes moeten inlassen. Servais is dan weer te snel van stapel gelopen en kwam net enkele percentjes te kort in de eindspurt met Marc Hiemeleers. In de categorie 65+ waar ik ook weer bij de oudsten hoor, moet ik me tevreden stellen met plaats 6. Beide voornoemde heren bezetten plaats 16 en 18 in de totaaluitslag. Hallucinant... Na de uitgebreide podiumceremonie (drie prijzen voor de vele categorieën, een aangename verrassing voor een Limburgse organisatie) is het enkel nog genieten van het zonnetje...


zon 01/05/2022 16.30u * Tongeren Tungri Run * 9,9 km * 00:49:16 * 12 * 151/254 * 11/27 (55+) * ♥♥♥♥

In Tongeren hebben ze al jaren de succesformule voor een massaloopevent: de datum, de medewerking van de stad, de scholen en een serviceclub (Rotary), een actieve atletiekclub en de accommodatie. En als het weer dan nog meezit zoals vandaag, is het volks succes verzekerd. Zelf ben ik niet echt een fervent liefhebber van groots opgezette organisaties, maar voor Tongeren maak ik graag een uitzondering. Ook wel uit eigenbelang. Lopen tussen bekenden en supporters geeft net dat tikkeltje extra om mijn tanende fysieke mogelijkheden op te krikken. Het "corrida"-parcours in de stad spreekt mij ook aan. (Hoewel ik daar verder in dit verslag een flinke kanttekening bij zal zetten). 

De namiddag is al een stuk opgeschoten als we op de piste van de Motten op gang worden geschoten. Ik  heb een uurtje geleden bij wijze van opwarming het rondje meegelopen in de laatste gelederen van de 5km-loop.  Ik vertrek in de buurt van drie andere oude(re) rakkers. Jean-Pierre Immerix vertrekt het snelst maar zal dadelijk terrein verliezen op de eerste klimmende strook. Dat belet niet dat hij hier zijn beste prestatie van het jaar (en zelfs van de laatste jaren) laat optekenen. De twee andere 60-plussers van AC Alken volgen kort achter me. Edouard Pelgrims verraste me in Zepperen maar moet me vandaag laten voorgaan. (Foutje in de uitslag? Ik vind zijn naam niet terug. Maar hij was er wel degelijk, bij de start, aan de aankomst, achter een grote pint in de tent...) Zijn clubgenoot Jos Polders zal straks zijn neus aan het venster steken. We kunnen de benen losschudden op de eerste driekwartronde op de atletiekbaan en krijgen al meteen een ovatie van de supportersscharen bij het verlaten van het stadion. Na 600 meter loopt het geleidelijk omhoog langs de Leopoldwal. Daarna volgen nog twee bultjes, eerst tussen de bomen langs de middeleeuwse muur aan de Elfde Novemberwal en op de brede Eeuwfeestwal. We zijn al 2,5 km ver als de klimmetjes achter ons liggen. Tussendoor hebben we heel wat bochten gerond in de binnenstad, en hier en daar de benen kunnen ontspannen in twee afdalingen. Hoewel, in de lage Maastrichterstraat op weg naar de Veemarkt, is het zoeken naar de snelste en de "voetvriendelijkste" strook: de rijweg op kasseien of de smalle, licht hellende stoepboord in gladde klinkers. De fantasietjes  van de stratenbouwers en-ontwerpers hinderen me nog meer in de hoge Maastrichterstraat en in de twee delen van de Hemelingenstraat. Waar de kasseien hier en daar losliggen en er op de rijweg drempeltjes zijn aangelegd. Dat huppelwerk ligt me natuurlijk niet met mijn oude benen maar ook voor de piepjonge Ella Halders (kleindochter van) heeft het wegdek een onaangename verrassing in petto. Ze moet achteraf de EHBO-post opzoeken met een verstuiking. Nu het Rode Kruis-tentje nog vinden... 

FOTO  


(Foto: Met Jos Polders (links) op de Kastanjewal in de eerste ronde.)

Ik heb het klimgedeelte in de eerste ronde met een redelijk gevoel afgerond, ook geholpen door een voorzichtige start. Voor het indraaien van de Sint-Truiderstraat is Jos Polders langs me opgedoken. Ik hoop nu in het tweede dalende deel het tempo op te drijven. De afdaling verloopt echter minder vlot dan verwacht. Ik kan net in het spoor van de Alkenaar blijven. Als hij op het vlakke in het Mottenpark zelf moet inbinden, neem ik weer wat voorsprong. Intussen vraag ik me af waar Wim Meyers gebleven is. Die stond daarstraks met zijn viervoeter Guus niet ver van de Moerenpoort. Maar voor het overige geen gebrek aan fans langs de Kastanjewal. Onder meer ex-collega L.L. met familie. Zo zie je nog eens oude bekenden terug. We ronden de vijver om dan via een aantal bochten de terugweg naar de piste in te slaan. De laatste 2 kilometer van de ronde naar de "benedenstad"  leveren uiteraard de snelste tussentijden op.

Op weg naar de tweede ronde. De zesde en vooral de zevende kilometer kosten me weer een handvol seconden boven de 5 minuten-grens. Op de stroken met de moeilijke ondergrond volg ik het voorbeeld van de andere lopers die de middenstrook, de rijweg dus, vermijden en de stoepen verkiezen. Ik pijnig mijn spieren nog eens op de laatste klim, op het asfalt van de Eeuwfeestwal. Terwijl ik me afvraag waarom hier eigenlijk de brede ringweg voor ons is vrijgemaakt. Ik merk dat er ook geen verkeer is in de andere richting. Daar is een kartparkje voor de jongeren aangelegd. Ik verneem pas achteraf dat de Tungri Run dit jaar gecombineerd wordt met de autoloze Zondag in Tongeren (of omgekeerd). Voor de tweede keer door de geluidsmuur op de markt. Dat geluid wordt geproduceerd door jonge fans in de schaduw van Ambiorix. Vooral de naam "Sophie" wordt met veel decibels geroepen. Heb ik die daarstraks in de eerste ronde ook niet gehoord? We kronkelen voorbij  het Gallo-Romeins Museum en duiken de Kielenstraat in. Ik haal nog eens een loper voor me in en maak me klaar voor de tweede passage in de chicane aan de Moerenpoort.  Die dertig meter moeten een van mijn favoriete stukjes parcours zijn in het hele jogginguniversum.  Links en rechts weerklinken er "allez Willy". Hoe ouder, hoe ijdeler... 

FOTO  


(Foto: Aangemoedigd door Willy Hertogen en bijgehaald door Sophie Daoust in de tweede ronde.)

De afdaling naar de Moerenpoort had ik me in mijn gedachten vooraf sneller voorgesteld. "Confer" de eerste ronde. Dan nu maar op het vlakke het onderste uit de kan proberen te halen. Sophie, de fel toegejuichte jonge dame van de markt, heeft mij intussen ingehaald. Ik probeer aan te haken. Maar aan het einde van de rechte weg van de Kastanjewal, langs de Jeker, heeft ze een aantal meter voorsprong genomen. Modest en Lizzy blijven de gebeurtenissen volgen en zien me met een sierlijke zwier de bocht naar de vijver nemen. "Sierlijk" vind ik het zelf. Of het ook zo overkomt bij de neutrale toeschouwer, is maar de vraag. Hoe dan ook, op karakter haal ik nog een loper in die mij een zeven kilometer geleden was voorbijgegaan. Door de poort naar de piste. Nog zo'n hotspot voor de fans. Oh ja, ook nog een voor mij, mevrouw VDW. Op de piste schakel ik nog een tandje groter. En geraak ik zelfs opnieuw in het spoor van Sophie -Daoust is de achternaam. In de laatste bocht moet ik nog drie plaatsen toegeven. Schrijf het maar op het conto van de jeugdige kracht en snelheid van mijn concurrenten.  Ondanks een voor mij uitstekend gemiddelde van 5' per km haal ik niet het eerste deel van het deelnemersveld. Het niveau ligt hier een stuk hoger dan in Zepperen, blijkt. Mag ook wel als je bij twee loopcriteria wil horen. Wie legt mij uit wat daar de bedoeling of de verklaring voor is? Hoe dan ook, tevreden over mijn prestatie. En een aangename middag beleefd in de Tongerse ambiance. De enige die zeurt is mijn rechtervoet. Die heeft het niet zo begrepen op de klinkers en kasseien van de binnenstad... 

(Foto's: Marie-Paule)</em>



vri 06/05/2022 19.45u * Mielen-boven-Aalst (Challenge hesbignon) * 10,8 km * 00:56:16 * 11,5 * 72/106 * 4/5  * ♥♥♥♥


De loop in de fusiegemeente Gingelom, in het zuidwesten van onze provincie, blijft de enige Vlaamse manche van de Waalse Challenge hesbignon. Het intermezzo met Brustem heeft dan uiteindelijk maar één editie geduurd.  De startplaats kan wel eens verschillen. Vanavond zijn we terug in Mielen-boven-Aalst. Organisator Jos Biets heeft zowel de datum als de locatie in de laatste maanden nog moeten aanpassen. De naam van de wedstrijd is wel niet gewijzigd. In de officiële communicatie is er nog altijd sprake van de "Jogging van de drie dorpen". Hoewel die benaming volgens mij slaat op de loop met start in Buvingen waar er twee andere dorpen in de omgeving worden aangedaan. Veel maakt het niet uit. Zeg "de loop van Jos" of "la course de Jos" en elke hesbignonloper weet wat je bedoelt. Ik sta voor de derde keer aan de start in Mielen.  In 2015 was ik er nog op mijn sterkst. Een jaar later had de aftakeling zich al ingezet en moest ik al drie minuten toegeven op mijn besttijd. En moest ik concurrenten laten voorgaan die ik in de vorige jaren nog achter me liet. Ik heb mij intussen al lang geschikt in de onomkeerbare achteruitgang van mijn mogelijkheden. En die realiteitszin heeft mij vandaag zelfs geholpen om een degelijke prestatie neer te zetten.  

FOTO  

(Foto: Café De Bascule.)

Ik loop met Mark Geyskens, neofiet op dit parcours, een opwarmingsrondje over de graspaden in een laagstamplantage in de laatste kilometer. Bij het terugdraaien naar de startplaats komen we voorbij café De Bascule waar de duiven worden ingekorfd ...en waar Marie-Paule op het terras geniet van een glaasje Cava en een knabbeltje. Maja Van Zand, ook in ons gezelschap, heeft wel zin om bij te schuiven. Maar eerst zal ze nog de golvende 11 km achter de kiezen moeten werken. 

We beginnen eraan met een vrij beperkte groep van 106 loopliefhebbers, ongeveer gelijk verdeeld over Vlamingen en Walen. Waarbij de Franstalige landgenoten vooral in de top van het klassement sterk vertegenwoordigd zijn.  Voor de start heb ik heb nogal wat geweeklaag van collega's gehoord over blessures die hen met grote zekerheid zullen beletten een sterke tijd en dito uitslag te behalen. Na de aankomst klinkt het al heel anders...

Na de eerste vijfhonderd meter op gras en aarde en na het nemen van een kort maar steil klimmetje komen we op het beton van de rijwegen in het kleine dorp met de lange naam.  Ik pak het rustig aan. Toch maar even in het echt - dat wil zeggen in de wedstrijd - testen hoe de benen reageren na de inspanningen van vorige zondag. Twee wedstrijden op vijf dagen is eigenlijk niets voor mijn oude knoken.

FOTO  

(Foto: Start op het gras.)


Na 1200 meter verlaten we de bebouwde kom en kiezen we het ruime sop. Dat is het open veld waar alles kurkdroog ligt en er een aangenaam zonnetje schijnt. Romain Uitdebroeks is me daarnet voorbijgegaan, ik richt me voorlopig op Manuel De Haro (enzovoorts, lange naam want Spaans) maar die schuift langzaam van me weg. Noël Heptia heb ik niet gezien, waarschijnlijk van voren. Even later dribbelt Kris Govaerts me voorbij. Hij zou eigenlijk zijn verhaal moeten vertellen want dat zal spannender zijn dan mijn relaas. Voorbij Manuel, weer ingehaald en dan opnieuw voorbij. Vanaf km 3,6 verlies ik beide heren uit de oog. Maar ik heb informatie uit de eerste hand, van de betrokkene zelf. Kris zet zijn opmars verder en haalt Noël in op de klimmende grasstrook na 8,4 km. Onstuitbaar op weg naar zijn eerste podium. Dat doet deugd, na jaren vechten op de Luikse challengeparcoursen. Ik ben intussen bezig aan de eerste lange klim met een mild stijgingspercentage, op een fraai in het groen ingebed onverhard pad. Boven komen we weer op het beton en passeren we aan de eerste drankpost. Dat is overigens dezelfde als de tweede - we maken hier een lus - maar ik tast niet toe. Ik mag dan wel als laatste in mijn leeftijdsklasse  onderweg zijn, dat doet niets af aan het prettig loopgevoel dat vanavond mijn deel is. Ik kan makkelijk mijn tempo handhaven en ook op de lange helling Op den Wayen Berg tot 3% val ik niet stil. Meer nog, ik ben daarnet de zwaar hijgende Romain Uitdebroeks voorbijgegaan en kan mijn klassement dus met een plaatsje verbeteren (voor wat het waard is...) De zesde en de zevende kilometer zijn voornamelijk dalend. Ik ben daarnet twee jongemannen voorbijgegaan maar blijf op respectabele afstand van Christian Gerard en Marc Buttiens die ik nu al kilometers voor me zie. Zij zullen op het einde wel meer voorsprong nemen. Ik krijg aanmoedigingen van een man die ik vanwege sterk tegenlicht niet kan identificeren en dus niet nominatim kan bedanken. Voor het overige heerst hier alleen stilte, alleen onderbroken door een enkele radio van een parcourswachter. Hier en daar staat een seingever (of twee om de eenzaamheid tegen te gaan...) die wat op zijn smartphone tokkelt. Werk is er niet met dank aan het verbod op autoverkeer in het veld. (Waarom mag dat in Riemst eigenlijk wel?) De ruilverkavelingswegen zijn mooi afgezet met plastic hekken. Jos heeft dat goed geregeld, ongetwijfeld met steun van de gemeente.

FOTO  

(Foto: Noël Heptia (links) en Kris Govaerts op het podium. Rechts organisator Jos Biets.)

Een scherpe bocht aan km 8,3 kondigt het laatste deel van het parcours aan. Een lange klim op gras richting het dorp. Of beter richting een loods te midden van de boomgaarden. De klim bezorgt me echter minder last dan mijn rechtervoet. Het euvel heeft zich de laatste weken enkele keren gemanifesteerd. Elke bocht - en dat zijn er wel wat in de laatste anderhalve kilometer - bezorgt me pijn. En de hobbelige doortocht langs en tussen de laagstamboompjes maakt het er niet beter op. Ik verlies er nog enkele plaatsen aan snellere finishers . De enkele honderden meters op het beton en asfalt brengen weer wat soelaas. In de laatste rechte lijn op het voetbalveld van Gravelo B duikt de pijn weer op. Wel kan ik nog een loper remonteren, ook al is dat ten koste van een opspelende hamstring. En zo verstoren die kleine en grotere fysieke ongemakken toch nog deze mooie loop.

FOTO  

(Foto's: Google Maps, Marie-Paule, supportersclub AC Alken)


zon 19/06/2022 15u * Grand Jogging de Verviers * 12,8 km * 01:09:47 * 11 * 813/1871 * 23/107 (vet 3)  * ♥♥♥♥

Anderhalve maand hebben we erop moeten wachten: jullie op een verslag, ik op een wedstrijd. En dat allemaal door een nietig beestje dat de codenaam covid-19 heeft meegekregen. Marie-Paule was het eerste slachtoffer, ik het zwaarste. Hoofdpijn, hoestbuien, rillingen, vermoeidheid gedurende enkele dagen. Dan de quarantaine en wachten op een sein van het lichaam dat het er opnieuw klaar voor is. Twee gemiste wedstrijden en een toch al geplande maar verlengde rustpauze later, sta ik voor de tweede keer aan de start van de Grand Jogging de Verviers, het sport- en volksfeest van de "Cité de la Laine" (stad van de wol). De trainingen van de voorbije veertien dagen hebben mij gerustgesteld dat ik weer op mijn (bescheiden) niveau ben van voor de besmetting, dat ik de kilometers in de benen heb en dat ik weer een stevige inspanning aankan. Dat is ook wel nodig in een loop waarin een klim zit van 2,5 km met enkele bijzonder steile uitschieters. De ervaring van de eerste keer, in 2017, neem ik ook in mijn bagage mee. Hoe het ook zal uitpakken, één zekerheid is er wel: de temperatuur zal ons niet doodknijpen. We ontsnappen nipt aan de verzengende hitte die de Aterstaose Jogging van Tongeren gisteren in haar greep hield.

Voor ik mijn nummer kan afhalen aan een van de tentjes in het Stade de Bielmont, moeten we nog eerst de zoektocht naar een parkeerplaatsje tot een goed einde brengen. De twee verplaatsingen heen en weer  van de auto naar het stadion in het labyrint van straten en lanen doen dan maar dienst als opwarming. Ik heb ook meteen enkele klimmetjes in de benen. Marie-Paule is al aan de hamburger-friet als ik me naar de Skinfit-boog begeef waar Kim Gevaert op me wacht. Euh, op mij en op de 1870 andere deelnemers. De Olympische kampioene zal dadelijk de start geven. Ik sta toevallig in de buurt van Roger Dosseray die ik na drie jaar nog eens terugzie. Mijn oude rivaal heeft de competitie intussen vaarwel gezegd maar maakt nog een keer een uitzondering op aandringen van zijn zoon. De jonge Dosseray zal braaf bij zijn vader blijven. Ik zie in de eindeloze Chronoracelijsten dat ze ex-aequo over de streep zijn gekomen. De speaker (spraakwaterval Benoît Schoonbroodt?) verwittigt ons dat eerst de start wordt gegeven aan de PMR en dat wij pas enkele minuten later worden losgelaten. In afwachting prakkezeer ik over de betekenis van het letterwoord. En zal uiteindelijk het antwoord vinden kilometers verder op de befaamde klim. Daar zie ik dat vrijwilligers die elkaar geregeld aflossen (een pure noodzaak overigens) er enkele wagentjes met een minder valide  jongere voortduwen. Plots het eureka-moment: PMR staat voor Personnes à Mobilité Réduite. (Minder mobiele personen). Ik ben tevreden over mezelf en jullie leren weer wat Frans bij. 

FOTO  

(Foto: De moedige vrijwilligers die een mindervalide een uitstapje bezorgen. Waarom de begeleiders de Union Jack dragen is mij onbekend.)

Kim vuurt het schot af, we schuifelen tot aan de registratiematten en mogen dan meteen de benen strekken in een felle afdaling. Ze stuiven links en rechts van me voorbij. Ik hou me aan een tempo dat aangenaam is voor mijn benen om al niet meteen mijn reserves op te gebruiken voor het zware werk begint. Links van ons doemt tussen de huizen plots een enorme rotswand op. Er leidt een trap naar de hoogte boven de rotsen. Wie daar heeft postgevat, een vijftigtal supporters, heeft alleszins een panoramisch zicht op de aanstormende massa. De snelste kilometer is achter de rug. Dat heeft ook een grapjas langs de weg door. Ik hoor hem roepen; "Allez les gars, le plus dur est fait!" (Het zwaarste is voorbij). We zijn nu in de vallei, het historische en handelscentrum van de stad. Daar vlakt het parcours af maar het blijft ook in de volgende kilometers heel lichtjes bergaf gaan. Enkele kronkels door winkelstraten en dan over een brede laan, evenwijdig met de Vesder, op mooi asfalt waar de benen gelukkig van worden en de hartslag mooi in balans wordt gehouden. Ook die tweede kilometer blijf ik onder de 5 minuten. Ik heb daarnet, in het voorbijlopen, nog een bekende van de Challenge L'Avenir gegroet, Henry-Marc Junker. Ook al meer dan twee jaar niet meer gezien. Het doet altijd goed vast te stellen dat een veteraan 3 (of 4) zijn oude hobby opnieuw heeft opgenomen of is blijven beoefenen. We lopen stilaan de stad uit en doorkruisen in km 4 een oudere, industriële wijk. Verviers, voor wie het nog niet mocht weten, is een van de oudste kernen van de eerste industriële revolutie. Voor wie meer interesse heeft voor mijn  prestatie, met mij is nog alles OK. Ik heb tegen mijn gewoonte in mijn kilometertijden wel gevolgd en zie dat het goed is. Degelijke tussentijden en een lekker gevoel... Ik heb van de eerste bevoorrading gebruik gemaakt om het flesje Spa over mijn hoofd te kieperen en mijn sponsje te bevochtigen. Het mag dan heel wat frisser zijn dan gisteren, er hangt toch nog een hittesluier over de stad. Dorst heb ik niet, even de mond spoelen volstaat. Bij de volgende bevoorradingen is het water overigens al lauw geworden en nauwelijks nog drinkbaar...

FOTO  


We draaien richting Ensival in. Dat leert mij de kaart, zelf herken ik de eerste helling tussen de huizen. De weg wordt smaller ... en de stijgingpercentages hoger. Na de easy running van het eerste deel is dit de eerste hotspot van het parcours. Hagen luidruchtige en enthousiaste kijkers langs het asfaltweggetje, met hier en daar hobbelige stukken door de neergekwakte klodders herstelspecie. De eerste klimmende kilometer (km 5) kost me 6,5 minuut. Maar het kan nog erger. Voor km 6 heb ik 7 minuten nodig. Op een ontiegelijk steile strook van zo'n vijftig meter, ga ik op stappen over. En pas de techniek toe van twee grote sportmannen, Erik De Vlaeminck in het veldrijden en Servais Halders in het hardlopen. Voorovergebogen, met de handen drukkend op de bovenbenen. Het zal toch wel enkele seconden schelen. Dat ik tempo verlies merk ik als Brahim Gharbi weer naast me verschijnt. Ik heb hem daarnet op het vlakke achtergelaten. Kijk wie me daar voorbijdribbelt, collega veteraan 4, Luc Hilderson.  Ik geef nog een gilletje van herkenning maar de Wonckois, zo vertelt hij me na de finish, is zich van geen kwaad bewust. Ook al heb ik geen tijds-of klassementsambities, even bekruipt me de neiging om een poging te doen om hem te volgen. Maar ik zit nu al aan mijn limiet en wil me in geen geval opblazen. Misschien straks op het plateau... We lopen intussen in het groen op een grindpad. Het is er druk - wat wil je met zoveel deelnemers - en de posities durven wel eens wisselen. Hoewel ik van bij de start de indruk heb dat ik veel plaatsen verlies. Dat blijkt achteraf geweldig mee te vallen. Ik haal ruim de eerste helft van het deelnemersveld. Met dank uiteraard aan het groot aantal starters. Het niveau zakt meestal met een stijgend aantal vertrekkers. Ik vraag me overigens nog altijd verwonderd af hoe men zoveel lopers kan verleiden om zich aan zo'n zwaar parcours te wagen. En dat jaar na jaar. 


Na 6 km verlaten we het bos. Is dit het einde van Pied Vache? Dat is de naam van het laatste deel van de klim. waarvoor een aparte klassering wordt opgemaakt. Die bevestigt al wat ik kon vermoeden. Ik ben er relatief trager dan de lopers in mijn buurt. Meer dan 2 minuten trager dan Luc Hilderson. Geen wonder dat ik hem boven niet meer ontwaar. Hier haalt hij dus het leeuwendeel van zijn voorsprong van drie minuten aan de finish. Brahim Gharbi ben ik overigens weer voorbijgegaan. We komen uit op beton, langs de autoweg. Ook hier zijn de supporters present. Even een vlakker stuk maar dan weer omhoog. Het hoogste punt hebben we intussen bereikt. Maar dat voel je niet meteen want daar is alweer een bultje. We draaien rechtsaf. Net op dat punt word ik ingehaald door Sandra Delrez, in het gezelschap van haar mentor Patrick Damblon. Wat een grinta! Ik volg een tijdje in hun spoor. Toch zijn haar beentjes wat te kort om me voor te blijven. Ze eindigt kort achter me. En zo vind je zelfs in de massa je "buren" van de kleinere lopen terug. Overigens stel ik bij het checken van de uitslag tot mijn genoegdoening vast dat Cyrille Ryckebusch en Christian Denoisieux achter me eindigen. U zegt het niet veel, maar mij geeft het een kick, enfin een kickje. 

FOTO  

(Foto: Finish in het Stade de Bielmont, het eindpunt en een van de hoogtepunten van de traditierijke loop.)

Het parcours heeft het goede idee naar beneden te lopen. Over de autoweg. De kilometertijd van net over de 5' bevestigt alleen dat ik nog wat over heb. Maar daar doemt de klim naar Heusy alweer op. Gevolgd door een tweede bult, een kilometer verder. Ik blijf onder 6 minuten in km 9 en 10. De fans geven weer van jetje. De tweede hotspot van de dag. Na weer een stukje onverhard draaien we de Rue Moraifosse op, onder het spandoek door van de Royal Heusy Tennis Club. Hier gaan ze helemaal door het dak. We hebben een metertje ruimte tussen de drommen supporters. Wie de beklimmingen in de Tour de France wel eens volgt, zal weten wat ik bedoel. Maar dit keer valt deze eer ons, amateurs, te beurt.  Ik kan een mooi tempo vasthouden in de villawijk op de hoogte van Heusy. Er dient zich weer een nieuwe onverharde strook aan in een bos. Ik doe moedig verder maar mijn rechterhiel begint op te spelen. Dat had ik verwacht. Maar dat er verschillende passages door het bos in het parcours zitten, was ik vergeten. We zijn aan km 11, tenminste ik ben er. Ik ben in bange verwachting voor de laatste piek in het profiel, rond km 11,5. Hier heb ik bij mijn eerste deelname een fameuze optater gekregen. Zoiets blijft in je geheugen hangen. Vandaag gaat het alleszins beter. Maar misschien heb ik in de vorige kilometers meer op reserve gelopen. In die elfde kilometer dus, waarvan de helft licht tot sterk klimmend, registreert Garmin 5'13". Ik volg het deze keer, zoals lang geleden in dit verslag geschreven, wel op mijn sporthorloge. Als de gelegenheid zich voordoet klap ik op de uitgestoken handjes van de kinderen langs de weg. Sport verzacht (mijn) zeden... Voorbij het kruispuntje boven aan de Avenue de Ningloheid, nog een laatste keer knallen. De pijn in de rechterhiel  dwingt me wel tot voorzichtigheid. Het zachte tartan van de atletiekbaan is echter een zegen voor het geteisterde lichaamsdeel.  De laatste bocht. Ik glijd langs de toeschouwers aan de binnenzijde van de baan. Een luide "Allez Willy". Afkomstig van Nicolas Bynens, al zes minuten binnen na zijn vijftigste wedstrijd in 2022. Marie-Paule ziet mij vanaf de tribune de streep overschrijden en is in een mum van tijd beneden om mij te feliciteren. Ja ja... Ik zal uiteindelijk nipt onder de 1u10' blijven en dat mogen we, Marie-Paule en ik, en u hopelijk ook, een succes noemen.

Nog een pintje op het zonovergoten middenplein, het voetbalveld, en we begeven ons naar de auto op weg naar huis. Erg tevreden. Dubbel jammer dat Servais weer eens forfait heeft moeten geven, dit keer met een liesblessure...



zon 26/06/2022 10.30u * Hoeselt Run 10 miles (Victors Cup) * 16,5 km * 01:24:31 * 11,7 * 200/312 *  ♥♥♥♥

Ik moet me haasten om ooit de Hoeselt Run te lopen. Mijn vervaldatum nadert. En in mijn "jeugd" bestond de wedstrijd nog niet. Dit jaar is de loop met rood aangestipt in mijn agenda. En de omstandigheden zitten mee:  mijn covid-besmetting is verleden tijd, ik heb de geplande trainingen (inbegrepen twee verkenningen) kunnen afwerken en... het is op deze zondagvoormiddag fantastisch loopweer. 

Hoewel nog maar aan de zesde editie toe, is de Hoeselt Run in enkele jaren uitgegroeid tot de tweede stratenloop in Limburg. Het ziet er ook erg professioneel uit in de omgeving van het GC Ter Kommen, onder meer door de dranghekken, in de aankomstzone volledig gedrapeerd met reclamedoeken. De aanmeldingsprocedure loopt geolied, de communicatie vooraf is helder en volledig.  

De keuze voor Hoeselt ligt dus vast in de planning. Nu nog kiezen voor de 10 km of de 10 miles. Ik opteer, na overleg met mezelf, voor de langste afstand. Die wordt al niet vaak aangeboden in het bonte palet van wedstrijden en is voor mij een welkome afwisseling voor de traditionele 10 km- lopen of varianten  van 9,8km, 10,2km en andere.  Want het blijkt voor de organisatoren bijzonder moeilijk om op de precieze afstand uit te komen.  Dat is ook vandaag het geval voor de mythische 10 miles. 16,5km in plaats van 16,1. De Dorpsstraat is nochtans breed genoeg voor een startend peloton. Hoe dan ook, na de verkenningen, gaat mijn voorkeur toch uit naar het 10 km-parcours: compacter en "nerveuzer" zonder de lus naar Romershoven. Maar ik blijf bij mijn oorspronkelijk plan.

Ik neem zoals gebruikelijk ruim de tijd om in te lopen en ontdek op mijn omzwervingen een hagelnieuwe 4-baanspiste naast het cultureel centrum. De baan volgt het natuurlijke reliëf en heeft een lichte helling , ongewoon maar waarom niet? De kooi voor de discuswerpers en hamerslingeraars moet hier plaats maken voor een speeltuintje. Hoeselt houdt van zijn kinderen... Ik wil absoluut de eerste vervelend oplopende hectometers in de Dorpsstraat in de benen hebben en voeg er zelfs een "bis" aan toe. Ook al heb ik de indruk dat het niet veel helpt. Afwachten tot ik het dadelijk "in het echt" loop. 


FOTO  


(Foto Kristel Lambrechts)

We staan met meer dan 300 klaar. In de laatste halve minuut worden we voor alle zekerheid nog eens wakker geschud met opzwepende muziek. Voor mij een overbodig intermezzo, voor de jongeren - dat zijn alle anderen... - misschien een krachtig pepmiddel. Ik laveer van links naar rechts op zoek naar gaatjes in het peloton tussen trager startende collega's. Ik zet mijn opmars verder in de rechte Dorpsstraat en kom zonder te veel energieverlies en bijhorend gehijg boven aan de kapel. Het blijft lichtjes omhoog gaan in de Hooilingenstraat.  Er komen nu ook heel wat lopers uit de achtergrond opzetten. Die zijn voorzichtiger van start gegaan. Een van hen is Peter Fastré, een bekende uit een vorig leven.  Als mijn Garmin voor het eerste trilt stel ik tot mijn verbazing vast dat ik maar 5'07" heb nodig gehad voor de eerste kilometer. Te snel? Mijn ervaring van de laatste jaren heeft me wel geleerd dat ik beter probeer meteen in een goed ritme te komen. De tweede kilometer gaat nagenoeg in dezelfde tijd. Toch maar wat voorzichtigheid en recuperatie inbouwen.  Dat doe ik in kilometer 3. We zijn dan al voorbij het betonnen monument "Het hoofd" gelopen, de poort naar het veld. Die naam heb ik zelf uitgevonden. Ik vermoed dat negentig procent van de lopers die hier niet bekend zijn, de sculptuur niet hebben opgemerkt. Dus vermeld ik het maar even. Veel effect zal deze vermelding overigens niet opleveren, gezien de confidentiële verspreiding van dit blog. Net op het moment dat ik me zorgen begin te maken over mijn maat van de Mergellopers Daniel Nassen, duikt hij langs me op. We lopen voorbij het kapelletje van Christus op de koude steen (die ik helaas geen warme deken kan aanbieden, druk doende als ik ben om Daniel bij te houden) en na weer een klimmetje duiken we richting Sint-Huibrechts-Hern. Dan naar rechts, de onverharde Zevenbunder in. Het blijft hier licht naar beneden gaan. Dat helpt ons aan een kilometertijd rond de 5'. Dat is stukken sneller dan de 5'35" die ik voor ogen had, weliswaar met de klimmen meegerekend. Het is ook een hele opluchting dat we vandaag helder weer hebben en dat ik me geen zorgen hoef te maken over putten en stenen zoals bij mijn verkenning toen ik op de enige offroad-strook allerlei obstakels onder mijn voeten vermoedde. Terwijl we zij aan zij de Zevenbunder uitlopen onder het oog van supporter Norbert Collas, breng ik mijn maat op de hoogte van de aankomende klim op de Hardelingenstraat. We laten Jaan (inboorlingen weten wat ik bedoel) links liggen en beginnen 200 meter verder aan de helling die ons terug op het parcours van 1,7km geleden zal brengen. Op de steilste stukken van 7% zakt mijn snelheid tot onder de 10km/uur maar ik herpak me snel op de mildere stroken. Maar wat is het hier mooi zeg! Een kasteel, hagen, weiden, dit lijkt wel het aards paradijs. Als jullie het zouden geloven, zou ik zeggen dat ik niet sneller heb gelopen om nog meer te genieten.  We zijn haast boven. De supporters hebben zich verzameld in de buurt van Christus, nog steeds op zijn koude steen. Dit is het einde van de tuin van Eden. We lopen even terug op het parcours van daarstraks. Daniel heeft enkele meter voorsprong genomen en wacht op me. Hoeft hij niet te doen en zou hij beter niet doen: een wedstrijd is geen liefdadigheidsactie... We  lopen al een tijdje in het gezelschap van twee dames. Ik neem een slok bij de bevoorrading (al de tweede van de loop). De dame in het oranje van de Hoeseltse Runningclub verkiest haar eigen drankje. "Elektrolyten" verklapt ze als ik naar de inhoud van haar drinkbusje informeer. Enkele kilometers verder verrast ze met de mededeling dat ze pas tijdens de coronaperiode begonnen is met lopen en nu al een marathon voorbereidt (of misschien al heeft afgewerkt?) Vandaar die kleine pasjes? De golvende kilometer 7 en 8 leveren tijden onder de 5' op. Het gaat lekker vooruit. De tweede dame blijkt zoals Daniel afkomstig te zijn van Riemst (centrum). Ik ontmoet haar voor de eerste keer. Ze loopt nochtans al dertig jaar. Dan heeft ze zich in al die jaren mooi verscholen gehouden. Ik mag niet te veel treuzelen of de dames laten me achter. Ik antwoord echter gemakkelijk op hun tempoversnellingen - als ze die al bewust plaatsen. We lopen hier intussen op echt fraaie paden. Het gerst heeft wel wat van zijn gouden glans verloren tegenover de vorige weken. Maar laten we vooral niet klagen nu het kwik op de ideale looptemperatuur blijft hangen. Kilometer 8 luidt het begin in van een 700 meter lange helling naar de rotonde. We blijven met zijn vieren een mooi tempo aanhouden. Boven mis ik de fanfare (of harmonie) van de editie van 2019 (toen ik als filmer langs de weg stond). Geen nood, het applaus van de fans in de draai voor de rotonde doet ook deugd. 

FOTO  

(Foto: An Croughs en David Wiertz)

We beginnen aan de 10 miles-lus. Het deel van het parcours tot nu toe en het deel straks als we terug aan de rotonde zijn is identiek aan de 10 km. Ik heb enkele meters verloren op mijn kompanen maar kom zonder probleem terug in hun spoor. Meer nog, ik drijf spontaan het ritme op in de dalende hectometers bij het verlaten van de bebouwing en op de lange rechte weg die ons straks na enkele bochten in de nederzetting "Romershoven" brengt. Als ik de laatste jaren een goede dag heb gehad moet het deze zijn. Ik schuif langzaam weg van mijn drie gezellen.  Uit een muziekbox schalt een smartlap die nu echt niet de juiste vibes oproept voor een hardloper. Niet ver voor me loopt een dame in het rood.  Of het ik wil of niet, ik nader langzaam en voor de bocht van de Paneelstraat naar de Hanterstraat ga ik haar voorbij. Ben ik mezelf niet aan het voorbijhollen? Na de bocht aan km 11,5 volgt een vervelend stuk vals plat. Dat weten de parcoursbouwers blijkbaar ook want ze hebben de weg versierd met kleurrijke "Hoeselt Run"-sjablonen. Om ons op te peppen. Het begint stilaan meer pijn te doen maar ik lever slechts enkele seconden in. Na mijn verkenning van veertien dagen geleden ben ik erop voorbereid maar ik blijf me ergeren over de erbarmelijks staat van de betonweg. Gelukkig zijn we na 500 meter verlost van de grove bovenlaag van de Romershovenstraat. Die van Romershoven moeten mij de kritiek niet kwalijk nemen, in Heukelom is het op sommige plaatsen niet beter... Ik heb intussen de indruk dat ik een stuk ben uitgelopen op mijn maatjes van daarstraks. En wat voert Daniel Nassen in het schild? We draaien de Overbosstraat in. De eerste 600 meter lopen door groene weiden. Helaas ook weer op hard beton, weliswaar op twee stroken maar dat maakt het niet minder pijnlijk voor mijn rechterhiel. Die laat zich na 12 km nadrukkelijker voelen. Voorlopig is het niet meer dan een zeurende pijn die nog wel te verdragen is. De dame in het rood, Phebe Jans, die ik wat overmoedig was voorbijgegaan op de eindeloze Hombroekstraat op weg naar Romershoven, heeft me weer ingehaald en laat me met een droge versnelling achter. En er is nog meer beweging achter mijn rug. Een turkooisgroen duo nadert. An Croughs en David Wiertz van de Tongerse Marathon Club (ook in het echt een koppel) heeft ruim de tijd genomen om me in te halen. Ik blijf nog lang op enkele tientallen meters hangen. Voor mij ook een geruststelling dat ik niet aan het instuiken ben. Ik moet nochtans mijn karakter aanspreken op het oplopend asfaltgedeelte van de Overbosstraat. Kilometer 14 wordt meteen de traagste. Ik groet het koppel dat voor hun huis, een eind van de weg af, de ontwikkelingen gadeslaat.  Als dank voor de uitbundige groet van de man tijdens mijn eenzame verkenning. Applaus op alle banken. Het begint nu lichtjes te regenen (geen probleem) maar het blijft klimmen (kan wel een probleem worden). Als ik de bocht neem naar de Hombroekstraat richting de rotonde probeer ik mijn voorsprong op mijn gezellen van daarstraks in te schatten. Dat is een flinke kloof hoewel ik me sowieso aan mijn eigen tempo ga houden. Het applaus van een voltallige familie voor een huis rechts geeft me weer wat mentale brandstof. De toeschouwers aan de linkerkant van de weg zien me zwijgend passeren. Dat valt lichtjes tegen. Gelukkig kan ik het tijdverlies op die vijftiende kilometer binnen de perken houden. Aan de rotonde op een heuveltje. Hier wacht een bonte verzameling supporters, verkeersregelaars en een politieagente op de fiets. Hoeselt Run heeft de verkeersafwikkeling prima geregeld. Een kleine afdaling en dan begint het alweer te stijgen naar de linkerbocht waar de enige echte kuitenbijter van het parcours wacht. 300 meter op de Zandkuilstraat met een piek tot 7%. Merkwaardig genoeg staan hier geen supporters. Ik hijs me naar boven en probeer op het vlakkere gedeelte het tempo weer op te krikken. Mijn hiel houdt vrij goed stand. Dadelijk kan ik genieten in de afdaling. Victors Cup hoffotograaf Marc Roosen schiet nog een laatste plaatje. Ik heb hem op verschillende plaatsen op het parcours zien opduiken. Ik mag wel vervaarlijk scheef hangen op die laatste opname maar ik heb nog wat over voor de duik naar Ter Kommen. De foto wordt overigens niet gepubliceerd wegens niet-esthetisch.  Nog enkele hectometers door mijn favoriete strook tussen de boomgaarden en de hagen en een felle bocht naar links. Voorbij het warenhuis dat met een groot bord dit verhaal samenvat "Okay". Op de Dorpsstraat schakel ik nog eens naar de grote plaat. Dat heeft Daniel Nassen blijkbaar al vroeger gedaan. Hij stuift me voorbij, de ogen diep in de kas, terwijl zijn schoenen hard klappen op de rode klinkers . Wat heeft die voor een versnelling uit zijn sloffen getoverd... We eindigen vlak na elkaar. Niki Schepers van Tongeren, ex Riemst, eindigt enkele plaatsen en seconden achter me. Ze haalt er de derde podiumplaats mee in haar leeftijdsklasse. Kristel Lambrechts, de marathonwoman, is ook niet ver uit de buurt. Ik heb nog geen idee van mijn eindtijd. Niet gekeken op mijn Garmin. Het digitale scorebord aan de streep geeft uitsluitsel: 01:24:31. Onverhoopt! 

FOTO  

(Foto: Daniel Nassen, gevolgd door Niki Schepers)

En daarna is er niets dan treurnis. Daniel Nassen is het wachten beu en al naar huis als ik van mijn verkleedpartij in mijn wagen aan het Karrrewiel terugkom. De BOLT-lopers zijn al terug naar Tongeren.   De regen heeft het Ter Kommenplein tot een troosteloze omgeving herschapen. Enkele moedige onbekenden schuilen onder de tentjes. De prijswinnaars die ik aanspreek lopen nog steeds in loopplunje rond en zullen zich ook snel uit de voeten maken. Geen Jean-Pierre Immerix om na te kaarten (wegens vanmiddag pas in actie), geen Wim Meyers (in laatste instantie in zijn serres in Vlijtingen gebleven; trouwens, drinkt die wel?) Mijn superfan is er voor één keer niet bij. Dan maar in mijn eentje naar de Hoeselèr, de drankgelegenheid in de voorlaatste bocht, waar ik daarnet een aanmoedigingskreet heb gehoord (of menen te horen). Daar wordt gelukkig mijn hersteldrank blonde Leffe geschonken. Een groep deelnemers uit Paal en omgeving heeft hier ook een onderkomen gezocht. Een halfuurtje later ben ik al op weg naar huis...Voor het vertrek toch nog een leuk gesprekje gehad met Julien Tilkin. Nu loop ik eens een Limburgse wedstrijd en dan stoot ik toch op een kennis van de Luikse challenges. Ik geef de oud-winnaar en jaren (verliezend) tegenstander van Jo Vrancken nog wat nuttige informatie door over de 10 km-loop waarvoor hij zich aan het klaarmaken was. Achtste in de totaaluitslag. Tussen haakjes, de tweede in de 10 miles vandaag Yohan Zaradzki was vorige zondag ook tweede in de Jogging van Verviers.  Zouden wij als enigen deze twee topevenementen hebben gecombineerd? 

(Foto's: Marc Roosen)


zat 02/07/2022 18u * Waret L’Evêque L’Estival Run * 10,4 km * 00:56:33 * 11 * 62/119 * 2/2 * ♥♥♥

Wat heeft me bezield om de verre verplaatsing naar Héron (ten noorden van de as Hoei-Andenne) te maken, vraag ik me af als ik aan het afzien ben onder de brandende zon in de open vlakte van de zuidelijke Hesbaye. Want minder dan een week na de succesvolle 10 miles van Hoeselt heb ik moeite om de benen rond te draaien en zijn parcours en temperatuur me lang niet zo gunstig gezind als in de vallei van de Demer. Hoe dan ook, ik wilde dit weekend nog een wedstrijdje meepikken om de volgende rustige weken op te vullen. En mijn vorige optreden in de plattelandsgemeente dateert ook al van 2015. Voor Petit-Waret zelfs van 2011. Nog even een historische noot over de dorpsnaam: "Waret van de bisschop". Het dorp behoorde dus toe aan de prinsbisschop van Luik die ook eeuwenlang de plak heeft gezwaaid in onze contreien.  De prinsbisschop is intussen al lang vergeten. De naam van Bert Ernest van Herderen klinkt wel nog vertrouwd. Want wat zien we op het wegdek in de laatste rechte lijn? "Come on Bert".  Een grapje van zijn kennis, de organisator van de nieuwe loop in de Challenge hesbignon.


FOTO

(Foto: Voor de start met Jo Vrancken (midden) en Steven Machiels)

Ik verken gewoontegetrouw de eerste en de laatste kilometer(s) en hoop dan maar dat de kilometers daar tussenin geen kwade verrassingen opleveren. Half weg, half onverhard, zacht golvend: zo luidt de samenvatting van het parcours op de website. Een relatief klein peloton gaat van start onder een felle zon. Onder hen en in de voorste gelederen bij de start (en de finish) twee andere Limburgers, Jo Vrancken en Steven Machiels. Ik loop even in het spoor van Marcel Baeckelandt maar moet al snel vaststellen dat de goede oude tijden, toen ik hem nog kon kloppen, echt voorbij zijn. Ik ga rustig van start maar dat belet niet dat mijn benen nu al pijn doen. Ik blijf onder de 5 minuten, dank zij de afdaling na de start en ondanks een eerste klimmetje naar het kerkhof. Weer de snelste kilometertijd van de loop. In kilometer 2 en 3 blijf ik in de buurt van de 5 minuten. We hebben dan al lang de bebouwing verlaten en zijn na 1,5 km een veldweg ingeslagen. De fraaie paardententen waren me daarnet bij de verkenning al opgevallen. Nu zie ik ook de paarden. De nieuwsgierigsten komen een kijkje nemen aan de draad. Het is, zoals altijd, zoeken naar de beste strook op het graspad. Ik volg in het spoor van een jonge dame.  Na een dubbele bocht komen we uit op een grindpad. Net voor de tweede bocht naar links, dat is na 2,4 km, is al de eerste drankpost opgesteld. Maar dat zie ik pas als ik voorbij ben. Achteraf hoor ik dat verscheidene andere lopers die eerste post in de buitenbocht ook hebben gemist. Dat maakt mijn vooruitzicht op een sterke prestatie er niet beter op. De hitte is al voelbaar en de benen geraken maar niet in bedrijfsmodus. Aan km 3 voel ik al dat het beste voorbij is en dat ik het resterende driekwart van het parcours op karakter zal moeten afwerken. De enige tegenstander in mijn categorie Manuel De Haro Sanchez mag dan wel niet de mooiste loopstijl hebben - hij hangt nogal schuin - maar hij heeft aan de derde kilometer wel al een flinke voorsprong opgebouwd. Het hoogste trapje op het podium mag ik vergeten. In afwezigheid van Servais Halders en Kris Govaerts was dit nochtans een unieke kans. Na een scherpe bocht aan km 3 begint de veldweg op te lopen en dat blijft zo gedurende 2,4 km. En dat op een hobbelige leemgrond, bezaaid met dikke stenen. Dat staat niet in de summiere beschrijving van de website. De snelheid is er meteen uit. Ook bij de dame die daarnet het tempo aangaf. Ik blijf wroeten, verlies wel nauwelijks plaatsen en haal hier en daar zelfs een collega in.  Een jongedame die te snel van stapel is gelopen. Een veteraan 3, Jean-Luc Froidbise, die me na de finish aan zijn vrouw voorstelt als de veteraan 4 die hem het nakijken gaf. Na km 5,4 zijn we verlost van de stenen. Eindelijk weer asfalt ... en halfweg. De kans dat ik de wedstrijd zonder fatale inzinking kan uitlopen, groeit. Aan een grote hoeve zitten enkele toeschouwers in de volle zon. Aan de andere kant van de weg zie ik de tweede drankpost. Die mag ik niet opnieuw missen. Ik kieper het flesje uit over mijn hoofd en houd een slokje over om te drinken. Lopen met een droge mond ken ik van op training.  Dat zal ik nog wel overleven.  Ik blijf in looptempo bij de bevoorrading en kan zo twee lopers voor me inhalen en achterlaten. Onder meer de man in het gele shirt die ik daarnet de hele tijd heb zien vechten  op de eindeloze klim op de veldweg. De weg blijft intussen wel oplopen tot aan km 6,4. Het naderen van de watertoren  - en dus hoogste punt - die ik bij de verkenning had opgemerkt, geeft me weer wat moed.  Want nu zou het voornamelijk in dalende lijn  moeten gaan. 

Dat blijkt ook zo te zijn en  bovendien gedurende enkele kilometers op asfalt. Niet dat ik het tempo nog fel kan optrekken. Daarvoor hebben de vorige kilometers mijn energiereservoir te fel aangetast. En voorts mag ik alleen hopen dat de pijn in mijn rechterhiel die niet kan uitblijven na de beproeving op de stenen draaglijk blijft. Op een ogenblik dat ik alleen ben met mijn miserie - we lopen allemaal op ons eentje - en dat ik me afvraag met welke anekdote ik dit keer in mijn verslag kan uitpakken, word ik gered door een toeschouwer langs de weg. Een eenzame man voor een eenzaam huis. Ik zie hem een vingertje uitsteken naar de loper voor me. Ik kom voorbij. Weer dat vingertje... dat wijst naar het maïsveld voor zijn huis. "Il y a un Pokémon caché dans le champ de maïs" piept hij. (Er ligt een Pokemon verborgen in het maïsveld). Een grapjas, een rare kwiet? Ik ga niet in op zijn suggestie om de Pokemon te zoeken en slof verder. Mijn linkerhamstring - wat is er eigenlijk nog goed aan mijn rechterbeen ? - begint ook tegen te sputteren. Helaas niets ongewoons. 

FOTO

(Foto: De laatste meters, getekend door de inspanning en de hitte)

Op de Rue de la Fontaine na 8 km zijn we weer in het dorp. Enkele huizen en zelfs twee bewoners die zich buiten hebben gewaagd om ons aan te moedigen. Voor het overige is hier nauwelijks een levende ziel te zien, klaagt ook Marie-Paule na een eenzame wandeling in het dorp. Ik zie dat er van rechts lopers uit een andere richting komen. Dat moeten de laatste deelnemers aan de korte loop zijn. We worden linksop gestuurd, weer het veld in. Die lus van 1,4 km heb ik verkend en het is dan ook een geruststelling te weten dat de veldweg redelijk beloopbaar is. Dat belet niet dat die achtste kilometer veruit mijn slechtste tussentijd oplevert. Ik ben zelf verrast door de Garmingegevens. Ik heb me daarnet nog even verfrist onder de geïmproviseerde douche die een inwoner heeft geïnstalleerd. Maar de vermoeidheid is blijkbaar zo groot dat deze voorlaatste glooiing van in het totaal zo'n 800 meter er te veel aan is. Boven ga ik korte loop-deelnemer Bert Ernest voorbij, compleet gesloopt als hij is door de warmte. Mijn hiel zet mij aan tot voorzichtigheid in de onverharde afdaling naar het dorp. De weg over - de enige plaats waar wat supporters samentroepen - en dan door een smal steegje waar ik de plaatselijke haan voor de tweede keer groet. De laatste rechte lijn die hier overigens twee bochten maakt loopt ook weer omhoog. Ik zie geen onmiddellijke belagers achter me. Na de klim op de stenen is er mij trouwens geen enkele loper meer voorbijgegaan. Ik haal hier overigens nog mijn gemiddelde van over de hele wedstrijd. De boog. Opgelucht dat het achter de rug is, erg veel plezier heb ik er vanmiddag niet aan beleefd. Ik kan leven met een gemiddelde van 11 km/uur en een plaatsje net buiten de eerste helft van het pak. Dat is beter dan verwacht, waarschijnlijk omdat ik de warmte wat beter verdraag dan mijn collega's en jarenlange trainingen op moeilijke parcoursen me hebben gehard. Manuel De Haro is 2 minuten voor me binnengelopen. Het verschil blijft nog binnen mijn eigen normen, ook al kan ik niet anders dan concluderen dat ik weer een plaats verloren heb in de hiërarchie van de oudsten. 


FOTO

(Foto: Op het podium met Manuel de Haro Sanchez)

Na een laatste gulzige beet in een sappige schijf watermeloen zoek ik de douches op. Ik bemachtig met enig geluk een plaatsje op een kleine bank onder een tentje en met nog meer geluk een dun maar kokend warm waterstraaltje. Naast me zit Bert Ernest te puffen. Hij is door zijn haast wekelijkse uitstappen naar het Luikse bevriend geraakt met de organisator. Daar zullen we straks nog ons voordeel mee doen. Aan de Limburgse tafel met Jo Vrancken en zijn maat Steven Machiels, respectievelijk zevende en negende in de totaaluitslag, Bert en zijn zoon en natuurlijk mijn superfan Marie-Paule die er onverhoopt toch bij is. We praten bij over vroeger en nu, drinken een fris pintje en eten een pain-saucisse. Bert steelt de show met zijn verhaal over zijn kennismaking met mijn dorpsgenoot Wesley Serrano, al maanden uitgeschakeld met allerlei blessures. Tussendoor worden Jo en ik naar het podium geroepen.  Voor de ene is de concurrentie al groter dan voor de andere. Steven heeft de pech dat hij te jong is... Manuel De Haro is dit keer wel nog aanwezig voor de podiumceremonie. In zijn eigen gemeente mag hij de organisatoren niet in de steek laten. We sluiten de avond af met rijstevlaai, aangeboden door organisator Laurent Aidans.

(Foto's: Marie-Paule)


vri 15/07/2022 19.15u * Corrida Warnant-Dreye (CLAP) * 9,2 km * 00:48:01 * 11,5 * 38/56 * 2/2  * ♥♥♥

<p>Ik trek met een bezwaard gemoed naar Warnant, ten noorden van Hoei. Ik was hier enkele maanden geleden ook al, toen in een wedstrijd van de Challenge hesbignon. En vooral, toen in het gezelschap van Servais Halders.  De mogelijke hitte had me vooraf ook al doen twijfelen over starten of niet. Maar voor de middag is de temperatuur best aangenaam en besluit ik toch de verplaatsing naar de zuidelijke Hesbaye te ondernemen. De zon komt tijdens het inlopen dan wel door de wolken priemen maar zal op het late vertrekuur zijn felste kracht verloren hebben. 

Het is niet echt de grote toeloop aan het "chapiteau", de tent in de buurt van de rotonde waar het dorpsfeest plaats vindt. Toch zie ik heel wat bekenden in het peloton van 123 eenheden (voor de twee wedstrijden). Twee Limburgers slechts, twee Riemstenaren, Bert Ernest en uw dienaar. De lus zou (met nadruk op de voorwaardelijke wijs) 2,5 km lang zijn. Vier rondjes dus. We halen uiteindelijk net de 9 km. Niet dat ik er nog een rondje had willen bijdoen... zoals dadelijk uit mijn verslag zal blijken. Na de verkenning houdt het parcours geen geheimen meer in. Ik heb met verwondering en bewondering gekeken naar de grote (vierkants)hoeven in het dorpje. Tijdens de wedstrijd zelf zal ik al mijn energie nodig hebben om mijn tempo vast te houden en zal ik het decor noodgedwongen uit het oog verliezen. 


FOTO

(Foto: De U-bocht achter de bomengroep in het midden)

Dat ik vanavond niet de beste benen heb is me tijdens het inlopen al duidelijk geworden. Ik mag alleen hopen op verbetering in de loop van de wedstrijd. Maar dat zal niet gebeuren... Ik vertrek dan ook niet te fanatiek maar loop toch met voorsprong mijn snelste tijd in de eerste lus. Mijn derde ronde zal de traagste zijn, het klassieke patroon dus. Ik ben in de eerste meters voorbij Raymond en Julien Jungbluth gegaan. Julien is het neefje van mijn categoriegenoot Raymond. We mogen het vandaag onder ons tweeën uitvechten bij de veteranen 4. Toch wel gek als je bedenkt dat de ene er een verplaatsing vanuit Riemst en de andere vanuit Welkenraedt voor over heeft. Na de U-bocht voor het Château d'Oultremont zie ik de snellere lopers (en dat zijn de meesten) passeren en kan ik me een idee vormen van de ravages na nauwelijks 1,4 km. Ik begin maar meteen aan de tweede ronde (schiet dit verslag ook wat op) . Ik ga voor de tweede keer voorbij de juffrouw met de camelbag en het klotsende water.  En stel vast dat de eerste klim op het mooie asfalt van de Rue Joseph Wauters me het beste ligt. De afdaling op het hobbelige asfalt is al wat minder comfortabel. Dan is het uitkijken naar de scherpe en plotse bocht naar links. We komen dan op een van de smalle gebetonneerde paadjes tussen de weiden, het meest markante kenmerk van deze corrida. Ik maak me smal als snellere lopers voorbij willen, bijvoorbeeld de toppers die mij al in de derde ronde inhalen.  Na de leuke doortocht tussen enkele huizen aan de Rue Wérihet doemt de tweede klim van de ronde op, die naar het kasteel. Het grove beton en de hellingsgraad geven mijn tempo een flinke knak. Ook de volgende vergelijkbare helling op de Rue Feron kan me niet bekoren. Wat zeg ik, dwingt me tot de zwaarste inspanning van het rondje. Bij de tweede doortocht aan het kasteel heb ik gemerkt dat Raymond Jungbluth aan zijn achterstand aan het knabbelen is. Hoe zal dat aflopen? Ik zal het te weten komen in de laatste ronde.  

FOTO

(Foto: In de laatste ronde met de hete adem van Raymond Jungbluth in de nek)

Halfweg. Even voorbij de kerk gaat senior Julien Jungbluth me voorbij.  Onder impuls van zijn oom heeft hij in de coronatijd het joggen ontdekt. Hij heeft nog heel wat marge dus. Die heb ik niet meer en al zeker niet vandaag. Het blijft werken. Voor ons volgt een loslopende hond ook het parcours. Maar aan de scherpe bocht naar het pad zonder naam verkiest hij de weg rechtdoor.  In die derde ronde zie ik aan de boom voor het kasteel ( de U-bocht) de broers Renard voorbijstuiven. De "kleine" Clément die een indrukwekkende groeischeut heeft gekregen, in het spoor en aangemoedigd door zijn (veel) oudere broer. Ze bezetten plaats 4 en 5. Door het vele draaien en keren, vooral bij de richtingveranderingen op de smalle betonpaden en op de rotonde, is mijn rechterhiel weer beginnen op te spelen. De scheve betonplaten en het ongelijke wegdek van de afdaling aan het kasteel en de laatste hectometers op het pad voor de finish maken het er niet beter op. Laatste ronde. Ik hoor zwaar voetengekletter op de afdaling van de Rue du Siège in de dorpskern. Ik wil al plaats maken tot ik plots hoor: "ça va Willy". Daar is Raymond Jungbluth. We klauteren samen naar de top aan het kasteel waar een van de medewerkers het roodwitte lint al aan verwijderen is. Niet te snel, mijnheer. Er volgen toch nog altijd een kleine twintig lopers achter ons. Raymond blijft achter me op de smalle paadjes. Ik probeer het tempo op te drijven of minstens strak te houden. Het levert me de tweede snelste rondetijd op.  Dat wel, maar voor de eerste plaats heb ik geen antwoord op de versnelling van Raymond in de laatste meters. We kunnen nog net een overstekend meisje met een stapel lege drankbekertjes vermijden en finishen in elkaars spoor. Het verschil: 3 seconden. Bij de veteranen 3 is het scenario identiek: Nicolas Bynens loopt de hele wedstrijd op kop maar verliest de prijs (als die er al is) in de de laatste rechte lijn. 

Er zijn geen douches (minpunt voor de Challenge Cours la Province). Ik houd het bij een snelle verfrissingsdrank onder de tent. We zijn snel weer thuis. Nu gaat de riem er een weekje af

(Foto 1: Google Streetview. Foto 2: Marie-Paule.)


zat 30/07/2022 19.30u * Corrida Des Borlatis (CLAP) * 8,7 km * 00:44:58 * 11,6 * 38/76 * 1/2  * ♥♥♥♥

<p>Ik neem dit weekend voor het eerst op uitnodiging deel aan een wedstrijd. Plaats van het sportieve (en feestelijke) gebeuren is Borlez, deelgemeente van Faimes. Ik ben er samen met enkele (ex-) collega's uitgenodigd bij Griet en Koenraad die resideren in het landelijke hinterland van Waremme. De vrolijke lieden van Borlez - de Djoyeus Borlatis - organiseren, niet voor het eerst, een loopwedstrijd in het kader van het dorspfeest. Voor Filip Staes, een van de invités, wordt het meteen de eerste loop in een Luikse challenge. Hij zal straks nog een primeur meemaken. Overigens is zijn voorbereiding van de wedstrijd compleet anders dan die van mij. Waar ik mijn laatste eetmaal al vijf uur achter de kiezen heb, verorbert hij nog een (weliswaar kleine ) wokschotel anderhalf uur voor de start.  Ik ben al drie kwartier aan het inlopen als hij een kwartiertje voor de start even de benen strekt. En vooral, hij zit ontspannen en goedgeluimd aan de gastentafel, terwijl ik al enkele keren een verborgen plekje in de enorme tuin van de gastheer heb opgezocht voor een kleine boodschap en in afwachting van de parcoursverkenning ijsbeer op het lommerrijke terras aan de Rue Cortil Jonet 19. 

FOTO

(Foto: "Ambiance champëtre" in Borlez)

Kortom, ik ben niet de gezelligste van het gezelschap maar kan het anders met de angst voor slechte benen tijdens de nakende sportieve opdracht? Het weekje  vakantie zonder training (ondanks of precies door dagelijkse wandelingen) hebben een verwoestend effect gehad op mijn onderstel. En het is bang afwachten of de trainingen, voornamelijk gericht op souplesse, enig soelaas hebben gebracht. Voor de start heb ik wel al twee officieuze prijzen binnengehaald: die van oudste deelnemer en die van deelnemer met de meeste fans - deze laatste prijs gedeeld met Filip Staes. 

Een klein peloton wordt aan de kerk op gang gebracht met de ambachtelijke formule "Trois, Deux, Un". De "Go" daarna is voor de grootste groep en zeker de korte wedstrijdlopers de prikkel om meteen het gas open te draaien. Na 200 meter op de Rue Georges Berotte loop ik al afgescheiden tussen de snelle starters en de voorzichtige beginners. Die laatste groep is groter dan ik dacht maar dat kan ik pas achteraf uit de uitslag afleiden. Mijn solo-doortocht heeft wel het voordeel dat mijn fans (en die van Filip) me meteen opmerken en met luide aanmoedigingskreten naar voren stuwen. Na 400 meter draaien we rechtsaf, de Sentier du Corainon in, een aarden pad. De stampede van het hollende peloton jaagt een stofwolk op. Ik zoek mijn weg achter de donkere schimmen voor me.  1100 meter verder mogen we de "chemin pierreux" verlaten en krijgen we gelukkig (ik spreek nu voor mezelf) asfalt onder de voeten.

FOTO

(Foto: Filip Staes (654) met de glimlach in de eerste hectometers. Hij zal een van de weinigen zijn die in de tweede ronde een negatieve split laat optekenen.) 

Bovendien gaat het even bergaf naar het Château van Les Waleffes. Hopelijk helpt dat om mijn stijve bovenbenen los te gooien. We maken nu een lus rond het kasteel, eerst op oplopend asfalt, dan op een lang stuk onverhard. Precies op de overgang en op de top van de helling word ik ingehaald door Michel Ruymen.  Een kilometer lang laveer ik tussen de hobbels en bobbels en verlies ik nog twee plaatsen aan Olivier Mahy en Roger Van Langeveld.  Zelf heb ik de Waco- juffrouw achter me gelaten. De drankpost is wat ongelukkig opgesteld aan de buitenkant van een rechtse bocht.  We duiken een holle weg in waar het op dit uur (kwart voor acht) al redelijk donker is. Ik ben even meer bezig met recht blijven dan met tempo maken. Dat laatste kan weer wel op de ruilverkavelingsweg onder een open hemel aan km 2,7. Mijn Garmin tekent hier tweemaal een snelheidspiek op. Tot mijn eigen verbazing, moet ik eraan toevoegen. Het blijft nu 300 meter vlak voor we aan twee bultjes beginnen op de 900 meter lange weg terug naar downtown Borlez. Ik scroll even door naar km 4,2 waar een primeur wacht voor Filip. Het parcours loopt dwars door de koestal van de "ferme pédagogique" van Jacques Demarneffe. Met mijn pedigree van Luikse challengeloper is dit voor mij geen verrassing meer. Filip zal morgen wel wat te vertellen hebben aan de ontbijttafel. 

Intussen zijn we aan de tweede ronde begonnen. Filip 4 minuten voor mij. Hij is op weg naar plaats 14 met een eindtijd van 8 minuten onder die van uw verslaggever.  Nog meer te vertellen morgenvroeg. Hij zal met moeite zijn croissants opkrijgen... De loop van vanavond beperkt zich tot twee rondjes. dat is "le minimum syndical" voor een corrida. Maar ik vermoed dat de parcoursbouwers het kasteel van Les Waleffes in elk geval in de ronde wilden opnemen en daarom op een lus van circa 4,4 km uitkwamen. Maar goed dat ze er geen drie ronden van gemaakt hebben, bedenk ik als ik voor de tweede keer de Rue Georges Berotte opdraai. Het wegdek van die Rue heeft de vorm van een bolhoed en ligt me helemaal niet. Ik heb het overigens sowieso moeilijk om de benen rond te draaien. Het vooruitzicht van een tweede doortocht op de keitjes van de Sentier du Corainon helpt ook niet echt. Het applaus van mijn fans is intussen ook uitgestorven. Aan de "ferme" hadden ze zich zelfs in drie groepjes opgesplitst - voor, in, en achter de boerderij - om de indruk van één langgerekte aanmoedigingskreet te creëren. Maar misschien is deze interpretatie maar een hersenspinsel van mij en stonden Griet, Koenraad, Kris, Rudi, Hilda en Marie-Paule gewoon toevallig op die plaats. 


FOTO

(Foto: Doortocht na 1 ronde. Mijn snelheid is te hoog voor de smartphonecamera van Rudi. )

Hoe dan ook, ik ben intussen bezig aan het met stenen bezaaide pad tussen de door de droogte verdorde weiden op weg naar Les Waleffes. Zoveel mogelijk de scherpste keitjes ontwijkend om mijn rechterhiel te sparen. Ik drijf het tempo opnieuw op in de Rue Saint-Pierre en  probeer mijn cadans aan te houden op de Rue de Borlez langs het kasteel. Dit is vanavond zonder meer mijn favoriete "secteur". Dan weer een viertal minuten het verstand op nul op de veldweg achter en rond het kasteel. De donkere passage kost me nog meer tijd dan in de eerste ronde.  Op het beton zwengel ik het tempo weer aan. En geniet (met mate) op de Rue du Fond de la Maronne. Temeer omdat ik een egaal ritme kan aanhouden.  Michel, Olivier en Roger die me een dertigtal regels geleden zijn voorbijgegaan, lopen nog altijd binnen oogbereik. En mijn enige concurrent bij de veteranen 4, Raymond Jungbluth, is nog altijd op veilige afstand. Voor zover ik dat met een vluchtige blik achterom heb kunnen waarnemen. Nu wacht alleen nog de (zo goed als) kaarsrechte Rue de la Croix de Mer. Waar ik tegen opzag bij het bestuderen van het parcours op Openrunner. Maar die in de wedstrijd zelf behoorlijk meevalt. Vooral omdat ik de eerste knik op het asfalt heel goed en de tweede op beton (gewoon) goed verteer. Ik speel even met de gedachte om het hier in de laatste kilometer wat kalmer aan te doen omdat de posities toch lijken vast te liggen. Maar besluit dan toch maar om de spieren nog wat langer te geselen. Raymond is een taaie en zou wel eens ideeën kunnen krijgen.  Enfin, mijn categoriegenoot legt zich neer bij de situatie en stuurt me achteraf nog een complimentje : "Félicitations Willy pour ta belle course d'hier. Tu as su maintenir un très bon rythme apres un départ rapide... Bon dimanche !!!" De laatste keer voorbij de koeien. Onderweg zijn er behalve de signaleurs geen mensen te zien. Koeien des te meer. Hier aan beide kanten van de weg. Rechts is beter vertegenwoordigd dan links. Maar dit is dan ook niet het Waalse parlement.  De laatste bochten door de hoeve van Jacques. Door een donkere stal. De signaleuse wenst me nog courage voor de laatste dertig meter. De streep - twee strepen eigenlijk - en dan de schijfjes watermeloen en de partjes sinaasappel.  Quotering; nipt vier hartjes want een tikkeltje beter dan vorige week in de corrida van Warnant. 

FOTO

(Foto: De twee Djoyeus Borlatis Griet en Koenraad vangen de eerste commentaren op na de finish.

Na een gloeiend hete douche in de installaties van Etoile de Faimes schuif ik aan bij mijn fanclub onder de tent van de Djoyeus Bolatis. Daar hebben ze intussen het verschil geleerd tussen jetons en tickets voor de consumpties. De zes podiums passeren de revue. Geen prijzen voor de leeftijdscategorieën. Dan maar hopen op geluk bij de tombola. En zo gaan de twee veteranen 4, Raymond Jungbluth en uw dienaar, alsnog met een fles wijn naar huis. We sluiten de avond af aan de Cortil Jonet waar speed-pedelecs de weg kruisen van transmannen...

Foto's: Marie-Paule, Rudi)


zon 07/08/2022 13u * Tour van Spaen (Grote Spouwen) (Victors Cup) * 10,1 km * 00:52:33 * 11,5 * 79/122  * ♥♥♥

De Limburgse organisatoren blijven halsstarrig vasthouden aan de zondagnamiddag als startuur, ook in de zomermaanden. Maar in Spouwen bakken ze het helemaal bruin. Daar worden we om 1uur naar de startgrid geroepen. Dat betekent voor mijn eerste deelname aan de nog recente manche van de Victors Cup een aanpassing van de pre-wedstrijd-routine. Ik combineer dan maar ontbijt en lunch. 

FOTO

(Foto: >De toppers klaar voor de start.)


We staan dus op een ongewoon uur met een peloton van ruim honderd deelnemers klaar voor de Blondeswinning, een van de vele grote vierkantshoeven in het Bilzerse dorp, in dit geval gerenoveerd tot ontmoetingscentrum. Hoewel we vandaag nog net de aangekondigde hittegolf ontlopen, zal de zomerse hitte en de de brandende zon een bepalende factor worden in het wedstrijdverloop. Op de Sapstraat wordt de nog compacte meute moed ingeblazen door een enthousiaste saxofoonspeelster. Er is op de startstraat en trouwens ook op de rest van het Bilzerse deel van het parcours geen geparkeerde auto te bespeuren. Goed werk van de organisatie en de gemeente. De eerste drie kilometer lopen voornamelijk door het dorp. Kilometer 1 en 2 gaan bergaf en leveren mij meteen tijden onder de 5 minuten op. Die zullen straks van pas komen bij de eindafrekening. Want op de Willesteeg is de speeltijd al voorbij en volgt er tot km 5,7 een paternoster van hellingen, meestal op ruilverkavelingswegen. Wat gebeurt er intussen rondom mij? Mijn achterbuur Martin Kossig die zich de laatste maanden in het grootste geheim heeft voorbereid, maakt zich al snel uit de voeten. Christel Vankrunkelsven snelt me ook voorbij. Haar zus loopt een dertigtal meter voor me. De meeste andere bekenden lopen ver me. En sommige achter me. Misschien komen ze later in het verslag nog voor. Ik hoop van niet want dat zou betekenen dat ik nog verder achteruitboer. Hoe dan ook, na nauwelijks twee kilometer loop ik al afgezonderd. Het parcours is licht gewijzigd (ten opzichte van mijn testloop, bijna een maand geleden). Door mijn verkenningen en enkele wegvergissingen (een gevolg van mijn artisanale parcoursbeschrijving) heb ik een goed beeld gekregen van het wegenpatroon in Grote Spouwen. We gaan nu via de Hennestraat naar de hoofdstraat, de oplopende Grote Spouwenstraat. De parcourswijziging - meer in de dorpskern - heeft hier alleszins niet voor meer toeschouwers gezorgd. Wat wil je? De Spouwenaren zijn op dit uur bezig aan hun "hinnebats". Toch heeft een straatbewoner het goede idee de nu al puffende deelnemers te verfrissen met zijn tuinslang. Tenminste zij die dit op prijs stellen, ...ik hoor daarbij. We draaien voorbij de stier. De sculptuur verwijst naar de vete tussen die van Grote en Kleine Spouwen. Meer wil en kan ik er niet over kwijt. Ik ben trouwens gehaast om op te draaien naar de Herderenstraat waar ik even wat verloren tijd kan inhalen in de afdaling. Door de daarnet  vernoemde parcoursaanpassing missen we wel een mooi asfaltweggetje langs de boomgaarden. Nu lopen we via de Koolweg naar de Grammestraat waar zich een aantal fans heeft verzameld. 

FOTO

(Foto: Jean-Pierre Immerix, al getekend na 2,5 km.)

Ik had al een halve kilometer een vermoeden maar nu heb ik ook de zekerheid dat de jonge Ianthe Bauduin in mijn spoor loopt/liep. Ze gaat me voorbij op de klimmende Koolweg. Aanklampen kan ik niet. Trouwens ik ben nog altijd zoekende naar een goed ritme. Na een scherpe bocht naar rechts lopen we tussen de boomgaarden even terug richting het dorp. Het loopt opnieuw licht omhoog, ook op de eerste onverharde strook die we links inslaan. Ik ben intussen nog door twee andere dames ingehaald. Eerst door Sofie Neven (met grote hoofdtelefoon) en Niki Schepers met wie ik ook in Hoeselt een eind weegs heb afgelegd. Je hebt hier op de hoogste delen van het parcours een mooi uitzicht op de groene omgeving (en de heden ten dage niet meer weg te denken windturbines) maar daar heb ik alleen tijdens de verkenning van kunnen genieten. Vandaag moet ik me dwingen om de grondschilderingen te bekijken die ik vorige vrijdag nog heb bewonderd. In het heetst van de strijd is het zaak geconcentreerd te blijven en de inspanning te doseren. Door het Weerterbosje en in de schaduw weer naar boven, naar het open veld. Niki laat me hier definitief achter (aan de finish een dikke minuut voor me), Sofie zal ik nog wel eens inhalen maar heeft aan de Blondeswinning toch een half minuutje voorsprong. Ik neem gretig het bekertje aan bij de bevoorrading. En giet het over mijn hoofd. Overigens loop ik al enkele kilometers met een droge keel. 

We nemen een kleine chicane, net halverwege, waar een groep e-fietsers in toom wordt gehouden door een signaleur. De luide muziek op de kruising der wegen op het plateau galmt gelukkig niet lang na. Ik had het al even in de mot maar Leen Vankrunkelsven, een podiumcertitude bij de vrouwen 40+, verliest terrein. Haar zus is haar al een tijdje geleden voorbijgegaan, nu haal ik haar zelfs in. In de vorige Victors Cup-manches was ze altijd enkele minuten voor me. Ze trekt met haar benen. "Geblesseerd?" vraag ik haar bij het voorbijgaan. "De hamstring" is de verklaring. We lopen door een typische Haspengouwse zonk. Ianthe legt de laatste klimmende meters stapvoets af maar schakelt boven weer op een hogere versnelling over. Tot mijn verbazing zie ik Martin Kossig enkele meters voor me. Bij het oplopen van het onverharde "Boven het bos"- pad, 1,5 km geleden, had hij nog 150 meter voorsprong. In de afdaling naar Membruggen schuif ik voorbij en neem meteen voorsprong. Dat had hij bij onze gezamenlijke opwarming wel voorspeld, maar ik geloofde er geen snars van. Mijn collega-Mergelloper krijgt nog een flinke opdoffer in de resterende kilometers. De (dure?) SQM-installatie noteert een verschil van 4 minuten aan de finish.  Tijd om even de organisatoren te bedanken voor de grote ronde die ze voor ons hebben uitgetekend. Daar is in Limburg moed voor nodig. Meestal houdt men het bij rondes. We duiken Mummerke in. Dat is niet alleen een ander dorp maar ook een andere gemeente. De parcoursbouwers laten Kleine Spouwen dus links liggen en zoeken het in het zuiden. Gunnen ze het de "Géete" niet? Dat zijn de Geiten, die van kleine-Spouwen. De lus door het Demerbrongebied biedt wel het voordeel van een vlakke passage en voor mij een kilometertijd net onder de 5 minuten. Achthonderd meter op splinternieuw asfalt. Aan het eind slaat een zittende rij inboorlingen ons gade. Zonder aanmoediging, wel te verstaan. Een jenevertje misschien om de tongen en de handen los te maken? Maar de Waterbond waakt. Dan volgt een lange bocht in het groen tussen de beemden. Dat lijkt bucolisch, alleen houden mijn benen en voeten niet zo van het grof beton dat ons door het laagland voert. Vanaf km 7 zitten we weer in de heuvelzone. Leen VKV haalt me nog een laatste keer in maar moet in de helling van Hamperveld toch weer afhaken. Sofie Neven maakt de omgekeerde beweging. Na het aannemen van een drinkbus van een fietsende fan vindt ze de kracht om mij nu echt achter te laten. Ianthe is weer op wandelmodus moeten overschakelen. Net een keer te veel om mij voor te blijven. Als dat al haar bedoeling zou zijn. Ik overleef met moeite de helling maar kan het tijdverlies weer lichtjes compenseren in de afdaling. Dan middels een rechterbocht (en gelukkig droge modder) naar de Kanunnik Nulensstraat. Opnieuw triest beton. Na het passeren van een kapelletje en twee zwijgzame toeschouwers worden we rechtsaf gestuurd voor een mooi lusje en een lastige knobbel op asfalt. Helaas zijn mij benen al te zeer aangetast om van deze passage te genieten. Op de top laat de tuinslang van een toeschouwer het afweten op het ogenblik dat ik mijn kale schedel heb ontbloot voor een verfrissende waterstraal. Tweehonderd meter verder is er gelukkig nog een drankpost. Waar ik me verslik bij het tweede bekertje.  "Nog een kilometer" moedigt de jongeman met het naakte torso, Domien Vanhille, me aan. Hij zal de laatste zijn die me voorbijgaat. 

FOTO

(Foto: Op de steile Biestert.)

Vanaf hier zal ik de laatste loodjes - en dat zijn hier echt de zwaarste - in eenzaamheid moeten dragen. In het nieuwe parcours ligt nu een tweede onverharde strook. Mijn vermoeide benen ontwijken met moeite de hobbels en de voren op de veldweg. Fotograaf Mark Nelissen wacht ons met zijn telelens op in de schaduw van een dikke boom. Ik wroet me naar boven. Een eenzame oudere man langs de weg weet mijn inspanning naar waarde te schatten. In de aanloop naar de steile uitloper van de Biesterstraat volg ik het voorbeeld van de lopers een eindje voor me en zoek de rechterkant van de weg op. Een fout die ik bij de verkenning niet maakte. Nu ben ik verzeild in de nog steilere binnenbocht. Dan toch maar naar links voor de laatste honderd meter naar de top. Links Willy Hertogen, rechts Marie-Paule, aan fans geen gebrek. En vooral de rij applaudisserende supporters rechts die me net dat tikkeltje extra geven om de laatste meters te overbruggen. Nog 200 vlakke meters op de Sapstraat. Maar mijn kruit is verschoten. Een versnelling zit er niet meer in. 

Ik haal nog nipt het tweede derde van het deelnemersveld. Daar kan ik mee leven. Met krek hetzelfde gemiddelde als vorige week in Borlez. Toen heb ik me wat te gul beloond met vier hartjes. Ik zal nu maar naar beneden afronden. Een categorieklassement vermeld ik deze keer niet. Senioren en 40+: laten we er geen karikatuur van maken...

Er is nu volop bedrijvigheid in het "Tourdorp". De organisatoren hebben hier een groot evenement op poten gezet. Jammer dat één poot kaduuk is. Volgend jaar wel douches, hoop ik? Ik drink nog een fris pintje met Willy Hertogen en Marie-Paule. En we maken kennis met Gertjan Geelen, afkomstig van Sint-Pieters-Voeren en nu lopend onder de vlag van Riemst. Hij heeft net de 15de plaats behaald in de 10 km. Om uit te lopen vergezelt hij dadelijk zijn moeder Godelieve in haar 5km-loop. 

(Foto's: Marie-Paule)


zon 21/08/2022 10.30u * Froidthier Jogging des Chapelles * 7,1 km * 00:38:11 * 11,1 * 99/165 * 3/4 * ♥♥♥

<p>In de lange lijst Challenge L'Avenir-wedstrijden is er altijd wel een loopje te vinden om een lege plek op mijn agenda op te vullen. En kijk, ik heb er al eentje: de Jogging des Chapelles in Froidthier, deelgemeente van Thimister-Clermont. In de voormiddag, niet te lang en grotendeels op de weg. Meer nog, ik ontdek een pareltje, zo blijkt later.

We verrassen de organisatoren opnieuw met onze vroege komst, zoals enkele weken geleden in Warnant. De abonnés van de challenge zijn snel bediend maar aan onze inschrijvingstafel is het wachten. Het is niet zo'n goed idee om een persoonlijk borstnummer voor de deelnemertjes aan de kidsrun ter plekke te tekenen. Toch heb ik nog ruim de tijd om op verkenning uit te trekken. Noodgedwongen zullen dat deze keer de eerste kilometers zijn en niet de finale. Daaruit leer ik in elk geval dat het profiel op Openrunner een bedrieglijk vlak beeld schetst van het parcours. 

FOTO

(Foto: Start aan de Ecole Communale)

De zon schijnt volop als we achter de speelplaats van het gemeentelijk schooltje met zijn allen (en dat zijn er toch weer meer van 150) wachten op de countdown. We zijn vertrokken of tenminste dat proberen we : in de eerste honderdvijftig meter met een scherpe bocht achter de muur van een kleine sporthal komt het er vooral op aan de man of vrouw voor je niet op de hielen te trappen. Maar op de rijweg, de Chapelle des Anges (dat is de naam van de straat) is er ruimte genoeg om plaatsen te winnen ...of te verliezen. James Motten, die  samen met zijn Bolt-collega's bij me stond aan de start, schuift al snel op in de wriemelende groep. Tussen haakjes, ik mag dan wel voor het eerst aan deze loop deelnemen, de omgeving en de straat zijn me bekend. Van mijn voorbereidingen op de lange raid naar het stuwmeer van de Gileppe, net een jaar geleden. De weg loopt licht bergaf naar de kerk. Daar duiken we Chaumont in, nu steil bergaf. Na een kort knikje aan het huis waar verse eieren te koop worden aangeboden, gaat het nog altijd flink dalend onder de Ravel 38 door. Ik voel de laatste weken alleen maar stramheid in mijn benen en ben dus voorzichtig gestart. Ik wil me zeker niet opblazen voor er dadelijk de eerste bultjes aankomen. Niettemin zit ik ruim onder de 5' op de eerste kilometer, met dank aan het profiel. Ik had al een voorsmaakje gehad bij mijn verkenning maar we lopen hier in een bijzonder fraaie, groene omgeving.   We zijn nu in een klein dalletje en kunnen het beekje (La Bèfve?) doorwaden en enkele seconden winnen of het bruggetje links nemen. Ik kies nu voor het bruggetje dat ik daarstraks bij de verkenning op het donkere weggetje niet had opgemerkt. De husky die me met zijn baasje net is voorbijgegaan, laat de kans niet liggen en slokt gulzig het frisse water op. Daarnet had hij ook al een vliegende sanitaire stop gemaakt. Nu blijft hij gelukkig definitief achter me. Ik ben intussen aan km 1,3 waar een eerste helling van zo'n 500 meter op ons  wacht. Aline Pesser, een van de leading ladies van de Challenge, die het vandaag blijkbaar rustig aan doet, gaat me voorbij. Haar begeleider spreekt me nog wat moed in. Het is ook wel nodig op de korte stroken van 8%. We lopen nu even tussen de huizen op een weg met de merkwaardige naam L'Engin (het tuig). In het gehucht Roiseleux worden we linksaf gestuurd, scherp naar beneden op een graspad dat naarmate we verder dalen in een keitjespad uitloopt. Na 200 meter zijn we weer op het verharde. Op een vlakke strook probeer ik te herstellen van de eerste strapatsen  Voor ons ligt het klooster van Bèfve (dat is de naam van het gehucht). Na een bocht naar links zie ik ook het moderne rusthuis. Deze passage ken ik overigens ook al van de wedstrijd in La Minerie, maar dan vanuit een andere richting. 

Veel tijd om te genieten van de mooie doortocht in het dal krijg ik niet want we worden meteen datzelfde dal uitgejaagd op een stenen- en keienpad tussen twee rijen bomen en/of struiken. De zon tekent een vlekkenpatroon van licht en donker op de bruine ondergrond. We zijn hier bijna halfweg en bezig aan wat ongetwijfeld het zwaarste deel van het parcours is. Hoe lang? Ja, dat vraag ik me ook af terwijl ik van het ene geultje naar het andere laveer en vaste voet probeer te vinden op de keien van allerlei formaat. Die zijn hier kwistig uitgestrooid of liggen hier misschien al van het begin der tijden. Hoe lang dus? 700 meter, is het antwoord van Garmin. Van een tempo is hier nauwelijks sprake. Uit de rode zone blijven en nog wat overhouden voor de betere stroken straks, daar houd ik het bij. En maar hopen dat een begeleider op de fiets me niet van de sokken rijdt. Ik kan hem gelukkig voorbij als hij dan toch voet aan de grond moet zetten. Ik hoor daarna nog een tijdje de ketting knarsen en de wielen over de stenen stuiteren maar hij duikt pas weer op als we opnieuw op het asfalt zijn. Boven aan km 3,8 kruisen we de Ravel  en worden we de Chemin du Bois opgestuurd. Overigens geen bosweg maar een mooie asfaltweg met rechts open weiden. Wel nog altijd klimmend. We hebben de zon nu schuin in ons gezicht maar de temperatuur blijft dragelijk temeer omdat hier en daar een verfrissend windje waait. In het tegenlicht zie ik twee knappe jonge dames aan de rechterkant van de weg. Op aanmoedigingen zal ik echter nog tweehonderd meter moeten wachten tot we een rijweg, de Chapelle Saint-Joseph, oversteken. Louis Schmetz, (80+) de ouderdomsdeken van de Avenirlopers (maar nu misschien met pensioen?) vuurt me aan op het hoogste punt van het parcours. 


FOTO

(Foto: De laatste meters achter de kegeltjes)

We maken nu een los van 1600 meter op de Corbillon. De naam zegt u waarschijnlijk niets maar dit is een heerlijk asfaltpad tussen de weiden en de hagen. Bovendien een kilometer dalend. Wat kan een oude(re) loper met versleten benen nog meer wensen? Ik glijd met zwier door de bochten - nu laat ik me in dit verslag wel even meeslepen door mijn euforie over het parcours... In elk geval durf ik nu, met nog een kleine 3 kilometer voor de boeg, voluit door te gaan. Ook op de laatste helling na 5,7km langs een alleenstaande hoeve tussen de weiden... tot we weer op de grote weg uitkomen. Rechts staan er kegeltjes opgesteld. Dat moet de laatste rechte lijn zijn. Nu is het afdaling tot aan de finish. Voorbij de rommelige Citroëngarage aan de linkerkant. Ik speur in de verte om een idee te hebben van de afstand die nog rest. Het blijkt achteraf nog minder te zijn dan de al korte 7,5km. Hier en daar waag ik me aan de linkerkant van de kegeltjes om mijn rechtervoet te sparen op de hellende wegrand. Maar mijn hiel vindt het goed vandaag. Ik ben verbaasd dat ik toch nog even een goed gevoel heb in de benen. Nog even de karwats erop om eventueel gevaar uit de achtergrond op afstand te houden. Dat schijnt te lukken. Daar links staat mijn auto.  Nog tweehonderd meter. Rechts het schoolterrein op. En kijk, wie zie ik daar op één bocht van de finish, veel te laat, mijn categoriegenoot Cyrille Ryckebusch. Wat als...? Een half minuutje voor me in de uitslag zie ik Sandra Delrez. En zo komen we toch min of meer op ons plaatsje terecht. Dankzij mijn betere tweede helft en het leuke parcoursgevoel red ik nog net mijn derde hartje. Jammer is alleen dat ik op dit zalig rondje niet één kapelletje heb opgemerkt... 

FOTO

(Foto: Met de Tongerse BOLT-lopers. Van links naar rechts: Sebbie Maessen, Cindy François, x,  James Motten.)

Voor het "special effect" zorgen de podiumbouwers. Rubberen sokkels (voor verkeerspaaltjes) doen dienst als podium. Eén voor plaats 3, twee op elkaar voor plaats 2, drie op elkaar voor plaats 1. Het podium is voorbehouden aan de top drie overall. Of het een met het ander te maken heeft, is me niet bekend. Nog een babbel en een Val-Dieu met de Bolt-jongens en het Bolt-meisje. Daarna volgt alleen nog een tussenstop in Aubel...

(Foto's: Marie-Paule)


zat 27/08/2022 16.15u * Mariënloop Borgloon (Helpshopcriterium) * 11 km * 00:58:27 * 11,2 * 97/137 * 5/10 (65+) * ♥♥♥

Drie (pseudo-)nieuwe criteria in Limburg dit jaar maar één echte nieuwe loop: de Mariënloop in Borgloon. Genoemd naar het klooster Mariënlof in Kerniel, maar met start en aankomst aan het Fruitbelevingscentrum, de Stroopfabriek, aan de noord-westelijke rand van Borgloon. Organisator Pascal Van Marcke wist waar hij een schitterend parcours kon vinden en trok naar de gravenstad. Hij tekende er een rondje uit van 11 en van 6 km. Goed uitgekiend met afwisselende ondergrond, met lussen tussen de boomgaarden en rechte stukken op een fietspad maar haast volledig in het groen. Op kleine wegen, waar ik me tijdens mijn twee verkenningen volledig in een knoop heb gelopen. De blauwe en gele pijlen die vandaag geen twijfel laten bestaan over de juiste richting, zijn er, voor mij althans, enkele dagen te laat geschilderd. Aan mijn verkenningen heb ik wel enkele uren loopplezier overgehouden in een nieuwe, fraaie omgeving. 

De eerste reacties die ik zaterdagmiddag bij mijn aankomst aan de startlocatie opvang zijn er van ontgoocheling. "Niet echt veel vertrekkers en Pascal heeft zo zijn best gedaan..." Die indruk heb ik niet en meer dan 200 vertrekkers (voor de twee wedstrijden) vind ik een mooi startkapitaal. Ik zit wel in mijn maag met de ongebruikelijke methode om een bijkomende euro te vragen bij een voorinschrijving. Waarom dan niet meteen de reële prijs noemen? Er is zo ook nauwelijks verschil met de daginschrijving die ik dan maar verkies. Ik laat wel een kans op een ballonvaart schieten... 

Het is vandaag weer lang wachten op het vertrek. Tot kwart over vier. Hoewel het voor mij eerder kort dag was. Tot gisteren verkeerde ik in de waan dat de wedstrijd op zondagmiddag geprogrammeerd stond.  Het is dankzij Jean-Pierre Immerix dat ik hier überhaupt aan de start sta. Hij had opgemerkt dat ik gisteren nog een training had afgewerkt. En was zo alert om te informeren of ik mijn plannen gewijzigd had. Zonder de krullebol van Veldwezelt had ik de loop gemist en was dit verslag nooit verschenen. 

De abdij Mariënlof, of abdij van Colen, in Kerniel, gelegen in een prachtige omgeving, is het knooppunt van het parcours. Maar wellicht ternauwernood opgemerkt door de gehaaste loper...

Ik heb daarnet nog flink opgewarmd maar het gedrentel voor de start heeft mijn benen verdoofd. Een rustige start brengt misschien weer wat tonus in mijn spieren. Via de Ervaert - zo heet de straat - komen we uit op een grindpad tussen de bomen. Daar gaat het lichtjes omhoog, zoals ook op het fietspad dat we even nemen. Maar na 600 meter verlaten we het asfalt weer en duiken we rechts een verdord graspad in.  Na een linkerbocht wordt het smalle pad een bredere veldweg. Even stoffig maar nu wat feller stijgend. Die kronkels in de aanvangsfase heb ik bij mijn eerste verkenning tevergeefs gezocht. Nu krijg  ik eindelijk zicht op de route. Een eerste kilometertijd onder de 5 minuten, zoals bij mijn vorige lopen, zit er hier niet in. De tweede kilometer - vanaf hier ken ik het juiste parcours wel - is nog langzamer. Door de klim naar het klooster van Colen en ondanks een afdaling. Want iedereen doet het voorzichtig aan op het paadje tussen de draadafspanning van de weiden. In de rij lopers voor me trippelt ook Kris Govaerts naar beneden. Hij is langzaam gestart en ik blijf een drietal kilometer in zijn buurt. In de tweede helft van de loop zal hij wel afstand nemen, hoewel een verschil van 2 minuten aan de finish eerder in mijn voordeel pleit. Ik had erger verwacht. De deeltijdse kustbewoner - Kris dus - kijkt ook maar sip als hij de verhoopte derde plaats moet laten aan Albert Vandensavel. Die is ook eerste Waal. Niet zo moeilijk natuurlijk als enige zuiderbuur.  Maar ik ga voor het verslag nog even terug naar het klooster op de heuvel. Marie-Paule heeft zich geposteerd op de kasseiweg naar de toegangspoort. En heeft daar on the spot een toevallige bezoekster als fotografe "ingehuurd" om wat kiekjes te maken van mijn passage. Ik heb foto 2 gekozen uit de reeks die Mieke Jacobs me heeft toegestuurd. Overigens wemelt het van fotografen langs het parcours. Het blijft nog even smal tot we weer op het asfalt uitkomen. Op weg naar Kerniel "centrum", weer op een hoogte.  We zijn nauwelijks 2 km onderweg en hebben al enkele kuitenbijtertjes te verwerken gekregen. De snelheid is er even volledig uit. Ik kijk uit naar de volgende kilometers die ik wel heb kunnen reconstrueren op mijn zwerftochten in de voorbije veertien dagen. Die zijn lichtlopend, eerst op het fietspad en daarna op een beton/asfalt landbouwweg. Op km 4, goed voor mijn beste kilometertijd, haal ik zelfs al een collega in. Een zeldzame gebeurtenis vanmiddag. We lopen nu even door een bosje in de Sint-Anna Beek vallei. Rechts worden we uitgenodigd een kijkje te nemen aan "onze" poel. Dat heb ik vorige woensdag al gedaan. Vandaag volg ik het parcours dat dadelijk uitkomt op een bredere rijweg. We draaien naar rechts. Van hieraf moet ik enkele kilometers "blind"lopen want niet verkend, of eigenlijk niet gevonden. Uiteindelijk blijkt de weg Gors op Leeuw, tenminste het deel van het parcours, 800 meter lang te zijn. De indringende geur van op het veld links uitgestrooide mest hindert me aanvankelijk om me op de loop te concentreren. De klim ligt me blijkbaar goed. Ik nader op het groepje voor me. Boven op de grindweg tussen de plantages haal ik een loopster van Hoeselt Run in. Die van Hoeselt vallen sowieso het meest op in hun oranje-blauwe outfit. De jongedame piept van de inspanning. Het parcours doet intussen zijn best om de titel van mooiste loop van Limburg te verdienen. Ik zie een loper voor me een scherpe bocht naar rechts nemen. Dat moet de Daalbroekstraat zijn die ik wel op Strava heb teruggevonden maar niet in het echt ...tenzij vandaag in groep. Huizen zijn hier niet te zien, alleen  laagstamaanplantingen. En boven ons de grijs-blauwe lucht. Het weer is wel wat zweterig maar voor mij best aangenaam. De twee repen beton van de genoemde Daalbroekstraat leiden naar een beboste wal. Ik heb een vermoeden dat we een donker wandelpad worden opgestuurd dat zal uitkomen op een kruispuntje en zowaar een huis. Klopt, maar hoe lang is dat pad? Ik vraag het me niet zonder reden af: hier en daar liggen er wel wat boomwortels die ik zonder bril moet zien te ontwijken en ik voel me opgejaagd door de loper achter me die ik daarnet in het open veld ben voorbijgegaan. Samen met het licht oplopende profiel drukken de vervelende omstandigheden mijn kilometertijd omlaag naar bijna 5'30". Eén kilometer zal de donkere passage geduurd hebben. Ik ben blij dat we weer een beter zicht en meer plaats hebben op het fietspad terug naar Kerniel. Ik moet de kinderen een tweede keer teleurstellen aan de bevoorrading. Ze reiken met veel enthousiasme een bekertje aan maar ik verwacht vandaag geen boost van een slok water. Nogmaals over de tijdsregistratiematten die dus op verschillende punten van het parcours zijn neergelegd. De deelnemers kunnen op die manier hun tussentijden kennen en vergelijken met hun rechtstreekse concurrenten. Goed werk van SQM Time. 

FOTO

(Foto: Al  naar adem snakkend na 1,5 km.)

In deze achtste kilometer krijgt mijn gemiddelde een nieuwe knik maar dat is dan vooral toe te schrijven aan mijn vermoeide benen. Ook een nieuwe zwengel aan het draaiorgel tegenover het cafeetje beneden bij het verlaten van het fietspad helpt niet. De terrasjesmensen zien me met heel wat moeite de kasseien van de Sint-Odiliastraat opklauteren. Even een kleine afdaling op de Leemzaal - gekke naam voor een straat - die we een vijftal kilometer geleden in tegengestelde richting hebben genomen. Het uitzicht op het klooster en de houten cirkel op de weide - is adembenemend. Maar ik moet mijn adem sparen voor het laatste deel van de loop. Ik weet immers wat me nog te wachten staat.  Een afdaling op een hobbelig paadje en dan een scherpe bocht naar rechts.  En kijk,  dat hebben we vandaag nog niet gehad: een vlonderpad. Bijna 200 meter lang, ongeveer anderhalve meter breed, met twee bochten. Herinner je je de man in het zwart die achter me zat op het dijkpad 2,5 km geleden? Wel, die volgt nog altijd (of waarschijnlijk opnieuw) in mijn spoor. Ik wil hem laten voorgaan. Ik voel me niet veilig op die houten richeltjes, weet ik al van mijn verkenning. Maar hij gaat niet in op mijn uitnodiging. En zal straks trouwens opnieuw terrein verliezen. We maken hier een lus om weer in de buurt van het klooster te komen. Voorlopig op een vlakke veldweg waar ik het tempo weer wat kan verhogen. Ik haal hier zelfs mijn beste kilometertijd. Een eerste bocht en een eerste bultje. Dan de tweede bocht naar links, naar een betonnen ruilverkavelingsweg. Hier wacht de laatste klim van het parcours. Tot 7% en dan een irritante uitloper op vals plat. Ik sta haast stil boven, een loper voor me moet zelfs even op wandeltempo overgaan. Uit de commentaren van de BOLT-lopers na de aankomst blijkt dat ik niet de enige ben die hier op zijn limieten botst. Ik wroet me naar boven tot aan een rechterbocht. Nu weer richting veld. Dat verdient toch wel een applausje, bedenk ik als ik voorbij de toeschouwers in de bocht draai. Een dame gaat in op mijn uitnodiging om de handen op elkaar te klappen. Weer links en dan enkele moeilijke trapjes af naar de laatste strook op het fietspad. Ik verlies een plaatsje aan een loper die plots uit de achtergrond opdoemt. Geen nood, ik win zelf nog twee posities in de afdaling. Door de rommelige, of alleszins onafgewerkte parking aan de achterzijde van de stroopfabriek, nog enkele bochten binnen het fabrieksterrein, voorbij Marie-Paule en dan de laatste meters op kasseien voor de aankomstboog. Speaker Rik Donders heeft me ditmaal wel tijdig gezien als ik, toch weer met een pijnlijke rechterhiel, over de streep kom. Onder het uur en net binnen de eerste 100. Ik ben zonder hoge verwachtingen gestart en kan terugkijken op een verdienstelijke prestatie, met sterkere en zwakkere momenten. 

Na de finish wacht de onvermijdelijke goodiebag en wat later een fijne babbel.  De besten krijgen een leuke prijs mee naar huis. Zij en de anderen genieten na van een geslaagde sportnamiddag en een pico bello-organisatie. Pascal en zijn équipe hebben hun eerste afspraak met de Limburgse (en bredere) joggingwereld niet gemist. Wordt de Mariënloop een klassieker? De vooruitzichten zijn alvast gunstig. 

(Foto: Mieke Jacobs)


vri 02/09/2022 21u * Jogging Nocturne Roclenge (CLAP) * 8,1 km * 00:41:38 * 11,7 * 30/60 * 1/1 * ♥♥♥♥

De kleinschalige jogging van Roclenge valt precies op de juiste datum om een door omstandigheden competitieloos weekend te overbruggen. Dat de loop plaats vindt in een grensgemeente van Riemst en bovendien aan de rand van mijn trainingsgebied, is mooi meegenomen. Een probleempje - of probleem - het is een avond-, zeg maar nachtwedstrijd. Normaal gesproken, geen spek voor mijn bek.  Maar de loop volstrekt zich volledig op verharde wegen en heb ik kunnen verkennen. Vorig jaar als filmer, deze week ook als loper. Helaas niet volledig, zoals ik voor de start te weten kom. Dan maar hopen dat het goed afloopt. In elk geval is dit de eerste "nocturne" in mijn lange carrière. Afgezien van de corrida's maar die gaan over rondjes van hoogstens 2,5 km in een goed verlichte stad. De primeur is dus voor Rukkelingen, zoals het dorp heette in de Limburgse tijd (tot 1963) en zoals het ook nog in de volksmond wordt genoemd.

Waarom ze hier in Roclenge voor een avondloop opteren is me niet duidelijk. Als "bijproduct" van de kermis? Maar die is nog niet open. Of misschien om het verkeer te ontlopen? Dat lukt wel. In elk geval, ze zijn aan hun vierde editie toe. Organisator is Stéphanie Meylemans, dochter van de baas van de MJ-sportwinkels in het Luikse. Er zijn dit jaar wat minder deelnemers dan vorig jaar toen de sportactiviteiten weer op gang kwamen na de corona-periode. Zijn er wel : de Trenara-boys en girls van Millen en Tongeren, Bert Ernest van Herderen en mijn achterbuur en Mergelloper Martin Kossig. Daarnet heb ik na twee jaar corona-onderbreking Patrick en Fabienne Renard opnieuw ontmoet. Vanavond nog eens van de partij maar dan wel als supporter van jongste zoon Clément. Nog maar een "espoir" maar wel derde in de totaaluitslag.  

FOTO

(Foto: Babbelen voor de start)

De temperatuur is nog aangenaam als we ons in beweging zetten aan de chrono-wagen van O'Top Services. We maken eerst een lusje van 1300 meter in Boirs, meer in westelijke richting of als u wil, stroomopwaarts in de Jekervallei. De wegen zijn biljartvlak op een glooiing na wanneer we even van de Jeker weglopen. Het pad langs de Jeker, 400 meter lang, is overdag leuk maar 's nachts verraderlijk vanwege het bultige asfalt. Zoals Martin Kossig enkele keren mag ondervinden. Hij loopt vanaf de start in mijn spoor en aast duidelijk op revanche na zijn mindere tweede helft in de Tour van Spaen.  We komen opnieuw op de Rue d'Once, terug richting Roclenge, waar we nu rechts afbuigen naar de Rue des Bannes. We moeten even over een bultje bij het oversteken van de Rue Jean Derriks. Maar daar is het al gebeurd. Na iets minder dan drie kilometer en nadat we samen nog een deelnemer hebben ingehaald acht Martin zijn ogenblik gekomen. Hij verhoogt het tempo dat tot nog toe rond de 5' per km schommelde en laat me achter. Hij veroordeelt mij - en zichzelf - tot een eenzame tocht in de duisternis. Voorbij de Ecole Saint-Joseph, hartje Roclenge, en de bevoorrading aan km 3,5. Het beton op de Rue du Grand Brou kan me niet bekoren. Niettemin ben ik best opgetogen over mijn tempo en het daarbij horende gevoel. Een fotograaf vecht met zijn toestel om me op de sensor te vangen.  Een bocht naar links en dan naar rechts. Dit is de "bifurcation", de splitsing, voor de 10 km. De 10 km? Wat is dat toch maar? Is het nu, in deze tijden van sporthorloges, zo moeilijk om de juiste afstand aan te geven? In de officiële CLAP- communicatie heeft men het over 10 km. Op het "bifurcation"-bord voor me staat 9 km aangegeven. En de uiteindelijke afstand is 8 km en nog wat meters. Laat ik de afstand maar vergeten en me concentreren op de route. Het is intussen zo goed als donker en de afslag naar een betonnen (Ravel?)pad is moeilijk in te schatten. Bovendien word je verblind door het felle tegenlicht van een voertuig(?) van de seingever. Het eerste deel van het pad heb ik daarnet nog verkend. We komen hier langs een vijvertje. Ik lees op de kaart dat het een oude Jekerarm is. De vijverkant is afgezet met dranghekken. Geen overbodige luxe, zoals de toortsen die wat licht werpen op de kronkelende weg. In elk geval prijs ik me gelukkig dat ik mijn sportbril heb opgezet en een borstlampje draag. 

FOTO

(Foto: Een schim in de duisternis)

Ik heb geen idee waar ik me bevind. Rechts van de Aldi, dat weet ik, maar wat levert me die kennis op... Garmin en Google Maps leren me later dat we uitkomen op de rijweg van Bassenge (Bitsingen) naar Houtain-Saint-Simeon. En dat is maar enkele meters van een trainingsroute die ik wel eens neem. Ik heb even moeite om de richtingaanwijzigingen van de twee dames signaleuses te interpreteren maar kom dan toch weer op een kleinere weg terecht. In feite volgen we nu min of meer de Jeker gedurende een kilometer. Niet dat ik daar tijdens de loop een idee van heb. Die vijfde kilometer duurt voor mijn gevoel overigens een stuk langer. We lopen nog altijd in een groene omgeving. Hier staan enkele mensen in hun tuin. Hun aanmoedigingen geven mij in elk geval de zekerheid dat ik nog altijd de juiste weg volg. Het rode stipje - het knipperende ruglampje  van Martin - wordt almaar kleiner. Als hij het tenminste nog is. Hij zal aan de finish al minstens vier concurrenten hebben ingehaald. Met een voorsprong van 1'18" is de mindere prestatie van Spouwen uitgewist. Met een gemiddelde onder de 5'/km. Die van Heukelom Dorp is stiekem jaloers op die van de Heukelommerweg. Aan km 5 krijgen we een eerste zachte helling van 500 meter voorgeschoteld. Maar ik blijf een mooi ritme aanhouden. Als de signaalgevers nu nog wat actiever zouden zijn aan de richtingveranderingen... Ben ik hier niet op de Rue Vinave? Op het einde, aan de kerk van Bitsingen, herken ik mijn trainingsroute.  Daar word ik rechts opgestuurd. Verdorie, dat betekent de lange klim langs de grot en straks de bocht naar rechts voor nog een stuk omhoog tussen de velden. Mij bekend van mijn marathontrainingen van weleer. Gelukkig blijven de benen goed ronddraaien. Voor de bocht waar de kapel in het licht baadt en de signaalgevers er gemakshalve vanuit gaan dat we zelf wel onze weg zullen vinden, haal ik een MJ-juffrouw in. 

FOTO

(Foto: Met Martin Kossig aan de drankentafel)

Voor het eerst in 4 km ben ik weer in de buurt van een lopend wezen. Ik verbaas me over de (relatieve) snelheid waarmee ik haar passeer. Eens te rade gaan bij Garmin: ik heb de klim van 1,3 km afgelegd met een gemiddelde net onder de 11km/uur. Mag ik mezelf een schouderklopje geven?  Er nadert een auto. Gelukkig maar de tweede van de avond. Verblind door de koplampen wijk ik uit naar de andere kant van de weg. De benen beginnen dan toch vermoeidheidsverschijnselen te vertonen als ik de top nader. Een scherpe bocht naar rechts. Daar wacht de afdaling naar de streep. Op de Rue Droit Thier is het full throttle naar de Jekervallei. Nog even opletten voor enkele bobbels in het asfalt. Dan de rijweg over. Ik ben er niet helemaal gerust in. Dit is een drukke weg. Maar de politie waakt. Ik blijf me erover verbazen hoe de Waalse organisatoren erin slagen de medewerking van gemeente en politie te krijgen voor een  "doordeweekse" stratenloop. Nog enkele snelle schreden in de straten rond de Place Piron voor ik plaats 30 - precies in het midden van het deelnemersveld - mag opeisen. 

Geen douches, (voorlopig?) weinig animo in de tent en al helemaal niet op de kermis. Dan maar meteen naar huis. Nagenieten is voor de volgende dagen..


zat 10/09/2022 14.30u * Negenoord Run Dilsen-Stokkem * 10 km * 00:51:26 * 11,6 * 29/60 * 1/6 (65+) * ♥♥♥♥

Al gehoord van Negenoord? U ook niet bekend? Dat zal veranderen nu Jean-Pierre Immerix en uw dienaar een loop hebben betwist in dit natuur-en wandelgebied langs de Maas in Stokkem. We zijn er met 112 voor een 5 en 10 km-loop, voor het merendeel deelnemers uit het Maasland. Het kleinschalig event is overigens pas toe aan een van de eerste edities.  De organisatoren Toerisme Dilsen-Stokkem en de Maaslandse Atletiekclub Dilsen hadden de pech bij het opstarten meteen gedwarsboomd te worden door de corona-pandemie. Het getuigt hoe dan ook van moed om een loopwedstrijd voor het grote publiek uit de grond te stampen in het Maasland waar met uitzondering van de Maasrun in Lanaken de grote leegte heerst. 

Lot Timmermans van de toeristische dienst heeft voor ons een rondje van 2,5 km uitgetekend in het natuurgebied langs de oude Maas. Doe dat vier keer en je komt aan 10 km. Niet moeilijk, zal je zeggen. Maar dat de afstand nu eens een keer klopt, vind ik wel het uitdrukkelijk vermelden waard. 

We beginnen eraan om halfdrie. We hebben net bij het inschrijven een flinke plensbui op het hoofd gekregen en rekenen er dan maar op dat we tijdens de loop van regen gespaard blijven. En zo zal het ook zijn. En genieten we rond de klok van drie van ideaal loopweer. De eerste kilometer op een verhard pad tussen de weiden is zo mogelijk nog idealer. De ondergrond van dolomietsteen - waar ik me na het lezen van de parcoursvoorstelling op de site - zorgen over maakte, blijkt een zege te zijn voor mijn versleten voeten. Na een kilometer moeten we een scherpe bocht - een U-turn - maken op het onverhard om de ontbrekende meters voor de 2,5 km per ronde aan te vullen. Die honderd meter op het gras, in de modder en op keitjes zullen me elke ronde opnieuw tergen. We kunnen op die manier wel de lopers vlak voor ons en vlak achter ons monsteren. Ik zie Jean-Pierre Immerix aankomen, niet ver achter Leon Coninx.  Dat zijn hier twee van mijn zes categoriegenoten bij de 65-plussers. En hoewel Leon voor slechts 5 km of twee ronden is gestart,  heb ik me toch op hem gericht in het begin van de loop. Ik ben hem dus al voorbijgegaan als ik ook zijn dochter Dorien even verder opmerk. Zij heeft zo'n 20 meter voorsprong. Ik probeer ook in haar spoor te geraken. Misschien kan haar 5km-tempo mij helpen om een mooie 10 km-tijd neer te zetten. Maar een kilometer verder moet ik mijn te ambitieus plan opgeven. Ik ben geen partij meer voor de eerste vrouw 35-plus. 

We zijn intussen aan de laatste kilometer van de eerste ronde. Op wat we het tweede deel van het parcours mogen noemen. Het golft hier stevig op en neer en bovendien bestaat de ondergrond nu uit gras met hier en daar een plas en wat modder, en keitjes. Mijn tempo krijgt een deukje van 15 seconden.  De eerste ronde zit erop. Speaker Rik Donders - ze kennen hem dus ook aan de Maaskant - geeft ons voor alle zekerheid mee dat we nog drie rondjes voor de boeg hebben. De tweede ronde kost me 20 seconden meer dan de eerste. Ik houd het verlies dus binnen de perken. En slaag er zelfs in krek dezelfde tijd neer te zetten in de derde ronde. De tijdsregistratie van SQM per ronde zegt uiteraard meer dan de tijden per kilometer. En levert mij achteraf het bewijs dat ik mijn tempo mooi handhaaf. Je vermoedt dat wel maar nu zie je het zwart op wit. 

Vanaf de derde ronde - als alleen nog de10km-lopers onderweg zijn - is het deelnemersveld ver uit elkaar geslagen. Ik zie twee eenzame lopers voor me op de hoogte in het eerste deel van de ronde. Ik zoek wat afleiding in mijn hoofd door de afstand ten opzichte van de man in het blauw (Ben Soons?) voor me in te schatten. Maar klopt mijn indruk dat ik wat meters heb teruggewonnen bij het keerpunt aan km 8,4 (in de laatste ronde)? Ik verlies overigens nog een plaatsje aan Bert Weetjes (te herkennen aan de kleuren van de Maaslandse Atletiek Club Dilsen). Dat is dan onze derde ontmoeting tijdens de loop. In de eerste twee ronden hield hij zijn dochter Jinthe gezelschap in de 5 kilometer. En zo levert zijn jojo-tactiek hem een vermelding op in Groetum. Op het plateau waar we in oostelijke richting lopen valt de warmte op me. Er is overigens geen waterbevoorrading tijdens de loop. Dat moet volgende keer beter. Hoewel ik er zelf nauwelijks last van heb ondervonden. Ik zie bij het terugdraaien aan het keerpunt dat er zich een groepje gevormd heeft achter me.  Als die me inhalen verlies ik meteen een flink pak plaatsen. Wil ik mijn positie behouden - de hoeveelste dat ook mag zijn - moet ik blijven doorduwen. En de steekjes in mijn linkerkuit zal ik dan maar voor lief nemen. Weer zuidelijk nu. Hier zorgt de matige wind voor afkoeling. Achter de bocht aan km 1,3 van het rondje grazen de Galloway-runderen. De Konikpaarden die hier ook thuis zijn, euh, zijn vandaag blijkbaar niet thuis. De fraaie houten brug over. Voor de vierde keer al. En voor de vierde keer hou ik even in uit vrees uit te glijden. Daar is de aarden weg weer. Zonder twijfel het moeilijkste deel van het parcours. Rechts van me spelen enkele watervogels in de oude Maasarm. Links, hoog boven me, is het stil op de Winterdijk. Daarnet zag ik er nog enkele mensen. Op een kilometer van de finish, op een kort heuveltje, houden enkele toeschouwers en een seingever wel nog de wacht.  Zowaar een applausje. Ik maak vluchtig kennis met de podiumlaureaten als die mij dubbelen. Ik kijk nog een laatste keer achterom. Het groepje is niet in aantocht. Deze laatste doortocht op het gras en keienpad verloopt beter dan daarnet. SQM bevestigt mijn indruk. Mijn laatste ronde is zelfs de tweede snelste. Nog een laatste bultje en dan mag ik het loopvak links van de kegeltjes inslaan. Over de finish. En daarna weer terug... naar de mevrouw met de medailles. Die heb ik zeker verdiend vandaag. Enkele minuten later komen ook Jos Polders en Danny Zwerts over de streep. Het is nog enkele minuten wachten op Jean-Pierre. 

Nu eerst naar de douches van de nabijgelegen voetbalclub. Die hebben we voor ons alleen. Zoals ook een lokaaltje met televisiescherm waar we samen met Jos en Danny de esbattementen in de Vuelta volgen. Zijn de anderen al meteen naar huis vertrokken? Ik vermoed dat de bedrijvigheid aan de aankomst ook snel zal stilvallen. Een tent, een zaal, niets van dat alles. Het bezoekerscentrum De Wissen blijkt gesloten. Toch wel een gemiste kans voor de organisatie. Tenzij ze zich in Dilsen tevreden stellen met het inschrijvingsgeld... De après-course is dus een tegenvaller.


zon 18/09/2022 10.15u * Lincent Jogging des Ecoles * 12,9 km * 01:09:37 * 11,1 * 80/119 * 4/4  * ♥♥♥

Vandaag is het te doen in Lincent in de noordoostelijke punt van Waals-Brabant op een boogscheut van Landen. Ik heb voor alle zekerheid maar een wat langere loop ingelast in mijn trainingsschema want deze  Hesbignon-najaarsmanche is de langste van het seizoen. In de auto onderweg worden we getrakteerd op een fikse regenbui maar tijdens de wedstrijd zelf blijft het droog. Gelukkig maar want een groot deel van het parcours loopt over smalle aarden paden.  Een uur voor het traditioneel vroege vertrekuur is het wel nog erg fris. Ik trek dan ook snel een bijkomende trui aan en grijp naar mijn mutsje voor mijn opwarming.  De muts houd ik ook op in de wedstrijd, de trui laat ik dan toch maar achter voor het vertrek. Deze vestimentaire keuze blijkt ook de juiste te zijn. En ik vergeet niet een prestatiebevorderend middel mee te nemen... mijn sportbril. Zonder dit accessoire was ik nog meer afgeremd in de lange donkere passages.

FOTO

(Foto: Heerlijke foto van de jongste "espoirs" of beloften.)

Met 119 vertrekkers in de hoofdloop zijn we met precies evenveel als bij mijn vorige Hesbignon-optreden in Waret L'Evêque. De eerste kilometer biedt al meteen voor elk wat wils: een afdaling, een klim, beton, kasseien. We zijn op weg voor wat op de Garmin-track een parcours in de vorm van een rechthoek lijkt. (Met alleen in de rechterbovenzijde wat spaghetti-achtige kronkels. ) Maar, zoals ik ondanks een eerdere deelname zal ontdekken, zit er merkwaardig veel variatie in de ogenschijnlijk rechte stukken. Ik vertrek behoudend, temeer omdat de eerste klim op een keien-veldweg in een nog opeengepakt peloton, me tot voorzichtigheid dwingt. Na1,3 km komen we uit op een plateau in open veld. Daar kan ik een eerste stand van zaken opmaken. Kris Govaerts en Noël Heptia hebben een kleine voorsprong op me en zullen die naar verwachting verder uitbouwen. Ik blijf waar ik ben. Of toch niet helemaal, want na enige tijd word ik voorbijgegaan door Jules Kempeneers. Vier jaar is hij afwezig gebleven van de looparena's. Nu is hij er weer. Als voorbereiding op een veteraan 4-carrière vanaf volgend jaar? De eerste klim is nu wel achter de rug maar daar in de verte wacht de tweede helling al, meteen het hoogste punt van de ronde. De snelsten zijn daar al bijna boven. Tussen de silhouetten die ik in in het tegenlicht ontwaar, zitten ongetwijfeld ook Jo Vrancken (4de algemeen en eerste v1) en Beny Stulens (6de algemeen en eerste v2). Na 2,5 km zetten we de afdaling in naar Petit-Hallet. De betonstroken hebben plaats gemaakt voor een hobbelige weg in gruis met een merkwaardig intermezzo van golvend asfalt dat met een riek bewerkt lijkt. Hoe dan ook, ik bereik de eerste huizen van het dorp zonder averij.  Daar draaien we rechtsaf. We zijn nu in de vallei van de Gete of de Ruisseau de Henri-Fontaine, om helemaal correct te zijn. Ik heb net mijn snelste kilometertijd van de loop gehaald op de bredere paden tussen de weiden. Maar echt doorlopen langs het riviertje kan ik niet, gehinderd als ik word door ...een volle blaas. Ondanks drie plasbeurten voor de start is er opnieuw alarm. De oudste zijn van het peloton brengt ook zijn ongemakken mee. Maar een sanitaire stop sluit ik voorlopig uit. 

FOTO

(Foto: Een van de vele steegjes op het parcours. Jean-Luc Letellier in actie.)

De steile klim rond de vijfde kilometer aan het Bois du Motocross is uit het parcours gehaald  vanwege te glad door de regen van de laatste dagen. We worden nu rechtdoor gestuurd langs een smal pad langs de rivier. Van Orp-le-Petit gaat het over Orp-Jauche naar Orp-le-Grand. Nog altijd in de vallei. Als het maar Orp is. Wat zou dat betekenen, Orp? Wel, ik zal het u zeggen: Orp is de verwaalste vorm van Adorp. Dat zegt al wat meer. En nog meer nuttige (?) informatie voor wie het wil weten. We nemen in Orp-le-Petit de bocht rond het Château Rose.  In mijn vorige verslag (van 2019) had ik het roze kasteel uit het oog verloren. Vandaar mijn bijzondere aandacht vandaag. En wat staat er voor dat kasteel? Een schandpaal. Dat is een gerechtspaal waar in de goede (?!) oude tijd een gestrafte werd vastgebonden en te kijk gesteld. Ik moet wel bekennen dat de paal me tijdens de loop niet is opgevallen. Wel heb ik met bewondering gekeken naar de oude wegwijzers die nog in deze contreien te vinden zijn. Zoals aan km 5,7. Let er de volgende keer maar eens op... De rijwegen doen voornamelijk dienst als verbindingsstukken tussen de aarden weggetjes. Het is overal eng (voor mij in de twee betekenissen van het woord), soms glad en nu en dan beaderd met boomwortels. Een verkeerde beweging en je glijdt uit. Zoals Kris Govaerts mocht ondervinden. Dat belet hem niet de eerste plaats van Noël Heptia af te snoepen. 

Wat een rechte weg lijkt bij een oppervlakkige blik op de GPS-track is een aaneenschakeling van flauwe en scherpe bochten, hier en daar een brugje en tussendoor een scherpe afdaling. Bij de steilste afzink (km 6?) schakelen de slimste lopers over op een "veldversnelling". Ronny Vanhay hoort daarbij, evenals uw verslaggever uiteraard. Dat belet Ronny overigens niet om een gemiddelde van 4'30" te halen. Ik ben nu al een tijdje in het gezelschap van Laurent Audans, organisator van de wedstrijd in Waret L'Evêque. Hij heeft een lange tijd net achter me gelopen op de kronkelige paden tussen de bomen langs de Gete. Ik vraag hem of hij wil passeren maar hij schijnt het goed te vinden achter mijn rug. En moet (of wil?) zich dus aanpassen aan mijn tempo. Dat plots stokt aan een linkerbocht als we met gebogen rug door een bijzonder laag tunneltje moeten lopen. De ondergrond is bovendien ook nog hobbelig. Blij dat ik er door ben. Aan km 8 kan ik weer even ontspannen - ik heb mij intussen aangepast aan het volle blaasgevoel - en het tempo wat opdrijven op de Rue Emile Looze in Maret. Dan nog enkele meter over het grondgebied van Pellaines op de onvoorstelbaar banale Rue de la Bacquelaine. Daar verandert de welluidende naam helaas niets aan. Parcoursbouwer Renaud Rasquinet (in het rood op de foto met de kinderen) vindt dat het welletjes is geweest langs de Gete en stuurt ons de vallei uit. Een opluchting? Zeker niet want daarvoor moeten we de Montée des Pendées overwinnen. Vijfhonderd meter keien en steengruis met een stijgingsgraad rond de 4%. Ik verlies geen plaatsen en haal boven zelfs nog enkele lopers in, onder meer een niet nader geïdentificeerde Seraing Runner. Een tijdje op veldwegen in beton en dan even naar beneden waar we een lus maken in de buurt van Lincent maar wel al tussen de huizen. Daar gaat het leven zijn gewone gang. Mensen babbelen langs de weg. En laten de hond uit. Hoor ik daar geknor? Een buurtbewoner is op stap met zijn (hangbuik?)zwijn. Het beestje heeft zelfs een dekentje over zijn rug. Maar terug naar de orde van de dag. Wie haalt me daar in? Manuel De Haro Sanchez, collega-veteraan 4, duikt onverwachts op uit de achtergrond. Ik had hem in gedachten ver voor me gezien. In elk geval, Manuel wil me meteen achteruitslaan. Hij vecht zich in werkmansstijl naar voren. (Leid hier nu wel niet uit af dat mijn loopstijl vloeiender is). Maar na een kilometer kom ik zonder het zelf te beseffen weer in zijn spoor. Manuel vertrouwt het echter niet, kijkt achterom en versnelt meteen weer als hij mij opmerkt. Dat truukje herhaalt hij nog twee keer en zo eindigt hij nauwelijks twee plaatsen en dertig meter voor me. Op de streep hoor ik van Jos Biets dat we in strijd waren voor de derde plek op het podium. Jammer maar Manuel was beter. 

We naderen intussen de aankomst op de Avenue des Sorbiers. Maar er zijn nog hier nog wel wat paadjes en steegjes waar we de loopgekken kunnen doorjagen, denken ze in Lincent. En zo trekken we nog wat lussen in smalle steegjes, op kasseien en tussen muren en afsluitingen voor we aan de laatste klim op kasseien naar de finish mogen beginnen. Door het gekletter op de harde hetzij ongelijke ondergrond duikt de pijn in mijn rechtervoet weer op. Maar het betere gevoel na de klim aan kilometer 9 is sowieso verdwenen. Ik sleep toch nog een gemiddelde van 11km/uur uit de brand op wat als een traag parcours mag bestempeld worden. Wel 18 plaatsen lager dan in Waret in een vergelijkbaar deelnemersveld. 

We genieten van een verkwikkende douche in de moderne installaties van de sporthal vlak tegenover de lagere school (die van de Jogging des Ecoles).  Onder het zeil op de speelplaats is het net warm genoeg voor de debriefing en het nuttigen van een hersteldrank. We zien de podiumlaureaten de revue passeren. In het huishouden Govaerts - Van Zand moet er geen afgunst meer zijn. Zowel Kris als Maja zijn primus in hun categorie. Nog de tombola en dan is het weer tijd voor het afscheid en een tot weerziens. 

(Foto's: Louis Maréchal)


zon 01/11/2022 11.15u *Corrida de Liège Sart-Tilman (CJPL) * 9,2 km * 00:55:16 * 10 * 79/123 * 1/3* ♥♥♥

Een hardnekkige verkoudheid heeft me bijna twee maanden uit competitie gehouden. Nu ben ik er weer klaar voor. Hoewel het toch nog even afwachten zal zijn hoe het gestel zal reageren op het wedstrijdritme. Op een weekje na heb ik wel voorzichtig kunnen trainen maar voor een echte competitiebelasting had ik nog geen zin en tot voor kort ook te weinig kracht. De Corrida van de CJPL (Challenge van de provincie Luik) is misschien een mooie gelegenheid om weer in het wedstrijdgewoel te duiken. De traditionele afsluiter van het CJPL-seizoen op 1 november wordt sinds enkele jaren wel niet meer in het Parc de la Boverie gelopen. Dat is voortaan verboden terrein voor sportmanifestaties. De organisatie is nu uitgeweken naar Sart-Tilman, de groene bubbel tussen autowegen, spoorlijnen en industriewijken in het zuiden van de agglomeratie. Ik heb lang het raden gehad naar het parcours. Uiteindelijk ontdek ik dat we vier rondjes moeten afleggen in het bos. Ik neem dan toch maar het risico naar Luik af te zakken in de hoop dat het profiel en de ondergrond me zullen bevallen.
Het weer is zonnig en het doet plezier om na lange(re) tijd weer een aantal bekenden terug te zien. Er zitten ook enkele verrassende gezichten tussen de meer dan 100 deelnemers: de blonde Bilzerse, Liesbeth Vanneste (vierde dame), Ivo Vandermaesen (winnaar bij de veteranen 3) en een mij onbekend koppel uit Tongeren. Michel Mancini heeft zijn kleinzoon Arnaud meegebracht. "C'est un footballeur" zegt Michel met een grijns. Maar ook in het lopen een belofte,"un espoir", getuige zijn mooie tijd op de korte afstand. Maar ik ben vooral gehaast om het rondje te verkennen. Dat doe ik zelfs twee keer. Voor verrassingen zal ik dus niet meer komen te staan. In de veronderstelling dat ik mijn oude spieren in beweging krijg. De opwarming voorspelt in elk geval weinig goeds. En het parcours...

FOTO

(Foto: Panorama over de Ourthe-vallei vanaf het plateau van Sart-Tilman)

We zijn pas op gang geschoten of we staan weer stil… voor een gesloten slagboom. We wurmen ons door een smalle opening links. Zonder gedrum, iedereen volgt braaf de raad van wedstrijdleider Pascal Julin die ons daarnet heeft gewaarschuwd voor het obstakel. Een bocht naar links en we beginnen aan de eerste helling, een kuitenbijter met een piek tot 10%. Ze schuiven me langs links en rechts voorbij. Ik kan me troosten met het gevoel dat ik er sneller vanaf ben dan gedacht. Na een vlakke strook volgt er nog een tweede mildere klim voor we het hoogste punt van het parcours bereiken. Daar mogen we onze evenwichtskunsten uitproberen in een steile afdaling met een schuine kant. Vaste kost in het veldrijden, een hoogst uitzonderlijke situatie in een loop. Ik heb daarnet al twee keer kunnen oefenen bij de opwarming en kan me met de nodige concentratie staande houden. Halverwege de brede grasstrook (een brandgang?) worden we rechtsaf gestuurd, nog steeds dalend maar nu op een smal pad op een bladertapijt tussen de bomen. Na 1,3 km (eerste ronde) komen we even uit op een open plek in het bos waar we opnieuw licht omhoog moeten. Het bredere pad, hier en daar verhard, leidt naar de tweede steile piek, vlak voor de finish. Het is weer krasselen om boven te geraken - nu tot 8% stijging - en voor de eerste keer over de streep. Nog drie ronden. Ik heb al leukere vooruitzichten gehad. De tweede beklimming van helling nr.1 valt me nog zwaarder dan daarnet, misschien omdat er nu wat meer ruimte is tussen de lopers en ik mijn miserie alleen moet dragen. Dat gevoel zal in de volgende ronden nog intenser worden.  Boven op de eerste trap van de beklimming zoek ik het beste spoor om wat tempo te maken. Dat betekent nu en dan van links naar rechts laveren en de korte stenenpartij op rechts nemen. Nog verder naar rechts strekt zich het panorama uit naar de vallei van de Ourthe. Ik had er daarstraks bij de verkenning wel oog voor, maar nu is er geen tijd meer voor sightseeing. Marie-Paule heeft wel kunnen genieten van het panorama. De tweede ronde zit erop. In een verslag gaat dat wel sneller en makkelijker dan in het echt.  

FOTO

(Foto: Ze zijn niet klein te krijgen, de oude rakkers. Rechts boven Michel Mancini, onder Nicolas Bynens.)

Half wedstrijd. Ik loop al een tijdje in het gezelschap van een heer en dame en leid daaruit af dat ik toch een constant tempo kan aanhouden. Hoe hoog dat eigenlijk is, kan ik pas achteraf van mijn Garmin aflezen. 6 minuten per km, het is even slikken. Bij mijn eindbeoordeling dadelijk zal ik die op het oog ontgoochelende prestatie wel relativeren. In elk geval, tijdens de loop heb ik geen idee van het gemiddelde tempo. Maar dat de twee steilste hellingen mij tot een nauwelijks verholen wandeltempo dwingen, daar kan ik niet omheen. Het is telkens een opluchting als ik weer even kan genieten van de vlakke meters op het plateau. Het blijft echter uitkijken voor valstrikken, ik bedoel putten in het wegdek. Ik ontsnap gelukkig aan een verstuiking als ik links opdraai naar de brede afdaling. Dan weer het bos in. Ik weet intussen de half bedekte boomwortel liggen die een collega voor me even in verlegenheid bracht. En heb voor het vertrek het bladertapijt (met de voeten) gescreend op onderliggende putten. Ik snij nu al met wat meer zelfvertrouwen de bochten aan voor ik weer even onder de open hemel kom aan "het huis met de notenbalk". Op het eerste deel van de Rue Triolet (eigenlijk gewoon een bosweg) is het dan weer de slordig geasfalteerde ondergrond vol scheuren en oneffenheden die de would-be snelle loper (ik dus) tegenwerkt. Weer aan steile helling nr.2. Marie-Paule heeft zich hier na de eerste ronde geposteerd  en legt de doorkomst van voornamelijk oudere lopers vast op de niets ontziende sensor van haar pocket-Sony.  Voor de derde keer voorbij de start- en aankomstplaats aan de moderne installaties van de RCS Sart-Tilman, de voetbalclub in Celtic-outfit. De mij onbekende fotograaf zit nog altijd in een donker hoekje voor de kantine en zal zijn schuiloord niet verlaten voor het einde van de loop. (Edit: De fotograaf is Rudi Geraerts. Je vindt zijn knappe foto's op   https://www.flickr.com/photos/rgsports/albums/72177720303365800. )  De snelste jongens zijn mij intussen al een tiental minuten aan het dubbelen. Dat overkomt me zo'n 15 keer. Alain Guissart en Christophe Mémurlin  zijn twee van die snoodaards. Nog eenmaal het steengruis en de keien van de beginklim trotseren. Tussen de eerste en de tweede trap van de helling waart nog steeds fotograaf Serge Pescador rond. Hij heeft zich nu languit op de buik gelegd om onze doortocht te vereeuwigen. De laatste keer door het bos rechts. Op het hobbelige paadje daar naartoe voel ik voor het eerst een pijntje in mijn rechtervoet. Gelukkig is het euvel vandaag zo goed als achterwege gebleven. De laatste kilometer komt eraan. Nog even de resterende energie samengeschraapt om toch nog enkele seconden van mijn eindtijd af te knijpen. Ik verlies traditiegetrouw nog enkele posities in de (verlengde) eindspurt maar weet dan toch nog een veertigtal collega's achter me te houden. En versier onverwachts de eerste plaats in het kleine v4-gezelschap. Het tempo mocht dan aan de lage kant liggen, ik had toch nog net het wedstrijdgevoel dat me in de trainingen van de laatste weken ontbrak. Drie hartjes dan toch...

De après-course moeten we aan ons laten voorbijgaan vanwege Allerheiligen-verplichtingen. Van de opwinding van de sportarena naar de stilte van het kerkhof...

(Foto's: Marie-Paule)


vri 11/11/2022 11u * Jogging Embourg Natation (CLAP) * 12,8 km * 01:33:36 * 8,2 * 145/201 * 1/3* ♥♥

Op zoek naar een nieuwe sportieve uitdaging stoot ik op een Clap-wedstrijd die ik nog niet heb betwist. Een "jogtrail" in Embourg in het zuiden van de Luikse agglomeratie. Oei, een trail! Bovendien, voor alle duidelijkheid, nog eens omschreven als "exigeant" (veeleisend). Uitwijken naar de 5km voor een stratenloop in de buitenwijken van Embourg? Te kort! Dan toch maar gekozen voor het trailavontuur. Misschien loopt de route over mooie bospaden... Maar voor de start weet ik al beter. Nicolas Bynens (klaar voor zijn honderdste wedstrijd van het seizoen!) zegt het met een bedenkelijke grimas : " quand même assez technique" ( amelioratief voor moeilijk en risicovol). En Michel Mancini als we elkaar voor het vertrek ontmoeten: "Toi ici? Tu connais le parcours?". 

FOTO

(Foto: Nicolas Bynens bezig aan zijn honderdste wedstrijd van het seizoen. "En allemaal à fond".)

Maar nu ben ik er en is er geen ontkomen meer aan. Het begin is veelbelovend... of net niet. Twee kilometer afdaling tussen de villa's van de begoede Luikenaren. Kilometertijden rond de 5'. Een eerste klimmetje, nog op het asfalt, maakt abrupt een einde aan het freewheelen. Na 2,4 km duiken we het bos in, nog altijd in dalende lijn. Al meteen op een smal pad waar ik het tempo bewust druk om ongelukken te vermijden. Een scherpe bocht naar links. Achter de bomen rechts raast het autowegverkeer voorbij.  Kon ik daarnet nog vlot mee in de sliert lopers, dan moet ik nu meer en meer achterliggers laten voorgaan. Het parcours heeft me in haar greep. Ik kom in een dieper spoor terecht en heb niet de kracht en de lenigheid om eruit te geraken. Een jonge dame achter me schiet me ter hulp. Zij trekt me naar boven en helpt me weer op weg naar de hogere strook. Even later steunt ze me om veilig beneden te komen op een korte afdaling op stenen.  Ze gaat me uiteindelijk toch voorbij, ze zal het gesukkel niet langer hebben kunnen aanzien. Jammer dat ik haar niet bij naam kan bedanken voor de depannage. Michel Mancini die ergens achter me loopt heeft mijn wederwaardigheden kunnen gadeslaan. Tenminste dat blijkt uit zijn verslag aan Marie-Paule na de aankomst. Ik heb dus al wat trailakkefietjes meegemaakt als we aan km 3,3 beginnen aan de eerste klim. Op de eerste stijgende hectometers glijd ik ook nog uit op een zanderige strook. Zonder erg, behalve een bloedende vingertop. Het kan nog steiler op een trap met treden van bijna een halve meter hoog. Gelukkig biedt een houten reling houvast. Vanaf hier gaat het noodgedwongen stapvoets. De kilometertijd duikt naar de 9'.  

FOTO

(Foto: Bijna aan het einde van de beproeving)

We komen even terug op het "stads"parcours van de eerste kilometer maar worden meteen weer het bos ingestuurd, ditmaal voor een afdaling van 1 km die ons op het laagste punt van de ronde brengt, in de vallei van de Ourthe.  Op de bredere paden is het hier leuk wandelen. Maar de parcourstekenaars hebben andere bedoelingen. Intussen kunnen we even genieten van een vlakkere kilometer. Maar de benen hebben het al zwaar te verduren gehad en een kilometertijd onder de 6' zit er niet meer in. Plots duikt Michel Mancini langs me op. Verdorie, ik ga me toch niet op het vlakke laten ringeloren. Ik heb nog een versnelling in de kuiten en kan mijn categoriegenoot weer wat achteruit slaan. Maar hij blijft in de buurt. Op het ogenblik dat ik me begin af te vragen of er geen bevoorrading is, zie ik dan toch de drankentafel. In de groep rond me houdt iedereen even halt. Ik heb mijn bekertje wat sneller leeg dan Michel en vertrek met luttele voorsprong op weg naar de volgende helling. Dat is maar het voorgeborchte van een lange klim van bijna 2 km. Het begint met een smalle betonweg met Angliru-percentages (tot 25%). Het steilste wat ik al heb meegemaakt. Er is geen andere keuze dan ferm doorstappen met nu en dan een poging tot lopen. Michel zit me nog altijd op de hielen. Ik kan me geen time-out veroorloven. Via een 200 meter lange tunnel onder de E25-autoweg die in het midden pikkedonker is, komen we weer in het bos.  Nog een kilometer klimmen. Het blijft wroeten om uiteindelijk een armtierige 9'/km te halen. Zelfs de afdaling biedt geen soelaas. Michel is me voorbijgegaan en neemt de leiding op de kronkelige paadjes die nauwelijks zichtbaar zijn onder een dik bladertapijt. Ik volg met dichtgeknepen billen. 

Km 10, niet zo ver meer van de aankomst. Maar nog ruim de tijd om ons een nieuwe klim voor te schotelen. 600 meter op een glibberige aarden streep tussen hoog struikgewas. Zelfs het stapvoets klimmen vreet energie. Michel probeert hier en daar op looppas over te gaan maar voorsprong nemen lukt hem niet. Ik wil in elk geval in zijn spoor blijven om op het asfalt toe te slaan. Dat begint met een steile afdaling die zo mogelijk nog pijnlijker is voor de kuiten dan de helling. Nog een korte snok bergop om het af te leren. Twee sadisten, ook fotografen genoemd, leggen onze door de inspanning getekende tronies vast. De Rue des Sept Collines slingert zich tussen de villa's naar beneden. Eindelijk haal ik weer een looptempo die naam waardig. Ik blijf doorvlammen op de Voie de l'Ardenne. Ook al moet dat gebeuren op een smalle strook asfalt, dan wel onverhard, langs de rijweg. Maar door die plotse tempoverhoging, na kilometers klimmen, beginnen de spieren al snel weer op te spelen. 

FOTO

(Foto: Nagenieten (?!) met Michel Mancini)

En in de laatste bochtenrijke honderden meters, in de woonwijken, moet ik toch weer gas terugnemen. Nog erger vergaat het veteraan 3 Lucien Collard, als oud LO-leraar nochtans een model van soepelheid. Hij moet zelfs op stappen overgaan in de ogenschijnlijk gemakkelijke laatste kilometer. Benen opgeblazen. Daar is Marie-Paule. Ze heeft lang moeten wachten: de 12,5 kilometer hebben me meer dan anderhalf uur gekost. Veteraan 3 Hugo Radoux is dan al binnen, een primeur. Ik kan Michel wel nog op anderhalve minuut zetten. De afmattende tocht is ten einde. Embourg, een verkeerde keuze? Ik twijfel: de hellingen heb ik uit vrije wil gekozen, de onbekende trailpaden hebben me genekt. Ik zie overigens weinig bekende namen in de bovenste rijen van de uitslag. Dat zullen dan wel de echte trailers  zijn die de gewone joggings te minnetjes vinden...

We blijven nog even hangen in het gezellige cafetaria van het zwembad (dat van de "natation" in de naam van de jogging). De organisatie zet me wel een pad in de korf: voor een keer is er wel een prijs voor de eerste in elke leeftijdsklasse. Gemist... want in het gezellige cafetaria.  

(Foto 1: Jo Defère, Foto's 2 en 3: Serge Pescador)


zon 27/11/2022 10u30 * Ell* 12,9 km * 01:06:59 * 11,5 * 27/56 * ??/??* ♥♥♥♥

Na een derde onderbreking van mijn planning door ziekte (ditmaal buikgriep) ben ik weer klaar voor de laatste wedstrijden van het seizoen. Hopelijk kan ik nu in rechte lijn naar 2023. Er wacht vandaag een mooie loop in het noorden van Nederlands-Limburg. Ik heb er zin in temeer omdat ik me eindelijk nog eens op het vlakke en op mooie asfaltwegen mag uitleven. De loop zelf heeft geen naam, ten minste niet de side-events, de 8 en 13 km. Ik kies voor de 13 km. Dit wordt dus het verslag met de kortste titel van het seizoen. Ik was hier ooit eerder, in 2017, toen voor de halve marathon.

FOTO


We vertrekken allemaal samen met een peloton van zo'n 300 man. Verreweg de meeste deelnemers gaan voor de 21,1 km. Zoals ik later tot mijn leedwezen moet vaststellen...  Na een kilometer door de kronkelende straten van Ell haal ik mijn reisgenoot Jean-Pierre Immerix in en begint de tocht door het vlakke land van Leudal. Dat is de naam van de gemeente tussen Weert en Roermond waar deze novemberloop plaats vindt. Altijd leuk als blijkt dat je op die eerste kilometer meteen in het goede tempo zit. Nu is het zaak dat ritme vast te houden. Dat lukt vrij goed in de volgende kilometers. Zo voelt het althans aan. Mijn Garmin heb ik voor de rest van de wedstrijd niet meer bekeken. Ik volg de bewegingen van de lopers en groepjes rond mij en zoek hier en daar een denkbeeldige haas om mijn tempo op te richten. De ene haas is al sneller dan de andere maar ik heb niet de indruk dat ik posities verlies na die eerste kilometer in het compacte peloton. Het asfalt is perfect - in Nederland verwacht je niet anders - het profiel schommelt tussen -0,5 en 0,5%, nu en dan waait er een licht briesje. Wat wil je nog meer voor een snelle loop? Ik volg met enige verbazing een stoer gebouwde man die me enkele keren zwaar hijgend voorbijgaat en zich meteen daarna weer laat uitzakken. Christel Vankrunkelsven haalt me in. Zij is een van de talrijke Belgisch-Limburgse deelnemers aan de halve marathon. Even een woordje met haar gewisseld.  Al was het maar om onze monotone loopactiviteit te doorbreken. Haar zus Leen is (weer?) geblesseerd. Even geen asfalt maar een strook op betonplaten. Ongewoon in Nederland maar perfect aangelegd en niet te vergelijken met de ongelijke, grove en brokkelige ondergrond op onze ruilverkavelingswegen. Verder zorgt een stuk onverhard voor wat afwisseling. 

FOTO

(Foto: Jean-Pierre aan de finish.)

Er ontstaan stilaan grotere gaten tussen de groepjes en individuele lopers. De 8km-lopers hebben ons al snel verlaten. Daar is de splitsing van de 13 km en de halve marathon. We zijn ongeveer halfweg. Ik moet naar links. In de bocht nog maar eens gecheckt of ik de goede richting neem. Het merendeel van mijn gezellen slaat rechtsaf. Ik ben wel opgelucht dat ik me de 21km heb bespaard maar stel vast dat er nauwelijks lopers te bespeuren zijn voor mij. Een jonge man voor me moet even stappend op adem komen. Zo'n vijftig meter achter me zwoegt een loper die ik daarnet ben voorbijgegaan. Het enige lopend wezen voor me is een in het zwart geklede man. Hij heeft zo'n 100 meter voorsprong. Ik word overvallen door de stilte en de weidsheid van het landschap. Nog zo'n 7 km alleen verder? En dan maak ik zo'n verre verplaatsing om eens niet alleen op pad te zijn... Om niet ten onder te gaan in de eindeloosheid van het universum (althans dat stukje hier rond Ell) moet ik mezelf een uitdaging opleggen. De loper voor me inhalen. Maar er gaapt nog een flinke kloof tussen ons. Na een halve kilometer achtervolgen vraag ik me af of ik wel iets dichter gekomen ben. Hij draait nog flink rond. Zijn tempo lijkt nauwelijks lager dan het mijne.  Na een dikke kilometer heb ik dan toch wat vooruitgang geboekt. Nu, er blijven nog vijf kilometer om de kloof te dichten. Bij gebrek aan ontspanning van mijn benen probeer ik dan maar mijn geest te ontspannen. Door te genieten van de bomenrijen langs de paden, van de vergezichten over de lege akkers, van de fraai ingeplante boerderijen en landhuizen. Mensen zijn hier overigens niet te zien. Alleen de verkeersregelaars kleuren de plattelandsgrijsheid. Een hond blaft. Even een sonoor accent in de stilte. Dank je wel, bobby. Even na de achtste kilometer is het dan toch zo ver. Ik ben in het spoor van ??? Zijn naam kan ik niet met zekerheid zeggen. Op de uitslagenlijsten worden de rugnummers niet vermeld. Een 50 -plusser, zo lijkt het. Mijn gezel klampt nog even aan. Nu zal ik het werk maar volledig afmaken, denk ik. En kijk, de parcoursbouwers hebben net hier een "klimmetje" van 1% in het rondje gelegd. Ik verbaas mezelf met mijn soepele beenomwentelingen. Ik geniet ervan mijn concurrent van het ogenblik pijn te doen. Competitiedrang, grinta of gewoon sadisme? De man in het zwart verliest vrijwel onmiddellijk voeling. 

FOTO

Alleen verder op de laatste 4 km. Voorbij een immense varkenskwekerij (bron: Marie-Paule) en een kassencomplex. Snel even achterom gekeken. Ik zie een drietal achtervolgers die ik na mijn inhaaljacht van daarnet nu ook wel achter me wil houden. De kilometers met een tempo dat ik al weken niet meer heb gehaald op training, beginnen hun tol te eisen. Mijn rechter "herniabeen" werkt ook niet echt mee. Toch vind ik nog de kracht om de grote plaat te blijven ronddraaien. In de verte zie ik een jonge dame - Shayenne Geuns, voor wie de fraaie naam wil weten -  maar zij is zeker buiten bereik op de twee kilometer die nog resten. Hoe dan ook, ik haal nog mijn beste kilometertijden in de finale, even de startkilometer niet mee gerekend. De maximumscore wenkt.

De podiumhuldiging gebeurt snel snel buiten en ontgaat ons dus volledig. Overigens zijn er geen leeftijdsklassen in de korte(re) lopen. Na een donker biertje in café "De Prairie" rijden we weer zuidwaarts. Het succes van voor de middag herhaalt zich later niet meer in Qatar, moet ik node vaststellen... 

(Foto's: Marie-Paule)


zat 10/12/2022 14u30 * Sint-Truiden Lago-Estafette met Jean-Pierre Immerix * 10 km * 00:58:04 * 12,4 * 50/71 * 6/9 (H+110) * ♥♥

Sint-Truiden, estafettestad? Voor mij in elk geval. Ik heb hier nooit een individuele wedstrijd gelopen... als mijn geheugen en archief me niet in de steek laten. Zoals in de Stadsparkestafette net voor het uitbreken van corona ben ik ook nu weer gekoppeld aan mijn streekgenoot Jean-Pierre Immerix. Samen overtreffen we de 140 jaar. Helaas is daar geen prijs aan verbonden. We moeten het dus opnemen tegen jongere en vooral betere mannen.  

FOTO

(Foto: De winnaars: links Peter Berben, rechts Pascal Van Marcke. Ze drogen zelfs jongere combinaties af.)

Het is bitter koud rond het Lago-zwembad, vooral waar de ijselijke oostenwind in het gezicht blaast in het begin van de ronde. Een reden te meer om snel aan de opwarming te beginnen. Na drie rondjes ken ik alle hoeken en kanten van het parcours. Maar echt warm heb ik er niet van gekregen en ik hou dus zowel mijn windvest als mijn handschoenen aan als we van start gaan. Na de eerste ronde die ik voor mijn rekening neem stel ik vast dat een aantal collega's zich tijdens hun pauze warm houden met een bijkomend trainingsvestje. Zo snugger was ik niet. Maar goed, mijn rondetijden zou ik er niet mee verbeterd hebben. Die tijden schommelen rond de 4'50". Dat is beter dan mijn Garmin aangeeft. Maar de O'Top-registratie is dan ook preciezer dan mijn onhandige stops na de stokwissels. Jean-Pierre doet er een vijf seconden langer over. Daar is mijn teamgenoot best tevreden over. Ik ben minder opgetogen. Die bruuske inspanningen bevallen mij sowieso al niet. Maar ik geraak ook na enkele ronden niet in mijn ritme. Aan het parcours heeft het niet gelegen. Want dat is een van de snelste van het circuit.  

FOTO

(Foto: Net het stokje overgenomen van Jean-Pierre.)

Lopen jullie even mee? We starten op een lekker lopend recht pad op aangestampt grind. Een natte plek in de eerste bocht hindert nauwelijks de snelheid. Na een tweehonderd meter is de snelheid er meteen uit. Althans bij mij. Eerst hobbelig gras dan vervelende steentjes en een scherpe bocht. Volgt een rechte weg in een woonwijk waar de snelle jongens en meisjes vaart kunnen maken. Dat lukt mij niet echt. Hoe meer ronden in de benen, hoe moeizamer ik vooruit geraak. Misschien omdat ik dan al gas moet terugnemen na de eerste furieuze hectometers. Via twee bochten komen we op een smal aarden pad in een reepje park. Voorbij halfweg de ronde. Ik kan het tempo weer wat opdrijven. Het blijft immers vlak. De twee bochtjes hinderen mij nauwelijks maar de snelle deelnemers (jonge, afgetrainde atleten) zullen hier wel de middelpuntvliedende krachten moeten weerstaan. Een haakse bocht naar rechts leidt ons naar een vijftigtal meter kasseitjes en een licht klimmetje waar ook nog een scherp bochtje in zit. Valère Sauwens, een van de schaarse supporters "onderweg" heeft dit plekje uitgekozen om zijn ex-collega's aan het werk te zien. Vooral in de laatste ronden verlies ik hier kostbare seconden. 

Daar staat het bordje van de 750 meter op het licht dalende leukste, want snelste, deel van het parcours. Daar komt bruusk een einde aan met een moeilijke combinatie bocht-boordsteen. Op een smal betonpaadje naar de finish. Nog een laatste, vloeiende bocht ronden en het stokje doorgeven aan Jean-Pierre. De laatste honderd meter zijn overigens het enige punt van kritiek. De snellere deelnemers zien hun maatje hier vrij laat opduiken. Voor ons geen probleem. De stokwissel blijkt dat wel te zijn. Ik merk dat Jean-Pierre telkens een rare kronkel maakt als hij het stokje overneemt en zich op gang trekt. In de laatste ronden zorg ik dat ik achter hem blijf... en hinder daarbij Kris Govaerts die pardoes op mijn rug knalt. Mijn excuses, Kris. De juiste toedracht verneem ik pas in het fraaie cafetaria van het Lago-complex. Het is een geval van slechte coördinatie tussen een rechtshandige (uw dienaar) en een linkshandige (Jean-Pierre). Toch maar vooraf inoefenen bij de volgende gelegenheid...

FOTO

(Foto: Snelste kilometer met dank aan Maja)

 Terwijl mijn ploegmaat zich afbeult, probeer ik te herstellen en me warm te houden. De speaker herhaalt voor de tigste keer de sponsors. Mooi dat de organisatoren (met Jos Biets in de hoofdrol) gratis gebruik mogen maken van de Lago-accommodatie. Tussen haakjes, heerlijke temperatuur van het douchewater, spot on. Nog even over de speaker. Die verklapt aan de microfoon hoe je aan het (na twee uren) verplichte parkeergeld kan ontsnappen. Maar dat is in deze stad een onschuldige overtreding.  

De minuten tikken weg. We zijn in de laatste ronde die ik nog voor mijn rekening moet nemen. Althans gedeeltelijk. Gelukkig hoor ik het eindsignaal. Daarna tsjok ik op mijn gemak verder naar de aankomstboog. Niets te vroeg. 12,4 km afgelegd: verdienstelijk. Zoals onze totaaluitslag. Maar Stefan, Mario, Domenico en companen zijn voor ons. Dat had ik graag anders gezien. De leukste herinnering bewaar ik nog aan mijn zesde ronde, toevallig in het gezelschap en met hetzelfde tempo als Maja Van Zand. 

(Foto's: Nadine Claessens)



zon 18/12/2022 10u30 * Slins Jogging du Père Noël (CLAP) * 9,7 km * 00:51:14 * 11,3 * 31/54 * 1/1* ♥♥♥

Wat doet een mens als het vriest dat het kraakt op een zondagochtend? Die gaat een loopwedstrijd betwisten... Die mens moet dan al een redelijk fanatieke loper zijn. Uw verslaggever is er zo een. Maar hij is niet de enige. Enkele andere diehards komen verder in dit verhaal nog voor. En dus staan we met min acht op de licht besneeuwde hoogvlakte van Slins, boven de Jekervallei en nauwelijks enkele kilometers van thuis. We zijn erg vroeg ter plekke maar kunnen ons gelukkig warm houden in de sporthal van (fusiegemeente) Juprelle, voor de gelegenheid omgeturnd tot overdekte kerstmarkt. 

Père Noël geeft hoogst persoonlijk de start aan het peloton van 105 deelnemers. Deze kleine groep omvat de vertrekkers van drie wedstrijden. Met andere woorden, weinig volk op de been. De concurrentie van bekendere lopen in het Luikse, het einde van het seizoen, de weersomstandigheden, ze zullen wel een rol gespeeld hebben. Toch is het jammer dat de infrastructuurvoorzieningen en de omvangrijke groep seingevers niet ingezet kunnen worden voor een groter event. 

FOTO

(Foto: Enkele sfeerbeelden...)

Na een uitgebreide warming-up in het gezelschap van mijn achterbuur Martin Kossig hebben we de koude al van ons afgeschud en zijn we vanaf de eerste meters al "bedrijfsklaar". Dat is vooral het geval voor Martin die meteen van me wegsnelt in de eerste licht oplopende 200 meter. We draaien een veldweg op waar keitjes en stenen voor irritatie zorgen. Na een moeilijke bocht komen we op ruilverkavelingsbeton terecht. Beter voor de voeten maar niet voor de benen want 400 meter stijgend. 2% stijgingsgraad, voldoende om de bovenbenen te pijnigen en mijn aanvangstempo te temperen. Na een kleine kilometer komen we in de dorpskern op vlakke, asfaltwegen. Ik zie dat we in de verte rechtsaf worden gestuurd en vooral dat Martin K., gedragen door zijn "carbonschoenen", al een kleine tweehonderd meter voorsprong heeft. Ik zie hem pas terug na de wedstrijd in de kleedruimte die merkwaardig genoeg alleen door drie Limburgers wordt bevolkt. De derde Limburger is Jean-Pierre Immerix. In de eerste kilometer kon ik achter me nog een glimp opvangen van zijn rode trui. Tijdens de verkenning hebben we een deel van het parcours gemist en ik ben dan ook verrast dat we op een smal graspad uitkomen . Maar het kleine peloton is intussen uit elkaar getrokken zodat we elkaar niet voor de voeten lopen. We bereiken nu de dorpsstraten in het centrum. Leuk, vooral omdat het hier licht bergaf gaat. Een brede bocht met aan de buitenzijde het dorpsschooltje en weer even bergop op een van de vernieuwde eenrichtingsstraatjes in dit deel van het dorp. Na twee brede bochten waar grote boerderijen de wacht houden, moeten we opnieuw over een heuveltje in een villawijk. Ook 2%, hoger doen ze hier niet. Maar voelen, doe je ze in elk geval. Is het een indruk of verteer ik deze bult beter dan de helling daarnet in het veld? We komen weer uit op de Rue du Chainay waar we 1,4 km geleden de bocht in de andere richting hebben genomen. De weg rechtdoor naar de finishzone geeft ons de kans ons toptempo boven te halen. Voor mij ligt dat vandaag rond de 12km/uur. Niet wereldschokkend, maar ik moet het daarmee doen...  

De kopgroep met Beny Stulens in laatste positie rechts. Beny wordt tweede algemeen en winnaar bij de veteranen 2. Links in laatste positie Jasper Haesen van Sluizen (als ik me niet vergis...) De koploper is een deelnemer aan de 6,6 km.

Eerste doortocht aan de O'Top-aankomstboog. Nog twee ronden. December is traditioneel de corrida-maand. Nu ik vanwege een andere agenda Waremme en Hannut mis, is de Jogging du Père Noël een mooi alternatief. De eerste ronde blijkt ruim de snelste te zijn. Op naar de tweede. De eerste 900 meter liggen me niet. Dat weet ik nu al. Voornamelijk bergop en tussendoor de Chemin du Buisson Gros Guiillaume, het boswegje van de dikke Guillaume! Heeft die daar die keien gegooid? Ik word bovendien nog ingehaald door een juffrouw. (Veerle?) De rest van het rondje spreekt me veel meer aan. Op de tweede passage op het gras kan ik zelf nog eens een plaatsje opschuiven. Ik haal een piepjonge deelnemer in en herhaal dat kunstje nog eens in de volgende ronde, ongeveer op dezelfde plaats. Ik lever een halve minuut in. Derde ronde. Ga ik toch prijs hebben als ik in de verte de tractor zie manoeuvreren die al vanaf de eerste ronde staat te ronken voor de boerderij op de Rue Cordémont? Hij komt de ruilverkavelingsweg opgereden en zal me naar de graskant dwingen... Maar enkele seconden later rijdt hij even verder opnieuw het erf op... Gered! Ik blijf voorzichtig in de bochten waarvan er sommige nog nat of glad bijliggen. Eens ik me door de moeilijke beginkilometer geworsteld heb, probeer ik nog te versnellen. Dat lukt redelijk, ook al word ik nog door een vijftal achtervolgers ingehaald.  Maar die hebben zich blijkbaar gespaard in de vorige kilometers. De eersten zijn het beslist niet, daarvoor ligt hun tempo niet hoog genoeg. Ik word net niet gedubbeld, laten we het maar als een succesje beschouwen. De laatste kilometer levert me nog mijn snelste tijd op. Maar minder dan 5' zit er niet in.  Hoe dan ook, ik heb (met mate) genoten van de kronkels in het oude gedeelte van Slins.  

FOTO

(Foto: Op weg naar de laatste ronde. )

Mijn gemiddelde, even boven de 11km/uur, beantwoordt op dit parcours aan mijn huidige fysieke mogelijkheden. Daarmee kom ik uit op een tijd die precies het midden houdt tussen die van Martin en Jean-Pierre. Ik pak met groot overwicht de eerste plaats bij de veteranen 4. Niet zo moeilijk als enige deelnemer. Qua leeftijd word ik wel ruim geklopt door Henri Hardy (79) van Bitsingen. Maar die heeft het vandaag bij de 6,6km gehouden. We hebben in de sporthal/feestzaal nog een leuk gesprekje over onze hobby van de voorbije ...35 jaar.


zat 24/12/2022 10u30 * Haneffe Jogging des Templiers * 10,2 km * 00:53:27 * 11,4 * 111/203 * 3/4 * ♥♥♥

Ik ben in mijn eentje op weg naar de eindejaarsklassieker in de open Haspengouwse vlakte ten zuiden van de lijn Waremme - Luik. Op de vooravond van Kerstmis heeft mijn superfan de handen vol in de keuken. Ook Kris Govaerts doolt alleen rond in de buurt van het Centre Sportif et Culturel Communal Les Templiers. Toch hebben nog bijna 300 looplustigen, dames en heren, de tijd en de energie gevonden voor de 5- of 10 km-loop op deze ongewone datum. Daarbij veel kennissen uit het Luikse en het Limburgse. Ook Philippe Fourny, weer op gang met een heupprothese.

FOTO

(Foto: 25 jaar Jogging des Templiers)

Ik sta per toeval vrij vooraan in de opeengepropte lopersmassa in de smalle zij-ingang van de sporthal. Eenmaal de eerste draai om naar de Rue La Rue (geen tikfout) is er ruimte om op te schuiven ...of zelf voorbijgelopen te worden. Vooral dat laatste. Een van de snellere vertrekkers is de kleine Robin Vrancken, het tienjarig zoontje van Jo. Hij treedt hier in de competitiesporen van zijn vader. Ik heb mijn mentale voorbereiding al deels in de prullenbak moeten gooien want het mij bekende parcours is gewijzigd, verneem ik voor het vertrek. Afwachten wat het nieuwe rondje in petto heeft. De eerste 1700 meter (en de laatste die in tegengestelde richting wordt gelopen) zijn alvast dezelfde als in het vroegere parcours, tot voor de corona-onderbreking. Daar zit een mooi asfaltweggetje bij in het groen, al licht golvend. De ene na de andere loper uit de achtergrond gaat me voorbij. Een ogenblik kijk je op, de seconde later ben je hem of haar vergeten. Eén man trekt wel de aandacht: een loper met een "geklede" pet op zijn voor het overige gewone sportoutfit. Zijn kunstig bewerkt snorretje met gekrulde uiteinden geeft hem het uitzicht van een aristocraat uit de Belle Epoque. Ik denk er nu aan dat het niet de eerste keer is dat ik even samen met de veertiger Samuel Naccarella onderweg ben. Tijd dus om hem een rolletje te geven in mijn verslag. Garmin noteert intussen de enige sub 5'-kilometertijd in  de wedstrijd. Van dan af moet ik me tevreden stellen met tijden rond 5'7" voor de snelste stukken. 

Na een achttal minuten - met mijn tempo, wel te verstaan - worden we linksaf gestuurd. Hier begint het nieuwe deel van het parcours. De nieuwe lus (inbegrepen twee kleinere lussen) bedraagt 6,7 km. Ik zal er zo'n 34 minuten voor nodig hebben. De volgende 4 kilometer verlopen over voornamelijk lange rechte ruilverkavelingspaden met nauwelijks drie bochten. De derde kilometer is best pittig met drie golvingen. Ik heb lang op hem moeten wachten maar daar is hij dan eindelijk, Kris Govaerts. Boven op een van de bultjes, precies op km 3, haalt hij me in en kan hij op zoek naar Noël Heptia, die ik al twee kilometer in het vizier heb, overigens zonder hoop om ook maar een meter op hem in te winnen.  De uiteindelijk succesvolle achtervolging zal Kris "bloed, zweet en tranen" gekost hebben, zo citeert de Truienaar zijn idool. Michel Mancini zal eindigen op enkele minuten afstand als vierde V4. En daarmee mag ik, voor het eerst en waarschijnlijk voor het laatst, op het podium met mijn twee kompanen van het voorbije decennium bij de veteranen 3 en 4. Het zal de mooiste herinnering blijven aan deze jogging. 

Maar eerst nog even de wedstrijd uitlopen... Na de eerste bocht - eindelijk wat afwisseling - krijgen we de (matige) wind in de rug en voel ik dat ik te warm gekleed ben. Ik heb me laten misleiden door de koude een uur voor de start. Het is hier nu, nog geen volledige week later, 18 graden warmer dan in Slins... Mijn muts zet ik af maar mijn windvest uittrekken zal me te veel tijd kosten. Dan maar zo verder. Achter me hoor ik veel gebabbel. Van mannen die overschot hebben. En van een koppel vader-zoontje. De kleine Theo, 8 jaar, haalt hier mijn tempo op de 10 km. Is dat wel echt gezond, zo'n lange afstand voor het knaapje? We blijven zo goed als de hele loop samen. Zijn Venetiaans blonde manen wapperen als hij me het nakijken geeft op honderd meter van de finish. 

Vijfde kilometer:  omhoog op het modderige beton en weer omlaag waar de regenval van de laatste dagen voor een grote plas heeft gezorgd die we gelukkig kunnen omzeilen op een klein bermpje . De bocht naar rechts duwt ons weer tegen de wind in en zorgt voor net genoeg afkoeling om mijn vestimentair probleempje op te lossen. We draaien naar links. Dat blijkt het begin te zijn van een strook van een kilometer onverhard. Het is hard werken om het tempo te houden of alleszins niet te fel te laten zakken op het glibberige klimmetje. Maar even verder in de afdaling naar de "ravito" ligt het bladerdek droog. Er volgen nog enkele bochten met onder meer een passage tussen bomen of struiken. Leuk en afwisselend. Maar niet bevorderlijk voor het gemiddelde. Aan km 6,8 zien we de snellere lopers voor ons naar rechts afslaan. Die zijn al op weg naar de Rue du Parc die we kennen van de eerste passage in tegengestelde richting. We maken nu een lusje van 700 meter door (een deel van) Limont. Dit is weer bekend terrein van de vorige edities. Vlot lopend asfalt en samen met het licht dalend profiel goed voor de op een na beste kilometertijd. Onderweg word ik (en de anderen) tegemoet gefietst door Alain Woolf. De organisator van de jubileumeditie, zoals van de vorige 24 trouwens, is een herboren mens na de zware gezondheidsproblemen van de voorbije jaren. In de sporthal is een kleine tentoonstelling opgezet met foto's, archieven en krantenverslagen van zijn geesteskind, de Jogging des Templiers.  

FOTO

(Foto: Podium veteranen 4)

Ik begin aan de Rue du Parc bis. En word meteen overrompeld door een klad lopers. Dat houdt maar niet op. Ik probeer de sputterende motor (die van mij) weer op gang te krijgen. De snelle(re) eerste kilometers en het stevig golvende parcours hebben mijn gestel op de proef gesteld. Het blijft vechten op de venijnige laatste kilometer. Aan de overkant van de weg en in tegengestelde richting zijn de toppers al aan het uitlopen. Sonja Vernikov gunt mij zelfs een glimlach. Frankie Verluyten en Beny Stulens groeten en geven mij nog een verbaal duwtje in de rug. Nog enkele hectometers. Mijn voorlaatste loop van het jaar zit erop.  Op een parcours dat een onderscheiding verdient. Onverhoopt sleep ik nog een plaats boven in het tweede helft van de uitslag uit de brand. Ik beperk het verlies ten opzichte van Kris en Noël tot respectievelijk 3,5 en 2,5 minuut. 

Nog een gezellig uurtje in de zaal. Thuis wordt er voor ons gezorgd. We kunnen in alle vredigheid naar Kerstmis toeleven. Onze inspanningen hebben 310€ opgeleverd voor de Stichting tegen Kanker.

(Foto: Nadine Claessens)


zat 31/12/2022 15u * Heerlen Oudejaarsloop * 9,1 km * 00:47:12 * 11,5 * 81/203 * 2/7 * ♥♥♥

In Nederlands-Limburg sluiten ze het jaar graag af met een loop. Zo leid ik af uit het aanbod loopwedstrijden waaruit we de keuze hebben op deze laatste dag van het jaar. Namelijk in Weert, Elsloo en Heerlen. We kiezen voor Heerlen, centrum van Parkstad Limburg, zoals het klinkt in de toeristische brochures. Overigens is dat langs de autoweg maar een halfuurtje van Veldwezelt waar ik mijn maatje Jean-Pierre Immerix heb opgepikt. Bovendien is de start-en aankomstlocatie makkelijk te bereiken want aan "onze" kant van de stad. De communicatie van de organisatie in de voorafgaande dagen is helder en ter zake. En ik vermeld al meteen bij dat de inschrijfkost voor Nederlandse normen erg meevalt. We zijn er al heel vroeg. De meeste deelnemers wachten het laatste halfuur af, stellen we vast. Ze komen haast allemaal uit de buurt, blijkt uit de uitslagenlijst. Vijf minuten voor de start staan er nog een vijftiental wachtenden aan de daginschrijvingstafel. Toch vertrekken we stipt op tijd, om drie uur. Het weerbericht was wel wat te optimistisch. We hebben net een regenbui gehad. Nu is het droog en zo zullen we het ook houden in het volgende anderhalf uur. 

We vertrekken met een peloton van ruim 200 man. Vijf minuten na ons zullen de deelnemers van de korte  loop de start nemen. Alles samen een kleine driehonderd lopers, een mooi succes dus voor de negende editie van deze loop die ik enkele weken geleden pas ontdekt heb. We zijn op weg voor een ronde op asfaltpaden in een fraai landschapspark aan de rand van de stad. In de open vlakte, even na het vertrek, heb ik al in de gaten dat hier geen topdeelnemersveld aan de slag is. De eersten blijven nog lang in zicht. En nu ik de lange sliert achter me zie leef (en loop) ik in de hoop dat ik in de eerste helft van het peloton kan eindigen. Toch maar niet te overmoedig worden, te meer omdat ik wel wat plaatsjes verlies aan opkomende concullega's. De eerste twee kilometer zijn, waarschijnlijk niet alleen voor mij, de snelste van de loop. Die zijn voornamelijk licht dalend. Dan krijgen we de eerste langere helling voor de voeten. En zo zal het de volgende zes kilometer op en neer blijven golven. Het gaat ook weer omhoog - even tot 5% - langs de brede Antwerpseweg achter de bomen. Na 3,6 km nemen we tussen de huizen, intussen, in de buurtschap Ten Esschen, een scherpe bocht naar rechts. Terwijl de rotjes knallen. We hebben nu het meest noordelijke punt van het parcours bereikt. Een afdaling leidt ons weer naar de weiden in het natuurgebied. Ik heb mijn plaatsje gevonden in het peloton en loop al enkele kilometers in het gezelschap van een man uit Oirsbeek (?). Bij het buitenlopen van Ten Esschen gaat hij wat te enthousiast door een bocht en kan zich maar ternauwernood staande houden. Helemaal op het einde zal ik nog een versnelling uit de kuiten moeten persen om de 40-plusser R. Meerveld (?) achter me te houden. In de vijfde kilometer, alleen op een lang stuk vals plat, is het vechten om mijn tempo, rond de 5'15", vast te houden. 

FOTO

Foto: Archieffoto)

Km 5,3. We lopen weer onder het viaductje door dat ik herken van km 1,8. We hebben de eerste lus dus bijna achter de kiezen, euh de kuiten. Ik weet uit de parcourstekening dat we lopen in de vorm van een soort 8. De volgende 600 meter hebben we daarnet al gedaan, in de omgekeerde richting. Die richting is allesbepalend want nu blaast de wind gedurende een honderdvijftig meter vol in het gezicht en, verder langs de A76-autoweg strak in de zij . We kunnen weer even recupereren in een afdaling naar het begin van de tweede, zuidelijke lus. En hebben net wat moed geschept uit de aanmoedigingen van enkele fans in de bocht. We lopen weer het Geleenbeekdal in. Nu ik toch even wat meer adem heb, kan ik de lof zingen van het parcours. Heerlijk - we vergeten even de stekelige heuveltjes - goed beloopbaar in een mooi en vooral mooi bewaard stukje natuur. Een ontdekking en een aanrader voor wie het park en de run niet kent. Deze loop verdient meer dan alleen maar liefhebbers uit de omgeving. Misschien speelt de datum in het nadeel van de organisatoren. Anderzijds is de plaats op de kalender voor sommigen, voor ons bijvoorbeeld, net de trigger om hier wel aanwezig te zijn. Na 6,2 km draaien we rechtsaf. Het wordt hier zowaar nog mooier. Langs het Kasteel Terworm - nu eigendom van Vandervalk - en door de kasteeltuin. Het is hier even wat modderig op het asfalt. Maar dat is niet de reden dat ik nog door een dame word ingehaald. Joke (of is het Marjolien) heeft meer overschot dan ik. We gaan stilaan de laatste kilometers in. In de verte hoor ik de omroeper aan de finish. We maken een brede bocht in een park aan de rand van de stadsbebouwing. Flats in de verte, gebouwen van hogescholen en colleges dichterbij. De laatste zachte klim hebben we achter de rug. Garmin tekent mijn zwakste kilometertijd op. Tot aan de streep zal het vooral vlak blijven. (Toch heel lichtjes omhoog, zie ik naderhand op het profiel. Ik dacht dat het moeizame ritme aan mijn benen lag...) Aan km 7 worden we een smal, onverhard pad, ingestuurd. De enige strook onverhard. Nu heb ik zo lang alleen gelopen en net hier waar er geen plaats is, zit ik gevangen achter een tragere loper. Ik kijk het even aan maar plaats dan toch maar een versnelling om voorbij te geraken. Gelukkig hebben de takken die ik raak geen doornen. De laatste kilometer begint met een brede bocht. Een oudere loper van de Loperscompany Heerlen haalt me in. Niet alleen ligt het tempo van Jan Muijrers een stuk hoger maar hij wil het ook meer dan zijn collega-70-plusser, ik dus. Nadien vraag ik hem hoe jong hij is. 77! Heb ik dat wel goed gehoord in de drukke kantine? Sterk... Enfin, we zijn de eerste twee zeventig-plussers. De laatste kilometer werk ik af op de automatische piloot. Nog een kleine versnelling in de laatste bocht ...maar dat heb ik al vermeld. Ruim in het eerste deel van de uitslag, een degelijk gemiddelde, een (super)leuke loop ... een mooie afsluiter van het seizoen. 

Ze schenken Cola aan de streep, nog niet vaak gezien en gedronken. Een kwartiertje later in de kantine van SV Eikenderveld. Ik zit samen met Jean-Pierre als enige fris gewassen loper tussen de bezwete collega's. We ruilen  onze consumptiebon van de inschrijving in voor een pilsje, van de Alfa Bierbrouwerij uit Schinnen. Ik haal nog een wafeltje en een oliebol. We worden verwend in Heerlen. 

En zo staan we al met een voet in 2023. Het jaar waarvoor ik u een goede gezondheid, veel geluk en sportieve vreugde toewens.

(Foto's: Ik speur het internet af op zoek naar de plaatjes van de fotografen die ik langs het parcours heb gezien.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten